3. TYPOLOGIE VAN DE MARATHONLOPER: DE DSM-26M
Over herkenning bij uzelf en uw loopmaatjes
Loopvrienden bereiden zich gezamenlijk op een loopevenement voor. Ze leven er naar toe, ze dragen zorg voor goed ingelopen schoenen, ze volgen de weersvoorspellingen en ze puzzelen op het dragen van de meest passende kleding. Dan is er de loop. Een individuele prestatie wordt geleverd. Juist daarom willen loopvrienden nadien ervaringen uitwisselen. Zo leerde ik verschillende typen lopers kennen. Zeker onder de groep die naar New York zal gaan.
De psychiatrie heeft een bijbel: de ‘Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders’. Het betreft hier een lijvig boekwerk waarin een classificatie van de psychiatrische stoornissen is beschreven. In de boekenkast of in de bureaula van hulpverleners werkzaam in de geestelijke gezondheidzorg kan met grote zekerheid de aanwezigheid van de beknopte handleiding bij de diagnostische criteria van de DSM-IV worden voorspeld.
Heeft zo’n classificatiesysteem nut voor jezelf of jouw loopmaatjes? Voor hen die de marathon lopen: 42 kilometer en 195 meter of 26 Engelse mijlen: oordeel zelf tot welk type loper uzelf, uw loopvrienden of partner behoort met de onderstaande handleiding Diagnostiek van Soorten Marathonlopers: de DSM-26M.
De angsthaas.
Op de training gaat hij nooit voluit. Oefeningen die de kans op een blessure vergroten doet de angsthaas maar een beetje of helemaal niet. Wat doet de angsthaas als hij lijkt te twijfelen over het te volgen trainingsprogramma? Bijvoorbeeld tussen een duurloop of intervaltraining? Hij zegt: ik geloof dat ik vandaag een duurloopje ga doen. Iedereen in zijn omgeving weet dan dat zijn besluit vast staat.
Op de baan neemt de angsthaas meestal als eerste de koppositie van het groepje van zijn niveau. Zo weet hij zeker dat de trend voor de snelheid bij de intervaltraining gezet is. Omdat de angsthaas meestal alert is, kan hij de sprint venijnig inzetten. Dikwijls komt hij bij trainingen als eerste over de meet.
Als de angsthaas een blessure heeft, blijft hij meedoen aan duurlopen. Hij vreest voor verlies van zijn conditie. Echter, hij ziet af van deelname aan wedstrijden. Immers dan kan de blessure worden geforceerd. Het zekere wordt voor het onzekere genomen opdat niet onverwacht de loopbaan van dit type loper moet worden onderbroken of zelfs moet worden afgebroken.
Maar al te goed weet de angsthaas wat de begrippen positieve en negatieve split betekenen. Toch blijft de angsthaas hardleers. Hij blijft zijn kop in het zand steken. Om welke afstand het ook gaat, de angsthaas gaat steevast veel te snel van start. Op het tweede deel van het parcours wordt hij door andere lopers voorbij gelopen. Kortom, de angsthaas verschijnt op tijd aan de start, maar niet bij de finish.
Overigens betekent een positieve split dat het eerste deel van het parcours sneller dan het tweede deel wordt afgelegd. Bij een negatieve split is het omgekeerde het geval, hetgeen meestal een betere eindtijd oplevert.
Als de angsthaas de indruk heeft dat zijn positieve split niet door bekende lopers is opgevallen, zegt hij na de wedstrijd of recreatieloop tegen hen: “Het was maar een trainingsrondje. Volgende week of maand doe ik mee aan …”
Na het lopen neemt de angsthaas dikwijls geen douche. De geur van (angst)zweet geeft hem een vertrouwd gevoel.
Zeljko Obrenovic (32) verbaast met zijn tijden op de 10 km niet alleen zijn trainer Jan Mens en de andere lopers uit zijn groep, maar vooral zichzelf. “Dit jaar heb ik elke keer de 10 km onder de 36 minuten gelopen; mijn beste tijd is 35 minuten en 28 seconden. Dat is 2,5 tot 3 minuten sneller dan vorig jaar. Ik maak nog steeds progressie.”