Alex Wijsman

Baggeren rond de Kager Plassen.

Een recreatieve wandeling rond het plassengebied bij de Kaag en het meevaren met enkele veerpontjes over de brede sloten en meren staat al geruime tijd op ons wandelverlanglijstje. De Kager Plassen, een eldorado voor de watersportliefhebber en de recreant, liggen niet ver van huis. Het waterrijk gebied ligt in het noorden van de provincie Zuid-Holland, pal onder onze provincie. Waarschijnlijk is dat ook de reden waarom er nog steeds niets van dit uitstapje gekomen is. Een inwoner van Venetië gaat ook niet de Peggy Guggenheim Collection ondergebracht in het Palazzo Vernier dei Leoni bezoeken en een doorsnee Amsterdammer komt niet in het Rijksmuseum. Wel doet men dit soort bezoekjes als men ver van huis is. Raar, maar dan trekt het opeens wel.

Enfin, dit is dan ook de reden waarom er nog steeds niets van gekomen is. Het komt wel. Wat in het vat is, verzuurt niet! Van de week waren de plannen wel erg concreet, maar een windkracht 5 gooide roet in het eten. De Anne Frankboom is door een flinke rukwind geveld en overal op straat liggen gebroken boomtakken. De voetveren blijven aan de steigers. Uitvaren onder die omstandigheden heeft een extra risico. Welke organisatie durft dat aan. En wie wil tenslotte veel kilometers in de felle wind sjokken. Niemand toch?

Woensdag 25 augustus is alles anders en het ziet er een stuk vriendelijker uit. De wind is gaan liggen, de regen is naar het oosten weggewaaid en het zonnetje beloofd langdurig te voorschijn te komen. Daarom heb ik mijn hardlooptraining een dagje verschoven, maar ik krijg daar vast en zeker een prachtige wandeling voor terug.

Met de trein en later met de bus worden wij in de plaats Warmond afgezet. Hier begint de rondwandeling. We kijken in het rond, maar zien geen enkel bordje dat op een rondwandeling of naar het centrum van het dorp wijst. Een inwoner van Warmond komt ons te hulp. Even later staan we in het gebouw van de VVV. Ik voel me een toerist in eigen land. En eigenlijk ben ik dat ook. We worden op weg geholpen en we moeten de groene bordjes van de Zwanburgerroute door het Groene Hart volgen. Over een lange voetgangersbrug kruisen we het water van de Warmonderleede en we bevinden ons op het eiland Koudenhoorn. Hier kan men wandelen, trimmen, zwemmen en uitrusten op een terrasje. Een aantal routebordjes brengt ons bij een steiger. Hier ligt een motorveerboot afgemeerd. Twee senioren bemannen het vaartuig. Een vrijwilligersbaantje om toch nog iets te doen en nuttig te zijn voor de samenleving. Het voetveer vaart ons over ’t Joppe. Dit is een 38 meter diepe plas ontstaan door zandwinning voor het ophogen van stadsdeel Leiden-Merenwijk en gebieden rondom onze luchthaven Schiphol.

Terwijl de schipper het bootje naar het volgend eiland vaart, vertelt zijn maat ons wat er allemaal te beleven is in de omtrek. Even later worden we afgezet op de Zwanburgerpolder. Dit eiland is groter dan Koudenhoorn en is alleen met een boot bereikbaar. De medewerker vertelt hoe wij moeten lopen en zal ons weer opvangen bij de volgende steiger. Dan wijst hij naar links op een rund. ‘Kijk, dat is een stier. Hij ligt vastgebonden aan een paal en daar moet u beslist niet komen. Voorts lopen er runderen rond, maar daar hebt u niets van te vrezen,’ gaat hij verder. ‘Straks halen wij jullie weer op. We houden jullie wel in de gaten,’ zegt de man die ons de tickets voor de overtocht levert.’

Wij zetten voet aan wal en wandelen over een dijkje in oostelijke richting tot we weer een aanlegsteiger tegenkomen. De boot vaart weer terug naar Warmond. We staan versteld van de rust die hier heerst. Het zonnetje schijnt en we hebben het vakantiegevoel. Op geringe afstand van de wallenkant varen enkele scheepjes voorbij. In de verte ontwaren we een paar molens en de watertoren van Warmond. Een vliegtuig is op weg naar Schiphol en in de verte rijdt een trein voorbij. Hier en daar staan enkele bosjes langs de waterkant. Vervolgens wandelen we langs een uitzichtplateau en daarna langs een groepje koeien. De melkmachines liggen rustig te herkauwen in het gras. Ze hebben maling aan ons en blijven onbeweeglijk liggen. Nou ja, onbeweeglijk! De kaken gaan steeds maar op en neer zoals de manager van Manchester United kauwgom aan het kauwen is.

Op de steiger wachten we op De heere Schouten. Het bootje dat ons naar het volgend eiland brengt. Inderdaad heeft de schipper en zijn metgezel ons in de gaten gehouden. Langzaam komt het aangevaren en meert aan bij de steiger. Nog steeds zijn wij de enige gasten vandaag. Maar daar kan altijd verandering in komen.

Wederom varen we met het motorbootje mee. We zien een veerpont een oversteek van het vasteland naar de enige boerderij op het eiland maken. Op het vaartuig staat een aantal koeien en een tractor. De boer staat eveneens aan dek en kijkt of alles naar wens verloopt. Het is de eerste pont voor veevervoer die ik waarneem. De vrijwilligers zetten ons op het schiereiland Tengnagel af. Daarna gaan we te voet verder. Door het gras vervolgen we ons pad. We gaan eerst door een klaphekje en kruisen vervolgens een rooster en nog een hek. Via het eiland De Strengen, dat met een brug aan het oude land is verbonden, arriveren we bij de Zijl. De Zijl staat in verbinding met de Oude Rijn en het Rijn-Schiekanaal. Drie felgekleurde vlaggen duiden op de oeververbinding Leiden-Merenwijk - Warmond-Zijldijk. Door middel van een oude motorboot met de toepasselijke naam De Zijlboot worden wij naar de andere kant van het water gebracht. Daar wandelen we in noordelijke richting en passeren de Boterhuismolen. De molen is opgebouwd uit baksteen en het gedeelte dat vaak in de wind staat heeft ter bescherming een extra stuclaag.

De Zijldijk blijven we in noordelijke richting volgen en plotseling staan we weer voor water. Deze smalle doorgang heeft de naam Zijp en verbindt het Vennemeer met het Sweiland. Wederom maken we gebruik van een veerpont en weldra bevinden wij ons in de Sweilanderpolder. Allereerst willen we de inwendige mens voeden en in het restaurant van de Kaagsociëteit hebben we een pauze. De uitbater van de Kaagsociëteit heeft zich helemaal op de watertoerist gericht.

Over een lang betonpad bereiken we de buurtschap Zevenhuizen. Een boer heeft aan het eind van het pad een bordje Verboden Toegang Wetboek van Strafrecht Art. 461 geplaatst. Hij wil dat geen enkele wandelaar zijn domein doorkruist. Waarschijnlijk heeft de man slechte ervaringen opgedaan. Een paar kilometer teruglopen en een ander pad kiezen vind ik geen optie. Van het bordje naar de openbare weg is slechts 30 meter. Als ik iemand zie kan ik altijd vriendelijk vragen of we mogen passeren. Maar er is niemand in de buurt, dus moet ik zelf actie ondernemen. We passeren een rooster en even later klimmen we over een hek. Het blijft stil en wij vervolgen onze weg. Na ongeveer 500 meter staan voor de Kager Plassen. Juist op dat moment komt de veerpont aangevaren met enkele wielrijders en wandelaars aan boord. Het is een wisseling van de wacht. Wij nemen hun plaats in en even later vaart de schipper over de uitgestrekte plas. Langs de oever liggen talloze mooie jachten en kleinere scheepjes. Een watersportgebied bij uitstek.

De wind neemt enigszins toe en onder een heerlijk zonnetje maken we de oversteek. Na ongeveer een kwartiertje varen worden we weer aan land gezet. We bevinden ons dan in de Kaagerpolder met Kaag als enige plaats. Op het eiland staat een oud kerkje en een aantal interessante gebouwen. Ook wordt er flink aan toerisme gedaan gezien de vele borden en aanbiedingen. Even voorbij een giga scheepswerf staan we voor de Ringvaart van de Haarlemmermeerpolder. Voor de zoveelste maal worden we vandaag overgezet, maar nu door een autopont.

Daarna wordt de wandelroute minder interessant. Enige tijd volgen we een pad langs de autosnelweg A44 en langs de spoorlijn Schiphol-Leiden. Ter hoogte van de watertoren van Warmond wordt de route een stuk vriendelijker. Via enkele aantrekkelijke paden naderen we het dorp Warmond, waar we vanmorgen met de wandeling zijn begonnen. In plaats van een busreis gaan we te voet verder naar het hoofdstation van de stad Leiden. Aldaar zetten we een punt achter deze mooie wandeling. Na enig rekenwerk blijkt er weer een afstand van een halve marathon te zijn afgelegd.

 

Gooi de trossen maar los.

Het is augustus en zomer 2010. Iedere dag valt er wel een regenbuitje op ons dak. Het weer is al weken onbestendig en de lage drukgebieden blijven in de buurt van ons land hangen. Is een langdurige bui eenmaal naar het oosten gedreven, dan dient de volgende bui zich weer aan. Geen leuk vooruitzicht, maar we moeten het er maar mee doen. We mogen niet al te somber zijn, want tussen die depressies bevinden zich ook mooie dagen. En op zo’n dag ondernemen we een reis naar het vestingstadje Heusden. Hmm, nu hoor ik enkele mensen al denken, Heusden. Waar ligt dat in hemelsnaam nou weer?

Oké, om precies te zijn ligt dit stadje aan de Bergsche Maas. Juist op het punt waar het Heusdensch Kanaal de Afgedamde Maas met de Waal verbindt. Het Land van Heusden en Altena, iets ten zuiden van de Bommelerwaard. Preciezer kan ik niet zijn, toch?

Heusden lag op de strategische grens tussen de provincies Brabant, Holland en het Hertogdom Gelre. Het vestingstadje heeft vele oorlogen meegemaakt. Alhoewel het niet door de Spanjaarden werd belegd. Toch ontkwam het niet aan een tal van rampen. Meerdere keren werd de stad getroffen door de pest. Bij een verschrikkelijke brand in 1572 werd bijna de gehele stad in de as gelegd. In 1680 sloeg de bliksem in de donjon van het kasteel. De toren deed toen dienst als opslagplaats voor buskruit. Op het fatale moment lag er 16.000 pond buskruit en handgranaten opgeslagen. Er ontstond een enorme knal waarbij het gehele kasteel met de grond gelijk werd gemaakt. Ook huizen in de omgeving moesten het ontgelden. In de Tweede Wereldoorlog toen de Duitse troepen zich uit de stad terugtrokken, hebben ze schandelijke verwoestingen aangericht door het laatgotische stadhuis op te blazen. Daarbij vonden 134 inwoners de dood.

Nu zoveel jaar later staan wij in die vestingstad. Panden uit de 17e en 18e eeuw hebben een prachtige bouwkunst. De Visbank uit 1796 is daar een van. Hier beginnen wij met onze wandeling. Maar eerst dient de inwendige mens versterkt te worden. Jawel, het is koffietijd.

Bij een bakkerij annex koffiebar vinden we zo’n gelegenheid. Het interieur van de zaak is helemaal ingericht uit oma’s tijd. Op de houten tafels liggen roodwit geblokte kleden. Wat belangrijk is, de koffie smaakt prima. Bij een bakkerij is altijd wel iets lekkers te vinden en ons kopje koffie wordt opgesierd met een heerlijke koek.

Daarna gaan we op stap, want we hebben een flink aantal kilometers op het program staan. We verlaten het rustieke plaatsje via de noordelijke stadspoort en wandelen over de vestingwal. Daarbij passeren we een jachthaven waar diverse dure jachten aan de steigers liggen afgemeerd. De wieken van één van de drie walmolens, een korenmolen, die het stadje rijk is, zwaait ons uit. We wandelen langs een industrieterrein waar onder andere een scheepswerf is gevestigd. Even later passeren we Swanenberg IJzer Groep. Op het terrein liggen honderden buizen opgestapeld. En met buizen bedoel ik van die hele zware joekels.

Over het fietspad bovenop de rivierdijk naderen we de veerpont van Herpt naar Bern. Zoals gewoonlijk ligt de pont aan de overzijde van de rivier afgemeerd. We moeten dus even wachten voordat we kunnen aanmonsteren. Als de auto’s de pont hebben verlaten mogen wij het vaartuig betreden. De overtocht is hier gratis en wordt verzorgd door de Bergsche Maasveren. Aan dek ligt een flinke hoeveelheid reddingsvlotten opgestapeld. Aan de reling hangen enkele reddingsboeien. Oké, ik weet dat de Bergsche Maas een flinke stroming heeft, maar toch! In ieder geval geeft die extra bepakking een veilig gevoel bij de overzet. De motorveerpont wordt door een stalen kabel naar de overzijde van de rivier gedirigeerd. Als die kabel er niet was, dan was een rechte oversteek vrijwel onmogelijk.

Aan de andere oever verlaten we de pont en lopen langs een wachthuisje. Er naast hangt een mistbel, maar die wordt alleen bij slecht zicht gebruikt. We hebben de provincie Noord-Brabant verlaten en we bevinden ons thans in Gelderland. Langs een maïsveld vervolgen wij onze weg. Het maïs staat meer dan twee meter hoog en geeft een beschutting aan diverse diersoorten. Een smalle asfaltweg wordt geflankeerd door een rij beukenbomen. Onder het kapsel van bladeren heeft de weggebruiker niet het gevoel over daglicht te beschikken. Het asfaltwegje gaat over in een dijk. In een weiland staan koeien rustig te wachten om gemolken te worden. Een verroeste giertank staat langs de kant van het pad. Het wegdek is hier onverhard en komt tenslotte uit bij een versterkte burcht. Rond het landhuis is een slotgracht. Een oud vermolmd bankje zal geen dienst meer kunnen doen als zitplaats. Het staat weg te rotten aan de waterkant. In het struikgewas zie ik een reuzenbovist, een paddestoel zo groot als een kale schedel.

Even later staan we aan de oever van de Afgedamde Maas. Aan onze zijde ligt een oude roeiboot. Aan de zijkant staat de tekst: ‘Veer Nederhemert N-Z.’ In de boot liggen twee roeispanen. Het is een back-up als de motorpont uit de vaart is. Arme veerman!

Langzaam komt de veerpont aangevaren. Een kabel zorgt ook hier dat de veerpont een rechte oversteek maakt. Twee wielrijders willen ook de overtocht maken. Een van die mannen is aan het mopperen. Volgens zijn metgezel is hij de gehele dag al aan het mokken. Het rivierenland geeft veel opstoppingen bij veerponten. Dat vindt de man alles behalve plezierig. Het is juist een leuke onderbreking en je ziet weer eens wat anders. Voor slechts 0,70 cent worden wij door de schipper naar de andere kant van de rivier gebracht. Een kleine cabine geeft de veerman beschutting bij slecht weer. Zondag’s is het bootje uit de vaart. De veerman zit dan ergens anders. We volgen de Maasdijk in de richting van de plaats Aalst. Langs de kant van de dijk staan prachtige oude boerderijen. Sommigen stammen uit het tweede deel van de achttiende eeuw.

Een geit ligt op een vlonder en heeft een bel om z’n nek. Het dier ligt heerlijk in de zon en geniet van het leven. Althans zo vatten wij het op.

Op een gegeven moment passeren we een steen- en betonfabriek. Op de aangrenzende terreinen staan ontelbare stenen opgestapeld. Sommigen zelfs zes pallets hoog. Een oplegger rijdt met een vracht de poort uit. Daar kan weer een straatje van worden gelegd.

In de plaats Aalst slaan we links de Veerdam op en even later staan we aan de waterkant. De veerpont ligt aan de overzijde van de rivier afgemeerd. Ik zwaai even en de veerponthouder zet zijn vaartuig in beweging. Langzaam komt de boot naar ons toe. De laadklep schampt de schuine betonplaten en wij kunnen aan boord. Gooi de trossen maar los, we zijn de enige passagiers op dit moment. Tijdens de overvaart maken we een praatje met de kapitein. Eenmaal weer aan wal vervolgen wij onze route en de veerponthouder gaat nog eens een oversteek maken. We zijn weer terug in de provincie Noord-Brabant. Gedurende een uur vervolgen we de Maasdijk. Hierbij passeren we een molen. Nabij het dak treffen we het jaartal en de naam van de molen aan. Met witte letters prijkt de naam ‘De Hoop’ op een donkergroen ondergrond. Nou, volgens mij hebben alle molens in Nederland de naam De Hoop. Het kan bijna niet anders, want de vorige molens die wij vandaag op ons pad zijn tegengekomen droegen ook die naam.

Op de Maasdijk komen we twee oude grenspalen tegen die vlakbij elkaar staan. Het geeft aan de grens tussen de heemraadschappen ‘Oudland en Altena’ en ‘den Hoogen Maasdijk over Stad en Land van Heusden’. Op de linker paal prijkt het wapen, twee afgewende zalmen, van de hoofdplaats Woudrichem en de tekst OUDLAND VAN ALTENA. Op de rechter paal staat een rad, zijnde het wapen van Heusden en het jaartal 1785.

Via een dam steken we de Afgedamde Maas over. We zetten weer voet op Gelderse bodem. Op een gegeven moment struinen we over een subliem grasdijkje. Geen lawaai van auto’s, treinen of vliegtuigen. Neen, geen motorgeronk. Alleen rust en vrij in de natuur. Op het pad komen we regelmatig schapen tegen. We passeren ook enkele wielen. Dat zijn meertjes ontstaan door dijkdoorbraken in vroegere tijden. Het wandelen op dit soort paden is het echte werk. Het pad eindigt bij een voormalig fort. Daarna lopen we over een betonpad bovenop een dijk. Het pad brengt ons bij de plaats Brakel.

Terwijl de Tall Ships bij SAIL de haven van Amsterdam binnenvaren, varen wij met een tolschuit oftewel een veerpont naar de overzijde van de Waal. Vaak ligt een veerpont aan de andere zijde van de oever afgemeerd. Maar nu. Ja nu, vaart de veerponthouder net voor ons neus weg. Dit betekent een extra wachttijd. Tussen het scheepvaartverkeer manoeuvreert hij zijn boot naar de overkant. Op een muurtje in de zon wachten we geduldig totdat de veerpont weer aanlegt aan onze zijde. Dan zijn wij aan de beurt. Na de Bergsche Maas en de Afgedamde Maas steken we nu de rivier de Waal over.

We volgen de Waaldijk langs het water in de richting van de plaats Gorinchem. In de uiterwaarden staan enkele steenfabrieken. Hoge schoorstenen en ligplaatsen waar de stenen kunnen rusten zijn daarbij karakteristiek. Aan de overzijde van het water ontwaren we Slot Loevestein. U weet wel, van Hugo de Groot en de boekenkist. We naderen de plaats Vuren en niet veel later staan we bij Fort Vuren. Op een terras voor het betonblok gunnen we onze onderdanen wat rust. Een glaasje limonade is een welkom geschenk.

Het eindpunt is bijna in zicht. We blijven de rivierdijk alsmaar volgen totdat we het plaatsnaambord Gorinchem passeren. Nu nog een stadswandeling en bij het NS-station zit de wandeling er echt op. We hebben 33 km afgelegd en zijn dik en dik tevreden. Een mooie route met vier veerponten als leuke onderbreking.

 

Onthaasten in Noordoost Groningen.

De Vierdaagse van Nijmegen is weer voorbij; het nieuwe cijfertje is weer op de medaille gegespt. Kortom, het was weer een energiek en hectisch wandelfestijn. Nu willen we de drukte van de afgelopen weken even wegstoppen. Niet meer denken aan die rumoerige bende, die vier dagen over de paden en wegen rond de oudste stad van Nederland heeft gewandeld. Vaak zingend en lallend om de pijn in de onderdanen te vergeten. Juist, die mensen, die na vier dagen van succesvol wandelen hun felbegeerde medaille of kruisje bij het organisatieteam mochten ophalen, hebben het toch gefikst. Jawel, een Koninklijke onderscheiding nota bene! Ook niet meer denken aan die aardige mensen, die met een overdosis aan alcohol in het bloed en bijzonder luidruchtig de stroom wandelaars aan het aanmoedigen was.

Neen, dat niet. Weer heerlijk met z’n tweeën over de uitgestrekte wegen wandelen. Weg uit die jakkerende wereld. Waar kan je beter tot rust komen en genieten van de kostelijke stilte. Van de prachtige grote statige boerderijen, met die oneindige graan-, aardappel- en maïsvelden. Een weidse blik, die telkens weer een ander wolkendek als decor heeft. En waarbij die blik zo nu en dan wordt onderbroken door slap hangende hoogspanningskabels en om de zoveel meter een torenhoge hoogspanningsmast. Ja, dat kan alleen in Noordoost Groningen. En als toetje een verfrissende duik in het bronnenbad van kuuroord Fontana Nieuweschans. Noem dit gerust ‘afkicken’. Gericht afkicken, het is een gezonde therapie, dat kan ik u verzekeren. Echt waar!

Het oude garnizoensdorp Nieuweschans is ontstaan om het Reiderland te beschermen tegen invallen van troepen van vreemde legers. Lange tijd stond het dorp bekend als douanepost. Maar ja, dat is al weer jaren geleden. Het dorp heeft het garnizoenskarakter van weleer behouden en dat komt tot uitdrukking in de vele oude gebouwen die de plaats nog rijk is.

Op het verlaten station wachten wij op het boemeltje naar Groningen. Precies volgens schema, anders lijkt het me niet mogelijk, verlaat de machinist van Arriva het beginpunt. Even een koortsachtig moment in een overigens rustige wereld. Twee haltes verder stappen wij uit en lopen over het perron van de plaats Scheemda. Meteen beginnen wij met onze wandeling. De kilometers die wij hebben te gaan zijn op dit moment nog niet bekend. Wel heb ik een grove schatting aan de hand van oude topografische kaarten en een berekening middels een module op internet gemaakt.

Ons doel is om de Blauwestad te bezichtigen. Een project dat onlangs, gedeeltelijk is opgeleverd en veel in het nieuws is. De oplevering is niet succesvol. Althans als we de berichten mogen geloven. Maar goed, de kredietcrisis zat de aannemer natuurlijk niet mee!

De Blauwestad is een nieuw dorp in een waterrijk gebied. Om dat laatste te creëren is een deel van het polderland teruggegeven aan het water. Een meer met de grootte van 1200 voetbalvelden. Niet mis! Er staan prachtige huizen in een werkelijk schitterende omgeving. Maar ja, wie wil dat kopen? Wie kan dat kopen en heeft de pecunia?

Enfin, in eerste instantie wandelen we in noordelijke richting. Daarbij passeren we het Winschoterdiep, een brede vaarweg. Het is zwaar bewolkt en de weerman heeft gisterenavond langdurig regen voorspeld. Maar vooralsnog is het droog. Misschien valt het toch allemaal wel mee. Scheemda is een interessant dorp en heeft een aardige dorpskern. Aan de overzijde van het Winschoterdiep ligt de plaats Heiligerlee. Bij velen zal nu wel een lampje gaan branden. Het dorp is beroemd geworden vanwege de eerste zege in de Tachtigjarige Oorlog. Jazeker, we moeten teruggaan naar 1568. Om precies te zijn naar 23 mei 1568. Eén van de broers van prins Willem van Oranje, graaf Adolf van Nassau, is in die slag gesneuveld. We weten het nog als de dag van gisteren!

Als we via een tunneltje de autosnelweg A7 hebben gekruist wandelen we in het Midwolderbos. Het ruikt er lekker fris en we laten ons door de natuur verrassen. Ook die heeft een lastige kant, want ik word viermaal door een mug geprikt. De resultaten op mijn armen en benen zijn vrijwel direct zichtbaar.

Over een oeroude weg staan we plotseling aan de rand van het Oldambtmeer. Een waterpartij dat zich uitstrekt van Midwolda en Oostwold aan de noordzijde tot Winschoten aan de zuidkant. Het is een prachtig watersport- en recreatiegebied. Oké, de bungalows zijn dan niet verkocht zoals men had gepland. Maar toch!

Wellicht waren de verwachtingen bij de provincie en de projectontwikkelaar te hoog. Men gokte er op dat welgestelde mensen uit het Westen daar hun tweede huis lieten bouwen. Alleen die kwamen niet in groten getale. Nu is de bouw en de aanleg van wegen en paden stopgezet. ‘Kredietcrisis’ is het moderne woord. Natuurlijk dat is heel gemakkelijk.

We volgen het onlangs aangelegde fietspad langs het water. In de omgeving van Midwolda en Oostwold is een jachthaven en een strand aangelegd met alle voorzieningen voor waterrecreatie en toerisme. Het sanitair is daarbij niet vergeten. Er wordt door de watersporter naar hartelust gesurfd, maar ook de kitesurfer is actief.

Via een gloednieuwe fietsbrug komen we in de buurtschap Ekamp. Mijn topografische kaart is vrijwel nutteloos. Boerderijen en wegen die er op aangegeven staan zijn in het veld allemaal verdwenen. Nu staan er schitterende huizen op een schiereiland in het meer. Gezamenlijk draagt dit dorp de naam Blauwestad. Een huis, en dan heb je wel een optrek van heb ik jou daar, draagt een prijskaartje met zes nullen. Nou ja, dan is het toch begrijpelijk dat mensen niet in de rij staan voor zo’n koopje. Kredietcrisis? Welnee, mogelijk opgefokte grondprijzen! Lees het boek ‘De Vastgoedfraude, miljoenenzwendel aan de top van het Nederlandse bedrijfsleven’ geschreven door Vasco van der Boon & Gerben van der Marel maar. Een eenvoudige truc en vrijwel oncontroleerbaar.

Juist voor de buurtschap Oostereinde, even ten noordoosten van Winschoten, wandelen over een nieuw fietspad door een recreatiegebied. Het slingerende pad komt uit bij het Reiderdiep. Hier stopt het pad en we staan op een soort wad. Op veertig meter afstand bevindt zich een aanlegsteiger. Een aanlegsteiger van een zelfbedieningskabelveerpont. De steiger staat midden in het water en is onbereikbaar voor een voetganger of wielrijder. Nu worden we daadwerkelijk geconfronteerd met het feit dat het gehele project is stilgelegd. Er wordt niet meer gewerkt. Het geld is op. Basta!

Teleurgesteld moeten we dezelfde weg terug. Een niet voorziene wandeling van enkele kilometers extra. Tot overmaat van ramp begint het te regenen. Eigenlijk kon dit niet uitblijven. Naast een stoomgemaal bevindt zich zo’n statige Groningse boerderij. Voor ons een gelukje, want de boerderij is omgebouwd tot een Hotel-Restaurant. We hebben er een halve marathonafstand opzitten en onze onderdanen willen wel even rust hebben.

Wanneer het vochtgehalte op peil is gebracht en de voeten de nodige rust hebben gehad, gaan we weer op pad. Een ANWB-bordje geeft aan dat we nog 12 km hebben te gaan. Toch wil ik nog even kijken bij de aanlegsteiger, maar nu aan de andere kant van het water. Een smal betonpad brengt ons bij de waterkant. Cisca neemt hier een hertje waar. Het dier houdt zich op midden in een korenveld. Zijn kop steekt net boven het wuivend koren uit. Een leuk plaatje.

De veerpont, Pont van Aart, ligt met een ketting aan de steiger vastgesnoerd. Zowel de steigers als de veerpont zijn gloednieuw. Meer dan een proefvaart zal het pontje niet maken of er moet een financiële injectie komen om het recreatiegebied te voltooien. Daarna keren we terug naar de Hoofdstraat en wandelen in de richting van de plaats Beerta. De regen komt nu met bakken uit de lucht. We hebben lang gewacht, maar nu moeten de regenjassen toch aan. Doen we dit niet, dan hoeft het niet meer. De rugzak wordt voor even op het wegdek geplaatst en na wat gerommel hebben we onze regenkleding te pakken. Een groepje Deense wielrijders doet dezelfde handeling. Zij maken een fietstocht van Copenhagen naar Normandië. Daarna fietsen ze verder naar Parijs om het vliegtuig terug naar huis te nemen. We kunnen deze mensen van harte welkom in Nederland heten, omdat zij kort geleden de Nederlands-Duitse grens zijn gepasseerd.

Via de plaats Beerta en de buurtschap Nieuw-Beerta marcheren we naar Bad-Nieuweschans. Achter de korenvelden rijdt de stoptrein in de richting van Groningen. Het treinstel kruipt als een worm door het vlakke landschap. We passeren het plaatsnaambord van Nieuweschans waaraan ook de naam BAD is toegevoegd en eindigen onze wandeling bij Kuuroord Fontana-Nieuweschans. De teller komt precies op 35 km. Niet slecht, maar wel 10 km langer dan gepland. Niet veel later liggen we in het zoute water van het fluor- en jodiumhoudend thermaalbad. Heerlijk! Wel doen de schuurplekken op mijn heupen, ontstaan door het dragen van mijn rugzak, even pijn. Maar dan. Ja dan, is het alleen maar genieten van de bubbels en de waterstralen die de beenspieren een massage geeft. Na het thermaalbad, waar je slechts een half uur mag vertoeven, wordt een sauna en vervolgens een infraroodsauna genomen. Met als gevolg: we zijn helemaal onthaast.

 

Omrekenwedstrijden te Dordrecht.

De familie-(omreken-)wedstrijden georganiseerd door de R.W.V. werden op zondag 27 juni 2010 op de kunststofatletiekbaan van D.K. & A.V. Hercules en a.v. Parthenon in Dordrecht gehouden. De te lopen afstand bedroeg 1000, 3000 of 5000 meter. Drie atleten samen vormden een snelwandelteam. Aan de hand van een speciale formule werden de eindtijden van de atleten en atletes omgerekend. Hierdoor stond niet van te voren vast wie de wedstrijd uiteindelijk ging winnen. Ook al liepen Jacques van Bremen en Harold van Beek mee.

Zelf had ik niet ingeschreven met een team. Dit had nog een aantal atleten niet gedaan. De meeste atleten daarentegen kwamen zich bij de organisatie met een ludieke teamnaam aanmelden. Oké, een aantal wist van niks, maar toch waren zij in een team ingedeeld.

De hemel was blauw als glas. Een slap briesje zorgde voor een beetje verkoeling, maar op sommige plekken van de baan kwam dat briesje wel over als een vieze warme föhn. In de fel brandende zon behaalde de thermometer een temperatuur van boven de 30 graden. Het was dan ook zweten, puffen en doordauwen.

De eerste wedstrijd ging om 12:00 uur van start. In deze serie liepen junioren, maar ook deelnemers die deze tak van sport normaliter niet beoefenen. En atleten die al langer deze sport beoefenen. Kortom een gemêleerd gezelschap.

Om 12:45 startte de tweede wedstrijd waarin de snellere atleten en atletes uitkwamen. Bij de startstreep was het niet dringen. Welnee, helemaal niet. Er heerste een ontspannen en ongedwongen sfeer. Zelf kon ik geen warming-up doen, want de eerste wedstrijd moest ik jureren. Een stage voor snelwandeljury. Langs de kant van de baan merkte ik het al. Het was bloed en bloed heet. Nou, dat moest wat gaan worden.

Met een bescheiden startpositie ging ik rustig van start. Precies zoals ik me had voorgenomen om niet als een dolle te keer te gaan, want dat zou me later in de wedstrijd wel eens kunnen opbreken. 10 km/p.u. leek me een redelijke snelheid en dan proberen dat vast te houden. De drink- en sponspost was een welkom geschenk en vele atleten maakte daar dankbaar gebruik van.

Wat ik niet wist dat sommige deelnemers voor een lagere afstand hadden gekozen. Na 2½ of 7½ rondje waren die al klaar. Meegaan wanneer er één gaat demarreren is een gok. Tja, ging hij voor de 3000 of 5000 meter. Het was een vraag. Van één collega wist ik het en hem liet ik na zes rondjes wijselijk schieten. Zou ik toch meegaan onder deze omstandigheden dan zou dat mij wel eens fataal kunnen worden. Met een vast ritme, zelf had ik het gevoel dat ik liep als een schildpad in galop, bleef ik m’n rondjes afleggen. Zoals altijd kwam nu ook de eindstreep in zicht en met een tijd van 30:08,6 mocht ik beslist tevreden zijn. Nou ja, tevreden? Jawel, zeker gezien deze omstandigheden en mijn summiere trainingsarbeid van de afgelopen maanden.

Een douche bracht weinig of geen verkoeling en totaal uitgeblust mengde ik me tussen de schare die al een plaatsje in de kantine had gevonden. We kregen een hapje en een drankje van de organisatie. Nou, ze hadden het pico bello voor elkaar. Hulde!

Ja, toen kwam de prijsuitreiking. De omrekening van de eindtijden had plaatsgevonden. De formule die werd gehanteerd luidde als volgt: ‘De werkelijk gelopen tijden werden met behulp van correctie factoren omgerekend naar een prestatie die is te vergelijken met een wedstrijdtijd van een man van 27, op de 5000 meter. Is de afstand anders of de leeftijd of het geslacht van de deelnemer, dan wordt dit gecompenseerd met deze omrekenfactor.’ Even was ik bang dat men was uitgegaan van de schoenmaat, het gewicht en de lengte van de deelnemer en dan de omrekeningsfactor er op los laten. Tja, dan had ik dikke pech.

Enfin, alle teams werden opgenoemd. En men begon bij de laagst geklasseerde. Dit hoefde dus niet de traagste snelwandelaar te zijn. Voor de eerste drie teams had men een prijsje. De meeste deelnemers kenden hun team. Een aantal was in vertwijfeling. Op de derde plaats eindigde het team ‘De Jonkies’. En toen werd mijn naam genoemd. Natuurlijk ontstond er een hard gelach. Ik was trots. Jawel ja, apentrots, dat ik weer voor een jong mens werd aangezien. Dat is weer eens wat anders als dat iemand voor je in de tram gaat opstaan. De tweede plaats werd ingenomen door het team van de Vijftigers. En ‘zien we zo wel’, met Jacques van Bremen, Anoesjka en Colin Versteeg, kwam in aanmerking voor de eerste plek.

 


Pagina 1 van 23