AV '23 Amsterdam

atletiek en hardlopen

Alex Wijsman

Tsaar Peter de Grote tocht.



Met veel belangstelling volg ik de gehele week de weersverwachtingen voor het komend weekend. Eigenlijk meer voor de zaterdag, want dan staat de Tsaar Peter de Grote tocht, een wandeling over 40 km op het wandelprogramma. Vrijdagavond kijk ik naar de rubriek het weer dat direct volgt op de nieuwsberichten. Altijd geniet ik van Erwin Krol, tenminste als hij het programma presenteert. Het maakt niet uit of de vooruitzichten prachtig of miserabel zijn, hij weet de kijker te boeien. Dit keer was het bagger dat hij voorspelde. Vijf minuten later vraag je je af of je morgen gaat lopen. Wel of niet? Nat laten regenen of valt het allemaal toch wel mee? Vervolgens ga ik zappen naar teletekst. Ook daar word je niet vrolijk van. Negentig procent neerslag. Klik, weg teletekst! M’n gezicht staat opeens bezorgd. Dan schakel ik naar teletekst van RTV-NH. Die jongens zijn altijd een stuk realistischer, maar het gebied waarover ze praten is dan ook beduidend kleiner dan het landelijk overzicht. Maar toch! Zestig procent klinkt opeens een stuk vriendelijker en ik heb wel vertrouwen in die cijfers. Toch? Oké, ik ga en heb de wekkerradio ingesteld. Morgenochtend zal die me met muziek doen ontwaken.

Zaterdagmorgen slenter ik met een rugzak, gevuld met schone kleding, een boterhammetje en een flesje frisdrank, over mijn schouders naar station Diemen. Het is nog droog, maar vanuit het westen komen donkere wolken aangedreven. Oef, dat ziet er niet best uit. Enfin, ik ga deelnemen aan een 40 km wandeltocht in Bussum-Zuid. De organisatie is in handen van wandelvereniging WS’78, een club die ik in 1978 met nog twee vrienden toentertijd heb opgericht. Onder andere heb ik twintig jaar lang, in het winterseizoen, het parcours van tien tochten, verdeeld over verschillende delen van ons land, gemarkeerd. Daarna ben ik gewoon deelnemer geworden en als enige medeoprichter nog regelmatig aanwezig. M’n andere twee vrienden zijn op een leeftijd gekomen dat het allemaal niet meer zo gaat. In al die jaren zijn we één keer in België gestart. De plaats Essen, even over de grens nabij het West Brabantse Wouwse Plantage. Tot vandaag heb ik 10.920 km bij deze club op de teller staan. De totaalteller aan wandelkilometers staat voor mij momenteel op 129.432 km en we zijn nog niet versleten.

Als ik het startbureau betreed zijn er al een boel wandelaars aanwezig. Het is er gezellig druk. Ik wacht op mijn wandelvrienden waarmee ik heb afgesproken. Dan maar eerst een kopje koffie. Na een slok kijk ik bedenkelijk. Er volgt een tweede slok. ‘Dat kan beter,’ denk ik bij mezelf. Ook het papieren bekertje maakt dat het bruine vocht er niet lekkerder op smaakt.

Om negen uur wordt het startsein gegeven. Het begint net te regenen. Dus, meteen de regenjas aan. Daarna verdwijnen we de hei op. De paden zijn modderig en de sporen zijn al gauw op onze broekspijpen zichtbaar. Via aardige paden van het Spanderswoud bereiken we de plaats ’s Graveland om direct verder naar Ankeveen te wandelen. Hier krijgen we van de organisatie een bekertje met soep aangereikt. Dat smaakt heerlijk, beter dan de koffie van vanmorgen. Daarna lopen we door het dorp om op een gegeven ogenblik naar rechts een mooi schelpenpad door de Ankeveenseplassen te betreden. Aangezien we ons geheel vooraan bevinden is het heerlijk rustig op de paden. We genieten van de omgeving, maar ook van de vogels die uit volle borst een deuntje zingen. Uiteindelijk komen we in Nederhorst den Berg terecht. Eerst lopen we langs kasteel Nederhorst en daarna over prachtige onverharde paden bij de Spiegelplas om even later de inwendige mens te versterken in de kantine van voetbalvereniging Nederhorst. Ook hier is het geserveerde bakje koffie van een laag niveau. Misschien is de koffieautomaat niet goed afgesteld of met meer water kan je ook meer bekertjes vullen. Jammer! We hebben inmiddels 21½ km afgelegd.

Daarna gaan we op pad voor het tweede gedeelte van onze route. Meteen wandelen we over een onvervalst grasdijkje, kruisen even later een snelweg en wandelen door de Horstermeerpolder. Een smal koeienpad brengt ons uiteindelijk in ‘the middle of nowhere’. Er zijn geen paden meer. We lopen over een lap grond langs een sloot, een prutpad. Veiligheidshalve heb ik dit pad maar omgedoopt in het Hamstringpad. Heb je geen last van je hamstrings, dan krijg je het hier wel. Na verloop van tijd wandelen we weer in de bewoonde omgeving. Weer terug in Ankeveen wandelen we over het Bergse Pad in de richting van Kortenhoef. Ook hier is geen pad te vinden. We doorkruisen het moerasgebied en later de aangrenzende weilanden. De ondergrond is drijf en drijfnat. Gelukkig heb ik mijn gore-tex schoenen aan. Mijn voeten zijn vochtig in plaats van nat. Wat is het verschil? Nou, het verschil is dat ik nu niet in mijn schoenen loop te soppen. Het laatste gedeelte van de route is weer schitterend. Via bospaden van het Spanderswoud lopen we naar de Fransche Kamp. Twee en halve kilometer voor de finish krijgen we een appel van een medewerker toegestopt. Als we het stuk fruit hebben weggewerkt wandelen we het start/finishgebouw weer binnen. Een aardige wandeling is geschiedenis.

 

Rietje Dijkman pakt twee Nederlandse records bij het snelwandelen.


Driemaal is scheepsrecht, een bekend gezegde wanneer men voor de derde keer iets doet. Nou, voor ons betekende dit weer sneeuwruimen. De derde tevens laatste wedstrijd en prestatietocht snelwandelen van onze winterserie stond voor zondag 14 februari 2010 op het programma. Het is me het wintertje wel. De eerste keer werd er door meteoconsult een weeralarm afgegeven. Toen hebben we de wedstrijd en de prestatietocht ingekort. Diverse atleten waren gestrand omdat het Openbaar Vervoer niet of nauwelijks meer reed. De tweede maal werden we ’s morgens vroeg verrast door een flinke laag sneeuw. De wedstrijden en de prestatietocht werden toen op de baan gelopen. Afgelopen zondag werden we weer onaangenaam verrast. Zaterdag zag alles er nog prima uit. We waren verheugd en van diverse atleten hadden we een toezegging ontvangen, dat ze graag aan onze tocht wilde meedoen. Zondagmorgen lag er wederom een laag sneeuw op de baan en op de fietspaden rond de sportvelden in De Meer.

Vanaf half negen werd de oprit naar de atletiekbaan reeds sneeuwvrij gemaakt. Willem van Riemsdijk kwam een kwartier vroeger dan afgesproken op zijn rijwiel, door de sneeuw, aangereden. Hij keek verrast toen hij de oud-voorzitter van De Lat, met een grote bezem, de sneeuw naar de zijkant van het pad zag vegen. ‘We hadden toch om half tien afgesproken en nu ben je al bezig,’ zei hij. ‘Dat is toch niet leuk,’ ging hij verder. De hekken werden geopend en daarna kwam de atletiekbaan aan de beurt. Laan één en twee werd door een aantal vrijwilligers schoongeveegd. Het heeft geholpen, want om half twaalf was de klus geklaard. Inmiddels hadden medewerkers van het groengebied de fietspaden een schoonmaakbeurt gegeven. Er werd hier en daar zout gestrooid en de wedstrijd kon beginnen.

Rond half twaalf deelde Alex Wijsman de atleten mede dat de wegwedstrijd over 5 en 10 km is verplaatst naar de atletiekbaan. De prestatietocht van 30 km kan op de weg, over het bekende rondje van 2½ km, met een passage op de atletiekbaan, gehouden worden. De opkomst was bedroevend, maar de dapperen die toch gekomen waren hadden er veel zin in. Ook de verzorgingsploeg, scheidsrechters, starter en rondetellers waren paraat. Om twaalf uur stonden de deelnemers van de 30 km voor het toegangshek van de baan. De atleten van de 5.000 en 10.000 meter hadden zich inmiddels voor de startstreep opgesteld. Deze scheiding was aangebracht om elkaar niet tot last te zijn.

Na het startschot ging ieder op pad. Marcelino Sobczak nam de leiding en werd gevolgd door Jaap van Broekhoven, Marcel Bunschoten, Ron Timmermans en de overige atleten. Rondje na rondje werd afgelegd. Het werd al gauw zeker dat er geen toptijden op de klok zouden verschijnen. Het was koud, mede door de wind. Ook voor de rondetellers en de scheidsrechters was het geen pretje. Zij stonden hun voeten warm te trappen tijdens hun vrijwilligerswerk. Ron Timmermans was de eerste van de 5.000 meter die de eindstreep bereikte. Hij liet een tijd van 29:42,3 afdrukken. Ad van Oijen volgde zijn voorbeeld na 31:05,6. Rietje Dijkman presteerde heel goed en liep twee Nederlandse records in de categorie V70. Ze pakte het record op de 3.000 meter in 22:16,0 en daarna de 5.000 meter in 37:20,2. Gerrit Tigchelaar liep een clubrecord in de categorie M65. Hij liet een eindtijd van 37:55,3 noteren.

Marcelino Sobczak bleef rondje na rondje de wedstrijd domineren. Hij liep constant, maar na verloop van tijd was er toch een klein verval, die hij later weer wist te corrigeren. Na 51:41,2 passeerde hij de meet. Jaap van Broekhoven had in het laatste deel van de wedstrijd zijn zwager op een rondje weten te zetten. Jaap ging als tweede over de eindstreep en liet een tijd van 55:02,1 noteren. Marcel Bunschoten volgde na 58:05,4. Aad van Leeuwen wist enkele rondjes voor het einde Coert Peeters te verschalken. Het was wel de eerste 10 km wedstrijd voor Coert. Beide heren finishten na respectievelijk 1:06:41,8 en 1:07:17,7. Remke, de partner van onze onfortuinlijke voorzitter, die met een gebroken schouder de wedstrijd langs de zijlijn volgde, draaide ook haar rondjes. Het was echter een training voor haar.
De 30 km wandelaars kwamen na ruim twee kilometer weer terug op de baan voor een rondje over het tartan. Daarna verlieten ze de atletiekbaan weer voor het volgende, en volgende, en volgende rondje. Huib van Broekhoven wist deze krachttoer op zijn naam te schrijven met een eindtijd van 3:15:55. Hij liep keurig en volgens de regels. Marcel Dekker kwam weer eens te laat, maar mocht toch nog starten. Hij liep de 30 km in 3:16:11, maar mag toch eens beter naar de wedstrijdlopers kijken. Misschien helpt dat? Vervolgens kwamen Martien van Achterberg, Wim van Capelle, Ton Breedveld en Jajo Wit aan de finish. (3:37:58, 3:41:47, 3:42:37 en 3:45:24). Peter Levink finishte net boven de vier uur grens. Hij deed dat na 4:03:49. Peter werd gevolgd door Aaf Peters, die een eindtijd van 4:14:44 liet klokken. Fred Westerheijden (80 jaar) werd het laatste rondje vergezeld door zijn vriend Alex Wijsman. Een morele ondersteuning voor hem. Een eindtijd van 4:33:48 was voor hem. 80 jaar, doe het maar!

 

De winter is lang ... ... ...



De koptekst van dit artikel verwijst naar een lange periode van kou, maar ook naar een liedje van vroeger, gezongen door Willeke Alberti. Alleen dat soort muziek trekt mij niet erg aan. Toentertijd hebben we het nummer vaak op de radio gehoord en daarom zit het nog opgeslagen op mijn harde schijf. Nooit heb ik het gewist, maar eigenlijk ben ik de melodie liever kwijt dan rijk. Sha-la-li! Enfin, terug naar de winter. Na een paar dagen van lichte dooi is de vorst weer helemaal terug in ons land. Op dit moment worden er zelfs marathonwedstrijden op natuurijs geschaatst. Maar wel in het noorden van ons land.

Omdat de ondergrond goed beloopbaar is heb ik een afspraak met mijn clubgenoot Jan de Jonge gemaakt. Vaak gaan we samen op pad. We hebben tegenwoordig hetzelfde tempo, tenminste als ik alle zeilen bijzet. Ook zijn onze ideeën omtrent de natuur identiek. Mijn clubgenoot kan alles vertellen omtrent de flora of beter gezegd wat er allemaal groeit en bloeit in ons land. Maar ja, dat was dan ook een deel van zijn vak. Daarnaast vinden wij fotograferen een boeiend onderwerp. Nu kan dat allemaal. We zijn beiden gepensioneerd en beschikken over een redelijke conditie.

Vandaag gaan we een deel van de Stelling van Amsterdam, een voormalig verdedigingslinie om de agressor buiten het gebied te houden, lopen. Dit is een rondwandeling om de hoofdstad, die begint bij het Fort van Edam en eindigt op het eiland Pampus. We hebben de Kustbatterij bij Diemerdam, het Muizenfort en de Westbatterij van Muiden alsmede het Fort aan de Ossenmarkt van Weesp op het programma staan. De totale route bedraagt 135 km en er zijn 45 forten te bezichtigen. Sommige daarvan zijn in gebruik door handelsfirma’s. Zo kan men er een wijnkelder, een museum, een opslagruimte voor geld en edelmetaal en diverse andere bestemmingen aantreffen. Ook zijn er forten die in een abominabele staat verkeren. Als men hier op korte termijn niets aandoet dan is de strijd op behoud gauw verloren. In de lengte van de route is de doorsteek langs de IJsselmeerkust niet meegeteld.

Nadat de machinist de stoptrein langs het perron van station Diemen heeft stilgezet, komt mijn vriend met een ijsmuts op het hoofd, een rugzak over de schouders en wollen handschoenen aan, aangelopen. Na een korte begroeting gaan we op pad. We verlaten Diemen in noordoostelijke richting. Bij het Amsterdam-Rijnkanaal aangekomen nemen we de oprit van de Nesciobrug. De trappen laten we links liggen. Aan de overzijde van het kanaal wandelen we over de Diemerzeedijk. Dit deel heb ik afgelopen zaterdag met mijn collega’s van de ABN-AMRO ook gedaan. Maar nu is er geen mist. We hebben een helder uitzicht op stadsdeel IJburg. En het tempo is hoger. Op de dijk slingeren we over diverse paden, daarbij passeren we het smalle strandje IJburg en de heuvel. Hier hangen hoogspanningsdraden hoog boven ons. Alles ligt er verlaten bij. Het zonnetje doet verwoede pogingen om door het wolkendek te dringen. En … … … jawel het lukt haar.

Aan het eind van de dijk gaat het pad van Amsterdams grondgebied over in dat van Diemen. Hier staat de Kustbatterij van Diemen, op een steenworp afstand van het rustieke haventje. Een vrouw duwt een kruiwagen met hooi voor zich uit. Ze komt zojuist vanaf het verdedigingswerk. Aan de dame vraag ik toestemming om het fort te mogen bekijken en om enkele foto’s te maken. ‘Geen enkel probleem,’ zegt ze en duwt de kruiwagen verder. Een minuut later staan we op de met gras bedekte betonnen muren van het verdedigingswerk. In de bunkers ligt hooi opgeslagen en de muren vertonen veel scheuren. Hier moet iets aan gedaan worden, anders verpaupert de boel heel snel. De fortwachterswoning is fraai en thans in het bezit van Stadsherstel Amsterdam.

Nadat we het gehele terrein geïnspecteerd hebben en de nodige plaatjes hebben geschoten gaan we weer op pad. Onder een viaduct kruisen we de weg naar IJburg en betreden de dijk nabij het PEN-eiland. Hier is tevens een ingang naar de Diemervijfhoek, een beschermd, maar uniek stuk natuurgebied. De paden zijn goed begaanbaar vanwege de vorst in de grond. Toch ligt er hier en daar nog een laagje ijs op het pad. Dan moeten we een beekje over. Dit beekje is ineens ontstaan door het wegstromen van smeltwater. De oversteek gaat Jan een stuk gemakkelijker af dan dat ik het doe. Voorzichtig sta ik met m’n rechterbeen op een aantal takken en probeer dan de overstap te maken naar het droge gebied. Het gaat niet zoals ik het wil. Ik heb helemaal geen zin in natte voeten en zeker niet bij deze lage temperatuur. Oké dan, één, twee, drie in godsnaam en ik spring in de richting van het droge stuk. Een grote tak van een boom hindert enigszins de doorgang. Met droge voeten beland ik aan de andere kant van het beekje. Mooi, het is gelukt. Een pak van m’n hart en we kunnen verder.

Het pad eindigt bij een uitkijkpost. Hier hebben we een prachtig uitzicht op het water met in de verte het eiland Pampus. Het is erg koud en de wind blaast ons fel in het gezicht. Door de wind ontstaat er grondijs en bij een inham naar een schiereiland ligt een brede laag kruiend ijs. IJsschotsen worden omhoog geduwd en schuiven over elkaar. Er ligt een onneembare versperring voor de kust. Een adembenemend panorama. Daarna vervolgen we het natuurpad. Plotseling schiet er een zwarte muis met rode oogjes langs m’n voeten en verdwijnt snel in het struikgewas. Uiteindelijk komt het pad weer bij de dijk van het PEN-eiland. Ter hoogte van het bedrijventerrein MAXIS gaat het asfaltpad onder aan de dijk over in een onvervalst schapenpad over de grasdijk. Dit pad loopt tussen de snelweg A1 en het water van het IJsselmeer. Als de beschutting van de bomen wegvalt snijdt de scherpe wind ons in het gezicht. Het is koud, maar het zonnetje maakt het voor de wandelaar een stuk vriendelijker.

Achter de voormalige kruitfabrieken van Muiden naderen we de stad van wijlen Graaf Floris V. We weten het nog allemaal. 1296 Floris de Vijfde, bijgenaamd der Keerlen God (god van de boeren), door de edelen vermoord. Eerst passeren we de Westbatterij en wandelen over de dijk naar het centrum van de stad. Aan de overzijde van het water staat het kasteel van Floris. Het Muiderslot. Ook bekend van de Muiderkring.

Om de inwendige mens te versterken gaan we bij Restaurant Graaf Floris naar binnen. Het café-restaurant is gezellig ingericht en het is er goed toeven. Zakenlui nuttigen hier hun lunch en dan praat ik niet over de rekening.

Na deze onderbreking gaan we weer verder met onze wandeling, want we bevinden ons amper op de helft van de route. Eerst maken we een rondwandeling door het oude stadje. Het kazernegebouw is ook een markant punt, en een bezoek is beslist de moeite waard. Via de Lange Muiderweg wandelen we naar het volgend stadje aan de Vecht, Weesp. We doen dit over een autoluwe weg langs het kronkelende riviertje. Als we het plaatsnaambord en de fortbrug gepasseerd zijn, staan we voor het Fort aan de Ossenmarkt. Dit bouwwerk is goed onderhouden en bij de ingang staan twee kanonnen die de burger heel wat angst inboezemen. We doorkruisen het Vechtstadje en komen vervolgens uit bij de boogbrug over het Amsterdam-Rijnkanaal.

Aan de andere kant van de vaarweg ligt het dorpje Driemond. Vroeger behoorde de buurtschap tot de gemeente Weesperkarspel, maar thans is het een onderdeel van Amsterdam-Zuidoost. Langs het riviertje de Gaasp keren we terug naar Diemen. Halverwege de Lange Stammerdijk slaan we het Diemerbos in. Over smalle bospaden komen we uiteindelijk op de Muiderstraatweg uit. Nu is het nog een klein eindje naar Diemen. Bij het station van Diemen hebben we de route (33 km) erop zitten. Een deel van het verdedigingswerk is belopen en ik kijk nu al uit naar de volgende etappe.

 

Kuieren over de Diemerzeedijk gaat de mist in

Ik zit achter mijn vurenhouten bureau en heb een parkervulpen stevig tussen mijn duim en wijsvinger geklemd. De eerste regels van een nieuw verslag heb ik al aan het papier toevertrouwd. De secondewijzer van het bureauklokje tikt eentonig in de stille ruimte. Met een vaste regelmaat draait het zilverkleurig wijzertje rond tot in de oneindigheid. Nou ja, niet helemaal. In ieder geval zolang totdat de batterijen van het uurwerk leeg zijn. Maar dat kan wel heel lang duren. Regendruppels tikken tegen het venster. Het is hondenweer. Toch is er een positieve kant aan al die nattigheid. De sneeuw en het ijs smelten zienderogen. Nog even en de paden en wegen zijn weer schoon. Een aantal meeuwen vliegt driftig heen en weer. Dansend op de thermiek en zoekend naar een brokje voedsel.

Gisteren heb ik m’n traditionele rondje via Driemond en door het centrum van de rustieke stadjes Weesp en Muiden gedraaid. Soms was het oppassen voor verraderlijk gladde plekken. M’n snelheid was aardig. Niet te hard, maar zeker niet te langzaam. Althans dat maakte ik op uit de opmerkingen van sommige mensen. Neen, geen nare opmerkingen hoor! Het commentaar was meer aanmoedigend en positief prikkelend bedoeld. In Weesp heb ik mezelf verwend met een kopje koffie en een heerlijke Luikse wafel. Even genieten en de onderdanen laten rusten. Later op de dag werd ook het natuurgebied Diemerbos aangedaan. Gebaggerd door de sneeuw. Gewandeld over de loipe gemaakt door langlaufers. Heerlijk alleen. Geen mens was er in de directe omgeving te bekennen. Af en toe werd ik getrakteerd op een fikse sneeuwbui. Tevreden keerde ik huiswaarts en m’n natte schoenen kregen een oude krant als onderlegger.

Zaterdagmorgen staat er een wandeling vanuit Diemen, over een afstand van een halve marathon, op het programma. Lekker dichtbij huis. De start vindt plaats vanuit Verenigingsgebouw ‘De Schakel’ aan de Burg. Bickerstraat. De organisatie is in handen van de Personeelsvereniging van de ABN AMRO. De meeste deelnemers zijn werknemers en gepensioneerden van het bedrijf. Niet de zakkenvullers, die komen niet opdraven. Neen, die vinden duursport oninteressant. Er is namelijk geen rooie duit mee te verdienen. Wat je kan oplopen is pijnlijke voeten, meer niet! Ook zijn vrienden en bekenden van de bankmedewerkers welkom. Sinds drie dagen behoor ik tot de categorie gepensioneerden van het bedrijf. Hierbij sta ik wel op de onderste sport van de ladder. Een plaats waar ik wel een hele poos wil blijven staan.

Rond 09:00 uur arriveren de eerste wandelaars in het dorpshuis. De meeste daarvan zijn voor mij onbekend. Maar ach, je kan natuurlijk niet al je collega’s kennen, nietwaar? Vlak voor de start zijn er ongeveer 60 deelnemers aanwezig. Als iedereen een kopje koffie of thee heeft gekregen wordt de groep gesplitst. Een deel gaat beginnen aan de lange wandeling van ruim 21 km en de rest is geïnteresseerd in het locale ommetje dat bestaat uit twee tochten van amper 5 km. Als gids ga ik met de langere afstand mee en kan onderweg diverse wetenswaardigheden over de omgeving vertellen. Dat maakt de wandeling voor velen een stukje aantrekkelijker.

Om 10:30 uur verlaten we het pand en gaan op weg in de richting van het onverharde pad langs de spoorbaan, dat beter bekend staat als het AJAX-pad. Vroeger werden hier supporters van uitspelende voetbalverenigingen, door de Mobiele Eenheid naar het stadion De Meer begeleid. Een lange stoet wandelaars heeft nu hun plaats ingenomen. Ik voel me een begeleider van weleer, maar dan toch anders. De laaghangende mist heeft het uitzicht voor de mens tot het minimum beperkt. Nou en dat is klein hoor. We hebben hoop dat de nevel snel zal optrekken en dat we kunnen genieten van een heerlijk winterzonnetje. Ach, hoop doet leven, nietwaar?

Over de Velibor Vasovicbrug kruisen we de A10 Ringweg Oost en even later passeren we verschillende voetbalvelden en de atletiekbaan van AV’23. Ter hoogte van de Kruislaan sjokken we onder het gloednieuwe station Amsterdam-Science Park door, om tenslotte onze weg op de Oosterringdijk te vervolgen. De Nesciobrug lijkt van de aardbodem verdwenen. Op het water van het Amsterdam-Rijnkanaal hangt een dichte sluier van mist. Je ziet als het ware geen hand voor ogen. Ongeveer twintig meter voor de opgang van de brug ontwaren we dan toch de oeververbinding. De scheepvaart op het kanaal is in volle gang. Diverse vrachtschepen zijn op weg naar hun plaats van bestemming. Je hoort de motoren ronken. Prachtig toch!

Via de Diemerzeedijk wandelen we in de richting van de Energiecentrale. We hoopten op een prachtig uitzicht op stadsdeel Amsterdam-IJburg en de brug met de twee bogen, die in de volksmond de ‘beha’ wordt genoemd. Maar ja, je kan niet alles hebben. We blijven ons in een zeer beperkte wereld voortbewegen. Het heeft wel iets. Wat, weet ik niet, maar toch!

Om het de wandelaar ietsjes moeilijker te maken lopen we over de enige heuvel die de vroegere gifbelt rijk is. Er mag hier beslist niet gegraven worden, viervoeters moeten aan de lijn, omdat de dioxines zich nu goed ingepakt onder de grond bevinden. De controle op deze giftige organische verbindingen is heel streng. En dat is maar goed ook. Aan onze rechterzijde passeren we een rustiek haventje. De botenstalling is overvol. Logisch in dit jaargetijde. Het onverharde pad achter de Nuon-centrale is al weer enige jaren geasfalteerd en voor de fietser en wandelaar gemakkelijk begaanbaar. Plotseling staan we tegenover een bedrijventerrein. Verschillende ondernemingen hebben hier een vestiging. Zo ook Burger King, waar wij een kopje koffie drinken en de voeten even rust gunnen.

Na verloop van tijd gaan we gelaafd op pad. De inwendige mens is versterkt en iedereen heeft er weer zin in. Het lijkt er op dat we nu iets meer zicht hebben. De renovatie aan de Muiderbrug is bijna afgerond en er is ook een aparte brug voor fietsers en voetgangers aangelegd. Wij volgen het smalle pad langs de vaarweg en zetten koers naar de Muiderspoorbrug. Nabij het water is het uitzicht weer beperkt. Een eenzame visser heeft z’n hengel uitgegooid en wacht, en wacht, en wacht. Waarschijnlijk is het uitzicht voor de vissen ook beperkt. Ze willen niet bijten. Misschien zien ze de dobber en het stukje aas niet. Wie weet! Naast de spoorbrug is een pad voor de langzamere weggebruiker aangelegd. Via deze overbrugging komen we aan de overzijde van het water.

Daar is een ingang naar het Diemerbos. Een prachtig, redelijk jong natuurgebied. In dit bos leeft de ringslang, een albino reiger, de uil, het ijsvogeltje, de reebok en vele andere dieren. Dit gedeelte van het parcours is voor mij het ideale wandelgebied. De asfaltpaden laten we links liggen en we ploeteren over onverharde paden. We trotseren de modder en de smurrie van de gesmolten sneeuw. Van menigeen zijn de broekspijpen behoorlijk smerig, maar daar heeft een echte wandelaar maling aan. De wasmachine is daar weer goed voor.

Juist voorbij een hoogspanningsmast naderen we de A9. Deze snelweg deelt het bos in tweeën. Onder een viaduct bereiken we het volgend deel van het bos. Onlangs heeft natuurbeheer het Diemerbos een flinke opknapbeurt gegeven en de bospaden zijn nu beter beloopbaar. Voordat men er erg in heeft staan we op een groot parkeerterrein aan de Muiderstraatweg. Het parkeerterrein behoorde vroeger toe aan de snelweg van Amsterdam naar Amersfoort. Tegenover het industriegebied De Sniep verlaten we de Muiderstraatweg en wandelen over een onverhard pad van het PEN-bos en later langs het brede water van De Diem. Over een lange smalle voetbrug kruisen we de waterweg. De meerkoeten en eenden zwemmen gebroederlijk door elkaar.

Het pad is hier bijna onbegaanbaar vanwege smeltwater. Er staat een laagje water van ongeveer 5 centimeter op het pad. Ik ben aan het weifelen. Kan ik dit mijn collega’s eigenlijk wel aandoen. Of zal ik terugkeren om een ander pad te bewandelen. Als er geen aberratie verzwegen wordt, ga ik door en op m’n hakken doorkruis ik het water. Je kan je afvragen is dit nog wel leuk? Ja hoor, dit is echt leuk. Een doorgewinterde wandelaar mag hier namelijk beslist geen problemen mee hebben, maar toch hoor ik enig gemor in de groep. De spoorbaan bevindt zich op een steenworp afstand van ons. Het slecht begaanbare pad gaat over in een prachtig slingerend dijkje waarop zich een smal schelpenpad bevindt.

Aan het eind van het pad zien we aan onze linkerzijde de ijsbaan van Diemen. Het complex ligt er nu triest en verlaten bij. Bij een paar nachten van matige of strenge vorst kan het daar opeens een drukte van betekenis zijn. De schaatsen worden dan ondergebonden en Nederland is opeens actief. We vervolgen ons pad. Dan zijn we bijna aan het eind van de wandeling gekomen. Het lopen door duffe straten met rijen huizen en diverse flatgebouwen is verre van aantrekkelijk. Dus wordt er nog een ommetje gemaakt via de trimbaan, een pad langs een sloot en de eerder genoemde spoorbaan. Ter hoogte van NS-station Diemen is het eindpunt van de wandeling bereikt en we lopen langzaam terug naar Verenigingsgebouw ‘De Schakel’ in de Burg. Bickerstraat. Daar zijn de wandelaars van de korte route al lang binnen en opgefrist. De geur van warm eten komt ons tegemoet.

Het verzorgingsteam heeft een heerlijke boerenkoolmaaltijd klaargemaakt. Maar eerst een aperitiefje. Dat hebben we wel verdiend. Er wordt teruggeblikt op een mooie wandeldag. Men is tevreden. Sommige wandelaars praten liever over bankzaken of andere interessante onderwerpen. Deze jong gepensioneerde heeft daarentegen andere ideeën. Smakelijk eten.

 

 


Pagina 1 van 20