Zeljko Obrenovic: favoriete afstand de 10 km
door Dirk Visser
01 juli 2008
“Ik had nooit de tijden verwacht die ik nu loop”
 Zeljko Obrenovic (32) verbaast met zijn tijden op de 10 km niet alleen zijn trainer Jan Mens en de andere lopers uit zijn groep, maar vooral zichzelf. “Dit jaar heb ik elke keer de 10 km onder de 36 minuten gelopen; mijn beste tijd is 35 minuten en 28 seconden. Dat is 2,5 tot 3 minuten sneller dan vorig jaar. Ik maak nog steeds progressie.” Dat bleek dit voorjaar ook tijdens de Nescioloop. Zeljko deed vorig jaar 1.02.14 over de 15 km. Toen was het weliswaar de warmste aprildag sinds vele jaren. Dit jaar, onder bijna ideale omstandigheden, liep hij 6 minuten en 41 seconden sneller. “Dat was heel mooi.” Toch staat Zeljko bekend om zijn bescheidenheid. Het verhaal gaat – maar pas op, het wordt door Jan Mens verspreid – dat hij tijdens een cross in Spaarndam vóór Kees Elsinga kon eindigen maar zich vlak voor de streep inhield. Zeljko wilde niet riskeren dat Kees hem niet mee terug naar Amsterdam wilde nemen. “Dat is een mythe”, zegt hijzelf. “Het was niet eens de laatste keer dat Kees voor mij eindigde. Bij de Beeckesteijn Cross was hij zo'n 30 seconden sneller! Kees, van wie ik veel leer, is nog steeds heel goed aan het lopen, hoor.” Zeljko, die vanaf 1 januari 2006 in Nederland woont, liep daarvoor hooguit een jaar in zijn woonplaats Belgrado. “Ik was altijd al actief: dansen, fietsen, maar nooit te serieus. Ik heb één keer meegedaan aan een halve marathon in Belgrado. Dat werd iets binnen de 2 uur. Ik weet het niet meer precies. Dat was mijn motivatie om met trainingen te beginnen. Sindsdien loop ik meestal kortere afstanden. Ik vond lopen leuk. Daarom wilde ik in een stad met een atletiekclub wonen, toen ik begin 2006 in Nederland een baan kreeg. Via internet heb ik AV '23 gevonden. Dat kwam wel goed uit. Ik woonde toen in Diemen en m'n werk was bij het Centrum voor Wiskunde en Informatica (CWI) aan de Kruislaan. Vanaf de baan was ik in vijf minuten op m'n werk en in vijf minuten in Diemen. Een week na aankomst in Nederland ben ik met trainen begonnen. Jan Mens zocht mensen met Olympische kwaliteiten, hoorde ik. Dus ik ging eerst naar een recreantengroep. Daar was ik te snel voor. Toen ben ik naar de groep van Jan Mens overgestapt. Bijna elke maand voel ik dat ik nog steeds progressie maak. Ik ben ook stabieler geworden. Vorig jaar schommelden m'n 10 km-tijden nog veel. Dat is nu voorbij. Nu blijf ik altijd onder de 36 minuten. Ik train vier keer per week; twee keer bij AV '23 en twee keer alleen of met Jacobine, waarbij ik in het weekeinde een lange duurloop doe. Sinds maart woon ik in Park de Meer, de nieuwe wijk tussen de Middenweg en onze atletiekbaan. Dat is helemaal ideaal. Bovendien trouw ik deze zomer met Jacobine, een Nederlandse. We hebben elkaar in de dansschool leren kennen. Zaterdags lopen we samen; ze is een goede loper. Ik ben niet zo ambitieus dat ik kampioen wil worden, maar ik wil wel het maximale eruit halen en records breken. Overigens is voor mij het sociale aspect bij AV '23 voor mij ministens zo belangrijk als de training. Ik kende niemand in Amsterdam, ik wilde mensen ontmoeten en Nederlands leren. Op mijn werk praat ik alleen maar Engels. In Belgrado ben ik al begonnen met het leren van Nederlands. Vanaf de eerste dag dat ik Jacobine ken, praat ik Nederlands met haar. De boeken over Jip en Janneke zijn mijn favoriete Nederlandse literatuur. En uiteraard Pluk van de Petteflet. Ik heb bijna alles van Annie M.G. Schmidt en veel van Thea Beckmann gelezen. Ik lees en praat veel in het Nederlands, maar ik schrijf het nog niet goed. Mijn achtergrond bestaat uit drie landen: Kroatië, Bosnië en Servië. Kortom, ik ben wat vroeger een Joegoslaaf werd genoemd. We hebben lang in Kroatië gewoond, maar zijn in 1995 naar Servië verhuisd. Nu heb ik de Servische nationaliteit. Kroaten, Bosniërs en Serviërs spreken in de praktijk dezelfde taal. Ik kom uit een dorp. Uit onze familie zijn maar weinig naar de universiteit gegaan. In Belgrado heb ik informatica gestudeerd en ben ik in 2004 gepromoveerd. Begin 2006 kreeg ik een baan bij het CWI, een onafhankelijk instituut dat nauw met UvA en VU samenwerkt. Daar deed ik onderzoek naar de interactie tussen mensen en computers, maar ik ben ook gastdocent aan de VU. Vanaf augustus heb ik een nieuwe baan als universitair docent aan de Technische Universiteit Eindhoven. (Ter geruststelling: ik blijf wel in Amsterdam wonen.) In Eindhoven zal ik verder onderzoek doen naar alternatieve manieren van interactie tussen mensen en computers. Daar zal ik ook onderwijs geven. Een groot deel van de studenten in ons vak komt uit het buitenland. Om die reden zal ik in het Engels college geven, zoals ik ook aan de VU doe. Engels is heel belangrijk in de wetenschap, bij Informatica zelfs dominant. Mijn hobbies: naast atletiek zijn dat dansen en tekenen, wat ik ook in Belgrado al deed. In Belgrado kun je ook goed uitgaan. Het is een heel leuke stad. Op cultuurgebied is er veel te beleven, maar activiteiten zoals atletiek zijn minder populair dan hier. De laatste jaren wordt Belgrado meer een open stad. De wereld komt zogezegd naar Belgrado. Of ik heimwee naar die stad heb? In principe ben ik gefocused op de plaats waar ik ben. Het probleem voor mij was dat ik me in Servië niet verder kon ontwikkelen. Ik kon er wel hoogleraar worden, maar er is weinig geld voor onderzoek. Dan stopt de ontwikkeling. Het CWI gaf me de kans om verder te gaan. Internationale contacten zijn heel belangrijk. Je moet daar zijn waar het gebeurt. Meer over Zeljko's wetenschappelijke activiteiten op zijn homepage bij het CWI.
Interview technische groep
door Dirk Visser
26 juni 2008
Onze toppers oftewel een ode aan Els Deze Driehoek-medewerker, niet de meest deskundige, stelde enkele leden van de technische groep van Els van Noorduyn de volgende vragen. Aan het gesprek in het krachthonk deden mee Esther van der Lycke, Myrthe de Ranitz, Merel Goossens, Dennis Weijens, Theo Danes, Bram Teunisse, Joram Knigge, Maikel Hogendorp en Sander Stok. - Vanaf wanneer doe je al aan atletiek? Dennis: Vanaf m'n 8e wilde ik atletieken. Esther: Ik was zes. Na het zwemmen wilde ik wat anders. Merel: Ik was ook zes. Ik won altijd van mijn vriendjes. Na wat omzwervingen ben ik bij AV '23 terecht gekomen. Myrthe: Ik was 22, 23. Ik zat op hockey maar kreeg last van de kruisbanden. Ik wilde een sport zonder lichamelijke aanraking.
Theo: Ik ben samen met Sander gekomen toen ik zes was. De vader van een vriendje was hier toen voorzitter. Dat vriendje is al lang niet meer lid, maar wij zijn al zo'n 18, 19 jaar lid. Bram: Ik zat eerst op voetbal. Vanaf m'n 15e doe ik aan atletiek. Sander: Dit wordt mijn 19e jaar bij AV '23. Ik heb alle onderdelen gedaan. Bij de junioren C ben ik begonnen met werpen. Ik was toen al groot en lang. Eerst trainde ik bij Michael Weber, driemaal per week. Vanaf 2000 bij Els, eerst viermaal per week, nu 12 keer per week. - Wat is het bijzondere van AV '23? Esther: Els. Merel: Bij AV '23 hebben de atleten een hechte band. 't Is hier haast een familiesfeer. Theo: Veel mensen ken ik al sinds ik hier ben begonnen. De hele club voelt als iets van jou. Merel: De betrokkenheid met wat anderen doen. Joram: Je kunt je aan elkaar optrekken. Myrthe: Het voelt hier beter dan bij andere clubs. - Wat is het bijzondere van Els? Merel: Zij voelt zich betrokken bij iedereen in haar groep. Je bent altijd zeker van haar aandacht. Theo: Ik heb ook wel eens bij andere verenigingen getraind. Daar hadden ze voor elk onderdeel een andere trainer. Els doet alles en dat is ontzettend knap. Als ze aangescherpt moet worden op een onderdeel, haalt ze kennis bij andere coaches, en dan het liefst topcoaches uit het buitenland met dezelfde mentaliteit. Myrthe: Zij is betrokken. Zij wil ook weten: Hoe zit de mens in elkaar? Zij beleeft sport anders. Ze laat ons andere dingen doen. Els kan voor iedereen een goed schema maken. Zij levert maatwerk. Theo: Zij heeft veel kennis van trainingsschema's. We worden getest bij inspanningsfysioloog Henk-Jan Zwolle. Dan wordt bekeken of je vooruit bent gegaan, of jouw schema goed is en of je op de juiste manier hebt getraind. Iedereen krijgt binnen het algemene schema een eigen schema. Myrthe: Het lijkt wel of zij overal ogen heeft. Er ontgaat haar niets. Theo: En met spel en veel variatie in de oefenstof zorgt ze ervoor dat we altijd getriggerd blijven.
Sander: Bij Els ga ik enorm vooruit. Vorig jaar heeft mijn PR een 'sprong' gemaakt van acht meter tot 50.68 m. Dit jaar hoop ik 60 m te werpen. Ik hoop dat ik bij het NK een medaille behaal. Een van de bijzondere dingen van Els is dat zij waakt voor blessures bij haar atleten. Er zijn enkele atleten bij onze club weggegaan. Binnen een half jaar waren ze helemaal kapot getraind. Els heeft oog voor de lange termijn. - Wat is het leuke van atletiek? Joram: De veelzijdigheid. Esther: Om er beter van te worden. Theo: De groep is heel leuk. We hebben heel veel lol. Daar krijg je als atleet automatisch energie van. Zo is atletiek voor mij een individuele sport en teamsport tegelijk. Maikel: Als we bij een andere vereniging zijn, doen we het inlopen ook altijd met muziek. Dan vragen ze ons: Oh, gaat dat altijd zo? - Voor ons is dat heel normaal.
Interview Esther van der Lijcke
door Dirk Visser
26 juni 2008
Nederlands kampioene Indoor hoogspringen Esther van der Lijcke: “Ik vind 1 meter 80 niet echt hoog”
Amsterdam – Esther van der Lijcke werd kortgeleden in Gent met een sprong van 1.79 m Nederlands kampioene Indoor hoogspringen bij de senioren, hoewel ze nog maar 18 jaar is. Zelf is ze niet echt onder de indruk van haar PR van 1.80 m, een hoogte die ze eerder dit jaar tweemaal had gehaald. “Ik vind 1 meter 80 niet echt hoog”, zegt ze, zonder zich gewild bescheiden voor te doen. “In de zomer wil ik nog es laten zien wat ik echt kan.”
In Gent -- Nederland heeft nog steeds geen 200 m lange indoorbaan – zeilde Esther op 16 februari bij de tweede poging over 1.79 m. Haar directe concurrente, Marije Langen uit Assen, bleef op 1.76 steken. In januari had Esther tweemaal 1.80 gesprongen. Els had geëist dat ze tweemaal de limiet van 1.80 m voor het WK Junioren in de Poolse stad Bydgoscz zou halen. Als eerste Nederlandse atlete plaatste Esther zich hiervoor. “Ik ben er vroeg bij” is het droge commentaar van Esther. Het is de eerste keer dat ze aan het Junioren-WK zal meedoen. “Daar werken we voor.” Ze denkt op het WK 1.85 of 1.86 m te halen. “Daar ben ik wel van overtuigd, ja. Ik moet het alleen nog wel doen.” Of er meer Nederlandse meisjes naar Bydgoszcz gaan? “Ze moeten hun best maar doen. Een paar jonge meisjes zijn niet ver van de limiet af.” “Met 1.77 m zat ik er al dicht bij, maar ik haalde de limiet (1.80 m) eerst in Duitsland en toen in Engeland. Inderdaad, twee keer in het buitenland. Daar heerst een andere sfeer, waardoor je meer inspiratie krijgt. In Nederland is het een beetje saai.” Esther is niet de enige die dit heeft ervaren. Van de 20 Nederlandse records voor vrouwen (vermeld in het programmaboekje van het NK 2007) zijn er niet minder dan 15 in het buitenland gehaald.
“Vanaf m'n zesde zit ik op atletiek. Ik heb alles altijd gedaan. Vanaf de D-tjes specialiseer ik me op hoogspringen. Af en toe doe ik es een meerkamp, maar meer als training. Verder loop ik de 400 meter en de 100 meter horden.
Deze winter ben ik heel anders gaan trainen. Eindelijk ben ik een keer serieus geworden. Het is het eerste jaar dat dit een beetje lukt. Ik hou van geintjes. Dat hoort volgens Els bij mij. Maar nu doe ik wat er van mij wordt gevraagd. Misschien komt dat omdat ik een beetje ouder ben geworden. Ik weet nu wat ik nodig heb om goed te presteren.
INTERMEZZO
Terwijl ik het interview met Esther van der Lijcke aan het uitwerken ben, komt het bericht binnen dat Jan Ludeker is overleden. Van zijn hand verscheen bij het 75-jarig jubileum de geschiedschrijving van AV '23 Driekwart Eeuw Sintels. Kroniek van een Amsterdamse Arletiekvereniging en vijf jaar later Een Lustrum Kunststof. Kroniek van de Athletische Vereeniging “1923”, 1999-2003. Al bladerend in deze boekwerkjes zie ik in het tweede een foto van van de 13-jarige Esther. Ik citeer wat Ludeker schreef: Tijdens de clubkampioenschappen op 29 september [2002] springt de 13-jarige Esther van der Lijcke 1.66 hoog! Hiermee verbetert zij niet alleen het clubrecord van haar eigen junioren D-categorie, maar zelfs dat van de senioren vrouwen. Met deze uitzonderlijke, veelbelovende prestatie zou Esther, als zij zo doorgaat, nationaal en zelfs internationaal wel eens een hele grote kunnen worden.
|
Of ik ooit aan de Olympische spelen zal meedoen? Dat is moeilijk te zeggen. [De limiet is 1.95 m.] Maar boven de 2 meter zou ik heel graag willen. Maar ik ben niet zo met doelen bezig. Ik kijk hoe het gaat. Ik heb plezier in het atletieken. Bezig zijn vind ik leuk. Sport hoort bij mij. Ik doe overigens niet allen aan sport, ik doe ook andere dingen. Uitgaan vind ik leuk, maar dan voor een avondje. Ik kan wel uitgaan, maar dan met mate. Soms wordt mij gevraagd: Hoe kun je het opbrengen, zeven, achtmaal per week trainen? - Het hoort erbij. Ik train al zo lang. Het is niets voor mij om niet te trainen. De voeding heb je zelf in de hand. Als er te veel vet aan zit, valt het Els wel op. Ik ben wel stevig gebouwd. Als dat spieren zijn, is het een voordeel. Als het maar geen vet is. In de zomer ga ik altijd minder eten. Met dat gewicht komt het wel goed. Het is leuk als je met een leuke ploeg traint, maar het is een individuele sport. Je doet het voor jezelf. Dat ik sinds lange tijd de eerste van AV '23 ben die bij de senioren Nederlands kampioen is geworden, dat is iets waar ik niet zo mee bezig ben."
|
Het Nederlands record hoogspringen staat op 1.88 m. Outdoor heeft Mieke van Doorn dat in 1975 (!) gesprongen. Indoor, ook 1.88m, is het gehaald door Mirjam van Laar, Monique van der Weide, Ella Wijnants en Karin Ruckstuhl. De limiet voor het WK senioren vorig jaar september in Osaka was 1.92 m en voor de Olympische Spelen deze zomer in Tibet, pardon Beijing 1.95 m. Het wereldrecord staat met 2.09 m op naam van de Bulgaarse Stefka Krostadinova, die dit vorige zomer in Rome sprong.
|
Aanloop, stap en landing moeten beter
foto’s: Mart Bevelander
Brenda Baar met 19 jaar al Nederlands kampioen hink-stap-sprong
|
Brenda Baar, toen 19 jaar, werd op 1 juli 2007 Nederlands kampioen hink-stap-sprong met een persoonlijk record van 12,72 meter. Haar p.r. stond op dat moment op 12,43 m, op 10 juni gesprongen tijdens de Gouden Spike in Leiden. Zij was tijdens het NK nog atlete van GAC uit Hilversum, maar ze trainde al enkele weken bij AV'23 bij Els van Noorduyn, aldus Kees Elsinga in zijn verslag van het NK op de AV'23-website. Inmiddels is Brenda een top-atlete van onze vereniging.

|
“Janneke Hulshof en Brenda Baar zijn aan elkaar gewaagd op de driesprong”, stond te lezen op de KNAU-website bij de voorbeschouwing op het NK Atletiek in het Olympisch Stadion. Janneke Hulshof (Phanos, tien jaar ouder dan Brenda) had een p.r. van 12,48 op haar naam. Maar op die stralende zondag was zij niet gewaagd aan haar jongere concurrente uit Hilversum. “Met 12,76 m was Brenda met afstand de beste”, aldus Kees Elsinga.
“Ik verbeterde mijzelf”
“Zij viel wat tegen; ik verbeterde mezelf”, zegt Brenda in een interview voor de Driehoek. Hulshof bleef steken op 12,33 m. Brenda verbeterde haar p.r. met bijna 30 cm. Kun je pieken op een kampioenschap? “Meestal wel, tenminste ik kan het wel”, zegt ze met een bescheiden blik. “Ik leef er erg naar toe en hoop dat het goed gaat. Maar dan moet het nog wel gebeuren. Het helpt als je er veel aan denkt.”
Welk doel heeft Brenda zichzelf voor 2008 gesteld?
“Het zou heel stoer zijn als ik het Nederlands record zou verbeteren.” Dat staat sinds 1998 met 12,97 m op naam van Yvonne de Vreede (Haag Atletiek). Dat is wat ik minimaal wil bereiken. Ik zal er veel voor moeten trainen.” Of dat volgend jaar allemaal gaat lukken, is ook om een andere reden nog onzeker. Brenda is derdejaars HBO-V'ster, de opleiding voor verpleegkundige. Vanaf februari is zij gedurende een half jaar vier dagen per week stagiaire in het AMC. Op die dagen is ze daar dan fulltime mee bezig. Zij vreest dat ze dan 's morgens om half zeven de deur uit moet. Hoe fit ze dan op het eind van de dag is om nog te trainen, is de vraag. “Misschien is er wat te regelen”, zegt ze hoopvol. Een vergelijking met de topsporters in het leger, die veel faciliteiten krijgen, wil ze niet maken. “Die militairen hebben een status.”
Jij dan niet? Je bent toch Nederlands kampioene? “Dan heb je nog geen status. Die krijg je pas als je naar een WK gaat.”
Verspringen past er goed bij
“Ik kan me nog op veel onderdelen verbeteren. De aanloop moet beter, de stap en de landing ook. Behalve hink-stap-sprong doe ik ook verspringen. Die passen heel goed samen. Internationaal zie je dat wel, in Nederland doet bijna niemand dat. Dat hangt er ook mee samen dat op een NK eerst ver en dan hink-stap-sprong komt. Ik ben beter in hink-stap-sprong, dan doe ik niet mee met verspringen. Dat is te vermoeiend. Het NK Indoor is altijd op één dag, het NK Outdoor op twee dagen. Afgelopen zomer werd op het NK in het Olympisch Stadion het verspringen op zaterdag en de hink-stap-sprong op zondag gehouden. Daar kon ik aan beide onderdelen meedoen.”
Bij het verspringen werd ze vijfde met 5.76 m, één centimeter minder dan haar p.r.. Brenda traint zeven dagen per week. ‘s Zondags op Hollandsche Rading, vlakbij haar woonplaats Hilversum. Maandag doet ze een herstelloopje. Woensdag twee uur krachttraining bij haar oude club GAC. En verder is ze bij AV'23 te vinden. Al met al zo'n vijftien uur per week.
“Ik train ook meerkamp. Daar haal ik de brede basis vandaan. Verder doe ik algemene sprongtraining en lopen. De aanloop is heel belangrijk.” Vijf jaar geleden had GAC iemand nodig die voor de competitie hink-stapsprong wilde doen. “Dat vond ik wel leuk. Ik had het eenmaal op training gedaan. In die tijd sprong ik zo'n 8 meter. Veel mensen doen hink-stap-sprong alleen voor de competitie en laten die discipline verder liggen.”
Overstap naar AV’23
Over de overstap van GAC naar AV '23 wil ze niet veel kwijt. Tijdens het NK afgelopen zomer was die stap al in kannen en kruiken, maar je kunt niet halverwege het seizoen van club verwisselen.
“Ik ben daar goed weggegaan. Vanaf m'n achtste was ik er lid. Nog steeds kom ik er voor krachttraining. Dat zegt genoeg.”
Waarom voor AV '23 gekozen? “Specifiek voor Els.” Ze voegt eraan toe: “Het gaat goed in de groep. Met zijn allen zijn we hard aan het trainen.”
Een doelstelling op lange termijn? “De Olympische Spelen zou geweldig zijn, maar ik denk niet dat ik dat haal. Wel wil ik aan meer interlands en Europese wedstrijden meedoen. Dat lijkt me leuk. Ik heb eind juli in Heusden (België) meegedaan aan de Nacht van de Atletiek. De andere vijf deelneemsters bij hinkstap-sprong waren afkomstig uit de Oekraïne (2), Tsjechië, Verenigde Staten en België.”
Tenslotte, naar blijkt, een domme vraag. Heb je er al eens over gedacht op welk punt in je carrière je wilt stoppen? “Nee. Ik ben pas 20. Voorlopig ga ik nog wel door.”
De persoonlijke records van Brenda
* Zevenkamp – 4934 (2007)
* 100 m – 12,61 (2006)
* 200 m – 25,61 (2006)
* 400 m – 57,78 (2006)
* 800 m – 2.26,39 (2007)
* 100 m horden – 15,17 (2007)
* verspringen – 5,82 m (2006)
* hink-stap-springen – 12,72 m (2007)
* hoogspringen – 1,66 m (2006)
* kogelstoten – 10,90 m (2007)
* speerwerpen – 27,57 m (2007)
* polsstokhoogspringen – 3,25 m (2004)
Op zes van de twaalf disciplines verbeterde Brenda haar p.r. in 2007.
Hink-stap-springen, ook wel de driesprong genoemd
Deze term beschrijft de verschillende acties die een atleet achter elkaar moet verrichten. Na een aanloop en de afzet moet de atleet allereerst op dezelfde voet als waarmee hij/zij afgezet heeft landen (hinksprong). Hierna maakt de atleet een stap, waarmee hij/zij juist op de andere voet terecht moet komen. Tenslotte maakt de atleet een sprong, vergelijkbaar met het verspringen, om terecht te komen in een zandbak. De aanloopbaan is minstens 40 meter lang, de afstand van de afzetbalk tot de zandbak is minimaal 11 meter voor vrouwen lang en de zandbak is 10 meter lang.
Het hink-stap-springen is een technisch moeilijk onderdeel. Er moet een optimale verhouding gevonden worden in de grootte van de hink, de stap en de sprong. Als de atleet de hink te groot maakt, wordt de landing van de hink zeer zwaar, wat tot snelheidsverlies leidt en waardoor niet goed voor de stap afgezet kan worden. Omdat drie keer afgezet wordt moet snelheidsverlies zoveel mogelijk beperkt worden. Een vuistregel voor de verhouding van hink, stap en sprong is 35-30-35 procent van de totaalafstand. Denkt iemand winst te boeken door de hink 10 cm langer te maken, dan leidt dat voor het totaal veelal tot 10-20 cm verlies. Hink-stap-springen is een zwaar onderdeel, want knieen en enkelgewrichten krijgen grote krachten te verwerken. De kans op blessures is groter wanneer niet met de juiste techniek gesprongen wordt.
De hink-stap-sprong stond al bij de eerste Olympische Spelen van Athene in 1896 op het programma: de winnaar James Connolly was zelfs de eerste Olympisch kampioen in de moderne geschiedenis. Sinds 1996 staat de hink-stap-sprong voor vrouwen op het programma, nadat het al eerder was opgenomen in het programma voor de WK van 1993.
|
|
|