AV 1923

Mijn Waterloo ligt in Diemen.

 

Slechts negen uur voordat de Kennedymars van Hilversum van start gaat lig ik op de behandeltafel bij mijn fysiotherapeut. Een helse pijn in mijn heup is daar de oorzaak van. Een pijn die drie dagen geleden is opgekomen en niet wil wegzakken. Ook kan ik bijna geen stap verzetten. Toch wil ik vanavond graag meedoen aan die 27e KMH. Eigenlijk is dit een ijdele hoop. Ja, tegen beter weten in. Bij onderzoek blijkt een wervel in m’n rug verschoven te zijn en deze helse pijn te veroorzaken. Tja, dan is een behandeling niet prettig. De betreffende wervel wordt gecorrigeerd en m’n bekken gekanteld. De tranen staan hierbij in m’n ogen van de pijn. Hierdoor heeft m’n spierenstelsel een flinke opdonder gekregen. Na een half uur wordt mij het licht tot deelname aan de Kennedymars op groen geplaatst, maar wel met de kanttekening dat ik met kleine stapjes moet lopen en niet mag forceren. Dan ga je ietsjes opgelucht naar huis en je hebt nog een paar uurtjes om te rusten.

 

Op weg naar het station kom ik mijn buurvrouw tegen en zij ziet mij strompelen. Ze vraagt: ‘Wat voor afstand heb je nu weer afgelegd. Man stop er toch mee.’ Dan vertel ik haar dat ik niets heb gedaan en straks 80 km moet wandelen. Bij het woord ‘moeten’ schieten we beiden in de lach. De wandeling naar het station maakt de beweging niet soepeler en ik zie het somber in voor vanavond. In de kantine van de Gooise Atletiek Club help ik de organisatie achter de inschrijftafel. Om half tien, een half uur voor aanvang van de tocht, begint mijn warming-up. Daarbij begroet ik ook veel bekende wandelaars en maak een babbeltje. Voor het clubgebouw staat een hele groep wandelaars al te popelen om aan de Kennedymars te beginnen. Marsleider Gerard van Blaricum houdt een toespraakje waarbij de laatste gegevens aan de wandelaars worden gemeld. En dat iedereen deze 80 km wandeling binnen 20 uur moet voltooien. Lukt dat niet, dan wordt diegene als uitvaller beschouwd. Dat ik hier sta heeft te maken met het feit dat ik aan alle voorgaande edities heb meegedaan. Was dat niet het geval geweest, dan zat ik nu zeer zeker in een luie stoel naar de televisie te loeren. Ach, het is de geschiedenis van een wandelaar: je loopt alsmaar door, van het ene naar het andere, tot het lichaam het niet meer kan.

 

Als de eerste stappen worden geplaatst begint het al te schemeren en weldra is het helemaal donker. Nou ja donker, zover men in deze wereld, met al die lantaarns en lichtreclames, over donker kan spreken. Ook in Hilversum heeft het uitgaanscentrum een aantrekkingskracht op de jeugd. Maar ook de mensen, die, na een week van intensieve arbeid, het weekend gaan vieren, hebben deze prachtige locatie gevonden. Hierdoor puilen de cafés en restaurants uit en er heerst een gemoedelijke sfeer. Sommigen zijn druk in gesprek en een ander staat met een glas in de hand in de deuropening van een pub. Na een dagje met warme temperatuur is het vandaag weer een stuk frisser. Daarom bevinden er zich niet veel gasten op het terras. Of een warme jas moet daarvoor uitkomst bieden. Voor de wandelaar is de temperatuur uitstekend. Ja, die loopt zich wel warm. Daardoor komt de limiet van 20 uur voor velen nauwelijks in gevaar. Samen met Martijn Biesmans en Antoine Hunting bevinden wij ons in de menigte. Na ongeveer 2 km op pad te zijn – maar eigenlijk al vanaf het startpunt – kan ik zeggen dat het niet goed gaat. Iedere stap die ik probeer te plaatsen doet mij pijn en kost mij heel veel energie. Dit is geen wandelen, maar geforceerd lopen. De geest is sterk en je stapt door.

 

Enfin, de mediastad verlaten we in noordelijke richting. De spoorlijn van Amsterdam naar Amersfoort houden wij aan onze rechter zijde en links zien we het kleurrijke gebouw van beeld en geluid en vervolgens de panden van het mediapark. Regelmatig dendert er een trein voorbij. Voor ons is er vandaag geen thuiskomst bij. Neen, we gaan door. Ploeteren door de nacht, totdat de 80 km tocht achter de hielen is. Dan lopen we onder een ecoduct. Het kleine wild kan hier een veilige oversteek van de heidevelden naar het bosgebied maken, en omgekeerd. Daarna wandelen we de plaats Bussum binnen. Vervolgens begeven we ons in de richting van Naarden-Vesting. Door het centrum lopen we naar het Arsenaal. Op een bedrijventerrein aan de rand van Naarden staat de gehele verzorgingsploeg de wandelaars op te wachten voor een ‘natje en een droogje’ ofwel de inwendige mens wordt versterkt. Cisca ziet mij naderen en informeert hoe het gaat. Ik mompel iets onverstaanbaars. Dit is echt geen plezier. Neen, verre van dat. Ik krijg een stuk gebak toegestopt vanwege Remke’s verjaardag. Met veel genoegen verorber ik de lekkernij. Het gehele wandellegioen is op pad, maar er is nu al een behoorlijk verschil tussen de kopgroep en de staartlopers ontstaan. Het maakt niet uit, want deze tocht is niet competitief. Even later gaan we weer op pad. Bij een haventje horen we de touwen tegen de masten slaan. Heel apart en toch melodieus. Hier begint het Naarderbos.

 

Het Naarderbos lijkt tegenwoordig meer op een keurig aangelegd park compleet met golfbanen dan op een bos. Jaren geleden was dat anders. Toen kon je ’s nachts, onder een bewolkte hemel, moeilijk het pad onderscheiden en was een zaklamp voor een wandelaar een uitkomst. Maar ja, niet iedereen loopt met een zaklamp in de hand. Ook, ik niet. Het was wel oppassen geblazen, want op het fietspad stonden toentertijd enkele paaltjes op een verhoging. Die paaltjes moesten het gemotoriseerd verkeer tegenhouden. Ik loste het probleem op door pal achter iemand te gaan lopen. Hoorde ik plotseling au, een andere kreet of zelfs een vloek, dan wist ik dat er een paaltje op het pad stond. Och, dat noemt men boerenslimheid of iets vriendelijker uitgedrukt: ‘pragmatisch inzicht.’  Als we eenmaal onder de Hollandse brug, de afslag naar Flevoland, doorlopen, betreden we een onlangs verhard pad langs het Gooimeer. Links zien we een woonwijk van Muiderberg. In tegenstelling tot voorgaande jaren lopen we nu langs het water. Dat is veel mooier en prettiger dan kuieren door een vinex-wijk. Op een gegeven moment buigt het pad naar links en eindigt in het dorp. Het pad is enigszins hellend en ik heb moeite met het stijgen. M’n beenspieren doen pijn. Logisch, want ik ben aan het forceren en niet zo’n beetje ook. Antoine en Martijn wachten op me. Toch vraag ik ze om door te gaan, want ik wil niet een blok aan het been zijn.

 

Het pad van Muiderberg naar Muiden loopt beneden langs de oude Zeedijk. Overdag heeft men op de grasdijk een prachtig uitzicht op het water en het eiland Pampus. In de verte zien we het Muiderslot. Prachtig verlicht door schijnwerpers. Een schitterend plaatje. Het lijkt net of de Graaf van Holland thuis is. In een sloot kwaken kikkers een symfonie. Wel een onvoltooide, maar het klinkt mij vrolijk in de oren. Op het plein bij het Muizenfort worden we ontvangen door enkele medewerkers van de organisatie. Hier krijgen we voor de tweede keer iets te eten en te drinken aangeboden. Van alles staat er op tafel uitgestald. Keurig, keurig; en een bekertje yoghurt is voor mij de ideale voeding. Een sneetje suikerbrood en we kunnen er weer tegen. Alle wandelaars worden hier als het ware in de watten gelegd. En daar wordt door hen ook gretig gebruik van gemaakt. Via de Naarderstraat wandelen we het vestingstadje Muiden binnen. Bij Ome Ko, een bruincafé pal tegenover de sluis, is het een drukte van betekenis. Muziek en een diarree aan stemgeluid galmt er uit deze oeroude kroeg. Aan de rand van het stadje gooi ik het restant van m’n suikerboterham weg voor de eendjes. Die hebben morgenochtend een luxe ontbijt.

 

Daarna wandelen we over een parallelweg in de richting van Diemen. Op de naastliggende A1 razen talloze auto’s voorbij. Jammer, want dit had veel beter gekund. Op de oude Zuiderzeedijk ligt een prachtig betonnen fietspad. Verlost van al het verkeer. Geen gezoef van langsrijdende auto’s. Neen, alleen het geklotst van het IJsselmeerwater tegen de basaltblokken, een aangenaam geluid. Het pad slingert achter de voormalige kruitfabrieken langs en komt tenslotte uit bij winkelcentrum MAXIS. Ruim een jaar geleden is deze groene verbinding met Muiden, speciaal voor de recreatieve wandelaar en fietser, aangelegd. Bij winkelcentrum MAXIS volgen we een pad naar het Amsterdam-Rijnkanaal. Even later staan we bij de pijlers van de Muiderspoorbrug. Via het fietspad kruisen we deze drukke vaarroute. Ook hier lijkt mijn gang meer op een surplace van een wielrenner. Neen, dit heeft absoluut niets meer met wandelen te maken. Ik heb nog nooit van m’n leven zo gezwoegd, gezwalkt, gestrompeld en afgezien. En dan staat mijn teller toch al op zo’n 139.000 km. Het gaat gewoonweg niet.

 

Aan de overzijde wandelen we over de paden van het Diemerbos. Het bos is onlangs opnieuw aangepakt. De paden zijn verhoogd, houtsnijwerken zijn er te vinden en ook een zelfbedieningsveerpontje is er in de vaart. Ik loop diep na te denken wat ik zal doen. Gebruik dan toch dat brein dat je gekregen hebt, prent ik mezelf in. Weldra heb ik de oplossing. Wandelen moet niet ten koste van je gezondheid gaan. Het plaatsnaambord van Diemen laat ons weten dat we bijna de eerste binnenrust (33 km) hebben bereikt. Langs de eindhalte van tramlijn 9 en enkele straten bereiken we Verenigingsgebouw De Schakel. De klok wijst inmiddels half vier en de meeste bewoners liggen op bed. In het dorpshuis hebben we een verplichte rust. Ik stop. Hier meld ik m´n besluit aan m´n wandelvrienden. Ze hebben begrip voor mijn besluit. Ook andere wandelaars vinden het een juiste beslissing. Gezondheid gaat voor alles. Maar soms wil je het niet inzien. Dan heb je slechts een doel voor ogen. En dat doel is het behalen van de eindstreep. Aan ieder nadeel zit een voordeel. Ik hoef nu niet meer. De druk om mee te doen is weg. Neen, je gaat nu als je er zin in hebt. Joh, dat is een bevrijding. Een kwartiertje later strompel ik naar huis.

 

 

 

 

 

 

 

Willibrorduswandelpad deel 5

Teruggekomen in Naarden nemen we de route van het Willibrorduswandelpad weer op. Met een gezonde afgunst bewonderen we de prachtige huizen die hier in groten getale te vinden zijn. Heel even wegdromen. Voor mij rijst de vraag: ‘Waar moet ik in hemelsnaam mijn computer plaatsen. In welke kamer of in welke vleugel van het gebouw. Lekker belangrijk, toch. En dan het prachtige uitzicht op dat mooie natuurgebied. Goh, ik heb dan een echt probleem.' Even later ben ik weer helemaal terug op aarde. Het onverharde pad slingert langs de villawijk. Oergelukkig dat we over een gezond lichaam en over gezonde onderdanen beschikken en dat we deze voettocht kunnen maken. Jawel, en nog vele andere. Het pad kronkelt langs de Hilversumse Meent in zuidelijke richting. Ter hoogte van de N236 betreden we het bosgebied Fransche Kamp. In de zomer het kampeerterrein van menige Amsterdammer. Nou ja, dat was vroeger zo.

De paden van de Fransche Kamp gaan over in die van het Spanderswoud. Aan de voet van de zendmast van Radio Nederland Wereldomroep slaan we scherp naar links en betreden een nieuw natuurgebied. Nieuw, nieuw. Ach, het ligt er al weer enige jaren met vlak daarbij een ecoduct. Over twee lange smalle vlonders doorkruisen we het natuurgebied. Een beetje eng, maar het lukt. Het gaat mij niet van harte, want een duik in het koude water is beslist geen pretje in deze tijd van het jaar. Niet veel later wandelen we over de ecoduct, een natuurbrug over de Naarderweg en de spoorbaan. Het kleine wild kan via dit ecoduct de twee gevaarlijke verkeersaders veilig en ongestoord passeren. Aan de andere kant van de spoorbaan bevinden we ons op de Westerheide, een heidegebied dat in augustus prachtig in bloei staat. Een drukke verkeersweg van Hilversum naar Laren scheidt de Westerheide van de Zuiderheide. Voor voetgangers en wielrijders is ter hoogte van St. Janskerkhof speciaal een tunnel aangelegd om deze gevaarlijke verkeersweg over te steken.

Vervolgens duiken we weer het bos in. Boomwortels groeien kriskras over de paden en zijn een handicap voor een wandelaar. Dan zien we een Bonte Specht in een boom. Als een volleerd drummer geeft hij een roffel op een stuk schors. Een geweldige solo. Door het overenthousiaste getimmer moet zijn snavel straks wel bont en blauw zijn. Het kan bijna niet anders. Na even dit panorama te hebben

de markering van de route is hier niet goed onderhouden
bewonderd gaan we weer verder met onze route. Het tromgeroffel tegen de schors gaat ook verder, maar langzaam sterft het geluid weg. Inmiddels zijn we een paar honderd meter verwijderd van de bewuste plek. De spoorlijn van Amsterdam naar Amersfoort wijkt niet veel af van de paden die wij bewandelen. De markering van de route is hier niet goed onderhouden. Er wordt weinig nazorg en aandacht aan besteed. Ik mag een beetje zeuren, want per slot van rekening onderhoud ik ook een wandelpad. Al is het wel een ander pad. Met een beetje geluk vinden we de juiste route door het bos. Soms moeten we een stukje teruglopen, omdat een pad doodloopt. Gewoon in het niets. Maar een kniesoor die daar op let. Uiteindelijk arriveren we in Baarn. Aldaar constateren we dat we niet de juiste route hebben gevolgd, maar enkele paden zuidwaarts hadden moeten nemen. Een kompas en uitgebreide topografische kaarten had ik dit keer niet meegenomen. Maar met m’n oude militaire gevoel kom ik altijd op de plek waar ik moet zijn.

Van Baarn wandelen we naar Soestdijk. Het paleis, het gazon en de paleistuin zijn keurig onderhouden, alhoewel de bewoners er niet meer zijn. Pal tegenover het gebouw wandelen we over een breed bospad naar de Gedenknaald. De Gedenknaald, ook wel ‘De Naald van Waterloo’ genoemd, is een gedenkteken voor Willem Frederik, prins van Oranje (de latere koning Willem II), in de slag bij Waterloo. Over verschillende bospaden komen we terug in Baarn. Vandaar gaat de route door een poldergebied. Over lange, saaie wegen, waar eigenlijk geen einde aan lijkt te komen, volgen we de spoorlijn naar Amersfoort. Voor de afwisseling gaat de route vlak voor de plaats Amersfoort over een heus klompenpad. Bij het hoofdstation van Amersfoort is het verste punt bereikt en aan de andere kant van de spoorlijn gaat de route terug naar Soest. Het bosgebied bij de Vlasakkers, iets ten zuiden van Amersfoort’s dierenpark, is een prachtig wandelgebied. Dan wordt het parcours nog een beetje geaccidenteerd en erg zanderig. Dit betekent dat we in Lange Duinen, een zandverstuivinggebied, terecht zijn gekomen. Het ploeteren door het zand is niet gemakkelijk. Het is zwaar en langzaam komen we vooruit. Als we bij een betonnen fietspad arriveren, is het lijden voorbij. Gemakkelijk begeven we ons nu voorwaarts. We bevinden ons onder de rook van de plaats Soest. We besluiten hier de route te onderbreken en zoeken het nabij gelegen station van Soest-Zuid op. Er staat ons nog een wandeletappe te wachten en dan kunnen we dit pad ook op onze palmares bijschrijven.

 

wordt vervolgd

Roze Loop

Ook de Roze loop is voor mij een evenement waar ik, als het even kan, graag iedere keer aan mee wil doen. De onlangs toegezonden uitnodiging komt mij goed uit. Ik heb voor die dag in feite niets in mijn agenda staan. Nou ja, dat is niet helemaal waar. Er staat wel iets met potlood in m’n agenda geschreven. Heel dun en met kleine lettertjes. Als er voor die dag helemaal niets is, en dat komt niet vaak voor, dan was die uitnodiging een goed alternatief. Hoe dan ook, die invitatie weegt niet zwaarder dan een leuk loopje in je directe omgeving. Geen reistijden, want als ik de voordeur dichttrek dan begin ik meteen aan m’n warming-up. Zoals iedereen van mij gewend is, gaat Cisca weer met me mee op haar rijwiel. M´n bovenbeenspieren voelen nog een beetje stram van een training van gisteren. Op verzoek van Frank van Ravensberg heb ik in Utrecht een centrale training voor de jeugd georganiseerd. En die jonkies kunnen er wat van. Ze zwaar laten trainen is één ding, maar daarna een duurloop is toch echt wat anders. En je doet natuurlijk mee. Een verschil van veertig jaar kan je niet even wegpoetsen. Probeer ze maar eens bij te houden. Nou ja, goed, dat gaat niet meer. Nee hoor, echt niet!

Toch is de voetreis naar het Flevopark, waar de start van de loop om 14:00 uur plaatsvindt, geen martelgang. Het weer is prima, droog en een perfecte temperatuur. Al gauw zijn de beenspieren opgewarmd en de snelheid wordt ook opgevoerd. Onderwijl worden enkele oefeningen gedaan. Het gaat lekker en ik arriveer vroegtijdig bij sporthal Zeeburg. In de kantine kunnen we ons inschrijven voor de wedstrijd. De organisatie van de wedstrijden van vandaag is in handen van de Dutch Gay & Lesbian Atletics. De vereniging die in het verleden onder andere de Gay Games in Amsterdam heeft georganiseerd. Het zijn enthousiaste mensen en eigenlijk is nooit iets te veel. Buiten voor de sporthal ontmoet ik Willem, ook een fervente sporter. Hij was een paar jaar geleden mijn gangmaker bij de Geinloop. Zoals altijd heerst er een gemoedelijke sfeer en er is een redelijke opkomst. Een van de minder prettige zaken is het bevestigen van het startnummer aan een shirtje. Het wil mij nog wel eens voorkomen dat ik me, per ongeluk, aan een van de veiligheidsspelden prik. Altijd een nerveus gedoe. Vandaag gaat het goed en even later sta ik met alle andere atleten en atletes keurig achter de startstreep. Niet pal achter de startlijn, maar dat hoeft ook niet.

De woordvoerder van de Amsterdamse politie, bekend als de dame met het korte blonde kapsel en vandaag als de lesbian van 2012, lost het startschot van de wedstrijd. Eerst gaan de lopers van de 15 km afstand van start. Tien minuten later volgen de deelnemers van de 5 en 10 km. Ikzelf doe mee aan de wedstrijd over 10 km en zeker na de inspanningen van gisteren in Utrecht. Ook wij krijgen van de agente het startsein.

de lesbian van 2012
Ze kan goed met het wapen omgaan, alleen de bijbehorende tekst is niet juist. Een kniesoor die daar oplet. Meteen stuiven de lopers het smalle pad van het Flevopark in. Bij het pannenkoekenhuis zitten jonge ouders op een bankje. Hun kroost klimt, klautert of hangt aan de attributen van de speeltuin. Even hebben wij alle aandacht van de vaders. De meeste moeders vinden het maar zozo. Als wij uit het zicht zijn, zijn de kinderen weer in beeld. Ter hoogte van de Valentijnkade verlaten we het park. Op het rechte eind komen we wandelaars van het Westerborkpad tegen. Ik herken ze aan het wandelgidsje die ze in de hand meedragen. Op iedere hoek of afslag staat een medewerker of medewerkster van DGLA om de atleten de juiste weg te wijzen. Dan volgt de Oosterringdijk, een lange weg met op het eind een flauwe bocht.

Zoals gezegd is het weer perfect. De sterke wind van vannacht is gaan liggen. Het zonnetje en de temperatuur maakt de dag tot een mooie lentedag. Bij het woonwagenkamp, juist voor de Zeeburgerbrug, slaan we tweemaal naar links en volgen een lange brede weg langs het Amsterdam-Rijnkanaal. Pal voor de Amsterdamsebrug gaan de 10 en 15 km lopers scherp naar links. De deelnemers aan de 5 km gaan hier op de eindstreep af. Daar ik me snelwandelend tussen de hardlopers voortbeweeg heb ik de meeste atleten voor me. Een enkeling heb ik gepasseerd en op afstand gezet. Bij de doorkomst naar de tweede ronde informeert de wedstrijdleider naar m’n ervaring. Ik steek m’n duim rechtop en ga door voor m’n tweede en laatste rondje. Bij de speeltuin zitten de vaders en moeders nog steeds op een bankje. De kinderen zijn onvermoeibaar en spelen totdat de ouders er genoeg van hebben. In de oude muur van de Joodse begraafplaats is onlangs een gietijzeren toegangshek geplaatst. In het hek pronkt een Davidsster. Dan ben ik voor de tweede keer bij de Oosterringdijk aanbeland. Hier kan ik een heel eind voor me uit kijken. In de verte zie ik nog enkele deelnemers van de 10 km. De atleten en atletes van de 5 km zullen nu wel allemaal binnen zijn.

Af en toe word ik ingehaald door een deelnemer van de langste afstand. Op het Amsterdam-Rijnkanaal ligt de beroepsvaart bijna stil. Een enkel schip vaart in zuidelijke richting. Bij de afslag naar de Amsterdamsebrug mag ik nu rechtdoor. Nog een bocht en de finish is in zicht. Op het laatste rechte eind schakel ik nog een tandje bij. Ik let hierbij wel op m’n techniek. Zweven is uit den boze. En ja, dat is toch het laatste wat ik wil. Ook al staat er geen official van de snelwandeljury om daarop te letten. Toch haal ik nog een hardloopster in. Met een brede lach op m’n gezicht steven ik op de eindstreep af. De microfoniste praat me als het ware over de streep. Na zoveel jaren van deelname kennen ze me hier. De mensen zijn enthousiast en ik ook. Onder luid applaus passeer ik de meet. De 10 km zit er op. Gauw verplaats ik me naar een kleedruimte om de natte kleding te verwisselen voor een schoon tenue. Dan kan de voetreis naar huis beginnen. Een cooling-down van bijna 5 km. Dan betrekt het weer. Het zonnetje maakt plaats voor een donkere lucht. Ja, van die prachtige Ruysdael vergezichten. Op m’n terugreis, en die gaat absoluut niet snel, vallen de eerste regendruppels. Het zijn er niet veel. Neen, het is gewoon lekker. Eigenlijk net zo fijn als de eerder afgelegde kilometers.

15 gaanders op de piste in Bloso

Als je het kopje van dit verhaal leest, denk je misschien dat we met een stel volgelingen van Paul Kruger of Jan van Riebeeck hebben te maken. Neen, dat is niet zo. Het klinkt ook erg on-Nederlands. We zijn vandaag te gast bij onze snelwandelvrienden van Herentals AC in Belgische Herentals, gelegen in de provincie Antwerpen. Met bovenstaande uitspraak wordt namelijk bedoeld 15 snelwandelaars op de kunststofatletiekbaan van Bloso-centrum ‘Netepark’. Bloso, een organisatie die vergelijkbaar is met het Nederlandse NOC NSF. Aldaar wordt op zaterdag 21 april onder leiding van Frank van Ravensberg en Alex Wijsman een training, clinic en een wedstrijdje over 1000 meter georganiseerd. Dit in navolging van onze bezoekjes aan onder andere VAV te Veenendaal, Gen. Michaëlis in Best, AAV’36 in Alphen a/d Rijn, AV’23 in Amsterdam, av Heythuysen in het gelijknamige Limburgse Heythuysen en CIKO’66 in het Gelderse Arnhem. Een van onze doelstellingen is om deze tak van de atletieksport bij een breder publiek uit te dragen. Dus, meer open, toegankelijker en begrijpelijker te maken.

Omdat de reis met openbaar vervoer geruime tijd in beslag neemt zijn we een dag eerder in zuidelijke richting vertrokken. Daarnaast willen we het nuttige met het aangename verenigen. Dit betekent onze kennis verrijken met een bezoek aan een interessante stad en genieten van het Bourgondische leven. Jawel, dat laatste klinkt wel heel erg aantrekkelijk. ’s Middags gaan we op stap voor een historische stadswandeling van ongeveer zes kilometer. Neen, dit is niet een warming-up, maar een stukje cultuur snuiven. In het hart van de stad, pal tegenover ons hotel, staat de Lakenhal. Een stijlvol bouwwerk, waar in de vijftiende eeuw de wolwevers en lakenmakers hun handel dreven. De Zandpoort, opgetrokken van kalkzandsteen staat in het westelijk deel van de oude stad en werd in 1402 al vermeld. De Bovenpoort, in het zuiden, stamt uit 1361. Ook de Sint-Waldetrudiskerk en de Augustijnenklooster zijn een bezienswaardigheid. De stadswallen, ooit een versterking om de stad in duistere tijden te beschermen tegen aanvallen van plunderaars en roversbenden geeft thans een groen karakter. Het riviertje de Kleine Nete, compleet met een vistrap en een stuw, meandert door het landschap. Over het Bourgondische leven gaan we ons niet uitwijden. De calorieën zullen morgen tijdens de training verdwijnen als sneeuw voor de zon. Althans dat hopen we.

Eenmaal bij de atletiekbaan gearriveerd treffen we organisator Peter Van Hove. Op de fiets heeft hij zojuist het traject van de duurloop gemarkeerd. De weersvooruitzichten zijn ronduit slecht. We kunnen het niet anders noemen. De weerprofeten beloven ons naast veel regen ook hagel en af en toe een slag onweer, met hier en daar, tijdelijk, een flauw zonnetje. Ook hier geldt: ‘Hoop doet leven.’ Een voor een arriveren de atleten op het sportcomplex. Het is een gevarieerd gezelschap bestaande uit een groep Vlamingen, Walen en Nederlanders, die elkaar goed begrijpen en allemaal hetzelfde uitgangspunt hebben. Leren en presteren. Na de kennismaking heet Frank van Ravensberg iedereen van harte welkom en geeft dan het stokje over aan Alex Wijsman, die de ochtendtraining en een duurloop voor zijn rekening neemt. Vanuit het sportcomplex is ook een toertocht voor sportfietsers uitgezet, waar ruim duizend deelnemers aan meedoen. Daarnaast wordt de jeugd hier opgeleid tot echte wielrenners. Gestoken in kleurige tenues leren zij de kneepjes van het vak. Letterlijk met vallen en opstaan. In een schitterende omgeving beginnen we met de warming-up. Een bekende taak gevolgd door verschillende rek- en strekoefeningen. Er zijn lange afstandslopers die dit niet gewend zijn. Vergeten of er wordt gewoonweg niet aan gedacht, ze gaan vaak direct op stap. Nadat de spieren voldoende zijn opgewarmd wordt er begonnen met een duurloop. Een rondje van ongeveer zes kilometer in een bosrijke omgeving.

Vlamingen, Walen en Nederlanders die elkaar goed begrijpen
Al snel valt de groep ‘gaanders’ uiteen. Frank van Ravensberg begeleidt de achterhoede en Alex Wijsman probeert de voorste groep onder controle te houden. Hierbij wordt aandacht geschonken aan het technische aspect van de sport.

Na een rondje vinden de meeste deelnemers het genoeg en keren terug naar het sportpark voor een cooling-down en de aansluitende lunch. Peter Van Hove en Ludo Schaerlaeckens kunnen er niet genoeg van krijgen en gaan door voor een tweede rondje. Een uurtje later zit iedereen weer in het clubhuis en geniet van z’n broodje. Zowel Jasper als Tristan Van Hove, de kinderen van Peter, runnen de bar als volleerde horeca-uitbaters. Ook op financiële vlak staan ze hun mannetje. Prachtig, en zo jong. Het kan dus allemaal. Peter’s echtgenote brengt de snelwandelaars een doos met eigen gebakken cake. Als de deksel ervan afgaat, zien we een tot aan de rand gevulde doos met cake. Ook chocolade! ‘Zó.’ Die is lekker en al snel is de bodem van de doos in zicht. Dit betekent veel eer aan het adres van de bakster. Om half twee is het weer werken. Gezamenlijk wordt er weer een warming-up uitgevoerd en daarna wordt de groep in tweeën gesplitst. Onze Belgische collega Fabian Humé en Frank van Ravensberg neemt een deel van de snelwandelgroep onder de hoede en Alex Wijsman en Wilfried van Bremen de rest van het gezelschap. Wederom wordt er veel aandacht besteed aan de techniek. Oefeningen worden daarom in veelvouden herhaald. Ten slotte staan er nog enkele spelvormen op het programma, dit om de ontspanning en de onderlinge contacten te bevorderen.

Nadat iedereen in het bezit is van een startnummer, is er tot besluit nog een serieuze zaak. Namelijk een wedstrijd over 1000 meter. Een afstand die menige atleet in de loop der jaren slechts enkele malen heeft gelopen. Geen afstand voor senioren en masters dus. Als de atleten en atletes achter de startlijn staan opgesteld volgt het startsein. Vanwege de korte afstand is iedereen gebrand op een snelle tijd. Het is lastig om een goed plekje in het deelnemersveld te vinden, maar uiteindelijk lukt het iedereen. Tja, dan is het zo ver. De eerste regendruppels vallen op ons neer. Een plaagstootje van Pluvius, maar weldra is het droog en de donkere wolken trekken over. De kleine Tristan vecht voor wat hij waard is. Pfff, wat doet hij zijn best. Zijn jongere broertje Jasper is nog te speels en gebruikt soms drie lanen in plaats van de binnenste laan. Slalommen over de atletiekbaan lokt niet een snelle tijd uit. Maar dat zal hem nog wel worden bijgebracht, want z’n vader weet van wanten. Wilfried van Bremen wint de wedstrijd. Maar ja, dat lag in de lijn van de verwachtingen. Voor de officiële uitslag verwijs ik naar www.tigch.nl. De snelwandelwebsite die men moet bezoeken als men op zoek is naar informatie of uitslagen of deze tak van sport een warm hart toedraagt.

Nescioloop 2012.

Een emailbericht om in te schrijven voor de Nescioloop is enige weken geleden bij mij in de elektronische brievenbus gevallen. Geen spam dus. Neen, dit zijn juist de berichten die ik graag wil hebben. Om het bericht niet in de vergetelheid te laten geraken, heb ik me meteen voor de recreatieloop ingeschreven. Of het me lukt om mee te doen. Tja, dat is maar een vraag. Want zowel vrijdag als zaterdag voorafgaand aan het evenement heb ik nog een loodzware klus voor de boeg. Vrijdag’s markeer en wandel ik (35 km) een deel van de bos-, duin- en strandmars van s.v. De L.A.T. in het duingebied nabij Castricum. Zaterdag staat er een 60 km lange voettocht door dit gebied op het programma, met als klap op de vuurpijl ‘de klimduin bij Schoorl’. Door het mulle zand naar boven klauteren. Drie stappen voorwaarts en tegelijkertijd twee terugzakken. Eenmaal boven, hebben we kort daarna hetzelfde liedje, heuveltje op en heuveltje af. Iets dat de gehele dag doorgaat. Zo’n wandeling waar je meteen na afloop al spierpijn van hebt. Misschien zelfs bij de laatste kilometers. Als je pech hebt, nog eerder. Daar moet je toch niet aan denken, is het niet? Enfin, dan maar hopen dat we een dagje later bij de Nescioloop daar geen last meer van hebben. Per slot van rekening kunnen we bij de recreatieloop altijd nog een tandje lager schakelen. Gewoon om jezelf niet te slopen.

De naam Nescioloop is genoemd naar de unieke fiets- en voetbrug over het Amsterdam-Rijnkanaal, waar de hardloopwedstrijd ieder jaar overheen gaat. De naamgeving van de brug is in verband gebracht met de schrijver Nescio, een plek waar zijn verhaal de Titaantjes, hier aan de Diemerzeedijk, afspeelde. De Nederlandse popgroep The Nits scoorde in het begin van de jaren tachtig van de vorige eeuw hoge ogen met het nummer Nescio, dat in de top-10 terecht kwam.

Zondagmorgen kom ik verre van gemakkelijk van mijn bed, nadat de wekkerradio leven in de brouwerij brengt. Alle spieren in het lichaam doen pijn. Een gezonde pijn. Ik weet waardoor het komt. De geest is vaak sterk en de voorbereidingen voor de Nescioloop worden ondernomen. Met het ontbijt net achter de kiezen ga ik op stap. Heel langzaam slenter ik naar de atletiekbaan in de Meer en probeer de stijfheid uit de benen te lopen. Het lukt niet echt. Ik moet het er toch maar mee doen, althans als ik wil lopen. Bij het wedstrijdsecretariaat sta ik rustig in een rij om m’n startnummer af te halen. En dat vind ik nu even niet erg. Dan sta ik met het startnummer op m’n shirtje bevestigd in een file van hardlopers achter het startdoek. Nerveuze blikken van jongere atleten dwalen in het rond. Afspeurend naar een glimp van een bekende medesporter. Ook zijn er de bekende gezichten. Mensen die er ieder jaar staan. Die groep behoort zo langzamerhand tot het meubilair van de Nescioloop. Fantastisch toch!

Om 12:15 uur valt het startschot. Onder het startdoek druk ik het knopje van m’n stopwatch in en de raderen draaien. Het officiële startschot is dan al een halve minuut geleden gevallen. Langzaam kom ik op gang. Veel langzamer dan ik gewend ben te doen. Meteen is er een gaatje ontstaan op de meute. Via het Middenmeerpad gaan we op weg naar het Science Park. Dan gaan we het spoorviaduct onderdoor en passeren daarbij het station en een deel van het spooremplacement. De sporthal van het Science Park is een opvallend gebouw. Het bevindt zich midden tussen de wetenschappelijke gebouwen. Even later draaien we de Oosterringdijk op, het plekje van Ilona van Riemsdijk. Ze staat er dit jaar niet. Raar! Ieder jaar is daar trouw aanwezig. Altijd met een vlaggetje in de hand om de deelnemers de juiste richting te wijzen. Net voorbij het oude veerpontje van Ome Kees lopen we de Zeeburgerbrug onderdoor en draaien daarna de Nesciobrug op. Neuriënd het nummer van The Nits bestijg ik de brug. Een ruime bocht brengt me uiteindelijk hoog boven het water. Zelfs op zondag varen hier nog enkele vrachtschepen voorbij. Aan de overzijde van het Amsterdam-Rijnkanaal lopen we geruime tijd langs de in 1892 gegraven waterweg, dat voor 1952 onder de naam Merwedekanaal bekend stond. In dat jaar werd het Amsterdam-Rijnkanaal officieel geopend, waarbij de verbinding van de Amsterdamse haven met het Duitse Ruhrgebied officieel tot stand kwam. Of we het moeten aannemen of niet, het Amsterdam-Rijnkanaal is de drukst bevaren kanaal ter wereld.

We lopen over een kilometerslange weg langs het klotsende water. Ik zie een reeks atleten en atletes voor me. Langzaam lopen ze bij me vandaan. Dat is hier goed waarneembaar. Ik voel m’n spieren opspelen, maar ik ga beslist niet sneller. Neen, gewoon hetzelfde tempo blijven draaien. Misschien word ik dit keer wel vergezeld door de sluitfietsers, misschien ook niet. Het lijkt me wel een aparte ervaring. We zullen wel zien. Op dit moment is het nog niet van toepassing. In het struikgewas ligt Mart Bevelander met de telelens van z’n camera op de deelnemers gericht. Steeds klikt er een zoemer en een mooi sportief prentje is vastgelegd. Aan het eind van de lange weg maken we een scherpe bocht naar links. Rechtdoor gaat niet, want dan is een duik in het koude water onontkoombaar. Bij kustbatterij Diemerdam lopen we rond het fort. Het fort wordt grondig onder handen genomen en na maandenlange renovatie ziet de boel er tamelijk keurig uit. Toch zijn de werkzaamheden nog niet afgerond. Eenmaal op de Diemerzeedijk kunnen we met de terugweg beginnen. In grove lijnen dezelfde route, maar toch over andere paden. Báh… Nou gaat het eens niet naar wens. Die 60 km door de duinen van gisteren voel ik in de benen. Een sterke bries hebben we hier schuin tegen. Het wordt werken tegen de elementen van de natuur. Och, och, wat is het afzien. Maar ja, dat behoort ook bij de sport.

De paden die we nu betreden behoren tot mijn trainingsrondje. Ieder plekje is bekend terrein. Voor de tweede maal bestijgen we de Nesciobrug, maar nu vanaf de andere kant. Het veerpontje van Ome Kees ligt nog steeds aan dezelfde plek afgemeerd. Of er geen bezoekers zijn geweest. Langs de gebouwen van het Wetenschappelijk Park keren we terug naar de atletiekbaan. Het bordje van de laatste kilometer wordt gepasseerd en we lopen over het Middenmeerpad tussen de sportvelden door. Op de hoek van de Radioweg bij het gemaaltje is de tocht bijna beëindigd. De microfonist zorgt voor een gezellig sfeertje op de atletiekbaan. Het is nu wachten op de laatste deelnemers en dat zijn er niet veel meer. Dan is het mijn beurt om te finishen. Zichtbaar tevreden passeer ik de eindstreep en meteen druk ik het knopje van m’n stopwatch in. Op het display lees ik een tijd van 1:40:41 en ben opgelucht dat ik deze tocht tot een goed einde heb gebracht. Of het verstandig was na zo’n zware klus door de duinen, is slechts een vraag. Een vraag die gemakkelijk te beantwoorden is. Ja of neen. Ach, laat maar, het heeft geen zin. Het is allemaal zo leuk! Alle vrijwilligers en het organisatieteam bedankt voor deze mooie run. 2013 staat al met potlood in m’n agenda.