AV 1923

Barre omstandigheden tijdens een trainingstocht

Vorige week hebben Antoine Hunting, Martijn Biesmans en ik ons ingeschreven voor de Parish Walk, een snelwandeltocht over 85 Engelse Mijl ofwel 137 km, op het eiland Man. Aan deze zware uitdaging heb ik een paar jaar geleden tweemaal meegedaan en beide keren met succes. De eerste keer hadden we te maken met erbarmelijke weersomstandigheden, de tweede keer was het aangenaam. Al kan men 137 km snelwandelen niet recreëren noemen.
Driemaal is scheepsrecht, zegt men! Dus nog één keer wil ik naar dit eiland in de Ierse Zee. Nog één keer wil ik al die sporters ontmoeten die jaarlijks aan dit evenement meedoen. En nog één keer wil ik genieten van de schoonheid van dit eiland. Het is een paradijs, ofschoon ik niet weet hoe het paradijs er uitziet.
Het parcours is aanzienlijk geaccidenteerd en vereist dan ook de nodige trainingskilometers. In Engeland zijn ze zeer verheugd over onze inschrijving en meteen is er een bericht op hun website verschenen met de tekst: ‘Return of the Dutch’.

Om straks gedegen aan de start te verschijnen is nu de tijd aangebroken om kilometers te maken. En dat betekent veel kilometers. Neen, heel veel kilometers. Weer of geen weer! Vandaag zijn we in het rustieke stadje Weesp met onze trainingsmissie begonnen. Op het station staat Martijn al op me te wachten. Het rollend materieel rijdt vandaag op rolletjes. Geen vertragingen of stremmingen voor mij. Via het dorp Driemond, dat thans tot stadsdeel Amsterdam-Zuidoost behoort, bereiken we het Gein. De temperatuur is gedaald tot bij het vriespunt en het is koud. Daarnaast staat er een gure wind. Echt onaangenaam om over al die polderwegen te baggeren. We houden het tempo er stevig in. Kilometers worden met een gemiddelde van tegen de acht km/u afgelegd. Hierdoor hebben we genoeg adem om gezellig met elkaar te babbelen en de strategie voor de Parish Walk te bepalen. Maar ja, die strategie kan morgen weer anders zijn.

De wilgenbomen langs het kronkelende riviertje worden door medewerkers van natuurbeheer gesnoeid. Langs de kant van de weg liggen takken bij bossen opgestapeld. Die worden later afgevoerd of door een takkenversnipperaar verpulverd. In de Utrechtse plaats Abcoude kiezen we voor een route langs de waterloop de Angstel. De wieken van molen ’t Hoog- en Groenland, een achtkantige bovenkruier, staan er werkeloos bij. We hebben de wind pal in het gezicht en we naderen het prachtige dorp Baambrugge. Over een ophaalbrug kruisen we de Angstel en aan de overzijde wandelen we terug in noordelijke richting. Bij Café-restaurant De Punt maken wij tijd vrij voor een welverdiende lunch. In de gelagkamer zit een viertal toerfietsers aan een uitsmijter.

in de gelagkamer zit een viertal toerfietsers aan een uitsmijter
Ook deze op leeftijd gekomen sportieve lieden genieten van deze gure winterse dag. Een half uur later zijn we weer op pad. De toerfietsers maken nog geen aanstalten om op te stappen. Het is binnen knus en lekker warm. Enfin, we moeten meteen het tempo opvoeren, want de wind voelt schraal. Het gaat door merg en been.

Aan de overzijde van de Angstel staat een oude boerderij. Een totaal verwaarloosde ophaalbrug zorgt voor een verbinding met de provinciale weg. De brievenbus van de bewoner maakt het allemaal nog onbegrijpelijker. Hoe moet die eigenaar z’n post ophalen? In het dorp Abcoude keren we terug naar het slingerende riviertje ’t Gein. We lopen voor de afwisseling aan de andere kant van het water. Halverwege bij een hoog houten brugje kruisen we het water en wandelen loodrecht weg van ons pad. Dit wegje heeft aan beide kanten prachtige wilgenbomen. Juist daar waar het wegje een scherpe bocht maakt klimmen wij over een hek en volgen een graspad naar Fort Nigtevecht. Ook klauteren we over een volgende afrastering. Plotseling zie ik een oude grenspaal met de inscriptie O3. Dit soort palen zijn geplaatst door het Ministerie van Oorlog al vanaf 1813. Omdat ik in hoge mate geïnteresseerd ben in oude objecten ben ik oplettend. Op een steenworp afstand staat nog een paal met uiteraard een ander volgnummer. Ook Martijn vindt dit stukje geschiedenis boeiend. We wijken af van de bestaande paden en struinen rond het oude fort.

Aan de oostzijde is geen enkel pad te vinden. Ook hier staan van die hardstenen voorwerpen. De grond bestaat uit een veenlaag en is uitermate drassig. Om geen natte voeten op te lopen springen we van pol naar pol. Het gaat prima en we worden enthousiast. Alle palen leg ik vast ik op mijn memory stick. Later kan ik die dan op mijn beeldscherm nader bekijken. Aan de westkant is de bodem nog vochtiger. Voorzichtig springen we weer van pol naar pol, soms gesteund door een overhangende boomtak. Martijn maakt een vreemde capriool, maar komt goed over een waterpartij. Nu ben ik aan de beurt. Ik twijfel om dezelfde bokkensprong te maken. Martijn moedigt mij lachend aan. Ach, teruggaan is eigenlijk ook geen optie. Als ik uiteindelijk alle moed heb verzameld spring ik over die plas. Dat gaat goed. Even later schalt er een muziekje uit mijn rugzak. Het is mijn mobiele telefoon die tot leven komt. Een momentje ben ik afgeleid en bij de volgende stap zak ik diep in de modder. M’n linker voet is drijfnat door die domme actie. Vervolgens staan we voor een hek bespannen met prikkeldraad. Ik ben te laat om het groene knopje in te drukken en ik bel het laatst inkomende nummer direct terug. Even later komt er een gesprek met Robin Willems tot stand.

Als de telefoon weer keurig in mijn rugzak is opgeborgen, probeer ik over het hek te klimmen. Martijn heeft dat inmiddels al gedaan. Tja, voor mij gaat dat iets minder makkelijk. Heel voorzichtig doe ik een poging. Natuurlijk wil ik geen prikkeldraad in m’n kruis. Heel even gaan m’n gedachten naar Johnny Hoogerland. Dan verman ik me en klauter over het hek. Martijn helpt me door het prikkeldraad een stukje naar beneden te drukken. Als we ons rondje om het fort hebben voltooid hebben we veertien oude grenspalen gevonden. Een unieke gebeurtenis. Ter hoogte van het Amsterdam-Rijnkanaal vervolgen we onze weg langs de druk bevaren vaarroute. Het is gaan miezeren. Zo’n druilerige motregen waar je na verloop van tijd behoorlijk nat van wordt. De temperatuur loopt hierdoor ietsjes op. Dan komt de boogbrug van Weesp in zicht. Bij Driemond neem ik afscheid van Martijn. Hij gaat terug naar Weesp en ik vervolg mijn weg langs de Gaasp naar huis. In Diemen heb ik 33 km op mijn teller staan. Beiden hebben we een aantal belangrijke kilometers in de benen. Dus, gewoon ermee doorgaan!