AV 1923

Op bezoek bij de Superboeren.


Een wandeling ergens in de Achterhoek.

Onlangs hebben we een wandeling gemaakt in de Achterhoek. Jawel, daar bij die superboeren. Nou, dat is ons goed bevallen. Een mooie streek en zo heerlijk rustig. Even onthaasten, dus geen gejakker! O ja, een regio waar men elkander nog groet als je elkaar op straat tegenkomt. Capitool wandelgidsen heeft in Nederland een aantal wandelroutes uitgezet en één daarvan begint in Winterswijk. De wandelkaarten zijn goed uitgevoerd, waarop de route is ingetekend. En opgesierd met enkele mooie foto’s. De schaalverdeling van de stafkaart is bijna 1:14.000. Dus ieder weggetje of pad staat er op. De omschrijving van de route is redelijk. Dat kan beter. Af en toe moet je extra alert zijn om niet fout te lopen. Maar mijn oud militair gevoel zorgt er altijd voor dat ik weer op m’n plaats van bestemming kom. Het kan wel eens heel wat kilometertjes extra zijn. Maar een kniesoor die daar op let.

Afijn, de route van vandaag begint bij het NS-station van Winterswijk-West. Sterker nog bij het verlaten van het perron. We bevinden ons aan de rand van de stad en zijn weldra midden in de vrije natuur. Dus geen lange zwerftochten door saaie straten om aan de buitenkant van de stad te komen. Via een zandweg wandelen we langs de spoorstaven, die we zojuist met het boemeltje vanaf Zutphen hebben bereden. Na een paar honderd meter worden we achterop gereden door een onderhoudsauto van gemeentewerken Winterswijk. De automobilist en zijn bijrijder groeten ons vriendelijk waarbij hij opmerkt dat we er flink de pas in hebben. Daar het de laatste tijd kurkdroog is waait het stof achter de auto flink omhoog. Het zicht is voor ons nu behoorlijk beperkt en we bevinden ons in een variant van een zandstorm. Ach, mopperen kan je dan wel, maar het zal de zaak niet veranderen.

Ter hoogte van Hoeve Groters, een karakteristieke Winterswijkse scholteboerderij, betreden we een bosgebied. Er heerst hier een complete rust. Alleen hoor je de vogeltjes fluiten en af en toe wat ritselen in het struikgewas. Dan passeren we een melkvee boerderij. De koeien staan op stal en dat midden in de zomer. Voor de grote schuur staan een aantal kooien. In iedere kooi of beter gezegd in iedere cel staat een kalfje. Ze kunnen zich niet bewegen. Alleen eten. Neen, die arme beesten kunnen geen kant op en ik vind dit verre van diervriendelijk. Maar ja, ik ben dan ook geen boer. Na verloop van tijd komen we weer bij de spoorbaan uit. Wel een aantal kilometers in westelijke richting. Dan doorkruisen we het Rommelgebergte, een bosgebied met hier en daar heidestruiken. Deze staan prachtig in bloei. Een schitterende paarse gloed. Maar natuurlijk, augustus is de heidemaand. Wie kan dat vergeten! Vervolgens wandelen we langs een bungalowpark. Verschillende van die luxe optrekjes staan daar te koop. Het is er wel rumoerig. De één draait al te luidruchtig een CD-tje en de ander kwekt lawaaierig. Honden slaan aan als we passeren en kinderen kunnen niet normaal meer praten. Oef, is dit een teken dat ik nu oud begin te worden. Of is het gewoon normen en waarden.

Over een lang smal rijwielpad, langs een zandweg, komen we bij een natuurgebied. Hier zijn we ver weg van het bungalowpark en het gekrijs. Via een houten klaphek betreden we het Korenburgerveen. Het slingerende pad is bijna onbegaanbaar geworden, omdat de plantengroei het pad voor een groot deel heeft overwoekerd. De bladeren van de varens dijen enorm uit en de verschillende rietsoorten komen tot schouderhoogte. Maar wel prachtig. Ook moet je oppassen voor teken. Die kleine 'pokke' beestjes die de ziekte van Lymne kunnen veroorzaken. Straks gewoon het lichaam inspecteren. Maar dat is eigenlijk logisch. Brede planken liggen hier en daar op het pad om bij vochtig weer de wandelaar een droge doorgang te bieden. Ook is het pad op sommige delen voorzien van rijen boomstammetjes oftewel knuppelbruggetjes. Het is een prachtig natuurgebied. Voor de liefhebber van bosbesjes is dit gebied een eldorado. Tientallen, honderden. Neen duizenden donkere besjes hangen aan de kleine groene struiken. In het natte seizoen is dit gebied bijna niet te bewandelen of je moet over kaplaarzen beschikken. Alleen daar kan je geen lange afstanden mee lopen. Na zo’n twintig minuten worstelen door de bosschage zien we een uitzichttoren. Op het pad liggen hier rijen planken waarop kippengaas is bevestigd. Dit laatste voorkomt glijpartijen en dergelijke bij regenachtig weer. We beklimmen de toren en bewonderen het uitzicht. Mijn ‘memory stick’ maakt even overuren. In de verte zien we het boemeltje van Winterswijk in de richting van Zutphen rijden. Daarna klauteren we weer naar beneden en volgen de loopplanken. Het riet staat hier hoog. Prachtig groen en levendig, maar de grond is dan ook behoorlijk drassig. Aan het eind van de evenwichtsbalk hebben we weer vaste grond onder de voeten en weldra duw ik het klaphekje aan het einde van het natuurgebied open.

Over rustige paden en wegen begeven wij ons voorwaarts. Af en toe ontmoeten we enkele fietsers. Ook zij genieten van de omgeving en de uitzonderlijke rust. In een akker staat een rij zonnebloemen. Donkergeel en bruin. Alle koppen staan in dezelfde richting. Natuurlijk naar de zon gekeerd. Een onverhard pad is door een boer in beslag genomen. Hij heeft dat deel van de grond bij zijn eigendom gevoegd. Er groeien nu maïsstengels. Zo hoog, dat je niet meer over het gewas heen kunt kijken. Toch proberen wij langs het gewas te lopen en moeten oppassen dat we niet in een kuil trappen. Een blessure heb je zo opgelopen, nietwaar? Ter hoogte van boerderij Sligs gaat het pad over in een klinkerweg. Maar een paar honderd meter verder kruisen we een brugje en lopen over een smal pad tussen twee houtwallen in. Dit pad is ook verre van ideaal. Langzaam begeven we ons voorwaarts en dan kom ik in de problemen met m’n routebeschrijving. Het pad moet uitkomen op een fietspad met een naastliggende zandweg. Niets is minder waar en we staan midden in een knollenveld. Geen fietspad en zandweg te bekennen. Nou, mooi is dat. We zouden kunnen terugkeren naar de klinkerweg en daar onze weg naar Winterswijk zoeken. Een andere optie is mijn oude militaire gevoel te raadplegen. Oké, dat doen we dan ook. Ik kijk naar de zon. Nou dat heeft helemaal niets te betekenen hoor, want ik heb daar niet eerder opgelet vandaag. Maar het staat eenmaal interessant. Cisca weet wel beter! We gaan rechtsaf over een graspad en volgen die enkele honderden meters. Het ongelofelijke is waar en we komen uit op een fietspad met daarnaast een zandweg.

We volgen deze weg in noordoostelijke richting en komen na verloop van tijd aan de rand van de stad Winterswijk. Hier keren we weer een bospad in en doorkruisen het Tuunterveld. Vervolgens een kwekerij en een stuk braakliggend terrein. Vervolgens passeren we een energiecentrale en zien dan in de verte boven op een gebouw een gele letter. Een sierlijke letter M. Jawel, het is een zaak van McDonald’s. Een gebouw dat pal achter het station is gevestigd. Hier is deze wandeling ook weer geschiedenis. Een prachtige tocht die interessant is om nog eens te herhalen.