AV 1923

En toen ...............


Als we ’s morgens door het venster naar buiten kijken beginnen we te twijfelen. Het ziet er niet best uit, maar het is nog droog. Teletekst en de weerberichten op de radio brengen ons ook niet in een hoerastemming. Toch willen we op stap. We nemen de gok, maar trekken wel de gore-tex regenjas aan. Onze bestemming is Woerden, een prachtig plaatsje in het Groene Hart van Nederland. Woerden heette vroeger Wurdin en Worthen, hetgeen hoger liggend stuk land in een stroomgebied betekent. Met de rugzak om mijn schouders gesjord en gewapend met een regenjas gaan Cisca en ik op pad. 

Via een interessant groengebied wandelen we langs de noordzijde om de plaats Woerden heen. Op de ’s Gravensloot, een leuk wegje met diverse aardige boerderijen lopen we westwaarts. Een aantal boerderijen is omgebouwd tot een luxe woonverblijf. Het smalle wegje eindigt bij de Grecht, een niet al te breed waterloop in een waterrijke omgeving. Hier ligt de zelfbedieningspont naar het plaatsje Zegveld. Gelukkig ligt de pont aan onze kant afgemeerd. Dat is een mazzeltje, want meestal is dat anders. Het scheelt een boel draaiwerk. Draaiend aan een groot wiel wordt een ketting op spanning gebracht. Wanneer de ketting strak staat, kan de eigenlijke overtocht pas beginnen. Soepel drijft het pontje naar de overzijde en we betreden de wal. Turend op mijn topografische kaart zie ik dat we voor het water moesten afslaan. Dus hetzelfde ritueel. Weer draai ik de ketting strak en we varen terug naar de andere kant. 

Over een smal dijkje langs de Grecht wandelen we in noordelijke richting. Rechts staat een lange rij wilgenbomen. Een platbodem wordt voortgeduwd door een motorbootje. De vracht bestaat uit een hoop aarde dat na elders wordt vervoerd. De schipper zwaait als hij ons voorbij tuft. Natuurlijk groet ik terug en stap bijna in een diepe kuil. Tja, dan moet je maar opletten, nietwaar? De smalle dijk volgen we ongeveer 1½ km en passeren daarbij een vervallen huis en een eveneens vervallen gemaal. Ter hoogte van een steiger staat een verwijsbord met de tekst: ‘Naar de boerinn.’ Gezien de tekst moet dat wel een stevige boerin zijn, anders schrijf je het niet expliciet met dubbel ‘n’, toch? Hier gaat ons pad naar rechts het weiland in. Balancerend over een smalle plank weten we een sloot te kruisen. Het gras is niet erg hoog, maar de schoenen worden aardig vochtig. Even later passeren we, via een betonnen brug, een tweede sloot. Dan lopen we langs de waterkant en doorkruisen diverse weilanden. In de verte zien we de kerktoren van de plaats Kamerik. Maar dat is nog een behoorlijke eindje weg.

In een weiland zie ik een soort vuurkorf met een oranje band aan de bovenkant. Een bak met allemaal kettingen in trechtervorm. Heel raar en ik weet niet wat ik me daarbij moet inbeelden. In het volgende weiland zie ik weer een aantal van die bakken. Op de oranje band staat de tekst frisbeegolf.nl hole 7. Het is niet te geloven, maar het behoort tot één van de nieuwe boerensporten. Een plastic deksel van een emmer in een bakje gooien. Daarnaast wordt er ook klompengolf gespeeld. Een massief houten klompje is bevestigd aan een stok en daarmee wordt een bal weggeslagen, die iets groter is dan een tennisbal. Bunkers, hekjes, brede en smalle sloten. Dit kom je allemaal tegen tijdens het spel. In een sloot drijft een primitief pontje. Op vier plastic vaten is een lattenbodem gespannen met een leuning. Aan de leuning hangt een bordje dat maximaal één persoon het vlot mag betreden. Een groot touw is aan beide oevers aan palen bevestigd zodat het vlot niet kan wegdrijven. Tevens dient het touw als kabel om je naar de overzijde van het water te trekken. Natuurlijk ga ik dat ook doen, want veerpontjes en wat daar allemaal toebehoord is een van m’n hobbies. In een mum van tijd is het vlot naar de andere kant van het water getrokken. Daar staan enkele koeien mij stomverbaasd aan te staren. Een toevallige bezoeker. Om de dames niet van streek te maken, trek ik weer aan het touw. Even later sta ik weer op de plaats van zojuist.

Het graspad gaat over in een betonnen pad en eindigt bij een boerderij. Hier bewonderen nog meer van die moderne boerenspelen. Waarschijnlijk stond het melk of het water bij de boer al tot aan de lippen. Al die regeltjes in Nederland heeft hem doen besluiten om met het boerenbedrijf te stoppen. De stallen zijn omgebouwd tot vergaderruimte. Boerinn is nu een herberg waar je even op adem kunt komen. Er worden creatieve workshops gehouden. Je kan deelnemen aan kruiwagenlopen, melkkrukschilderen en andere creatieve dingen met een agrarisch tintje. Als we de hoofdweg naar Kamerik opdraaien hebben we vier van die primitieve veerpontjes gepasseerd. Het centrum van Kamerik is heel lieflijk. Er stroomt een smal water door het dorp en ter hoogte van een ophaalbrug is een herberg. Aan het water is een terras. De zonneschermen hangen uit, maar het is uitgestorven. Achter een venster prijkt een bordje met de simpele tekst: ’s Maandags gesloten. Tjonge, dat is domme pech. Weer geen koffie. Geen rust voor onze onderdanen. Dus, we gaan verder met onze wandeling.

Aan het einde van het dorp lopen we in de richting van de Hollandsche Kade, een smal asfaltpad. Vroeger in gebruik als Kerkenpad. Maar eerst kruisen we een drukke snelweg. Een bordje leert ons dat we de N212 oversteken. Nou, gauw weg van de snelweg en het pad volgen. Hier ontmoeten we Bram. Bram is een beagle. Een hond met een volslagen eigen wil. Het vrouwtje heeft problemen om hem op het juiste pad te houden. Wij vervolgen onze weg en even later worden wij door Bram en de eigenaresse gevolgd. Op een driesprong gaat het asfaltpad rechtdoor, maar wij slaan rechtsaf over een onverhard pad. De plantengroei bemoeilijkt op sommige plaatsen de doorgang. Ook moeten we oppassen voor boomstronken die als een natuurlijke barrière dienen. Het pad is prachtig en tussen de bosschages hebben we prachtige vergezichten. We naderen het slingerende riviertje de Oude Rijn. Daar achter suist zo nu en dan een trein van de Nederlandse Spoorwegen voorbij.

Het onverharde pad gaat op een gegeven moment over in een bredere asfaltweg. Over een brug kruisen we de Oude Rijn. Een smal kronkelend jaagpad langs de rivier brengt ons uiteindelijk terug in de plaats Woerden. Ik loer op mijn horloge en beken dat we lang over de route hebben gedaan. In ieder geval hebben we 18 mooie kilometers achter de hielen. Een mooie wandeling. Een aanrader voor iedereen. En toen …………… Ja toen, begon het te regenen. Onder de overkapping van het perron wachten we op de trein die ons naar Amsterdam terugbrengt.