
Dinsdag 6 oktober 2009 valt er een dikke enveloppe van de Marathon van Amsterdam in mijn brievenbus. Zo langzamerhand is dit een gewoonte. Eigenlijk een jaarlijks gebeuren. De inhoud van de envelop bestaat uit diverse folders en een bevestigingsbrief voor een deelname aan de 34e Amsterdam Marathon. Het startnummer moeten we ophalen in de Sporthallen Zuid naast het Olympisch Stadion. Dit laatste geschiedt op de vrijdag voorafgaand aan de wedstrijd. We krijgen naast het startnummer ook een fraai functioneel T-shirt van de run uitgereikt. Daarna is het nog 48 uurtjes wachten totdat het startschot valt. De conditie is in orde, ondanks dat ik nog niet helemaal hersteld ben van een fikse verkoudheid. In ieder geval maak ik me daar geen zorgen over.
Zondagmorgen vroeg drentel ik doelloos door de huiskamer. Ook een jaarlijks gebeuren. Het is bijna zover. Het buikje is gevuld en de weersomstandigheid is prima. Twaalf graden, weinig wind en af en toe een zonnetje. Om kwart voor negen stappen Cisca en ik op de fiets en rijden naar het Olympisch Stadion. Aldaar zal ik mijn fiets een tijdje laten staan en Cisca zal een groot deel van de route met me meerijden. Althans waar het mogelijk en toegestaan is. Aangezien ik snelwandel en achter in het deelnemersveld start mag dat geen probleem zijn. Even na half tien zit ik op een bankje bij Febo in het zonnetje. Genoemd bedrijf heeft haar deuren nog gesloten en mist daar toch wel behoorlijk wat omzet. Bij een benzinestation heeft Cisca een kopje koffie voor mij bemachtigd. Een lekker stevig bakje! Een speaker roept regelmatig om dat alle deelnemers voor 10:00 uur het startveld in het Olympisch Stadion moet hebben betreden. Bij Febo heb ik afgesproken met mijn wandelmaat Willem Mütze, maar op genoemde tijd is hij niet aanwezig. Rustig blijf ik wachten totdat de klok naar tienen loopt. Even voor tienen besluit ik toch het stadion te betreden. Hier sluit ik aan in de schare van vak F, het achterste startvak.
Om 10:30 uur lost burgemeester Job Cohen het startschot en de prominente lopers in het wedstrijdvak stuiven weg. De rest mag nog wachten, maar langzaam komt de meute in beweging. Zelf sta ik helemaal achteraan en kan de eerste lopers, op enkele meters afstand van mij, het stadion zien verlaten. Dat is ieder jaar toch weer een fantastisch aanblik. Voetje voor voetje overschrijden de lopers de tijdwaarnemingmatten. Zelf loop ik eerst nog naar een toilet om de blaas te legen. Dit doen nog een hoop andere lopers. De organisatie is bezig met het verwijderen van de overtollige kleding, die de hardlopers op de baan hebben achter gelaten. Dan is het zover en ik kan de mat betreden. De wedstrijdklok staat inmiddels al op meer dan tien minuten. Aan een muur van de marathontribune hangt een spandoek met de tekst ‘Amsterdam wenst u succes’, dat zullen wij vandaag zeker nodig hebben. De 195 meter hoge marathontoren* passeren wij en het Stadionplein ligt voor ons. Hier is het een drukte van jewelste. Veel supporters willen de start van dit evenement niet missen. Allereerst moeten we een rondje van 8 km maken alvorens we de grote rondje opgaan. Hier treft ik Peter Groen langs de kant van de weg. Ondanks dat ik bijna achter in het deelnemersveld loop is het behoorlijk druk. Plotseling valt er een dame op haar gezicht. Een slechte buiklanding, maar gelukkig staat ze op en kan verder. Dit doet me denken aan de marathon van Berlijn, toen ik na 200 meter onderuit ging en daaraan diverse schaafwonden overhield.
Via het Vondelpark en de Amstelveenscheweg komen we terug bij het Stadionplein en dan gaan we voor de grote ronde. Ter hoogte van de molen en het standbeeld van Rembrandt van Rijn, maken we een lusje door Amsterdam-Buitenveldert. Daarna keren we terug naar de rivier de Amstel en volgen deze waterweg tot Ouderkerk a/d Amstel. Na zo’n 15 km gaan, moet ik mijn tempo verlagen. Een pijnlijk gevoel in mijn buik is hier de aanleiding toe. Daarna gaat het weer lekker. Aan de overzijde van het water zie ik de atleten al terugkeren in de richting van het Amstel-Station. Voor mij zal dat nog even duren. Juist voor de brug bij Ouderkerk a/d Amstel ligt een atleet op de grond. Een ambulance staat dwars over de weg geparkeerd. Het ziet er slecht uit voor de man. Zijn hoofd is bedekt met een laag bloed en de man wordt door ambulancepersoneel gereanimeerd. Via de stille kant van de Amstel keer ik terug naar Amsterdam. Helaas kan de sporter alleen water en een isotonen drankje bij de, langs de kant van de weg staande, verzorgingsposten krijgen. Geen warm drankje, thee of koffie, is er verkrijgbaar. Jammer! Het punt waar de halve marathon is afgelegd zit ik aardig op schema. En ik heb er nog zin in. Daarna wordt er koers gezet naar het industriegebied Overamstel. Bij een verzorgingspost worden de lege bekertjes naar de zijkant van de weg geveegd. Het is een behoorlijke troep, maar dat zal later op de dag allemaal opgeruimd zijn. Langs de Bijlmerbajes gaat het in de richting van het Amstel-Station. Op de Hugo de Vrieslaan zie ik een heleboel bekenden van atletiekvereniging AV23. Dit is altijd leuk en het geeft je een extra stimulans. Nadat de Middenweg is gekruist komt er een motorrijder achter me rijden. Achterop zit een cameraman en hij is waarschijnlijk gecharmeerd van mijn manier van lopen. Anders dan anderen. Lange tijd houdt hij de camera op mijn benen gericht en dan geeft hij een dot gas en zoekt naar een ander plaatje. Als we de spoorviaduct nabij Muiderpoort zijn gepasseerd, gaan we op weg naar de Zeeburgerdijk. Het zonnetje laat het nu afweten en het wordt koud. Gelukkig heb ik de juiste keuze gemaakt door in een lange tight te lopen. Hierdoor blijven de onderdanen warm en zal er niet zo gauw kramp of verzuring in de benen optreden.
Kilometers lang volgen we de weg langs de Singelgracht. De eerste hardlopers van de halve marathon komen me hier voorbij. Zelf ben ik nu behoorlijk aan het passeren geraakt, maar dat zijn atleten en atletes van de hele marathon. Dit doet me goed en geeft een extra boost. Ik zie op een gegeven moment de torentjes van het Rijksmuseum. Dan is het Vondelpark nabij. Het wordt behoorlijk druk op het parcours. De hardlopers van de halve marathon stuiven in hoge mate voorbij. Hier bevindt zich ook mijn snelwandelcollega Victor Mennen, die is overgestapt van snelwandelen naar hardlopen. Hij wil kijken hoe hij het er hiervan afbrengt. En hij doet het goed. Heel goed zelfs! Dan draai ik de hoofdingang van het Vondelpark in. Een prachtig stuk parcours waar veel Amsterdammers rust opzoeken. Vandaag kunnen ze genieten van het voorbijtrekkend schouwspel. En het is er dan ook behoorlijk druk. Als het park helemaal doorlopen is, is het 40 km punt gepasseerd en we maken ons op voor het laatste stukje. De Amstelveenscheweg wordt voor de tweede keer betreden. Wegwerkzaamheden zorgen voor enig overlast. Je wordt gedwongen om over de trambaan te lopen. Dit betekent oppassen bij wissels en putjes. Voorbij de Zeilstraat kunnen we weer op de rijweg. Nog een bochtje in de weg langs het Haarlemmermeerstation en het eindpunt is bijna in zicht. Dan draai ik zoals duizenden anderen het stadion in. Nog even een paar honderd meter op het tartan en de finish is bereikt.
Hier krijg ik van een medewerker een fraaie medaille om mijn schouders gehangen, maar eerst geeft hij nog twee buitenlandse atletes een zoen. Ik deel hem mede dat hij een prachtige job heeft. ‘Nou, dat is ook maar schijn, al die bezwete en zoute hoofden,’ zegt de man. Ik lach en hij geeft me een innige schouderklop en feliciteert me met mijn prestatie. Daarna keer ik terug naar het bankje voor Febo. Hier tref ik Cisca, Annemarie en Willem aan. Willem trakteert me op een glaasje Champagne, omdat hij onlangs zijn 1000ste marathon heeft volbracht. Zo’n slordige 15 minuten heb ik nodig om terug te keren in de wereld van de levenden. Het zit er weer op. Gelukkig!
*dichterlijke vrijheid van de schrijver; de toren is in werkelijkheid ruim 40m hoog. (red.)