
Het eerste lustrum, de vijfde VUmc gebouwenloop in en rond het complex van het VU Medisch Centrum, staat voor zaterdag 24 oktober 2009 op het programma. Voor mij is het de derde keer dat ik aan dit unieke evenement meedoe. Het maximaal aantal deelnemers van 500 personen, verdeeld over twee races, is enige weken geleden al bereikt. Dus geen na-inschrijvingen meer. Om een teleurstelling te voorkomen heb ik mijn startbewijs op 18 april 2009 al veilig gesteld. De eerste start, over 5 en 10 km, vindt plaats om 11:00 uur. De aanvang van de tweede wedstrijd zal om 12:30 uur plaatshebben.
Een deel van het inschrijfgeld gaat ieder jaar naar een goed doel. Een extra gift van de atleet is natuurlijk van harte welkom. Twee jaar geleden werd een bedrag geschonken voor onderzoek naar diabetes. Diabetes mellitus is een ziekte die zich kenmerkt door herhaaldelijk verhoogde bloedglucosewaarden. Ook wel suikerziekte genoemd. Vorig jaar werd pecunia gedoneerd voor onderzoek naar Alzheimer. Dit jaar staat Learn to Move, onderzoek voor kinderrevalidatiegeneeskunde centraal. Een therapieprogramma voor spastische kinderen van 6 tot 12 jaar om hun fitheid en kracht te verbeteren, en ze te laten starten met sport.
Als één van de eerste inschrijvers mocht ik kiezen in welke wedstrijd ik wilde lopen. De vroege start stond mij wel aan en ik ga meestal voor de langste afstand. De 10 kilometer. Wat is lang, als je afgelopen zondag nog een marathon hebt gelopen. Snelheid tijdens deze run is totaal onbelangrijk. Neen, je moet beslist oppassen als je door de smalle gangen en in het trappenhuis van de poliklinieken en het faculteitsgebouw rent. Hollen door de gangen en over de wachtruimten is prima. Onderuit gaan in de scherpe bochten door een te hoge snelheid, met kans op een blessure, lijkt me geen goed vooruitzicht, al ben je in veilige handen van het verplegend personeel. Neen, het gaat om in beweging zijn en natuurlijk om het plezier.
Om 09:30 uur haal ik met mijn clubgenoot Martijn Biesmans het startnummer voor de wedstrijd op. In de foyer van het ziekenhuisgebouw is het startbureau ingericht. Al snel stroomt de zaal vol met deelnemers en toeschouwers. Het is er gezellig druk en de koffie, als warming-up, smaakt voortreffelijk. Omdat tachtig procent van de route binnen het gebouwencomplex afspeelt is één T-shirtje meer dan voldoende. De ervaring heeft geleerd dat het warm is tijdens de run. Lage plafonds, smalle ruimtes en honderden bezwete hardlopers.
Na de kinderloop over 1,2 km en de gezamenlijke warming-up voor de wedstrijd wordt het startschot voor de eerste race gelost. Tezamen met Martijn Biesmans, die dit keer voor de 5 km-loop gaat, sta ik helemaal achter in het startveld. We zijn beide de laatste van de gehele meute. Om een betere verdeling van de deelnemers in het gangenstelsel van de gebouwen te krijgen, wordt er in de tuin gestart. Meteen ontstaat er een file vanwege de smalle kronkelige paden in de botanische tuin. Er staan prachtige planten, een lust voor het oog. Na de tuin wordt er koers gezet naar de parkeergarage. Hierbij moeten we een drukke weg oversteken, maar die is keurig bemand door verkeersregelaars. Als we via een trapje het gebouw bestijgen is er precies één kilometer afgelegd. Voor automobilisten is het vandaag verboden om auto’s aldaar te parkeren. Toch staan er nog genoeg in de parkeervakken. Het te lopen parcours slingert door de garage en we kunnen aan alle kanten de lange sliert hardlopers bewonderen.
Vervolgens betreden we de kelder. Lange mensen moeten oppassen voor hun hoofden. Aan het plafond hangen diverse kabels en buizen van de airco. Via de uitrit verlaten we de parkeergarage en daarbij moet toch even worden aangezet vanwege het hoogteverschil. Wederom betreden we een trap en rennen door de gangen. Naast de wachtruimtes en administratiekantoren worden ook diverse poliklinieken aangedaan. Een keer of zeven moeten we enkele trapjes bestijgen of we gaan omlaag. Bij iedere hoek staat een medewerker om de deelnemer de weg te wijzen of een aanwijzing te geven voor een gevaarlijk punt. Iedereen is enthousiast. Op een gegeven moment passeren we een tribune. Hier staan stoelen waar supporters de lopers kunnen aanmoedigen. Tussen deze mensen bevinden zich ook patiënten van het ziekenhuis, die het loopje als een prettige afwisseling zien. Sommige staan compleet met infuus de lopers aan te sporen tot een hogere snelheid. Geweldig, zo’n enthousiasme!
Als we weer in de kelder zijn teruggekeerd zie ik in een gang een rij ziekenhuisbedden staan. Allemaal keurig achter elkaar. Totaal 16 stuks, gelijk een goederentrein met wagons. Dan verlaten we nogmaals een parkeergarage en komen terug in de tuin. De 5 km-lopers snellen regelrecht op de finishstreep af en de 10 km-lopers mogen nogmaals hetzelfde rondje afleggen. De meeste lopers gaan rechtstreeks naar de finish. Nu is het rustig in de botanische tuin. Geen gedrang en ik kan de planten bewonderen. Jammer van het hoge tempo, want eigenlijk moet je hier rustig wandelen. Voor de tweede maal wordt er koers gezet naar de parkeergarage. Medewerksters van een verzorgingspost delen bekertjes met water uit. Dit laat ik aan me voorbij gaan.
Met de 42,195 km van afgelopen zondag in de benen, en de hersteltrainingen van dinsdag en woensdag over respectievelijk 30 en 20 km, kan het niet uitblijven of de machine hapert wel eens een keer. Dit gebeurt in het trappenhuis. Ik moet daarna weer proberen in het juiste tempo terug te komen. Het lukt en ik ga ongestoord door. Cisca staat nabij de tribune en maakt leuke foto’s voor het digitale plakboek. Voor dat je het eigenlijk beseft is de laatste kilometer aangebroken en even later stuif ik, nog steeds met heel veel plezier, op de meet af. Leuk zo’n hardloopwedstrijdje; het is weer eens wat anders dan snelwandelen. Als we gezond blijven ga ik volgend jaar beslist op herhaling.