AV 1923

Wintercupcross te Baarn



Drie weken geleden heb ik deelgenomen aan de Maple Leaf Cross in Hilversum. Ik kan u zeggen dat ik daar behoorlijk besmet ben met het crossvirus. Een virus waar tot op heden geen vaccin tegen bestand is. Dus, vandaag sta ik aan de start bij de eerste trimloop van de wintercupwedstrijden in Baarn. De organisatie is in handen van de Baarnse Atletiek Vereniging. Er is een keuze uit vier afstanden, namelijk 3, 5, 7½ of 10 km. Voorzichtigheidshalve kies ik voor het 7½ km traject. Op dit gebied ben ik nog een ‘rookie’, maar wel een ‘rookie op leeftijd’. Het walletje moet bij het schuurtje blijven. Met andere woorden niet overdrijven. Om deze afstand te overbruggen is er een aanlooproute naar het officiële rondje in het bos uitgezet. Aldaar moet er drie rondjes van 2.270 meter worden afgelegd en vervolgens dient er weer teruggelopen te worden naar de eindstreep bij het bosbad ‘De Vuursche’. Hier hangt een groot finishdoek, waarna de klus is geklaard.

Om half twee wordt het sein van vertrek gegeven. Nu heb ik me een betere uitgangspositie toebedeeld dan de vorige keer. Toen stond ik helemaal achteraan. Passeren op de smalle bospaden was een moeilijke opgave. Uitwijken tot naast het pad was soms noodzakelijk waarbij je moest oppassen voor boomwortels, kuilen en een zachte berm. Eigenlijk was dat bijna niet te doen en het vergde heel veel inspanning en tijd. Waarom dan achteraan staan? Nou, ik dacht dat iedereen beter was dan ikzelf. Je mag het voor mijn part onderschatting of zelfs valse bescheidenheid noemen. In ieder geval heb ik mijn lesje goed begrepen. Die fout maak ik niet meer. Wederom stuift het gezelschap, na de verlossende knal, weg. Ik ga goed mee in de meute. Eerst lopen we een rondje, uitgezet en gemarkeerd door roodwit lint, over een grasveld, naast het bosbad. Daarna gaan we op weg naar het rondje in het bos. Dit deel heeft een afstand van 435 meter.

Door het hemelwater van de afgelopen dagen is er een aantal plassen op de bospaden ontstaan. Van die plassen die overgaan in modder. Lekker goor! Dat maakt het er voor de atleet niet gemakkelijker op. Ook het bescheiden heuveltje in het parcours is een echt kuitenbijtertje. Maar goed, het kan er mee door. Nu weet ik dat Lucky Luke sneller schiet dan zijn schaduw. Maar vandaag heb ik het gevoel dat ik sneller loop dan mijn silhouet. Oké, trainen helpt ook en maakt het lopen een stuk plezieriger. Enfin, het gaat voorspoedig, maar blijft dat wel zo doorgaan? Halverwege het tweede rondje voel ik een pijnscheut in m’n rechter hamstring. Een oude, hardnekkige blessure speelt toch hopelijk niet weer op? Dan maar verder op een iets lagere versnelling. Gewoon de boel heel houden. Het gaat lekker. Het weer is prachtig. Er staat wel een straffe wind. Maar de voorspellingen die de weerprofeten ons hebben beloofd, komen voorlopig niet uit. Geen koude douche tijdens het lopen. Ach, laat het geluk ook eens aan de zijde van de hardloper zijn.

Ongemerkt ben ik al bezig met m’n laatste rondje. Nogmaals om de plassen heen laveren en nog een keer het heuveltje op. En natuurlijk er vanaf. De deelnemers lopen verdeeld over het gehele traject. Af en toe hebben we een doorkijk op een ander deel van de route. We zien een lang lint van mannen en vrouwen over de bospaden rennen. Dan is de tijd aangebroken voor de terugweg. Terug naar de eindstreep bij het bosbad. Op het grasveld mogen we het laatste rondje lopen. Daar zie ik twee dames van een kortere afstand voor me. Dit betekent even aanzetten en de dames passeren. Daarna loop ik onder de boog van de finishlijn door. Tegelijkertijd druk ik mijn stopwatch in. De cijfers van het optisch instrument staan stil op 38:40,40 en dat na een afstand van 7.630 meter. Ik ben tevreden met het resultaat en wandel terug naar Cisca, die met een droog tenue op mij staat te wachten. Even later wandelen we naar de bushalte voor de terugreis. M’n hamstring is gevoelig. Vanavond het massageapparaat er op en natuurlijk de warme stralen van de douche voor een goede doorbloeding.