AV 1923

Olympisch Stadionloop

Om één of andere reden keer ik altijd terug naar het Olympisch Stadion. Dat was vroeger zo en nu eigenlijk ook nog. Als kind al stond het sportieve bolwerk niet ver van mijn toenmalige huisadres. Bij interlandwedstrijden parkeerden veel bezoekers hun vierwieler bij ons in de straat en gingen het laatste stuk te voet verder. Nu is de afstand voor mij enkele kilometertjes verder. Maar nog altijd gemakkelijk bereikbaar. De bezoekjes aan de oude arena gaan voor mij terug naar het begin van de zestiger jaren. Toen volgde ik als tiener de voetbalwedstrijden van Blauwwit en D.W.S.. Mijn helden, die daar, om de week, hun thuiswedstrijden speelden. Meestal bevond ik mij in vak SS of TT nabij het scorebord, op de bovenste ring van de staantribune. Dat waren namelijk de goedkoopste plaatsen. Tevens werden in het stadion Interlandwedstrijden, wielerwedstrijden en niet te vergeten speedwaywedstrijden voor motoren georganiseerd. Het grote geweld! Spectaculaire races met als inzet ‘de Gouden Helm’. Een door iedere coureur fel begeerde trofee.

Omstreeks 1970 stond ik in het mij vertrouwde vak onder het scorebord om het alive alive-o! concert van José Feliciano bij te wonen. Een prachtig evenement. En één van de eerste stadionconcerten van een popartiest. Naast de tophit ‘No dogs allowed’ werden verschillende andere songs gespeeld. Toen de blinde zanger het bekende nummer ‘Rain’ ten gehore bracht begon het even later te regenen. Het hemelwater kwam met bakken uit de lucht. Niet mis! Was het dan toch de Goden verzoeken of had deze artiest zo’n groot inzicht? Het stadion was niet geheel vol. Toegangskaartjes waren in die tijd stevig aan de prijs en de lonen lagen nog op een laag niveau. Dat was dan ook de reden dat de plaatsen op de ere- en marathontribune niet geheel uitverkocht waren. Met nog een aantal jeugdige bezoekers klom ik over de met gaas bespannen hekken, om een plaatsje op de eretribune te bemachtigen. Onder de grote overkapping zaten we tenminste beschut tegen het hemelwater.

Ook enkele Europacupwedstrijden, in de succes periode van AJAX, heb ik er bezocht. Bayern München met al z’n vedettes werd met een grote nederlaag naar huis gestuurd. Het staat nog steeds op mijn netvlies. Natuurlijk mogen we de start en finishlocatie van de Amsterdam marathon niet vergeten. Bij dit evenement ben ik een trouwe deelnemer. Voor het derde achtereenvolgende jaar sta ik aan de start van de Olympisch Stadionloop. Een trimloop waaraan ik de vorige twee edities niet zoveel plezierige herinneringen heb. Beide keren raakte ik geblesseerd aan m’n hamstring. En of de duvel ermee speelde was dat beide keren op dezelfde plek van het parcours op het smalle pad langs de bosbaan. En dezelfde spierblessure. Driemaal is scheepsrecht zegt men. Driemaal een blessure oplopen! Neen, daar geloof ik niet in. Eh, dat hoop ik in ieder geval niet. Dus, togen wij zondag 6 december op naar het enige jaren geleden gerenoveerde stadion.

Evenals andere wedstrijden heb ik wederom een afspraak met mijn clubgenoot Martijn Biesmans. Cisca en Martijn’s moeder gaan als supporter mee. Het weer is niet tof. We moeten het er maar meedoen. In de Sporthallen Zuid worden de startnummers uitgereikt en daarna verplaatsen wij ons naar het Olympisch Stadion, waar straks het startschot van de wedstrijd wordt gegeven. Tien minuten voordat wij van start gaan worden de lopers aan de wedstrijd en de bedrijvenloop op pad gestuurd. Daarna mogen wij. Het begint al zachtjes te regenen en ik besluit om de windstopper aan te houden. Precies om 12:25 uur wordt het sein tot vertrek gegeven. Het duurt even voordat iedereen over de ChampionChip matten is gegaan. Martijn staat vooraan. Hij wil een goede tijd op de klok plaatsen. Ik zoek een plaatsje in de achterhoede, omdat ik de tocht snelwandelend wil afleggen. Als de eerste lopers het stadion hebben verlaten passeer ik de mat. Een piepje en m’n tijd is geregistreerd. Via de poort onder de marathontribune verlaten we het sportpaleis.

Als we het stadion hebben verlaten slaan we linksaf over het toegangsterrein met de diverse opgangen naar de tribunevakken. Juist voordat ik het brugje over ga, hoor ik een bekende stem achter me. Ach, als snelwandelaar tussen de horde lopers val je al gauw op. In ieder geval eerder dan dat je met de horde meedraaft. Het is mijn oud collega Robert Haakman. Gezamenlijk gaan we verder en in plaats van snelwandelen ga ik over tot hardlopen. Ook een discipline die ik graag doe. We passeren een brugje en rennen over een pad langs de spoorbaan van een historische tramlijntje. In de zomer kan de toerist of een liefhebber met het nostalgische trammetje vanaf het Haarlemmermeerstation naar Amstelveen en verder reizen. Langs een jachthaven waar de plezierbootjes droevig in de regen en stevig vastgebonden aan de steigers liggen, gaan we op weg naar het Amsterdamse Bos. Hierbij passeren wij het botenhuis en nemen het lange fietspad langs de bosbaan. Het parcours is hier anders dan de voorgaande jaren. Geen smerige bospaden, maar een verhard pad waar het heerlijk lopen is. Het fietspad ligt enkele meters lager dan de asfaltweg waardoor we geen hinder van de wind hebben. Wel valt de regen onophoudelijk op ons neer.

Met Robert heb ik afgesproken dat we tot het 5 km punt samen blijven. Daarna gaat hij versnellen om toch nog een leuke tijd op de klok te zetten. Ik ga dan mijn tocht snelwandelend vervolgen. Iets wat ik heel graag doe. Op de bosbaan zijn enkele roeiers actief. Ook voor hen werkt het weer niet echt mee. Maar het zijn toch weer de doorzetters die op pad zijn. Ik kijk even om en zie een lang lint van hardlopers achter me. Ter hoogte van het 5 km bordje geef ik Robert het sein dat het tijd is om te versnellen. Om over te schakelen van hardlopen naar snelwandelen is niet echt eenvoudig. Het is moeilijk om in m’n ritme te komen. Maar na verloop van tijd lukt het me. Net zoals iedereen ben ik op de terugweg. Ik heb er veel plezier in en de kilometers schieten voorbij. Het ophaalbrugje nabij de banaan, een zwemstrook waar ik vroeger vaak te vinden was, wordt genomen. Het is even aanzetten en dan gewoon weer verder. Het botenhuis ligt nu aan onze rechterzijde en we mogen dezelfde weg terug zoals we gekomen zijn.

Martijn Biesmans is inmiddels aan de finish gearriveerd. Zijn eindtijd van 38:43 is heel mooi te noemen. Hij heeft er goed voor getraind en er veel voor moeten laten staan, behalve zijn ‘shaggie’ en z’n glas ‘lager’. Tjonge wat kan die man snel! Maar het kan natuurlijk nog altijd sneller, nietwaar? Ik snelwandel langs de luxe appartementen, precies op de plaats waar vroeger het internaat voor schipperskinderen stond. In de verte ligt het stadion. Ik weet waar het is, maar een bordje geeft aan dat ik nog 1 km moet. De regen valt met bakken uit de lucht. Precies zo erg als bij het concert van José Feliciano. Ik weet het nog als de dag van gisteren. Toch is de pret er niet minder om. Maar het kan allemaal zo anders zijn. Wederom draai ik over het brugje en loop over het toegangsterrein van het stadion. De poort onder de marathontribune is een droog plekje, maar dan over de atletiekbaan. De baan is kletsnat en zover mijn voeten nog droog waren is dat nu veranderd. De boog met de finishmatten is in zicht en na 59:06,6 is mijn klus geklaard. Een enkeling bewondert de sporters die nog in aantocht zijn. Ik zoek een warme douche op en daarna. Ja daarna, een heerlijke bak koffie.