AV 1923

Limburg's Zwaarste



In eerste instantie was ik niet van plan om een verslag over deze tocht te schrijven. Zou ik dat wel doen dan kwam ik slechts tot twee regels. Mijn humeur was zo slecht, dat ik twee dagen moest wachten om weer de positieve kant van het geheel te zien. O ja, ik ben beslist geen zwartkijker of een sikkeneurig mens. Neen, zeker niet. Verre van dat zelfs. Over zoveel mensenkennis beschik ik wel.

Oké! Vrijdagmorgen 19 maart j.l. reisden Cisca en ik naar Zuid-Limburg om een deel van het parcours van Limburg’s Zwaarste te markeren. Deze tocht is een ultraloop over 70 km waarbij het parcours vanaf het begin tot het eind heuveltje op en heuveltje af gaat. Tezamen met Willem Mütze heb ik het traject van Vaals tot Nijswiller over 22 km gemarkeerd. Andere delen van het parcours werden door andere medewerkers van de juiste markering voorzien. Overal waar een splitsing of een kruising in de route was hebben we een geel lintje aan palen, hekken of boomtakjes geknoopt. Nadat morgen de laatste lopers zijn gestart, worden de lintjes weer verwijderd zodat er geen rommel in de natuur achter blijft. Enfin, dit was dan tevens mijn eerste training in het heuvelland voor dit seizoen. Daarbij tel ik de regelmatige trainingen bij de Velibor Vasovicbrug over de rondweg bij Diemen niet mee.

Zaterdagmorgen sta ik op de startlijst met ongeveer honderd deelnemers, waaronder Simon Pols van s.v. De L.A.T. en Paul Wiering van AV’23. Even na 08:00 uur vertrek ik samen met Cor van Wijnen om de eerste 10 km te controleren. Een regenbui kwam met bakken uit de lucht en de verwachtingen waren verre van florissant. Het bleek al gauw dat de markeringen die een dag eerder waren aangebracht door een of meerdere natuurfreaks zijn weggehaald. Dit betekende voor ons een boel werk. Zeg maar, extra intervaltraining. Lopen, stoppen en lintje ophangen. Daarna weer tempo maken tot het volgende lintje een bestemming kreeg. Een half uur na ons ging de rest van de groep van start. Organisator Willem Mütze kreeg voor aanvang van de loop, door de loco-burgemeester van Heerlen, een Koninklijke onderscheiding uitgereikt. Kortom, eveneens een lintje.

Na een paar kilometer kwamen we bij de Wilhelminaberg aan. Hier bevindt zich de langste trap van Nederland. 90 meter hoog en 250 meter lang met 525 traptreden. Halverwege keek ik eventjes om en zag een flinke afgrond achter me. Boven op de berg stond Marcel Mütze die van iedere deelnemer een foto maakte. De foto werd verwerkt in een diploma dat iedereen na afloop van de tocht kreeg uitgereikt. Aan de andere kant van de berg liepen we over smalle paden weer naar beneden. Vervolgens kwamen we na 10 km bij het startpunt uit. Inmiddels waren Cor en ik al ingehaald door verschillende hardlopers. Het verder ophangen van lintjes had weinig zin meer, waardoor wij ons op de loop konden concentreren. Met de routebeschrijving in de hand ging ik verder. Vanwege de regenval waren de paden modderig. Sommige paden waren zo slecht dat je met je schoenen in de prut bleef steken. Toch zijn er betere wegen in de omgeving. Ik ken ze!

Tot overmaat van ramp moesten we via een holle weg een berg af. Het pad was onbegaanbaar. Het water stond ongeveer 6 cm hoog. Dat betekende als je het pad zou volgen de rest van de tocht met zeiknatte voeten zou lopen. Neen, nooit! Met handen en voeten kroop ik het 4 meter hoger liggend veld op. Tussen de beplanting bleef ik evenwijdig aan de holleweg lopen. Ik zag een andere atleet door het water soppen. Er kwam van hem geen enkele kreet dat leek op een juichstemming. M’n schoenen bleven bijna in de modder vastzitten. Het was zwaar voortbewegen. Eigenlijk was dit al niet leuk meer.

Bij het Kolmonderbosch staat het klooster St. Benedictusberg, dat wij op enkele meters afstand passeerden. Via het Duitse dorp Orsbach kwamen we in Vaals uit. Inmiddels hadden we al twee keer een verkeerd pad belopen, dat ons flink wat tijd bezorgde. Cor was op mijn verzoek doorgelopen en ik ging in m’n eigen tempo verder. Ik liep in de staartgroep, maar ik ben natuurlijk geen hardloper. Met een vast en stevig tempo kom ik er natuurlijk ook. De Vaalserberg moesten we via de steilste kant beklimmen. Bij het Drielandenpunt stond weer een verzorgingspost. Bij alle verzorgingsposten kon men genoeg te eten en drinken krijgen. Dat zag er pico bello uit. Als iemand daarover ging klagen, dan weet ik het niet meer.

Bij het Drielandenpunt had ik er 34 km opzitten en met foutief lopen was ik al 5½ uur onderweg. Ik was bang dat ik voor het donker niet terug zou zijn. En die angst was zeker niet ongegrond. Via de Epenerberg en de Vijlenerbossen ging het verder. Plotseling was ik van de route af. De routebeschrijving kwam op verschillende plekken niet overeen met de werkelijkheid. Ja, dan sta je met je handen in het haar. Voor mij is dat moeilijk. Op een gegeven moment kwam er een Duitse atleet en een Nederlander uit tegengestelde richting op me af. Alle drie wisten we dat we fout zaten. Ik nam beide mannen mee en na een flink ommetje kwamen we weer op het juiste parcours uit. Die andere Nederlander stopte abrupt met de tocht. Na diverse keren het foute pad ingegaan te zijn vond hij het welletjes. Ik dacht bij mezelf: ‘Opgeven, nee nooit!’ Een bekende uitdrukking die ik hoog in het vaandel hou. De Duitse atleet ging met me mee.

Helemaal alleen dwaalde ik door de bossen. Heuvel op en heuvel af. Een blik op het uurwerk deed mij overgaan op hardlopen. Ik moest wel, want in het donker was ik wereldvreemd. Ik prentte me in dat dit een goede training voor de Circuitrun in Zandvoort was. Daar doe ik volgende week aan me. Hoop ik!

Bij de verzorgingspost op 54 km vroeg ik aan de medewerker: ‘Bestaan er Limburgse kilometers.’ Hij keek me vreemd aan. ‘En als die zouden bestaan, zijn die dan even lang als de Nederlandse kilometers,’ ging ik verder. Hij begreep me en had bij het uitzetten ook problemen met de tussenafstand gehad. Normaliter snelwandel ik over 200 meter 1:10 en laten we het vandaag op 2:40 houden. De waarheid gebiedt me te zeggen dat ik bijna tien minuten onderweg was. En ik heb absoluut niet stilgestaan. Nou, dan blijkt voor donker binnenkomen geen reële optie te zijn.

Even later kwamen er twee hardlopers aangedraafd. Een echtpaar uit Mönchengladbach. Die brave mensen hadden niet eens een parcoursbeschrijving bij zich. Dan weet je helemaal niet welke richting je op moet. Gezamenlijk gingen we op pad.

We renden over de velden en over de met grind bedekte paden. We hadden heel veel geluk met het weer. Af en toe was er een buitje, maar in de middag kwam zelfs het zonnetje nog even kijken. Ja, dan begint het te schemeren. We moesten nog 4 kilometer gaan. Dan sloeg het noodlot toe. Weer gingen we fout. In plaats van naar Heerlen te lopen kwamen we in Simpelveld uit. Aan vriendelijke mensen vroeg ik de weg. Ze wilden ons zelfs met de auto wegbrengen. Maar dat vertik ik. We gaan te voet verder, al moet ik vanavond om 21:00 uur binnenkomen. Enfin, die vier kilometer waren er opeens acht. Nou, daar word je niet vrolijk van. Het Duitse echtpaar was blij dat ik bij hun bleef. Want zij wisten helemaal niet in welke richting ze moesten gaan.

Uiteindelijk kwamen we bij het viaduct over de snelweg uit. Een helder punt op mijn routebeschrijving. Oké, dan was het er toch nog een. M’n humeur was aardig verziekt. Cisca wist niet waar ik was en het werd alsmaar later en later.

In het pikkedonker liepen we over enkele zandwegen. Je zag geen hand voor ogen. Plotseling schrok ik, want ik liep bijna in een los stuk prikkeldraad. Toen een kerkklok ergens één keer sloeg, was het half acht. Even later bereikten we het finishlokaal en de 70 km lange tocht zat er op. In de praktijk had ik minimaal 75 km gelopen, maar waarschijnlijk lag het juiste cijfer dichter bij het getal 80. Na ons kwam nog een loper binnen. Ook die had het moeilijk omdat hij geen hand voor ogen zag.

Gauw gingen we terug naar het hotel voor een warm bad. Tezamen met Cor en beide echtgenotes hadden we een gezellig diner. Limburg’s zwaarste, ja daar ………………..