AV 1923

Circuit Run te Zandvoort aan Zee.

Zondag 28 maart 2010 wordt de 3e editie van de Circuit Run op het befaamde circuit van Zandvoort georganiseerd. Twee jaar geleden heb ik ook deelgenomen aan de 1e Run van dit evenement. Vorig jaar was ik afwezig in verband met een deelname aan het Europees Kampioenschap Indoor Atletiek in het Italiaanse stadje Ancona.

Als tiener trok ik in het zomerseizoen al naar Zandvoort aan Zee. Want deze badplaats was zeer geliefd bij de Amsterdammer, maar toch ook bij andere jongelieden. Een kleurtje opdoen, jezelf vermaken met een balspel op het strand en een blik werpen op de andere sekse. Werd dat je allemaal een beetje te warm, dan was een duik in het koele zeewater de ideale oplossing. Ja, dat was het! De jaren zestig van de vorige eeuw.

Op een vroege zondagmorgen reed ik op m’n fiets vanaf mijn woonplaats Amsterdam, via Haarlem, naar de badplaats. Een formule 1 wedstrijd van dichtbij bekijken was voor iedereen een jongensdroom. Op een heuvel in één van de vele bochten zag ik de snelheidsmonsters op enkele meters passeren. Een oorverdovend lawaai. Het hoge gezoem van de motoren klonk de autosportliefhebber als muziek in de oren. Ik kan me nog herinneren dat ik de Nederlandse autocoureur Carel Godin de Beaufort zag rondrijden. Dat was in 1962, toen werd hij zesde in een kleurrijk gezelschap. Twee jaar later verongelukte hij op de Nürburgring tijdens een training voor de Grand Prix van Duitsland.

In afwachting van het startschot staat nu een horde hardlopers voor de hoofdafstand van 12 km in de pitsstraat opgesteld. Het is er druk. Ja heel druk zelfs! In ieder startvak is het dringen geblazen, want elke atleet wil een zo goed mogelijk plekje hebben. Ik geniet van het gebeuren om me heen. Op het supportersterras van de paddock staat een groep toeschouwers. Daar heb je een prachtig overzicht op het circuit en op de meute hardlopers.

Voor de garages hoor je geen geronk van motoren, er is geen stinkend rubber en er zijn geen pronkende pitspoezen. Neen, nu ruik je de scherpe lucht van allerlei smeerseltjes en het zweet van lichamen. Nou, van mij mag het startschot vallen. Eigenlijk wil ik weg uit die stinkende massa. Even later is dat het geval. De horde stuift weg. Allemaal op weg naar de Tarzanbocht. Het wegdek loopt enigszins schuin, maar dat is louter voor de raceauto’s. In de bochten liggen rijen autobanden op elkaar gestapeld. Een vangnet voor diegene die met een te hoge snelheid uit de bocht vliegt. Dan lopen we in de richting van de paddock en we rennen naar de Hunserug. Het is een lang kleurrijk lint van atleten. Een prachtig panorama. Ter hoogte van Het Scheivlak trekt de massa enigszins uit elkaar. Er tekent zich een afscheiding in de groep aan. Voorts scheuren we door de Arie Luyendykbocht en via een tunneltje verlaten we het circuit.

Op het 5 km-punt betreden we het strand. Er staat een krachtige zuidwesten wind. We hebben hem dan ook vol tegen. De golven hebben witte koppen en slaan één voor één stuk op het strand. Zelf loop ik vlak langs de vloedlijn, dit om een harde ondergrond te hebben. Het is ons niet gegund, we moeten door het mulle zand baggeren. De zware wind en het mulle zand maken het de atleten niet makkelijk. Het is alles behalve zomers. Maar ach, het gaat toch om het plezier. Nadat de meute het zand over een lengte van 3 km tot een ruiterpad heeft bewerkt, verlaten we het strand. De oprit naar de Boulevard is een eitje. Vorig week heb ik lang genoeg over geaccidenteerd gebied getraind. Dan verlaten we de Boulevard en keren terug in de richting van Zandvoort. We hebben de wind stevig in de rug. Heerlijk voor die laatste vier kilometers. In het centrum van het dorp is het gezellig. Er spelen diverse muziekbandjes en er staan veel toeschouwers achter de opgestelde dranghekken. Het lange lint van hardlopers wordt door hen als het ware naar de finish geschreeuwd.

Als het NS-station is gepasseerd weten we dat de tocht bijna voorbij is. We naderen het 4,2 km lange circuit. Nu stevenen we regelrecht op de finish af. In de verte zien we de overdekte tribune. Ja, daar moet het zijn. De opstelvakken voor de raceauto’s achter de startlijn worden één voor één genomen en dan is het finishdoek in zicht. Ik passeer de streep na 1:06:27 en ben meer dan tevreden. De race zit er op. Niet een gemakkelijke gezien de omstandigheden, maar wel eentje die je lang in je gedachten zal houden.