
Het is augustus en zomer 2010. Iedere dag valt er wel een regenbuitje op ons dak. Het weer is al weken onbestendig en de lage drukgebieden blijven in de buurt van ons land hangen. Is een langdurige bui eenmaal naar het oosten gedreven, dan dient de volgende bui zich weer aan. Geen leuk vooruitzicht, maar we moeten het er maar mee doen. We mogen niet al te somber zijn, want tussen die depressies bevinden zich ook mooie dagen. En op zo’n dag ondernemen we een reis naar het vestingstadje Heusden. Hmm, nu hoor ik enkele mensen al denken, Heusden. Waar ligt dat in hemelsnaam nou weer?
Oké, om precies te zijn ligt dit stadje aan de Bergsche Maas. Juist op het punt waar het Heusdensch Kanaal de Afgedamde Maas met de Waal verbindt. Het Land van Heusden en Altena, iets ten zuiden van de Bommelerwaard. Preciezer kan ik niet zijn, toch?
Heusden lag op de strategische grens tussen de provincies Brabant, Holland en het Hertogdom Gelre. Het vestingstadje heeft vele oorlogen meegemaakt. Alhoewel het niet door de Spanjaarden werd belegd. Toch ontkwam het niet aan een tal van rampen. Meerdere keren werd de stad getroffen door de pest. Bij een verschrikkelijke brand in 1572 werd bijna de gehele stad in de as gelegd. In 1680 sloeg de bliksem in de donjon van het kasteel. De toren deed toen dienst als opslagplaats voor buskruit. Op het fatale moment lag er 16.000 pond buskruit en handgranaten opgeslagen. Er ontstond een enorme knal waarbij het gehele kasteel met de grond gelijk werd gemaakt. Ook huizen in de omgeving moesten het ontgelden. In de Tweede Wereldoorlog toen de Duitse troepen zich uit de stad terugtrokken, hebben ze schandelijke verwoestingen aangericht door het laatgotische stadhuis op te blazen. Daarbij vonden 134 inwoners de dood.
Nu zoveel jaar later staan wij in die vestingstad. Panden uit de 17e en 18e eeuw hebben een prachtige bouwkunst. De Visbank uit 1796 is daar een van. Hier beginnen wij met onze wandeling. Maar eerst dient de inwendige mens versterkt te worden. Jawel, het is koffietijd.
Bij een bakkerij annex koffiebar vinden we zo’n gelegenheid. Het interieur van de zaak is helemaal ingericht uit oma’s tijd. Op de houten tafels liggen roodwit geblokte kleden. Wat belangrijk is, de koffie smaakt prima. Bij een bakkerij is altijd wel iets lekkers te vinden en ons kopje koffie wordt opgesierd met een heerlijke koek.
Daarna gaan we op stap, want we hebben een flink aantal kilometers op het program staan. We verlaten het rustieke plaatsje via de noordelijke stadspoort en wandelen over de vestingwal. Daarbij passeren we een jachthaven waar diverse dure jachten aan de steigers liggen afgemeerd. De wieken van één van de drie walmolens, een korenmolen, die het stadje rijk is, zwaait ons uit. We wandelen langs een industrieterrein waar onder andere een scheepswerf is gevestigd. Even later passeren we Swanenberg IJzer Groep. Op het terrein liggen honderden buizen opgestapeld. En met buizen bedoel ik van die hele zware joekels.
Over het fietspad bovenop de rivierdijk naderen we de veerpont van Herpt naar Bern. Zoals gewoonlijk ligt de pont aan de overzijde van de rivier afgemeerd. We moeten dus even wachten voordat we kunnen aanmonsteren. Als de auto’s de pont hebben verlaten mogen wij het vaartuig betreden. De overtocht is hier gratis en wordt verzorgd door de Bergsche Maasveren. Aan dek ligt een flinke hoeveelheid reddingsvlotten opgestapeld. Aan de reling hangen enkele reddingsboeien. Oké, ik weet dat de Bergsche Maas een flinke stroming heeft, maar toch! In ieder geval geeft die extra bepakking een veilig gevoel bij de overzet. De motorveerpont wordt door een stalen kabel naar de overzijde van de rivier gedirigeerd. Als die kabel er niet was, dan was een rechte oversteek vrijwel onmogelijk.
Aan de andere oever verlaten we de pont en lopen langs een wachthuisje. Er naast hangt een mistbel, maar die wordt alleen bij slecht zicht gebruikt. We hebben de provincie Noord-Brabant verlaten en we bevinden ons thans in Gelderland. Langs een maïsveld vervolgen wij onze weg. Het maïs staat meer dan twee meter hoog en geeft een beschutting aan diverse diersoorten. Een smalle asfaltweg wordt geflankeerd door een rij beukenbomen. Onder het kapsel van bladeren heeft de weggebruiker niet het gevoel over daglicht te beschikken. Het asfaltwegje gaat over in een dijk. In een weiland staan koeien rustig te wachten om gemolken te worden. Een verroeste giertank staat langs de kant van het pad. Het wegdek is hier onverhard en komt tenslotte uit bij een versterkte burcht. Rond het landhuis is een slotgracht. Een oud vermolmd bankje zal geen dienst meer kunnen doen als zitplaats. Het staat weg te rotten aan de waterkant. In het struikgewas zie ik een reuzenbovist, een paddestoel zo groot als een kale schedel.
Even later staan we aan de oever van de Afgedamde Maas. Aan onze zijde ligt een oude roeiboot. Aan de zijkant staat de tekst: ‘Veer Nederhemert N-Z.’ In de boot liggen twee roeispanen. Het is een back-up als de motorpont uit de vaart is. Arme veerman!
Langzaam komt de veerpont aangevaren. Een kabel zorgt ook hier dat de veerpont een rechte oversteek maakt. Twee wielrijders willen ook de overtocht maken. Een van die mannen is aan het mopperen. Volgens zijn metgezel is hij de gehele dag al aan het mokken. Het rivierenland geeft veel opstoppingen bij veerponten. Dat vindt de man alles behalve plezierig. Het is juist een leuke onderbreking en je ziet weer eens wat anders. Voor slechts 0,70 cent worden wij door de schipper naar de andere kant van de rivier gebracht. Een kleine cabine geeft de veerman beschutting bij slecht weer. Zondag’s is het bootje uit de vaart. De veerman zit dan ergens anders. We volgen de Maasdijk in de richting van de plaats Aalst. Langs de kant van de dijk staan prachtige oude boerderijen. Sommigen stammen uit het tweede deel van de achttiende eeuw.
Een geit ligt op een vlonder en heeft een bel om z’n nek. Het dier ligt heerlijk in de zon en geniet van het leven. Althans zo vatten wij het op.
Op een gegeven moment passeren we een steen- en betonfabriek. Op de aangrenzende terreinen staan ontelbare stenen opgestapeld. Sommigen zelfs zes pallets hoog. Een oplegger rijdt met een vracht de poort uit. Daar kan weer een straatje van worden gelegd.
In de plaats Aalst slaan we links de Veerdam op en even later staan we aan de waterkant. De veerpont ligt aan de overzijde van de rivier afgemeerd. Ik zwaai even en de veerponthouder zet zijn vaartuig in beweging. Langzaam komt de boot naar ons toe. De laadklep schampt de schuine betonplaten en wij kunnen aan boord. Gooi de trossen maar los, we zijn de enige passagiers op dit moment. Tijdens de overvaart maken we een praatje met de kapitein. Eenmaal weer aan wal vervolgen wij onze route en de veerponthouder gaat nog eens een oversteek maken. We zijn weer terug in de provincie Noord-Brabant. Gedurende een uur vervolgen we de Maasdijk. Hierbij passeren we een molen. Nabij het dak treffen we het jaartal en de naam van de molen aan. Met witte letters prijkt de naam ‘De Hoop’ op een donkergroen ondergrond. Nou, volgens mij hebben alle molens in Nederland de naam De Hoop. Het kan bijna niet anders, want de vorige molens die wij vandaag op ons pad zijn tegengekomen droegen ook die naam.
Op de Maasdijk komen we twee oude grenspalen tegen die vlakbij elkaar staan. Het geeft aan de grens tussen de heemraadschappen ‘Oudland en Altena’ en ‘den Hoogen Maasdijk over Stad en Land van Heusden’. Op de linker paal prijkt het wapen, twee afgewende zalmen, van de hoofdplaats Woudrichem en de tekst OUDLAND VAN ALTENA. Op de rechter paal staat een rad, zijnde het wapen van Heusden en het jaartal 1785.
Via een dam steken we de Afgedamde Maas over. We zetten weer voet op Gelderse bodem. Op een gegeven moment struinen we over een subliem grasdijkje. Geen lawaai van auto’s, treinen of vliegtuigen. Neen, geen motorgeronk. Alleen rust en vrij in de natuur. Op het pad komen we regelmatig schapen tegen. We passeren ook enkele wielen. Dat zijn meertjes ontstaan door dijkdoorbraken in vroegere tijden. Het wandelen op dit soort paden is het echte werk. Het pad eindigt bij een voormalig fort. Daarna lopen we over een betonpad bovenop een dijk. Het pad brengt ons bij de plaats Brakel.
Terwijl de Tall Ships bij SAIL de haven van Amsterdam binnenvaren, varen wij met een tolschuit oftewel een veerpont naar de overzijde van de Waal. Vaak ligt een veerpont aan de andere zijde van de oever afgemeerd. Maar nu. Ja nu, vaart de veerponthouder net voor ons neus weg. Dit betekent een extra wachttijd. Tussen het scheepvaartverkeer manoeuvreert hij zijn boot naar de overkant. Op een muurtje in de zon wachten we geduldig totdat de veerpont weer aanlegt aan onze zijde. Dan zijn wij aan de beurt. Na de Bergsche Maas en de Afgedamde Maas steken we nu de rivier de Waal over.
We volgen de Waaldijk langs het water in de richting van de plaats Gorinchem. In de uiterwaarden staan enkele steenfabrieken. Hoge schoorstenen en ligplaatsen waar de stenen kunnen rusten zijn daarbij karakteristiek. Aan de overzijde van het water ontwaren we Slot Loevestein. U weet wel, van Hugo de Groot en de boekenkist. We naderen de plaats Vuren en niet veel later staan we bij Fort Vuren. Op een terras voor het betonblok gunnen we onze onderdanen wat rust. Een glaasje limonade is een welkom geschenk.
Het eindpunt is bijna in zicht. We blijven de rivierdijk alsmaar volgen totdat we het plaatsnaambord Gorinchem passeren. Nu nog een stadswandeling en bij het NS-station zit de wandeling er echt op. We hebben 33 km afgelegd en zijn dik en dik tevreden. Een mooie route met vier veerponten als leuke onderbreking.