AV 1923

25e Kennedymars van s.v. De L.A.T.


(foto: Rolf Craanen)

Na een lange periode van mooi weer is het niet vreemd dat het weer plotseling omslaat. Het is wel vervelend als een lange tocht in het verschiet ligt en je uren lang in de regen moet baggeren. Maar, het kan altijd verkeren, zoals onze Zuiderburen het mooi kunnen zeggen. De landelijke voorspellingen zijn niet bepaald gunstig. De weerman van Noord-Holland is een stukje positiever in zijn uitlatingen, maar helemaal droog zit het er voor ons niet in. Het is voor de organisatie jammer, want het scheelt altijd een aantal deelnemers. Wandelaars die dan toch maar thuisblijven. Tja, ik sta dan eigenlijk ook niet te trappelen. Aangezien ik alle voorgaande edities heb gelopen, ben ik wel verplicht om vanavond op stap te gaan. Weer of geen weer! Dit geldt eveneens voor Chris Driessen die in dezelfde situatie verkeert.

 

Vrijdagavond rond kwart voor acht betreden we de kantine van G.A.C. in Hilversum. Hier is de inschrijving van de wandeltocht. Tezamen met andere clubgenoten help ik alle wandelaars aan hun startbewijs. Even voor 22:00 uur worden alle deelnemers naar buiten gedirigeerd. Gerard van Blaricum, de marsleider, spreekt de menigte toe. Hierbij worden Chris Driessen en ik extra in het zonnetje gezet. Het is onze vijfentwintigste Kennedymars. We krijgen allebei een prachtige windstopper. Wit van kleur met reflecterende letters. De tekst bestaat uit onze naam met 25 x Kennedymars 1986-2010. Ik verruil prompt mijn regenjas en het reflectiehesje voor de windstopper. Vanwege de witte kleur en de reflectie ben ik ’s nachts goed zichtbaar. Ook de Wethouder van Sportzaken doet een woordje en we krijgen van hem ook een cadeautje uitgereikt. Wat het precies is, dat zien we na afloop van de wandeling. Dus, we moeten nog vele uren geduld hebben. Dan lost de wethouder het startschot. Hij heeft geen startpistool, ratel of fluitje ter beschikking. Neen, hij roept gewoon ‘pang’ en iedereen gaat op pad. Het is geen wedstrijd, maar de mars moet wel binnen 20 uur afgelegd zijn. Dan heeft iedereen voldaan aan de uitspraak van wijlen Th. Roosevelt en John F. Kennedy.

 

Al snel bevind ik me in de kopgroep en we wandelen door het centrum van Hilversum. Het uitgaansleven is daar zojuist opgang gekomen en de cafébezoekers kijken enigszins vreemd op als ze een lange rij van sporters zien passeren. Sommige zouden wel willen meedoen, maar het glaasje bier trekt toch meer.

Langs het mediapark komen we in Bussum aan. Hier bewonderen we prachtige huizen met grote tuinen. Als je Bussum zegt, zeg je ook Naarden. Even later staan we in het Vestingstadje. De weg is hier opgebroken en we hebben daarom geen hinder van het autoverkeer. De wallen laten we links en rechts liggen en wandelen door de hoofdstraat. Even voorbij het Arsenaal verlaten we de vesting en we lopen langs een bedrijventerrein. Hier worden de wandelaars voorzien van een natje en een droogje. Ik neem een verrukkelijke plak cake en een glaasje limonade. Dat laatste bij gebrek aan een kop koffie. Je kan niet alles hebben, nietwaar?

Daarna wandelen we door het Naarderbos. In voorgaande jaren waren wij als wandelaars hier niet de enige bezoekers. Het is een cruiseplek, maar vandaag zien we geen ……… Neen, niets! Waarschijnlijk is het weer hier debet aan. Zo nu en dan valt er een miezerig buitje. Wij zijn niet bang voor een nat pak en gaan door. Het is pikkedonker en je hoort het getjirp van krekels. Wat ze ons willen vertellen, dat is een raadsel. Ook de kikkers in de boerensloten doen hun best. Ze kwaken naar hartelust. Ja, dat is het. Dit maakt een nachtwandeling tot een hoogtepunt.

 

Langs het Gooimeer arriveren we bij de plaats Muiderberg. Dit gebied behoort tot mijn trainingsrondje. Nu lopen we niet over de kruin van de dijk, maar beneden over de weg. Ter hoogte van een statig landhuis waar ieder jaar een rood lampje brandt, verlaten we de IJsselmeerdijk. In de verte zien we het Muiderslot van wijlen Graaf Floris. Het bouwwerk staat in de schijnwerpers en is prachtig verlicht. Ongemerkt wandelen we de plaats Muiden binnen. Hier staat de verzorgingsploeg haar deelnemers weer op te wachten. Een bakje yoghurt, een suikerboterham en we gaan weer op stap. Via de sluis lopen we in de richting van Diemen. Het miezelbuitje is overgegaan in regen. Het moet niet gekker worden, want dan gaat de lol er gauw af. Aangekomen bij het Amsterdam-Rijnkanaal is het weer droog. Nou ja, bijna! Over het fietspad van de spoorbrug komen we in het Diemerbos. Het is er donker en we zorgen er voor dat we hier niet alleen wandelen. In een groepje doorkruisen we het bos. Op sommige paden liggen ijzeren platen vanwege herstelwerkzaamheden. Het is er pikkedonker en ik loop door een diepe plas. Een drijfnatte sok en schoen hou ik er aan over. Maar ik ben niet de enige die dat overkomt.

Langs de ijsbaan wandelen we mijn woonplaats binnen. In mijn garage heb ik eerder op de dag een schoon tenue klaargelegd. Geheel verschoond en op andere schoenen zet ik de tocht voort. In Verenigingsgebouw ‘De Schakel’ hebben we een verplichte rust.

 

Om 03:15 uur mogen we weer op pad. Inmiddels zijn we gelaafd en we hebben er zin in. Via de provinciale weg wordt er koersgezet naar Driemond. Van hier wandelen we langs het schilderachtige riviertje Het Gein. Halverwege kruisen we het water over een smal brugje en slaan een landwegje in. Aan beide kanten staan prachtige wilgenbomen. Het pad eindigt bij Fort Nigtevecht aan het Amsterdam-Rijnkanaal. Na een paar honderd meter hebben we weer een verzorging. Het team staat hier in een stal bij een boerderij. Af en toe slaat een koe een kreet uit. Het is toch ook zo vroeg in de morgen.

Ongeveer vijf kilometer volgen we het pad langs het water. Een vroege schipper vaart voorbij. Na verloop van tijd sluit de spoorbaan van Amsterdam naar Utrecht zich bij ons aan. Aan mijn wandelkameraad Antoine meld ik dat de eerste trein in aantocht is. Dat is ieder jaar zo. Even later horen we inderdaad een trein naderen. Het gele gevaarte suist voorbij. De dageraad breekt aan. Dan betreden we de trappen van de boogbrug bij Vreeland. We kruisen nogmaals het Amsterdam-Rijnkanaal en wandelen het dorp Vreeland binnen. Het centrum van de plaats is schitterend. Met name de ophaalbrug en de rustieke huisjes. Het kronkelige riviertje De Vecht houden we geruime tijd aan en komen tenslotte in de plaats Loenen. Hier bevindt zich de tweede rust in het Dorpshuis. We laten een broodje kroket heerlijk smaken. Een glaasje fris zorgt ervoor dat het vochtgehalte op peil wordt gehouden.

 

Daarna mogen we weer verder. Op het Kerkplein staat een mooie waterpomp. De straten in Loenen zijn voor het grootste gedeelte geplaveid met bakstenen. Dan wandelen we weer langs het water. Over een smal onverhard pad zijn we op weg naar Nieuwersluis. Een plaats waarmee in militaire diensttijd veel werd gedreigd. Het militaire strafkamp van weleer is nu een vrouwengevangenis. Het gebouwencomplex is gesticht door Koning Willem III. Langs de waterkant zit een groep vissers. Wezenloos staren ze naar hun dobber.

Ter hoogte van de ophaalbrug van Breukelen keren we het riviertje de rug toe. Vanaf de plaats Vreeland hebben we een schitterend stuk van de route gehad. Mooie huizen, statige hoge bomen, theekoepeltjes en noem maar op. Op een steenworp afstand staat Slot Nijenrode. We bevinden ons in een veengebied. Op een paal heeft een ooievaar een nest gebouwd. Je hoort hem klepperen.

We naderen een verzorgingspost. De voorlaatste al weer! Via de plaats Tienhoven en de Tienhovense Plassen arriveren we bij Egelshoek. Hier is de laatste verzorgingspost, wederom in een boerenstal. Nog zes kilometer en de tocht is geklaard. Een bosperceel, een heidegebied en weer een bosperceel en we wandelen de plaats Hilversum binnen. Even later staan we voor het gebouw waar we gisterenavond met de tocht zijn begonnen. De vijfentwintigste editie van de Kennedymars is verleden tijd, een tocht waar ik 25 jaar naar uitgekeken heb.

 

Na een warme douche en een schoon tenue drinken we een kop koffie in de kantine van G.A.C. Regelmatig arriveren er wandelaars. Bijna twee uur later gaan Marcelino en ik op stap om de laatste wandelaars in te halen. We lopen in een rustig tempo terug naar het 70 km-punt. Van Cisca heb ik een plastic zak met stukjes fruit meegekregen en die kan ik aan de naderende wandelaars uitreiken. Tegenover de Tienhovense molen ‘De Trouwe Waghter’ ploffen we neer op een bankje. We hebben een mooi uitzicht op de omgeving. Schapen en geitjes dartelen in de wei. Regelmatig komen er wandelaars voorbij. Mijn plastic zak met fruit raakt al aardig leeg. Het duurt lang voordat de laatste wandelaars arriveren. Ja zelfs heel lang. Uiteindelijk zien we in de verte twee wandelaars naderen. Heel langzaam komen ze nabij. Het is een militair en Jos van Kesteren. We nemen de taak van Jos over en hij kan een tandje sneller lopen. Met een gemiddelde snelheid die u niet wilt weten schrijden wij voort. De man is zo’n beetje total-loss. Maar we trekken hem er wel doorheen. Gezamenlijk hebben we veel plezier. Bij de Egelshoek zitten nog twee wandelaars van de opgelopen vermoeienissen uit te rusten. Met z’n allen gaan we op pad voor de laatste kilometers. Ondertussen worden de kartonnen pijltjes van de bomen en palen verwijderd. De militair weet de laatste plaats in handen te geven van een jonge dame. Deze dame is finaal kapot. Ze loopt al zeventig kilometer op blaren en heeft veel pijn. We hebben met haar te doen. Toch weet ze het te fiksen. In Hilversum wacht de militair op de slotgroep. Gezamenlijk lopen we op de finish af. Hulde voor deze mensen, want ach wat hadden ze het zwaar. De tachtig zit erop. Marcelino en ik hebben de teller van 80 naar 100 gebracht. Even later krijgen we een glas champagne toegestopt. Het zijn de laatste wandelaars die door familie en vrienden in het zonnetje worden gezet. Proost. Eind goed, al goed!