Om extra kilometers in de benen te hebben met het oog op de marathon van Amsterdam komend weekend sta ik zaterdag 9 oktober aan de start van de 60 km lange herfstdagtocht van s.v. De L.A.T. in Berg en Dal. Nauwelijks hersteld van een flinke verkoudheid durf ik het toch wel aan. Beter gezegd ik moet wel als ik a.s. zondag aan de start in het Olympisch stadion wil staan.
Enfin, rond half acht gaan we op pad. Het is nog donker. Na precies 480 meter is dat merkbaar, want we betreden een bosparcours rond het forenzendorp. Ik loop tezamen met m’n wandelvriend Cor van Wijnen. Vier ogen zien meer dan twee. En dan draag ik nog een bril. De witte schildjes opgehangen aan de bomen en hekken zijn af en toe moeilijk te onderscheiden, maar toch weten we de route te vinden. Soms is dat pas op het laatste ogenblik zodat we toch het juiste bospad inslaan. De boomwortels zijn extra obstakels op het pad en nu en dan blijft een voet achter zo’n onding hangen. Het gevolg is een harde vloek en een pijnscheut in het lijf. Toch overleven we het. Het donkere van de nacht wordt weldra opgevolgd door daglicht. De markeringen zijn nu gemakkelijk te onderscheiden. Het bos verlaten we en we wandelen door de plaats Heilig Landstichting onder de rook van Neerlands oudste stad Nijmegen. Het parcours is nu behoorlijk geaccidenteerd. Met andere woorden we ploeteren heuvel op en heuvel af.
Via het Kops Plateau, waar we een prachtig uitzicht op de Ooypolder hebben, arriveren we bij de eerste verzorgingspost. Een kopje koffie en een boterham is een welkom geschenk. Daarna gaan we weer op pad. Te bedenken dat de Romeinen ons hier zo’n kleine 2000 jaar geleden zijn voorgegaan. Via de Ravenberg en Vossenberg komen we bij de Duivelsberg. Deze laatste is loodzwaar. Tijdens het bestijgen sta ik als het ware geparkeerd. Het wordt steeds moeilijker om het tempo vast te houden. Ik hang aan het elastiek. In de afdaling weet ik steeds weer de aansluiting met Cor tot stand te brengen. Dan wandelen over een smal pad langs de grens. Links Duitsland en rechts Nederland. Regelmatig passeren we grenspalen waarvan ons land er tallozen kent. Sommige stenen zijn fraai uitgevoerd en andere betitelen we als een simpele steen voorzien van een nummer. Tijdens de wandeling naar het Duitse plaatsje Wyler kunnen we even op adem komen. Het is hier vlak, maar voor hoe lang? De Wylerberg is geasfalteerd. Maar ja, we moeten er wel overheen. Dan bereiken we het dorpje Wyler. De grensposten en de douanebeambten in uniform zijn al jaren verleden tijd. Een wachthuisje en een benzinepompstation zijn nog overblijfselen uit een turbulent verleden. Als we weer terug zijn op Nederlands grondgebied treffen we een tweede verzorgingspost op de route aan. Hier ruil ik mijn trainingsbroek om voor de korte broek. De temperatuur is inmiddels opgelopen van 7 tot 14 graden. Het zonnetje schijnt en het is heerlijk toeven. Mijn bidon laat ik vullen. Een halve liter is er al doorgegaan. Tja, drinken is een absolute must, anders haal je de finish niet. Toch merk ik dat door de verkoudheid mijn conditie een stukje achterop is geraakt.
Nadat de inwendige mens is versterkt gaan we weer op pad. Heerlijk in de korte broek. Ik ken het parcours en weet dat de komende kilometers nog vlak zijn. Maar dan. Ja dan, dan is het weer op en af. In het heuvelland liggen de koeien ons na te staren. Zo nu en dan halen we deelnemers van de kortere afstand in. Met korte bedoel ik de 40 kilometer lopers, maar die hebben ook een zware taak. Laten we dat niet uitvlakken.
Via een akelig pad gaan we een steile heuvel op. Het pad is geplaveid met puin. Forse keien en bakstenen van een vroeger muurtje. Hoe krijg je dat hier. Via diverse bospercelen komen we in de gemeente Groesbeek uit. Regelmatig halen we deelnemers van de 40 km in. Hebben zij vandaag voor de juiste afstand gekozen. Tja, dat vraag ik aarzelend mezelf af. Nou ja, we zwoegen verder. Het parcours gaat nu lichtelijk omlaag en we naderen de plaats Breedeweg. Hier is de eerste caférust gepland waar de wandelaars op adem kunnen komen. Het is een onderkomen dat twee keer per jaar van eigenaar verruilt. Een kopje koffie, geschonken in een klein plastic bekertje kostte bij een vorige bezoek al twee euro. Hier wil ik niet naar binnengaan en Cor deelt mijn mening. Aangezien een zestigtal deelnemers aan de run over 60 km ook op pad zijn gegaan is er voor die groep aan de rand van de plaats Breedeweg een extra verzorgingspost ingericht. Deze post wordt bemand door mijn wandelvriend Willem Mütze en zijn betere helft Annemarie. Als wij naderen moet Willem ons op de memory stick vastleggen. Heerlijk in het zonnetje staat een aantal stoeltjes op een parkeerterrein uitgestald. Op een tafeltje staan allerlei lekkere hapjes. Omdat Willem weet dat ik van toetjes houd, krijg ik een bekertje chocolade vla met een toefje slagroom. Man, man, wat smaakt dat lekker. De teller staat voor ons op 33¼ kilometer. We zijn dus over de helft. Dat voelt meteen een stuk beter aan.
In Breedeweg komen we wandelaars tegen die zojuist de caférust hebben verlaten. De plastic bekertjes zijn verruild voor porseleinen kopjes. Er is weer een nieuwe eigenaar in het etablissement. Ook schijnt er heerlijke soep geserveerd te worden. Het zal nog jaren duren voordat het slechte imago bij die kroeg is verdwenen. Bij de St. Jansberg is het weer klimmen geblazen. Dit gedeelte vanaf Breedeweg tot aan de finish, met uitzondering van het ommetje voor de 60 km, heb ik gisteren met Cisca gemarkeerd. Ook toen mochten we enkele puisten bedwingen. Ook die zitten al in de benen. Niet zeuren, maar doorgaan.
Redelijk vermoeid kom ik bij een verzorgingspost bij Zevendal aan. Hier wordt mijn bidon weer gevuld en ik krijg een heerlijk bekertje gele vla afgezet met verrukkelijke vruchtjes. Wat kan een wandelaar zich op dit moment beter wensen. Niet meteen het woord ‘finish’ roepen. Even laten zijn Cor en ik weer op stap. Nu voor het rondje over de Mookerheide. Het landschap is hier fantastisch en het weer werkt helemaal mee. Sommige wandelaars zitten heerlijk in het zonnetje en genieten van de omgeving. Een struikelpartij over een boomstronk doet de vreugde over het panorama temperen. Over de Heumense Schans naderen we de plaats Molenhoek. We zijn op weg naar de volgende caférust bij het zweefvliegveld van Malden.
Tijdens dit gedeelte laat ik Cor weten dat ik bij de caférust mijn onderdanen en mijn lijf even wat rust wil geven. Desgewenst kan hij gewoon doorgaan en ik kom wel. Cor vindt het prima en samen wandelen op de uitspanning af. Twee glaasjes cola doet werkelijk wonderen en ik zie de wereld opeens anders aan. Antoine uit Braamt schuift bij ons aan tafel. Ook zo’n wandelaar waarmee het leuk optrekken is. Overtollige steentjes, zand en boomtakjes worden uit het schoeisel verwijderd waardoor de voeten wat meer ruimte krijgen. We hebben nu 49¼ km afgelegd en nog zo’n 10 km te gaan. Even later zijn we met z’n drieën op pad voor de laatste tien. Gezellig, maar toch met een vast tempo wordt het ene na het andere bospad afgelegd. Ongemerkt komen we bij de laatste verzorgingspost ter hoogte van de Groesbeekse tehuizen aan. Voor de laatste keer tijdens deze tocht krijg ik een toetje. Een bekertje gele vla, maar nu afgedekt met stukjes banaan. Op een stoel midden in het immer schijnende zonnetje smul ik van deze lekkernij. Nog even een glaasje cola wegstouwen – wat een combinatie, hè – en we gaan weer op pad. De laatste kilometers gaan weer over de paden die ik gisteren gemarkeerd heb. Ik weet precies waar ik ben en hoeveel ik nog heb te gaan. Langs een schietterrein naderen we het forenzendorp Berg en Dal. Ondanks alle ontberingen hebben we toch nog oog voor de mooie paddestoelen die op de route zijn te bewonderen. De schimmels maken een goede tijd door en zijn er in groten getale te vinden. Ter hoogte van de Postweg hebben we het bos achter ons. Er resteert ons alleen nog een lange rechte weg naar de finish. Daarna staan we bij het eindpunt en de 60 km herfsttocht is weer verleden tijd. Een mooie wandeling, maar wel zwaar. Zeker als je niet geheel topfit bent. Hopelijk is dat komende zondag anders. Amsterdam marathon: ik zie het helemaal zitten.