AV 1923

Parkstadrun

De Parkstadrun is de laatste wedstrijd in de reeks van het Rondje Mokum 2010-2011. Jawel, die serie waar de Middenmeerloop en de Nescioloop ook toebehoren. Naast de wedstrijden van AV’23, Phanos, ATOS en Waterland is de organisatie van deze run in handen van de Amsterdamse Atletiek Club afgekort AAC. In tegenstelling tot de andere loopjes wordt de te lopen afstand hier niet in kilometers maar in Engelse mijlen uitgedrukt. Dit betekent dat er races zijn uitgezet over respectievelijk 1½, 5 en 10 mijl. De start is op de atletiekbaan van AAC, gelegen in stadsdeel Nieuw-West van onze Metropool en in het parcours is een volledig rondje om de Sloterplas opgenomen.

Ik ken dit traject nog van vroeger. Toen werd daar de marathon van Amsterdam gehouden en de deelnemers moesten zes rondjes om de plas, met een aan- en afloop stuk, lopen. Oei, oei, dat is lang geleden. Een gokje, begin zeventiger jaren van de vorige eeuw? Ik denk het. Ja, dat moet wel!

Onder redelijk goede weersomstandigheden vindt op vrijdagavond 27 mei om 19:30 uur de start van de twee langste afstanden plaats. De deelnemers aan de 1½ mijl zijn om 19:00 uur vertrokken en al weer op hun thuisbasis gearriveerd. Ik heb gekozen voor de 5 mijl. Dus, één rondje om de plas. Zondag heb ik namelijk weer een loopje op het programma staan en ‘het walletje moet bij het schuurtje blijven.’ Niet overdrijven!

Zoals men van mij gewend is, sta ik bijna achteraan in het deelnemersveld. In het startvak staat voor mij een aantal bekende lopers waaronder enkele van AV’23. Na het startschot ga ik op pad. Laten we zeggen in zone 4. Ja, de training van Gerard Nijboer heb is wel degelijk op mijn harde schijf opgeslagen. Alleen de hartslagmeter ontbreekt. In plaats van rennen ga ik snelwandelen. Maar dat maakt niet uit. Nadat de atletiekbaan is verlaten lopen we in zuidelijke richting. We passeren op enig afstand voetbalvelden waar ik vroeger, in clubverband, nog een balletje heb getrapt. Er is een boel veranderd. Tja, waar niet? Riante flatgebouwen sieren de wijk Osdorp. Ook is er een schitterend sportcomplex aangelegd. Ja, er is zelfs heel veel veranderd, maar het gras staat nog even hoog.

Na een aantal leuke paden door het Sloterpark kruisen we via een brug de President Allendelaan en vervolgen de verharde paden door een ander deel van het park. Uiteindelijk komen we op een pad langs Meer en Vaart en even later bij de westkant van de plas. Ik begeef me op het marathonparcours van decennia jaren terug. Leuk!

Even voorbij een restaurant waar de culinaire bezoeker een prachtig uitzicht op de Sloterplas heeft, spuit een fontein een waterstraal vele meters hoog. Tussen een aantal hardlopers heb ik een plaatsje gevonden. Een enkeling vindt het niet leuk om door een snelwandelaar ingehaald te worden, maar ik kan er ook niets aan doen. Persoonlijk vind ik het ook niet erg om door een ander gepasseerd te worden, zelfs in een wedstrijd niet. Nou ja! Bij een jachthaven liggen verschillende bootjes aan een steiger afgemeerd. De Amsterdamse vlag met de drie Andreaskruisen wappert fier in de wind. Ik let op mijn techniek en daardoor gaat het snelwandelen soepel. Het bovenlichaam is ontspannen en de handen bewegen in een vast ritme langs het lichaam. M’n vingers zijn tot een vuist gevouwen. Het gaat prima en ik schat de loopsnelheid iets onder de 10 km/p.u.

Op een gegeven moment gaat het park over in de Oostoever. We bevinden ons dan niet ver van de spoorlijn Amsterdam-Schiphol. Bij een rotonde slaan we naar links en lopen aan de noordzijde van de Sloterplas. Daar is ook weer een jachthaven waar een aantal scheepjes liggen. Wederom bevinden we ons in het park. Plotseling zie ik de hoge waterstraal van de fontein. We zijn dus bijna de Sloterplas rond en het eindpunt is als het ware in zicht.

Wederom kruisen we de Pr. Allendelaan via een loopfietsbrug. Op praktisch iedere splitsing staat een medewerker die de lopers de juiste richting wijst. Een van die medewerkers wijst ons er op dat we een eindje verder achter een pylon moeten keren en dan zien we hem weer terug. Het is zo’n keerpunt waar je even je snelheid moet inhouden, draaien en dan weer tempo moet maken. Ik hoor in de verte de speaker op de atletiekbaan het een en ander omroepen. Wat er precies wordt omgeroepen is nog niet te verstaan. Het is meer gemompel op afstand. Eerst draaien we nog naar links en rechts over paden in het park. Men noemt het niet voor niets de Parkstadrun. Een brugje over en dan is de atletiekbaan bereikt. Nog even aanzetten. Een half baantje en de finish is bereikt. De laatste meters gaan ietsje harder dan op de paden in het park. De techniek is nog steeds perfect. Geen zweeffases en ook geen gebogen knieën. Dan is het gebeurd en de finishlijn is overschreden. M’n stopwatch stopt op 49:55. Vijf seconden sneller dan ik voor de wedstrijd met Cisca heb afgesproken.

Eerst nog eventjes uitzweten en dan een heerlijke douche. In de kantine nuttigen wij een kop groentesoep en daarna gaan wij huiswaarts. Een deel van de lopers aan de 10 E.M. is nog bezig met hun klus. Overmorgen gaan we weer op pad, maar dan voor de 10 E.M. van de Zuidasrun.