
Tja, het is enige tijd geleden dat we in het voetspoor van de moderne devotie, Geert Grootepad, onze schreden hebben gezet. Dus, het wordt wel weer eens tijd om in de richting van het oosten te reizen. De eerste etappe leidde ons van Deventer naar Olst. En de tweede van Olst naar Zwolle. Toch staat er nog een flinke rondwandeling om de Hanzestad Zwolle op ons te wachten. Zwolle is met openbaar vervoer prima en snel te bereiken. Precies voor het station begint onze wandeling. De uitzetter van de route heeft ons meteen op een stadswandeling getrakteerd. En een mooie. Wat heet? Een hele mooie, dat mag men wel zeggen. Naast de rustieke straatjes bewonderen we de kloostertuin van het Broerenklooster, maar ook een deel van de oude stadsmuur. Weversgildeplein, Brouwerstraat, Wolweverstraat en Korte Smeden verwijzen naar oude ambachten en gilden. Daarna verlaten we het centrum van de stad en een groengebied dient zich aan. Via de toepasselijke Devotentunnel kruisen we een snelweg en wandelen in noordelijke richting. Over een pad langs het water van de Westerveldse Aa bereiken we het meertje Wijde Aa. Hier wandelen we over een onvervalst graspad langs een lange meidoornhaag naar de buurtschap Langenholte.
Even verder worden we geconfronteerd met een deel van een oude betonnen muur op de Vechtdijk. Deze anti tankwal dateert uit de 20e eeuw en behoorde tot een van de belangrijke verdedigingslinie van ons land. De veerverbinding van Zwolle naar Haerst laten we links liggen. Vervolgens wandelen we door een natuurgebied behorende tot het Landschap Overijssel. Op een steenworp afstand van het pad stroomt de rivier de Overijsselse Vecht van ons en meandert zich door het schilderachtige landschap. Oef, wat is het mooi. Alles is groen door de regen van de afgelopen dagen. En dan die Nederlandse wolken. Tjongejonge, ik kan me levendig voorstellen dat mannen als Ruysdael dit ook konden waarderen. Het resultaat hangt in diverse musea. Ga het zelf maar bekijken. Het struinpad blijven we alsmaar volgen en eindigt tenslotte bij een sluisje. We naderen de flats van Zwolle. Ook zien we in de verte de lichtmasten van het voetbalstadion van FC Zwolle. Of moeten we tegenwoordig weer PEC Zwolle zeggen. De Soestwetering kruisen we over een brug en aan de overzijde dalen we af via een trapje. Wederom bevinden we ons in een groengebied. Alle leuke stukjes hebben ze gevonden. Een houtsnipperpad brengt ons bij een veerpontje over de Zandwetering.
Aan de overzijde van het water ligt een zelfbedieningskabelveerpontje aan een steiger afgemeerd. Dit betekent flink aan het touw trekken om het vaartuig aan onze kant te krijgen. Langzaam, heel langzaam komt het bootje in beweging en in onze richting. Het veerpontje is uitsluitend te gebruiken door voetgangers. Zelfs een rijwiel kan niet worden meegenomen. Gewoonweg vanwege het feit dat het bootje hier niet op berekend is. Er mogen zich slechts vier personen, per overvaart, op het voetveer bevinden. Meer is niet toegestaan en ook niet verantwoord. Eenmaal aan onze zijde springen we één voor één op het vlot. Een licht sprongetje doet het vlot al bijna kantelen. Gelukkig is het aan beide kanten vastgesjord met touw. Van die dikke joekels, waar je geen zak mee kan dichtknopen. Voor de veiligheid is het scheepje voorzien van twee hekken. Een aan de voorzijde en een aan de achterzijde. We sluiten de hekken als we aan de overtocht beginnen. Soepel trek ik aan het touw en de pont komt in beweging. Kleine rukjes zodat het scheepje rustig door het water glijdt. Het gaat prima op deze manier. Weldra zijn we aan de overzijde en een spannende belevenis is voorbij.
Bij een kinderboerderij zitten enkele ouders op een picknickbank in het zonnetje. Gezellig met elkaar te praten, terwijl hun kinderen meer interesse tonen voor de geitjes en lammetjes. Ook een hond heeft interesse in twee lammetjes. Achter een afrastering staat een bordercollie te kwispelen met z’n staart. Z’n snoet drukt tegen het gaas. Spelen wil hij met die andere viervoeters. Zowel de hond als de lammetjes zijn bijna even groot en ook van dezelfde kleur. De twee lammetjes zijn eveneens geïnteresseerd in die vreemde soortgenoot. Bijna hebben ze elkaar gevonden, maar de angst is toch groter dan de belangstelling en de schaapjes kiezen voor het zekere. Een lang pad brengt ons bij de tuin van het provinciehuis. Over een brug wandelen we naar het centrum van de stad. De plek waar we vanmorgen onze tocht zijn begonnen. Nog even krioelen door enkele straten en dan staan we op het stationsplein. Door het venster van het stationsgebouw zien we de intercitytrein in de richting van de Veluwe al klaar staan. We hoeven ons dit keer niet te haasten en we hebben nog enkele minuten voordat de trein vertrekt. Even later blaast de conducteur op een fluitje en de trein komt in beweging. Nu kunnen wij onze onderdanen wat rust gunnen. Met een intens tevreden gevoel blikken we terug op een mooie dag en op een eveneens mooie wandeling. Toch nog een kleine kanttekening. De uitzetter had de routebeschrijving iets concreter moeten omschrijven. Voor iemand die de omgeving goed kent, is het allemaal gesneden koek. Maar als je onbekend bent met de situatie ligt het toch iets anders. Een verkeerde beoordeling of interpretatie is dan gauw gemaakt. Hoe dan ook, we zijn er uitgekomen. Niets dan lof over de wandeling en de omgeving.
Slot
Tijdens de Rozeloop werd me verteld dat de Muiderslotloop echt een aanrader is. Een leuk evenement met een aardige route, die dwars door de weilanden gaat. Dus, waarom zal je een goede raad in de wind slaan. We gaan het een keertje proberen. Het is per slot van rekening niet ver van huis. Ook het weer werkt helemaal mee. Geen regen of sterke wind. Neen, een heerlijk temperatuurtje. Lekker om te sporten. Op de fiets gaan Cisca en ik vrijdagavond 7 september naar Muiden. Het stadje dat ooit toebehoorde aan Graaf Floris V, der keerlen god. ‘Graaf van Holland en Zeeland’. Later ook nog ‘heer van Friesland’. Op het binnenplein van het kasteel is het inschrijfbureau gevestigd. Achter de tafel zitten vijf vrijwilligers. Voor de na-inschrijvers is er een onderverdeling gemaakt voor lopers tot 45 jaar en een voor 45 jaar en ouder. De overige medewerkers bemannen de voorinschrijving. Aangezien de meeste deelnemers toch op leeftijd zijn is er op het moment dat ik in de rij sta slechts één medewerker aan het werk. De anderen kijken rustig toe hoe z’n collega de naam, plaats en leeftijd van de deelnemer op een velletje papier schrijft. Inmiddels groeit de rij en niemand denkt er aan om de man even te helpen. Gelukkig is het nog vroeg en de start van de wedstrijd laat nog even op zich wachten. Daarna verplaats ik mij naar de koffiebar in het kasteel. De gelagkamer zit vol met lopers. Echter, de koffiebar is onbemand en zal de rest van de avond ook geen dienst doen. Het is jammer, dan maar geen warming-up. En geen extra inkomsten voor de club of voor het kasteel.
Buiten de slotgracht ontmoet ik Celine en we doden de tijd door heerlijk met elkaar te praten. Cisca heeft haar rijwiel in orde gemaakt en zal het gehele parcours me met de fiets volgen. Een andere medewerker zorgt er voor dat de personen die met een fiets op het evenement afkomen, hun rijwiel in de kasteeltuin kunnen stallen. Tegen een lange houten hek kunnen de rijwielen geplaatst worden. De medewerker hanteert z’n instructies strak. Mocht er toevallig iemand zijn die een metertje te ver rijd, dan wordt de betreffende fietser onmiddellijk en duidelijk gecorrigeerd. Het woord ‘klantvriendelijk’ is hem helaas onbekend. Nou ja, dat kan. Tenminste als je al geruime tijd uit het arbeidsproces bent.
Vanuit het kasteel klinkt trompetgeschal. Het lijkt erop dat de Graaf in aantocht is. Dan is het zo ver, en het startschot valt. Een groep lopers verlaat de met kasseien bedekte oprijlaan en gaat op weg naar Muiden, om vervolgens het 10 km traject rennend af te leggen. Ik doe het zoals gewoonlijk snelwandelend. Geheel achter in het deelnemersveld ga ik van start en probeer lekker ontspannen te lopen. Het lukt vrijwel meteen. Menige inwoner van Muiden staat de voorbijtrekkende stoet gade te slaan. Over het fietspad langs de Zuidpolderweg en langs de Naardertrekvaart gaan we op weg naar Hakkelaarsbrug. Inmiddels heb ik al een aantal hardlopers achter me gelaten. Het is warm en de keel heeft een doorsmeerbeurt nodig. Ach, straks zal er wel een verzorgingspost zijn, die de lopers ondersteunt met een drankje. Over de ophaalbrug slaan we linksaf en koersen recht af op de plaats Muiderberg.
Voorbij de Brink maken we een lusje door het dorp. En ja hoor, daar staat de verzorgingsploeg. In plaats van het aanreiken van een bekertje vocht, worden de lege bekertjes van de voorste groep bijeen geveegd. Het water is op en de rest van de lopers kunnen hun weg met een droge keel voortzetten. Dit is echt niet goed. Waarschijnlijk is het een beginnersfoutje en de organisatie doet dit voor de tweede of derde keer. Een dame voor me stort bijna in elkaar, omdat ze niets te drinken krijgt. Dan volgen we een alleraardigst pad langs het IJmeer. Even voorbij de oude Protestante Kerk slaan we rechtsaf en volgen de oude Zuiderzeedijk. We zijn nu heel dicht bij het monument waar Graaf Floris ooit zijn leven liet. Een grote kei herinnert aan de plek. Bij een statig huis aan de dijk is een fonteintje met drinkwater. Daar wordt door menigeen dankbaar gebruik van gemaakt. Via de Noordpolderweg keren we terug naar Muiden. De zon gaat bijna onder en kleurt het landschap oranjerood. Ter hoogte van het Muizenfort gaan we regelrecht op het kasteel af. De plek waar we een uurtje terug met onze missie zijn begonnen. Over de met kasseien bedekte oprijlaan snelwandel ik naar het finishdoek. Daarop staat vermeld de 27e Muiderslotloop en er onder M.IJ.C. “Eendracht” Muiden. Tja, dan sta je eigenlijk wel een beetje versteld dat men na 27 jaar nog geen goede verzorgingspost kan inrichten. Dat is verre van professioneel. Bij de finishtafel zijn de medewerksters ook verre van vriendelijk. Graag wil ik mijn startnummer behouden als aandenken aan deze leuke loop. Iets wat ik bij elke loop doe. Of het nu een EK of WK voor masters is. Of gewoon een loopje om de kerk. Heel vriendelijk vraag ik om het nummer en leg de mevrouw uit van het hoe en waarom. Neen, dat kan niet, krijg ik bits te horen. Vreemd, we hebben er toch ons inschrijfgeld voor betaald. Neen, het is onmogelijk en wij doen dat niet. Prima, dan was de Muiderslotloop eens en nooit meer. Samen met Celine fietsen Cisca en ik naar huis. Langs de voormalige Kruitfabriek denk ik nog aan de dames achter de finishtafel. Ik kan alleen m’n hoofd schudden en een lach op m’n gezicht toveren. Toch kan ik terugkijken op een heerlijke loopje. Een loop, waar een goed tempo werd gehouden en het technisch aspect geheel onder controle was. Juist dat laatste doet me deugd.
Het Nederlands Kampioenschap snelwandelen wordt dit jaar gehouden op de kunststofatletiekbaan van a.v. Clytoneus in het Utrechtse Woerden. De af te leggen afstand bedraagt 20.000 meter. Voor dit kampioenschap hebben zich 15 deelnemers ingeschreven die strijden om de Nederlandse titel. Daarnaast zijn er ook twee Duitse atleten en een atleet uit Mauritius op de baan, die lopen uiteraard buiten mededingen mee. Het zijn wel goede gangmakers en ze hebben hun eigen doelstellingen. Als de vrijetijdskleding plaats heeft gemaakt voor het officiële clubtenue staan de meeste gezichten van de atleten strak. De voorbereiding op de wedstrijd is daarmee begonnen. Was het vorig weekend nog erg warm met temperaturen van boven de 30°; tja, dan is het nu anders. Men kan het echt Hollands weer noemen. Langdurig en veel hemelwater. Neen, heel veel hemelwater zal er dit weekend op ons af komen. En de weersvoorspelling liegt er niet om. Toch moeten we het ermee doen.
Ik weet niet hoe de medailles straks verdeeld gaan worden. Maar ik heb wel een idee. U ook misschien? Zijn het dezelfde drie van vorig jaar, Harold van Beek, Richard Leijenaar en Wilfried van Bremen? Ik geef ze een goede kans. Maar je weet het nooit. De wedstrijd is lang en er kan nog veel gebeuren.
Rond de klok van elven staan er 18 atleten op de baan. De startcommissaris roept de namen van de deelnemers op en zet ze op hun plaats. Meteen sta ik helemaal achteraan, een plaats die me goed uitkomt. Of niet - ik moet het er maar mee doen. Tussen de atleten bevindt zich ook regerend kampioen Harold van Beek, grossier in edelmetaal. Jerome Caprice gaat voor een goed resultaat op de 10.000 meter en zal daarna de strijd staken. Een van zijn doelstellingen is om een goede tijd op de klok te plaatsen. Het liefst een persoonlijk record. Een vette dan wel.
Donkere wolken hangen er boven sportpark Cromwijck en er komt een heleboel water op ons af. Het is nog droog en dan valt het startschot. Jeremo schiet weg als een pijl uit een boog. Meteen wordt hij gevolgd door de twee Duitse atleten Malte Strunk en Matthias Holtermann, beide van Alemannia Aachen. Daarna is het de beurt aan Harold van Beek en de rest volgt. Na 300 meter barst de hel los en er valt een fikse regenbui. In korte tijd staat een deel van de baan blank. Met name in laan 1 liggen er plassen. Uitwijken heeft geen zin en weldra is iedereen door en doornat. Ik vraag me af is dit nog wel leuk. Een stemmetje in me fluistert: ‘Ja man, dit is hartstikke leuk’. Enfin, ook hiermee moeten we het doen. Na een aantal rondjes lijkt de kaarten geschud. Harold loopt op de eerste plaats gevolgd door Richard Leijenaar en Wilfried van Bremen. Het winnend trio van vorig jaar. Zouden ze het dan nu weer flikken? Achter het trio is André van Slooten in gevecht met Frank van der Gulik en Theo Koenis. Vervolgens heb je een peloton met Gerrit Riezebos, Jan Netten, Frans Leijtens, René Wakkee, Rob Frielink en Ron Tersteeg. Achteraan loop ik samen met mijn kornuit Hans van Wakeren. En Wim van der Bijl sluit de rij.
Rondje na rondje worden afgelegd en de regen valt met bakken op ons neer. Na veertig minuten komt er verandering in het weer. De zon laat zich zelfs even zien. Ook in het deelnemersveld zijn enkele veranderingen opgetreden. Jerome Caprice voltooid zijn 10.000 meter in 44:20. Terwijl zijn eerste 5.000 meters zijn afgelegd in 22:10. Is dit niet vlak! Nadat hij de eindstreep heeft gepasseerd heb ik zelfs even tijd voor een high-five. Enfin, mijn wedstrijd gaat door. Ik loop op een vermogen van 90%. En dat op een NK. Daarnaast beleef ik veel plezier met Hans van Wakeren. Vanaf de zijkant van de baan wordt ons gevraagd of wij nog een goeie mop kennen. Hans en ik kijken elkaar aan en mompelen we zijn toch met een NK bezig, toch! Na het volgend rondje kan ik melden dat Hans bijna aan zijn pensioengerechtigde leeftijd toe is en dat hij nu uitkijkt naar een andere job. Een cursus rietdekken lijkt hem wel iets. Alleen de eerste cursusdag was niet doorgegaan, omdat Riet ziek was. Het volgende rondje volgt en de twee Duitsers doen hun uiterste best om de wedstrijd op hun naam te schrijven. Jammer dat ze niet over een Nederlandse nationaliteit beschikken, want dan was een medaille vast en zeker een feit. Inmiddels heeft Harold van Beek afstand genomen op z’n concurrenten en domineert de wedstrijd. Richard Leijenaar heeft op zijn beurt de tweede plek vast in handen. En Wilfried van Bremen doet verwoede pogingen om de derde plek in handen te houden. Toch voelt hij enige druk van André van Slooten en Frank van der Gulik.
Wim van der Bijl heeft na een kwart van de wedstrijd zijn strijd moeten staken. Drie rode kaarten en de chefjury toont hem een rood bordje. Hij kent het bordje als geen ander en moet de wedstrijd vanaf de zijkant verder volgen. Hier en daar worden door atleten van plaatsen gewisseld. Rob Tersteeg is ook aan een goede inhaalrace bezig. Jan Netten moet Gerrit Riezebos laten schieten. De wedstrijd om de derde plaats wordt heel spannend. Wilfried van Bremen, André van Slooten en Frank van der Gulik doen niet voor elkaar onder. Alleen moet Frank van der Gulik oppassen, want hij heeft inmiddels twee rode kaarten achter zijn startnummer staan. Veel riskeren kan en mag hij niet meer. Na 37 rondjes moet Hans van Wakeren een tandje lager schakelen, dat is voor mij het sein om door te gaan. Ik lift een rondje mee met André van Slooten en het gat op Hans is geslagen. Richard Leijenaar passeert me en zegt: ‘Alex, we finishen in ieder geval met droog weer’. Meteen is hij voorbij. Ik kan hem nog naroepen: ‘Ja, jij wel’. Mijn tempo gaat met rasse schreden omhoog en dat bevordert ook de houding.
De twee Duitse atleten finishen na 1:39:33,5 en 1:39:41,1 in het voordeel van Malte Strunk. Niet veel later komt Harold van Beek aan de meet. Een eindtijd van 1:42:20,4 en hij is wederom Nederlands kampioen. Hulde! Richard Leijenaar eist de zilveren plak voor zich op met een eindtijd van 1:47:54,3. Daar achter gaat de strijd nog heftig door. De bronzen plak is nog steeds niet vergeven. Wilfried van Bremen maakt daar de meeste kans op. Hij gaat door en door en is op een gegeven moment onbereikbaar voor André en Frank. Met een eindtijd van 1:52:17,7 is de buit voor Wilfried binnen. De laatste 200 meter voor André en Frank zijn spannend. Wie gaat het winnen. Wie neemt die nare vierde plek voor z’n rekening. Beide mannen zijn mij zojuist gepasseerd en ik deel de meeste kans aan André toe. Dat klopt, want beide kemphanen finishen dicht bij elkaar. André van Slooten in 1:52:44,5 en Frank van der Gulik in 1:52:48,1. Dan is het de beurt aan Theo Koenis. Een achtste plaats voor hem met een eindtijd van 1:57:26,3. Dan zie ik dat Rob Frielink het moeilijk heeft. Hij blijft iets te lang bij de verzorgingstafel hangen. Dit is voor mij het sein om hem te pakken. Rob loopt nog een slordige 30 meter voor me en weldra is hij mijn prooi.
Achtereenvolgens komen Gerrit Riezebos, Frans Leijtens, Rob Tersteeg, Jan Netten en René Wakkee op de eindstreep af. De eindtijd zijn: 2:03:07,2, 2:04:55,1, 2:05:38,1, 2:05:56,5 en 2:09:07,7. Inmiddels heeft de bel voor de laatste ronde ook voor mij geluid. En eigenlijk heb ik er nog steeds plezier in. Alle 50 rondjes zijn zonder tegenzin afgelegd en dat was wel eens anders. Mijn eindtijd wordt geklokt op 2:11:45,7 en ik ben niet ontevreden. Vervolgens is het de beurt aan Rob Frielink die de laatste rondjes een boel aan tijd heeft moeten inleveren. Zijn eindtijd bedraagt 2:13:52,0. Hans van Wakeren sluit de rij met een tijd van 2:14:08,9. Hij heeft vandaag ook genoten en dat kan ik helemaal begrijpen. Alle atleten zijn binnen de wedstrijdlimiet van 2:15:00,0 geëindigd en dat is een prachtig gegeven. Het Nederlands kampioenschap zit er op en hulde aan de medaillewinnaars Harold, Richard en Wilfried. Hetzelfde trio van vorig jaar. Hoe zal dat volgend jaar gaan?
Naast het perron van station Wijhe treffen we een machinistenbunker uit de Tweede Wereld Oorlog aan. In de deze bunker kon een treinmachinist en een stoker beschutting vinden tegen eventuele treinbeschietingen. Vervolgens wandelen we naar het centrum van het dorp. In de winkelstraat zien we de wieken van de Wijhese molen ‘De Liefde’ in ruststand staan. Deze achtkantige stellingmolen dateert uit 1703 en functioneert als korenmolen. Even later staan we aan de oever van de rivier de IJssel. We zien de kabelmotorveerpont van ‘Het Wijhese Veer’ aan de wallenkant afgemeerd liggen. Enkele auto’s en een vrachtwagen nemen plaats op de pont. Even later vaart de schipper naar de andere kant van de rivier. Daar staan weer automobilisten te wachten om naar de overzijde gebracht te worden. Ach, dit gaat zo de gehele dag door, van ’s morgens 06:30 tot ’s avonds 21:30 uur. Een half verhard schelpenpad brengt ons bij een overstapje naar de uiterwaarden van het Groot Salland Waterschap. ’s Winters staat dit gebied bij hoog water van de IJssel grotendeels onder water. In ieder geval te vochtig om het gebied dan te doorkruisen. Het overstapje helpt ons om over de afrastering met prikkeldraad te komen. We volgen een rode paaltjesroute waarbij wij op een groep runderen stuiten. De koeien zijn wel nieuwsgierig, maar hebben verder geen interesse in onze aanwezigheid.
Het pad eindigt bij een klaphekje en dan volgen we een fietspad in noordelijke richting. De zon brandt op onze huid en het is een prachtige dag om te fietsen of te wandelen. Er staat weinig wind. Kortom ideaal weer. Een groep ganzen wandelt op gepaste afstand met ons mee. Sommige vogels gaan over in een snelwandelpas. Koddig om te zien. Zouden ze in de gaten hebben met wie ze mee lopen. Dan gaan ze de fout in en hebben geen bodemcontact meer. Een hele zwerm vliegt op en zoekt beschutting in het struikgewas. Zo af en toe vaart er een bootje op de IJssel. Je kan het vandaag echt geen drukke vaarroute noemen. Bij een bocht in de dijk staat een bordje met de tekst: ‘met je voeten in de ijssel – www.ijssel.info’. Dit doen we dus echt niet, en blijven het betonfietspad over de slingerende dijk volgen. Ter hoogte van de plaats Herxen verlaten we de dijk en de rivier de IJssel. Het dorp is in diepe rust en binnen een paar minuten staan we aan de andere kant van het dorp. Hier kruisen we de spoorlijn van Zwolle naar Deventer en even later de Rijksstraatweg. Het autoverkeer raast hier met hoge snelheden voorbij en we zijn blij als we aan de andere kant van de weg rustig verder kunnen wandelen. De hemel vertoont slechts enkele witte wolkjes, maar verder is het diep blauw. Een prachtige dag om te genieten van deze mooie wandeling.
We kruisen via een brug de Soestwetering, een breed water. Op dat punt zitten vier senioren op een bankje. De fietsen staan op gepaste afstand naast het houtwerk. Ze verorberen hun meegenomen twaalfuurtje en zijn zichtbaar tevreden met deze schitterende dag. Er ontstaat een kort gesprek en daarna scheiden onze wegen. Het viertal blijft nog op het bankje zitten. Het gras staat meer dan twee kontjes hoog en we moeten noodgedwongen het karrenspoor onder aan de dijk volgen. Rechts bevinden zich uitgestrekte landerijen. Er is hier geen zuchtje wind te bekennen, het is warm. Althans het voelt warm aan. Een flink eind verder gaat het karrenspoor over in een fietspad boven op de dijk. Daar is het goed toeven, want er waait een lekker zacht briesje. Via een lange, smalle brug komen we weer aan de andere zijde van de wetering. Een half verhard pad brengt ons in het dorp Windesheim. We wandelen langs de NH kerk van het dorp. Het gebouw is rond 1565 gebouwd als bierbrouwerij van het klooster. In de 17e eeuw werd de brouwerij tot kerkzaal voor de gereformeerde gemeente omgebouwd. Tja, wat moet je hiervan zeggen.
Een bordje ‘Hof van Windesheim’ doet mij denken aan een luxueus hotel of restaurant. Zo langzamerhand krijgen we wel trek in iets te eten en te drinken. De melding dient zich precies op tijd aan. Een met bakstenen geplaveide weg brengt ons midden in het dorp. Rechts zien we een uitspanning bij een boerderij. Op het terras zitten enkele mensen te klessebessen in de zon. Dit moet ‘Hof van Windesheim’ zijn. Of niet soms? Een bordje aan de deur geeft uiteindelijk de zekerheid. We zijn op het juiste adres aanbeland en nemen plaats op een picknickbank bij een oude schuur.
De eigenaar heeft de voormalige boerenschuur omgebouwd tot een zorgboerderij. De naam ‘Hof van Windesheim’ doet meer vermoeden dan het in werkelijkheid is. Een klein terras met enkele stoelen en tafels, twee parasols en drie picknickbanken. Meer niet. De koffie smaakt opperbest en de beheerder is een vriendelijke man. Moet je dan nog meer verlangen?Na een kort rustpauze gaan we weer op pad. Via rustige paden en wegen komen we bij het natuurgebied Tichelgaten. Dit plassengebied is ontstaan door het winnen van klei voor de voormalige steenfabriek van Windesheim. ‘Tichel’ is het oud Nederlandse woord voor tegel of baksteen, afgeleid van het Latijnse ‘tegula’ ofwel dakpan. Via een voetgangerssluis gaan we het natuurgebied in. Een smal pad met veel onkruid en overhangende planten. Natuurlijk word ik hier aangepakt door rondzwermende muggen. Ze kunnen het niet laten. Gauw trek ik mijn trainingsbroek over mijn korte broek aan. Òòh, òh, ik ben weer te laat en de steekplekken zijn vrijwel meteen zichtbaar. Dat zullen wel weer van die nare opgezette, jeukende bulten worden. Bij een observatiehut is een ruime blik op het plassengebied. Weidevogels zijn hier in groten getale te vinden. Tjonge, jonge, wat is het hier prachtig. Een paar muggenbeetjes heb ik er toch wel voor over. Vervolgens klimmen we de rivierdijk op. In de uiterwaarden treffen we de droogkamers van de voormalige steenfabriek. De overblijfselen zijn overwoekerd door planten en struiken. Daarna keren we de dijk de rug toe en struinen over een smal pad tussen een afrastering van prikkeldraad en een bosperceel door. Ook hier groeien de struiken tot op het pad en moeilijk begeven we ons voorwaarts. Uitgekomen op een asfaltweg kunnen we weer ontspannen wandelen. Een verademing!
Langs een smeedijzeren hek wandelen we het Park Windesheim binnen. Het laat 18e eeuwse park is aangelegd in Engelse landschapstijl, met kronkelpaden en waterpartijen. De paden zijn overwoekerd door planten en onkruid. Voor ons is er geen doorkomen aan en we zoeken naar een redelijk alternatief. Met het onduidelijke topografische kaartje in de hand proberen we in de juiste richting te lopen. Dat is altijd moeilijk als je veel afslaat en de paden van hot naar her kronkelen. Enfin, in eerste instantie gaat het prima, maar dan worden we gedwongen terug te keren. Struiken blokkeren het gehele pad en we hebben ook geen zin om door teken betast te worden. Enigszins teleurgesteld keren we terug naar het beginpunt. Via het smeedijzeren hekwerk belanden we op een asfaltweg en met mijn oude militaire gevoel keren we uiteindelijk terug op de officiële route. Over de IJsseldijk wandelen we in de richting van de IJsselcentrale van Zwolle. Het uitzicht op de dijk is adembenemend en er is nauwelijks verkeer op de weg. Een aantal recreanten en een groepje toerfietsers is onze tegenligger. De IJsselcentrale dat stamt uit 1955 is gebouwd op een schiereiland. Met een grote bocht kuieren we om het bouwwerk heen. Dan treffen we in de uiterwaarden drie ooievaars aan. Twee mannetjes en een vrouwtje. Een oneven aantal geeft vaak problemen. Ook in de dierenwereld. De zwakste van het trio wordt verjaagd. Nu maakt het overgebleven mannetje het vrouwtje het hof. Hij staat te klepperen met al z’n energie. Even blijven we stilstaan om dit tafereel te bewonderen en daarna banjeren we verder.
Bij een steiger ligt de veerpont van Zwolle naar Hattem afgemeerd. De veerman brengt op afroep fietsers en voetgangers naar de overkant van het water. Dit keer gaan we niet mee, maar ik kan het niet laten om toch even te kijken. Cisca loopt langzaam door en ik zal haar later wel weer inhalen. Als de veerponthouder de trossen losgooit, vervolg ik mijn route. Cisca is inmiddels uit het zicht en ik moet aan een inhaalrace beginnen. Een paar kilometer verder tref ik haar op een muurtje en dan wandelen we samen verder. De onlangs vernieuwde spoorbrug aan de zuidkant van Het Engelse Werk bij Zwolle ligt er ongeschonden bij. Graffitikunstenaars of gekken of dwazen, die schrijven op muren en glazen, hebben deze plek nog niet besmeurd. Daarna wandelen we het Engelse Werk, een bosgebied tussen de IJssel en de spoorbaan naar Zwolle, binnen. Ook hier is het parcours schitterend en dat zo dichtbij een grote stad. Plotseling staan we aan de achterzijde van het hoofdstation en onze etappe is een feit.
wordt vervolgd
Graag wijk ik van m’n vaste wandelroute door de stad af om een bezoekje te brengen bij reisboekhandel Pied à Terre. Dit bedrijf is gespecialiseerd in topografische kaarten en wandelgidsen, en tegenwoordig gevestigd op de Overtoom nabij de Tweede Constantijn Huygenstraat in Amsterdam. Het is daar echt een eldorado voor de sportieve wandelaar, fietser en bergsporter. Uit een groot assortiment van stafkaarten en gidsen is er altijd wel een nieuwtje voor me bij. Nu is dat ook weer het geval en ik verlaat het pand met drie mooie boekjes onder mijn arm. Een daarvan is een gedetailleerd boekwerkje van het Geert Grootepad. Een wandeling in de omgeving van het IJsselgebied met haar rustieke plekjes en oude dorpjes. Deze 100 km lange voettocht slingert door het fraaie, afwisselende Sallandse landschap. Een mooi gebied en voor ons weer eens een andere omgeving. Wie Geert Groote was en wat hij deed kunt u lezen in het wandelgidsje, maar natuurlijk ook op Wikipedia.
Enfin, gewapend met een camera en een rugzak met proviand gaan Cisca en ik op pad om de idyllische plaatjes op de route vast te leggen. De reis naar Deventer verloopt voorspoedig en we beginnen meteen met een stadswandeling van amper 5 km. Hieruit blijkt dat de Hanzestad nog over veel mooie oude gebouwen beschikt. De stad sloeg, toen met Kampen en Zwolle een gemeenschappelijk munthuis werd geëxploiteerd, op eigen naam geld tot 1698. Voor de VOC werden in het stedelijke atelier in 1702, 1707 en 1708 nog dubbele stuivers geslagen.
Evenals in Amsterdam wemelt het er in de binnenstad van paaltjes. Van die paaltjes om ongewenst parkeren te verhinderen en om de rijbaan duidelijk van het trottoir te scheiden. Deze paaltjes dragen allemaal het oude stadswapen, een adelaar op een schild gedekt door een keizerskroon van het Heilige Roomse Rijk. Bij de IJsselkade ligt de veerpont van Deventer De Welle naar De Worp werkeloos aan een steiger in afwachting van passagiers. Ontegenzeglijk steekt de imposante toren van de Lebuinuskerk hoog boven de stad uit. Om een gevoel van ‘lekkere trek’ te stillen kopen we bij de plaatselijke Bakker Bart een kersenkoek en een kopje koffie. Bij een van de tafeltjes in de lunchroom nemen we plaats en smullen van de lekkernijen.
Daarna gaan we gelaafd op pad en wandelen door diverse parken die de stad rijk is. Op een van de hoogste plekken van de stad staat de watertoren van Deventer. De watertoren met bijliggend pompstation is nog steeds in gebruik. Er wordt hier van 130 meter diepte zeer zuiver water opgepompt. Het in 1893 in neorenaissance stijl opgetrokken bouwwerk heeft een reservoir van 500 m³. De toren heeft een hoogte van 53 meter en is zelfs op een Nederlandse postzegel afgebeeld. Na verloop van tijd hebben we de stadsgrens van Deventer bereikt. Een grenspaal, met een gouden schild waarop een adelaar met gespreide vleugels is afgebeeld, staat bescheiden langs de kant van het pad. Op het schild bevindt zich in kleur een kroon met de rijksappel. De paal is door de elementen van de natuur aangetast, maar nog steeds een sierlijk voorwerp. Via allerlei slingerende paadjes en mooie bospercelen arriveren we in het dorp Diepenveen, behorend tot de gemeente Deventer. Van 1811 tot de gemeentelijke herindeling in 1999 was Diepenveen een zelfstandige gemeente met een eigen bestuur.
Langs de Zandwetering zetten we de route voort. We wandelen langs het voormalig klooster waarvan de kerk uit 1411 dateert. Over paden langs landgoed Oud Rande stuiten we op de dwarsliggers van de spoorlijn van Deventer naar Zwolle. Voorzichtig steken we de onbewaakte spoorwegovergang over en wandelen vervolgens over allerlei leuke kronkelende paadjes met hier en daar een bosperceel. Dan staan we voor een hoog brugje. Op de achtergrond staat Havezate De Haere. Vroeger was dit huis het eigendom van Roderik van Voorst, een roofridder die woonde in kasteel Rechteren bij Dalfsen. Eeuwenoude lindebomen kijken hier op je neer en aan het eind van de slotgracht staan we bij de IJssellinie, een Nederlandse waterlinie tegen een Russisch offensief (1950-1968) “De Koude Oorlog”. Bij de spoorlijn treffen we een tankkazematgroep. Dit was de noordelijkste tankkazematgroep en bedoeld om te voorkomen dat de Russen via de spoordijk het gebied konden betreden. De voorste in het beton gestorte Shermantank uit de Tweede Wereldoorlog was een tank met een 76 mm geschut.
Niet veel later wandelen we de plaats Olst binnen. Vandaar gaan we over idyllische paden en wegen, via het gehucht Boskamp, naar de buurtschap Middel en vervolgens naar het dorp Boerhaar. Het uitzicht heeft een landschappelijk karakter met prachtige, statige boerderijen en kleinschalige stallen. De grote kerk van Boerhaar zien we al van verre. Vanaf 1795, in de Franse tijd, heerste er vrijheid van godsdienst en mochten de katholieken weer kerken bouwen. Sinds 1912 staat er in Boerhaar, gelegen op een steenworp afstand van het dorp Wijhe, een neogotische kerk in plaats van de eerder gebouwde waterschapskerk.
Bij een spoorwegovergang in de plaats Wijhe gaat er een bel rinkelen en weldra dalen de spoorbomen in horizontale positie, zodat de overweg voor enige tijd voor al het overige verkeer is versperd. Een half minuutje daarvoor zijn we de spoorbaan al overgestoken en op een drafje rennen we zo’n slordige 300 meter naar het perron om de aankomende trein vanuit Zwolle naar Deventer te halen. Cisca doet haar uiterste best om die laatste meters in een hoog tempo af te leggen. Reizigers verlaten inmiddels de stilstaande trein. De conducteur blaast al op een fluitje. Een hoog schel geluid schalt er door m’n oren. Hij ziet ons aanstormen. Het is een kwestie van enkele seconden. En …….. ja hoor, het lukt! Eenmaal op adem gekomen blader ik, in een vrijwel leeg treinstel, het wandelgidsje door, want ik ben erg benieuwd naar het volgend traject. Wanneer dat gaat plaatsvinden. Daar heb ik op dit moment nog geen idee van.
Wordt vervolgd