Willibrorduswandelpad deel 5

Teruggekomen in Naarden nemen we de route van het Willibrorduswandelpad weer op. Met een gezonde afgunst bewonderen we de prachtige huizen die hier in groten getale te vinden zijn. Heel even wegdromen. Voor mij rijst de vraag: ‘Waar moet ik in hemelsnaam mijn computer plaatsen. In welke kamer of in welke vleugel van het gebouw. Lekker belangrijk, toch. En dan het prachtige uitzicht op dat mooie natuurgebied. Goh, ik heb dan een echt probleem.' Even later ben ik weer helemaal terug op aarde. Het onverharde pad slingert langs de villawijk. Oergelukkig dat we over een gezond lichaam en over gezonde onderdanen beschikken en dat we deze voettocht kunnen maken. Jawel, en nog vele andere. Het pad kronkelt langs de Hilversumse Meent in zuidelijke richting. Ter hoogte van de N236 betreden we het bosgebied Fransche Kamp. In de zomer het kampeerterrein van menige Amsterdammer. Nou ja, dat was vroeger zo.

De paden van de Fransche Kamp gaan over in die van het Spanderswoud. Aan de voet van de zendmast van Radio Nederland Wereldomroep slaan we scherp naar links en betreden een nieuw natuurgebied. Nieuw, nieuw. Ach, het ligt er al weer enige jaren met vlak daarbij een ecoduct. Over twee lange smalle vlonders doorkruisen we het natuurgebied. Een beetje eng, maar het lukt. Het gaat mij niet van harte, want een duik in het koude water is beslist geen pretje in deze tijd van het jaar. Niet veel later wandelen we over de ecoduct, een natuurbrug over de Naarderweg en de spoorbaan. Het kleine wild kan via dit ecoduct de twee gevaarlijke verkeersaders veilig en ongestoord passeren. Aan de andere kant van de spoorbaan bevinden we ons op de Westerheide, een heidegebied dat in augustus prachtig in bloei staat. Een drukke verkeersweg van Hilversum naar Laren scheidt de Westerheide van de Zuiderheide. Voor voetgangers en wielrijders is ter hoogte van St. Janskerkhof speciaal een tunnel aangelegd om deze gevaarlijke verkeersweg over te steken.

Vervolgens duiken we weer het bos in. Boomwortels groeien kriskras over de paden en zijn een handicap voor een wandelaar. Dan zien we een Bonte Specht in een boom. Als een volleerd drummer geeft hij een roffel op een stuk schors. Een geweldige solo. Door het overenthousiaste getimmer moet zijn snavel straks wel bont en blauw zijn. Het kan bijna niet anders. Na even dit panorama te hebben

de markering van de route is hier niet goed onderhouden
bewonderd gaan we weer verder met onze route. Het tromgeroffel tegen de schors gaat ook verder, maar langzaam sterft het geluid weg. Inmiddels zijn we een paar honderd meter verwijderd van de bewuste plek. De spoorlijn van Amsterdam naar Amersfoort wijkt niet veel af van de paden die wij bewandelen. De markering van de route is hier niet goed onderhouden. Er wordt weinig nazorg en aandacht aan besteed. Ik mag een beetje zeuren, want per slot van rekening onderhoud ik ook een wandelpad. Al is het wel een ander pad. Met een beetje geluk vinden we de juiste route door het bos. Soms moeten we een stukje teruglopen, omdat een pad doodloopt. Gewoon in het niets. Maar een kniesoor die daar op let. Uiteindelijk arriveren we in Baarn. Aldaar constateren we dat we niet de juiste route hebben gevolgd, maar enkele paden zuidwaarts hadden moeten nemen. Een kompas en uitgebreide topografische kaarten had ik dit keer niet meegenomen. Maar met m’n oude militaire gevoel kom ik altijd op de plek waar ik moet zijn.

Van Baarn wandelen we naar Soestdijk. Het paleis, het gazon en de paleistuin zijn keurig onderhouden, alhoewel de bewoners er niet meer zijn. Pal tegenover het gebouw wandelen we over een breed bospad naar de Gedenknaald. De Gedenknaald, ook wel ‘De Naald van Waterloo’ genoemd, is een gedenkteken voor Willem Frederik, prins van Oranje (de latere koning Willem II), in de slag bij Waterloo. Over verschillende bospaden komen we terug in Baarn. Vandaar gaat de route door een poldergebied. Over lange, saaie wegen, waar eigenlijk geen einde aan lijkt te komen, volgen we de spoorlijn naar Amersfoort. Voor de afwisseling gaat de route vlak voor de plaats Amersfoort over een heus klompenpad. Bij het hoofdstation van Amersfoort is het verste punt bereikt en aan de andere kant van de spoorlijn gaat de route terug naar Soest. Het bosgebied bij de Vlasakkers, iets ten zuiden van Amersfoort’s dierenpark, is een prachtig wandelgebied. Dan wordt het parcours nog een beetje geaccidenteerd en erg zanderig. Dit betekent dat we in Lange Duinen, een zandverstuivinggebied, terecht zijn gekomen. Het ploeteren door het zand is niet gemakkelijk. Het is zwaar en langzaam komen we vooruit. Als we bij een betonnen fietspad arriveren, is het lijden voorbij. Gemakkelijk begeven we ons nu voorwaarts. We bevinden ons onder de rook van de plaats Soest. We besluiten hier de route te onderbreken en zoeken het nabij gelegen station van Soest-Zuid op. Er staat ons nog een wandeletappe te wachten en dan kunnen we dit pad ook op onze palmares bijschrijven.

 

wordt vervolgd

Roze Loop

Ook de Roze loop is voor mij een evenement waar ik, als het even kan, graag iedere keer aan mee wil doen. De onlangs toegezonden uitnodiging komt mij goed uit. Ik heb voor die dag in feite niets in mijn agenda staan. Nou ja, dat is niet helemaal waar. Er staat wel iets met potlood in m’n agenda geschreven. Heel dun en met kleine lettertjes. Als er voor die dag helemaal niets is, en dat komt niet vaak voor, dan was die uitnodiging een goed alternatief. Hoe dan ook, die invitatie weegt niet zwaarder dan een leuk loopje in je directe omgeving. Geen reistijden, want als ik de voordeur dichttrek dan begin ik meteen aan m’n warming-up. Zoals iedereen van mij gewend is, gaat Cisca weer met me mee op haar rijwiel. M´n bovenbeenspieren voelen nog een beetje stram van een training van gisteren. Op verzoek van Frank van Ravensberg heb ik in Utrecht een centrale training voor de jeugd georganiseerd. En die jonkies kunnen er wat van. Ze zwaar laten trainen is één ding, maar daarna een duurloop is toch echt wat anders. En je doet natuurlijk mee. Een verschil van veertig jaar kan je niet even wegpoetsen. Probeer ze maar eens bij te houden. Nou ja, goed, dat gaat niet meer. Nee hoor, echt niet!

Toch is de voetreis naar het Flevopark, waar de start van de loop om 14:00 uur plaatsvindt, geen martelgang. Het weer is prima, droog en een perfecte temperatuur. Al gauw zijn de beenspieren opgewarmd en de snelheid wordt ook opgevoerd. Onderwijl worden enkele oefeningen gedaan. Het gaat lekker en ik arriveer vroegtijdig bij sporthal Zeeburg. In de kantine kunnen we ons inschrijven voor de wedstrijd. De organisatie van de wedstrijden van vandaag is in handen van de Dutch Gay & Lesbian Atletics. De vereniging die in het verleden onder andere de Gay Games in Amsterdam heeft georganiseerd. Het zijn enthousiaste mensen en eigenlijk is nooit iets te veel. Buiten voor de sporthal ontmoet ik Willem, ook een fervente sporter. Hij was een paar jaar geleden mijn gangmaker bij de Geinloop. Zoals altijd heerst er een gemoedelijke sfeer en er is een redelijke opkomst. Een van de minder prettige zaken is het bevestigen van het startnummer aan een shirtje. Het wil mij nog wel eens voorkomen dat ik me, per ongeluk, aan een van de veiligheidsspelden prik. Altijd een nerveus gedoe. Vandaag gaat het goed en even later sta ik met alle andere atleten en atletes keurig achter de startstreep. Niet pal achter de startlijn, maar dat hoeft ook niet.

De woordvoerder van de Amsterdamse politie, bekend als de dame met het korte blonde kapsel en vandaag als de lesbian van 2012, lost het startschot van de wedstrijd. Eerst gaan de lopers van de 15 km afstand van start. Tien minuten later volgen de deelnemers van de 5 en 10 km. Ikzelf doe mee aan de wedstrijd over 10 km en zeker na de inspanningen van gisteren in Utrecht. Ook wij krijgen van de agente het startsein.

de lesbian van 2012
Ze kan goed met het wapen omgaan, alleen de bijbehorende tekst is niet juist. Een kniesoor die daar oplet. Meteen stuiven de lopers het smalle pad van het Flevopark in. Bij het pannenkoekenhuis zitten jonge ouders op een bankje. Hun kroost klimt, klautert of hangt aan de attributen van de speeltuin. Even hebben wij alle aandacht van de vaders. De meeste moeders vinden het maar zozo. Als wij uit het zicht zijn, zijn de kinderen weer in beeld. Ter hoogte van de Valentijnkade verlaten we het park. Op het rechte eind komen we wandelaars van het Westerborkpad tegen. Ik herken ze aan het wandelgidsje die ze in de hand meedragen. Op iedere hoek of afslag staat een medewerker of medewerkster van DGLA om de atleten de juiste weg te wijzen. Dan volgt de Oosterringdijk, een lange weg met op het eind een flauwe bocht.

Zoals gezegd is het weer perfect. De sterke wind van vannacht is gaan liggen. Het zonnetje en de temperatuur maakt de dag tot een mooie lentedag. Bij het woonwagenkamp, juist voor de Zeeburgerbrug, slaan we tweemaal naar links en volgen een lange brede weg langs het Amsterdam-Rijnkanaal. Pal voor de Amsterdamsebrug gaan de 10 en 15 km lopers scherp naar links. De deelnemers aan de 5 km gaan hier op de eindstreep af. Daar ik me snelwandelend tussen de hardlopers voortbeweeg heb ik de meeste atleten voor me. Een enkeling heb ik gepasseerd en op afstand gezet. Bij de doorkomst naar de tweede ronde informeert de wedstrijdleider naar m’n ervaring. Ik steek m’n duim rechtop en ga door voor m’n tweede en laatste rondje. Bij de speeltuin zitten de vaders en moeders nog steeds op een bankje. De kinderen zijn onvermoeibaar en spelen totdat de ouders er genoeg van hebben. In de oude muur van de Joodse begraafplaats is onlangs een gietijzeren toegangshek geplaatst. In het hek pronkt een Davidsster. Dan ben ik voor de tweede keer bij de Oosterringdijk aanbeland. Hier kan ik een heel eind voor me uit kijken. In de verte zie ik nog enkele deelnemers van de 10 km. De atleten en atletes van de 5 km zullen nu wel allemaal binnen zijn.

Af en toe word ik ingehaald door een deelnemer van de langste afstand. Op het Amsterdam-Rijnkanaal ligt de beroepsvaart bijna stil. Een enkel schip vaart in zuidelijke richting. Bij de afslag naar de Amsterdamsebrug mag ik nu rechtdoor. Nog een bocht en de finish is in zicht. Op het laatste rechte eind schakel ik nog een tandje bij. Ik let hierbij wel op m’n techniek. Zweven is uit den boze. En ja, dat is toch het laatste wat ik wil. Ook al staat er geen official van de snelwandeljury om daarop te letten. Toch haal ik nog een hardloopster in. Met een brede lach op m’n gezicht steven ik op de eindstreep af. De microfoniste praat me als het ware over de streep. Na zoveel jaren van deelname kennen ze me hier. De mensen zijn enthousiast en ik ook. Onder luid applaus passeer ik de meet. De 10 km zit er op. Gauw verplaats ik me naar een kleedruimte om de natte kleding te verwisselen voor een schoon tenue. Dan kan de voetreis naar huis beginnen. Een cooling-down van bijna 5 km. Dan betrekt het weer. Het zonnetje maakt plaats voor een donkere lucht. Ja, van die prachtige Ruysdael vergezichten. Op m’n terugreis, en die gaat absoluut niet snel, vallen de eerste regendruppels. Het zijn er niet veel. Neen, het is gewoon lekker. Eigenlijk net zo fijn als de eerder afgelegde kilometers.

15 gaanders op de piste in Bloso

Als je het kopje van dit verhaal leest, denk je misschien dat we met een stel volgelingen van Paul Kruger of Jan van Riebeeck hebben te maken. Neen, dat is niet zo. Het klinkt ook erg on-Nederlands. We zijn vandaag te gast bij onze snelwandelvrienden van Herentals AC in Belgische Herentals, gelegen in de provincie Antwerpen. Met bovenstaande uitspraak wordt namelijk bedoeld 15 snelwandelaars op de kunststofatletiekbaan van Bloso-centrum ‘Netepark’. Bloso, een organisatie die vergelijkbaar is met het Nederlandse NOC NSF. Aldaar wordt op zaterdag 21 april onder leiding van Frank van Ravensberg en Alex Wijsman een training, clinic en een wedstrijdje over 1000 meter georganiseerd. Dit in navolging van onze bezoekjes aan onder andere VAV te Veenendaal, Gen. Michaëlis in Best, AAV’36 in Alphen a/d Rijn, AV’23 in Amsterdam, av Heythuysen in het gelijknamige Limburgse Heythuysen en CIKO’66 in het Gelderse Arnhem. Een van onze doelstellingen is om deze tak van de atletieksport bij een breder publiek uit te dragen. Dus, meer open, toegankelijker en begrijpelijker te maken.

Omdat de reis met openbaar vervoer geruime tijd in beslag neemt zijn we een dag eerder in zuidelijke richting vertrokken. Daarnaast willen we het nuttige met het aangename verenigen. Dit betekent onze kennis verrijken met een bezoek aan een interessante stad en genieten van het Bourgondische leven. Jawel, dat laatste klinkt wel heel erg aantrekkelijk. ’s Middags gaan we op stap voor een historische stadswandeling van ongeveer zes kilometer. Neen, dit is niet een warming-up, maar een stukje cultuur snuiven. In het hart van de stad, pal tegenover ons hotel, staat de Lakenhal. Een stijlvol bouwwerk, waar in de vijftiende eeuw de wolwevers en lakenmakers hun handel dreven. De Zandpoort, opgetrokken van kalkzandsteen staat in het westelijk deel van de oude stad en werd in 1402 al vermeld. De Bovenpoort, in het zuiden, stamt uit 1361. Ook de Sint-Waldetrudiskerk en de Augustijnenklooster zijn een bezienswaardigheid. De stadswallen, ooit een versterking om de stad in duistere tijden te beschermen tegen aanvallen van plunderaars en roversbenden geeft thans een groen karakter. Het riviertje de Kleine Nete, compleet met een vistrap en een stuw, meandert door het landschap. Over het Bourgondische leven gaan we ons niet uitwijden. De calorieën zullen morgen tijdens de training verdwijnen als sneeuw voor de zon. Althans dat hopen we.

Eenmaal bij de atletiekbaan gearriveerd treffen we organisator Peter Van Hove. Op de fiets heeft hij zojuist het traject van de duurloop gemarkeerd. De weersvooruitzichten zijn ronduit slecht. We kunnen het niet anders noemen. De weerprofeten beloven ons naast veel regen ook hagel en af en toe een slag onweer, met hier en daar, tijdelijk, een flauw zonnetje. Ook hier geldt: ‘Hoop doet leven.’ Een voor een arriveren de atleten op het sportcomplex. Het is een gevarieerd gezelschap bestaande uit een groep Vlamingen, Walen en Nederlanders, die elkaar goed begrijpen en allemaal hetzelfde uitgangspunt hebben. Leren en presteren. Na de kennismaking heet Frank van Ravensberg iedereen van harte welkom en geeft dan het stokje over aan Alex Wijsman, die de ochtendtraining en een duurloop voor zijn rekening neemt. Vanuit het sportcomplex is ook een toertocht voor sportfietsers uitgezet, waar ruim duizend deelnemers aan meedoen. Daarnaast wordt de jeugd hier opgeleid tot echte wielrenners. Gestoken in kleurige tenues leren zij de kneepjes van het vak. Letterlijk met vallen en opstaan. In een schitterende omgeving beginnen we met de warming-up. Een bekende taak gevolgd door verschillende rek- en strekoefeningen. Er zijn lange afstandslopers die dit niet gewend zijn. Vergeten of er wordt gewoonweg niet aan gedacht, ze gaan vaak direct op stap. Nadat de spieren voldoende zijn opgewarmd wordt er begonnen met een duurloop. Een rondje van ongeveer zes kilometer in een bosrijke omgeving.

Vlamingen, Walen en Nederlanders die elkaar goed begrijpen
Al snel valt de groep ‘gaanders’ uiteen. Frank van Ravensberg begeleidt de achterhoede en Alex Wijsman probeert de voorste groep onder controle te houden. Hierbij wordt aandacht geschonken aan het technische aspect van de sport.

Na een rondje vinden de meeste deelnemers het genoeg en keren terug naar het sportpark voor een cooling-down en de aansluitende lunch. Peter Van Hove en Ludo Schaerlaeckens kunnen er niet genoeg van krijgen en gaan door voor een tweede rondje. Een uurtje later zit iedereen weer in het clubhuis en geniet van z’n broodje. Zowel Jasper als Tristan Van Hove, de kinderen van Peter, runnen de bar als volleerde horeca-uitbaters. Ook op financiële vlak staan ze hun mannetje. Prachtig, en zo jong. Het kan dus allemaal. Peter’s echtgenote brengt de snelwandelaars een doos met eigen gebakken cake. Als de deksel ervan afgaat, zien we een tot aan de rand gevulde doos met cake. Ook chocolade! ‘Zó.’ Die is lekker en al snel is de bodem van de doos in zicht. Dit betekent veel eer aan het adres van de bakster. Om half twee is het weer werken. Gezamenlijk wordt er weer een warming-up uitgevoerd en daarna wordt de groep in tweeën gesplitst. Onze Belgische collega Fabian Humé en Frank van Ravensberg neemt een deel van de snelwandelgroep onder de hoede en Alex Wijsman en Wilfried van Bremen de rest van het gezelschap. Wederom wordt er veel aandacht besteed aan de techniek. Oefeningen worden daarom in veelvouden herhaald. Ten slotte staan er nog enkele spelvormen op het programma, dit om de ontspanning en de onderlinge contacten te bevorderen.

Nadat iedereen in het bezit is van een startnummer, is er tot besluit nog een serieuze zaak. Namelijk een wedstrijd over 1000 meter. Een afstand die menige atleet in de loop der jaren slechts enkele malen heeft gelopen. Geen afstand voor senioren en masters dus. Als de atleten en atletes achter de startlijn staan opgesteld volgt het startsein. Vanwege de korte afstand is iedereen gebrand op een snelle tijd. Het is lastig om een goed plekje in het deelnemersveld te vinden, maar uiteindelijk lukt het iedereen. Tja, dan is het zo ver. De eerste regendruppels vallen op ons neer. Een plaagstootje van Pluvius, maar weldra is het droog en de donkere wolken trekken over. De kleine Tristan vecht voor wat hij waard is. Pfff, wat doet hij zijn best. Zijn jongere broertje Jasper is nog te speels en gebruikt soms drie lanen in plaats van de binnenste laan. Slalommen over de atletiekbaan lokt niet een snelle tijd uit. Maar dat zal hem nog wel worden bijgebracht, want z’n vader weet van wanten. Wilfried van Bremen wint de wedstrijd. Maar ja, dat lag in de lijn van de verwachtingen. Voor de officiële uitslag verwijs ik naar www.tigch.nl. De snelwandelwebsite die men moet bezoeken als men op zoek is naar informatie of uitslagen of deze tak van sport een warm hart toedraagt.

Nescioloop 2012.

Een emailbericht om in te schrijven voor de Nescioloop is enige weken geleden bij mij in de elektronische brievenbus gevallen. Geen spam dus. Neen, dit zijn juist de berichten die ik graag wil hebben. Om het bericht niet in de vergetelheid te laten geraken, heb ik me meteen voor de recreatieloop ingeschreven. Of het me lukt om mee te doen. Tja, dat is maar een vraag. Want zowel vrijdag als zaterdag voorafgaand aan het evenement heb ik nog een loodzware klus voor de boeg. Vrijdag’s markeer en wandel ik (35 km) een deel van de bos-, duin- en strandmars van s.v. De L.A.T. in het duingebied nabij Castricum. Zaterdag staat er een 60 km lange voettocht door dit gebied op het programma, met als klap op de vuurpijl ‘de klimduin bij Schoorl’. Door het mulle zand naar boven klauteren. Drie stappen voorwaarts en tegelijkertijd twee terugzakken. Eenmaal boven, hebben we kort daarna hetzelfde liedje, heuveltje op en heuveltje af. Iets dat de gehele dag doorgaat. Zo’n wandeling waar je meteen na afloop al spierpijn van hebt. Misschien zelfs bij de laatste kilometers. Als je pech hebt, nog eerder. Daar moet je toch niet aan denken, is het niet? Enfin, dan maar hopen dat we een dagje later bij de Nescioloop daar geen last meer van hebben. Per slot van rekening kunnen we bij de recreatieloop altijd nog een tandje lager schakelen. Gewoon om jezelf niet te slopen.

De naam Nescioloop is genoemd naar de unieke fiets- en voetbrug over het Amsterdam-Rijnkanaal, waar de hardloopwedstrijd ieder jaar overheen gaat. De naamgeving van de brug is in verband gebracht met de schrijver Nescio, een plek waar zijn verhaal de Titaantjes, hier aan de Diemerzeedijk, afspeelde. De Nederlandse popgroep The Nits scoorde in het begin van de jaren tachtig van de vorige eeuw hoge ogen met het nummer Nescio, dat in de top-10 terecht kwam.

Zondagmorgen kom ik verre van gemakkelijk van mijn bed, nadat de wekkerradio leven in de brouwerij brengt. Alle spieren in het lichaam doen pijn. Een gezonde pijn. Ik weet waardoor het komt. De geest is vaak sterk en de voorbereidingen voor de Nescioloop worden ondernomen. Met het ontbijt net achter de kiezen ga ik op stap. Heel langzaam slenter ik naar de atletiekbaan in de Meer en probeer de stijfheid uit de benen te lopen. Het lukt niet echt. Ik moet het er toch maar mee doen, althans als ik wil lopen. Bij het wedstrijdsecretariaat sta ik rustig in een rij om m’n startnummer af te halen. En dat vind ik nu even niet erg. Dan sta ik met het startnummer op m’n shirtje bevestigd in een file van hardlopers achter het startdoek. Nerveuze blikken van jongere atleten dwalen in het rond. Afspeurend naar een glimp van een bekende medesporter. Ook zijn er de bekende gezichten. Mensen die er ieder jaar staan. Die groep behoort zo langzamerhand tot het meubilair van de Nescioloop. Fantastisch toch!

Om 12:15 uur valt het startschot. Onder het startdoek druk ik het knopje van m’n stopwatch in en de raderen draaien. Het officiële startschot is dan al een halve minuut geleden gevallen. Langzaam kom ik op gang. Veel langzamer dan ik gewend ben te doen. Meteen is er een gaatje ontstaan op de meute. Via het Middenmeerpad gaan we op weg naar het Science Park. Dan gaan we het spoorviaduct onderdoor en passeren daarbij het station en een deel van het spooremplacement. De sporthal van het Science Park is een opvallend gebouw. Het bevindt zich midden tussen de wetenschappelijke gebouwen. Even later draaien we de Oosterringdijk op, het plekje van Ilona van Riemsdijk. Ze staat er dit jaar niet. Raar! Ieder jaar is daar trouw aanwezig. Altijd met een vlaggetje in de hand om de deelnemers de juiste richting te wijzen. Net voorbij het oude veerpontje van Ome Kees lopen we de Zeeburgerbrug onderdoor en draaien daarna de Nesciobrug op. Neuriënd het nummer van The Nits bestijg ik de brug. Een ruime bocht brengt me uiteindelijk hoog boven het water. Zelfs op zondag varen hier nog enkele vrachtschepen voorbij. Aan de overzijde van het Amsterdam-Rijnkanaal lopen we geruime tijd langs de in 1892 gegraven waterweg, dat voor 1952 onder de naam Merwedekanaal bekend stond. In dat jaar werd het Amsterdam-Rijnkanaal officieel geopend, waarbij de verbinding van de Amsterdamse haven met het Duitse Ruhrgebied officieel tot stand kwam. Of we het moeten aannemen of niet, het Amsterdam-Rijnkanaal is de drukst bevaren kanaal ter wereld.

We lopen over een kilometerslange weg langs het klotsende water. Ik zie een reeks atleten en atletes voor me. Langzaam lopen ze bij me vandaan. Dat is hier goed waarneembaar. Ik voel m’n spieren opspelen, maar ik ga beslist niet sneller. Neen, gewoon hetzelfde tempo blijven draaien. Misschien word ik dit keer wel vergezeld door de sluitfietsers, misschien ook niet. Het lijkt me wel een aparte ervaring. We zullen wel zien. Op dit moment is het nog niet van toepassing. In het struikgewas ligt Mart Bevelander met de telelens van z’n camera op de deelnemers gericht. Steeds klikt er een zoemer en een mooi sportief prentje is vastgelegd. Aan het eind van de lange weg maken we een scherpe bocht naar links. Rechtdoor gaat niet, want dan is een duik in het koude water onontkoombaar. Bij kustbatterij Diemerdam lopen we rond het fort. Het fort wordt grondig onder handen genomen en na maandenlange renovatie ziet de boel er tamelijk keurig uit. Toch zijn de werkzaamheden nog niet afgerond. Eenmaal op de Diemerzeedijk kunnen we met de terugweg beginnen. In grove lijnen dezelfde route, maar toch over andere paden. Báh… Nou gaat het eens niet naar wens. Die 60 km door de duinen van gisteren voel ik in de benen. Een sterke bries hebben we hier schuin tegen. Het wordt werken tegen de elementen van de natuur. Och, och, wat is het afzien. Maar ja, dat behoort ook bij de sport.

De paden die we nu betreden behoren tot mijn trainingsrondje. Ieder plekje is bekend terrein. Voor de tweede maal bestijgen we de Nesciobrug, maar nu vanaf de andere kant. Het veerpontje van Ome Kees ligt nog steeds aan dezelfde plek afgemeerd. Of er geen bezoekers zijn geweest. Langs de gebouwen van het Wetenschappelijk Park keren we terug naar de atletiekbaan. Het bordje van de laatste kilometer wordt gepasseerd en we lopen over het Middenmeerpad tussen de sportvelden door. Op de hoek van de Radioweg bij het gemaaltje is de tocht bijna beëindigd. De microfonist zorgt voor een gezellig sfeertje op de atletiekbaan. Het is nu wachten op de laatste deelnemers en dat zijn er niet veel meer. Dan is het mijn beurt om te finishen. Zichtbaar tevreden passeer ik de eindstreep en meteen druk ik het knopje van m’n stopwatch in. Op het display lees ik een tijd van 1:40:41 en ben opgelucht dat ik deze tocht tot een goed einde heb gebracht. Of het verstandig was na zo’n zware klus door de duinen, is slechts een vraag. Een vraag die gemakkelijk te beantwoorden is. Ja of neen. Ach, laat maar, het heeft geen zin. Het is allemaal zo leuk! Alle vrijwilligers en het organisatieteam bedankt voor deze mooie run. 2013 staat al met potlood in m’n agenda.

Op zoek naar limietpalen

 

In de tweede helft van de negentiende eeuw stond Europa in het teken van toenemende oorlogsdreiging en geweld. Toen in 1870 het machtige Duitse leger oprukte naar Parijs zat de schrik er bij veel Europeanen goed in. Als klein landje realiseerden wij ons dat ook terdege. Er moest iets gebeuren om het land gemakkelijker te kunnen bewaken. Ook de stad Amsterdam moest bewaakt worden. Dus werden er diverse verdedigingslinies in ons land aangelegd. Hollandsche Waterlinie, Grebbelinie etc. Amsterdam kreeg als beveiliging de Stelling. Een verdedigingswerk bestaande uit forten, batterijen, dijken en sluizen. Helemaal rond de stad, op een afstand van ongeveer 15 km. In geval van oorlog kon eenvoudig een groot gedeelte van het land, opzettelijk, onder water worden gezet. Slechts 50 centimeter water was daarvoor nodig. De sluizen werden opengezet en de vijand kon daardoor niet oprukken naar de stad. Bootjes konden ook niet worden gebruikt. Vijftig centimeter water en een bootje met bemanning lag vast aan de grond. Te voet door het water was geen optie. Er was geen verschil te onderscheiden tussen onder water gezet land, sloten en andere waterpartijen. De Stelling van Amsterdam is nooit echt operationeel geweest en is achterhaald door de voortschrijdende techniek. Dat begon al kort voor 1885 met de uitvinding van de brisantgranaat. Een verwoestende explosie van een bom en de bakstenen forten moesten vervangen worden door betonnen kolossen.

Thans staat de Stelling van Amsterdam op de lijst van het werelderfgoed. De forten zijn sinds 1963 niet meer in bezit van het Ministerie van Defensie. Wijnhandelaren, natuurmonumenten en andere organisaties zijn nu de eigenaars of pachters. Ook vindt men tegenwoordig in een fort, een restaurant, naschoolse opvang, een kunstgalerie en tal van andere beroepen of zaken. Bij fort aan de Nekkerweg wordt op dit moment zelfs een Wellness center gebouwd. Rond praktisch ieder fort werd het gebied gemarkeerd met hardstenen limietpalen. De palen markeerden het militair domein. Aan één kant van de paal en op de bovenzijde werd de letter ‘O’ van het Departement of Ministerie van Oorlog en een volgnummer gestanst. De palen zijn 1.50 m. lang en steken ongeveer 40-50 cm boven het land uit. In veel gevallen staan de palen aan de rand van een aangrenzend weiland. Een doorn in het oog van de landbouwer. Die moet er omheen maaien of ploegen. Vaak wordt een paal niet per ongeluk stuk gestoten of in de sloot gefl…… waardoor de boer vrij spel heeft. Niet beseffend dat hij een stukje geschiedenis heeft kapot gemaakt.

Op een doordeweekse dag gaan Martijn Biesmans en ik op zoek naar een stukje militair verleden. Iets wat we al geruime tijd doen. De NS brengt ons bij station Beverwijk en als we het perron hebben verlaten zetten we meteen de pas er in. Langs het parkeerterrein van Bazaar Beverwijk lopen we naar Fort aan de St. Aagtendijk. Een snelle inspectie leert ons dat we twee oude palen uit ca 1885 hebben aangetroffen. Daarna gaat de voetreis naar Fort bij Veldhuis. Hier is de opbrengst een stuk interessanter. Bij een speciaal opstapje voor wandelaars klimmen we over een hek. Het fort ligt vredig in het groen en op de achtergrond raast het autoverkeer op de A9 voorbij. Ik maak prachtige opnames van de oude voorwerpen, die veelal zijn begroeid met een laagje mos. Ach, wat wil je na zoveel jaar in weer en wind te hebben gestaan. Bij iedere bocht in het veld zijn de markeringen duidelijk waarneembaar. Het nummer van paal O7 is voor ons moeilijk te onderscheiden, want de paal staat aan de andere kant van een sloot in tegengestelde richting. Als we deze paal echt op de foto willen hebben - en dat willen we - moeten we een halsbrekende toer uithalen of inventief zijn. De gehele slootkant is afgezet met schrikdraad. Er staat geen vee in de wei. Martijn gaat direct tot actie over. Ik sta nog te treuzelen wat ik zal doen. Martijn neemt een sprong en komt half liggend onder het schrikdraad tot stilstand. Waar hij geen rekening mee heeft gehouden zijn de brandnetels en de distels aldaar. Hoe dan ook, bij zo’n landing weet hij dat de sprong geen Olympische ticket voor hem heeft opgeleverd. Ikzelf klim over een dubbele hek afgezet met prikkeldraad en kruip daarna onder het schrikdraad door. In het veld staat een prachtige oude inundatiesluis. Ook kunnen we de limietpalen O6 en O5 nu goed fotograferen.

In het aangrenzend weiland, pal achter paal O5, staan twee ezels ons wezenloos aan te staren. Ik denk er het mijne van. Daarna keren we terug naar de plek waar we ons eerder bevonden. Dit betekent wederom dezelfde toer uithalen. Martijn springt en ik klim. Via de nevenbatterij bij Fort bij Veldhuis lopen we in zuidelijke richting. Ook hier treffen we nog enkele palen aan en lopen daarna in een hoog tempo over de Genieweg. Het onderzoeken is voor ons een combinatie met sportief bezig zijn. Fort Zuidwijkermeer ligt aan het Noordzeekanaal en had vroeger de belangrijke taak om het Noordzeekanaal en de bijbehorende dijk te verdedigen. Hier treffen we nog een drietal palen aan. Wederom wordt het tempo opgeschroefd naar ongeveer 8 km p.u. met als ondergrond de grasdijk langs de waterweg. Wandelen langs een breed water, waar constant schepen af en aan varen, vind ik altijd spectaculair. Het is dan ook genieten als er van die grote joekels voorbij varen. Met de pont van Buitenhuizen varen we over en wandelen door het recreatiegebied Spaarnwoude. De omgeving is opeens heel anders dan aan de andere kant van het kanaal. Veel meer afwisseling en prachtige panorama’s. Voorts kruisen we onder een viaduct de A9 en staan dan bij Fort benoorden Spaarndam. De munitiekamers zijn gescheiden van het fort. Een logische strategie, lijkt me.

Op enige afstand zien we een aantal palen achter een verweerd hoog hek met daaraan bevestigd een verweerd bordje ‘Verboden toegang etc.’ De palen zijn een stuk robuuster dan de O-palen. We kijken elkaar aan en zonder een woord te spreken klimmen we over een hek aan de rand van een weiland. Een inspectie vinden wij noodzakelijk. Ook dit hek is afgezet met een strook prikkeldraad. Martijn neemt een grote pas en stapt over het hek heen.

prikkeldraad is een extreme vorm van SM
Ik ben iets kleiner en moet derhalve voorzichtiger te werk gaan. Ik til mijn rechterbeen over het hek en dan blijkt dat het prikkeldraad wel heel erg dichtbij mijn kruis komt. Oef, dat is echt oppassen geblazen. Prikkeldraad is wel een extreme vorm van SM. Toch lukt het mij om ongeschonden aan de andere kant van het hek te komen. En ploeteren even later door het weiland, dat meer weg heeft van een knollenveld. Als we bij het hoge hek arriveren moeten we eerst over een ondiep slootje springen. Op een bepaalde plaats is het gaas van het hek doorgeknipt. Waarschijnlijk door bezoekers die het fort van dichterbij wilden bekijken. Daar ga ik tenminste vanuit. Teleurgesteld keren we terug naar de weg als blijkt dat de palen niet tot onze doelgroep behoren. Aan de voorzijde van het fort treffen we een nog grotendeels intact zijnde smalspoor aan, speciaal aangelegd om munitie aan te voeren.

Aan de zuidkant van het fort klimmen we over een hek en volgen een grasdijk langs het fort. Hier treffen we aan het einde enkele palen met de letter D en een nummer. De letter ‘D’ is afgeleid van het Ministerie van Defensie en zijn in de periode 1928-1940 geplaatst. De O-palen dateren uit 1813-1928. Op de hoek aan de zuidoost kant van het fort bevindt zich een trio van palen. Een limietpaal met het nummer D88, een grenspaal van Spaarndam-Velsen en een paal die verwijst naar de Hondsbossche Zeewering. Dit is een juweeltje voor degene die hiervoor geïnteresseerd is. Dan volgen we een niet al te smalle sloot in zuidelijke richting. Midden in het water staan twee palen van Defensie. Nummer D85 kijkt ons recht aan. Maar het nummer van de andere paal is voor ons een raadsel. Martijn wil het onderzoeken en maakt aanstalten om over de sloot te springen. Ik roep nog: ‘Doe het niet. Het ken net.’ Maar ik ben te laat. Martijn neemt een aanloop en een reuze sprong. Ik schrik en zie Martijn met een been in de modder wegglijden. Hij ligt wel in het gras. Nou ja. En buldert van het lachen. Dan pakt hij zijn camera uit z’n rugzak en fotografeert de paal. Het is nummer D84. We hadden het kunnen weten. De terugweg naar de andere kant geschiedt op een andere plek. Op een plek waar de sloot een stuk smaller is. Toch treffen we nog een brede, mooie paal met nummering O37. Die gaan we later nog eens onderzoeken. Ook een muurtje met het jaartal 1886 is een mooi object.

In het Spaarne probeert Martijn zijn stinkende schoenen schoon te poetsen. Hij wandelt door het ondiepe water en zowaar het modder verdwijnt. Met drijfnatte kousen en schoenen heeft hij nog zo’n 10 km te gaan. Bij station Haarlem-Spaarnwoude stappen we in de trein en hebben een enerverende dag met ruim 35 km achter de rug. Wat we niet weten is dat Martijn misschien nog een carrière verspringen voor de boeg heeft. Er zal toch wel een vereniging zijn die hem als talentvol atleet beschouwd.