- Gegevens
-
04 januari 2010
-
door Dirk Visser

Amsterdam – Lindy Egberts kampt al jaren met een rugblessure. Sinds twee jaar heeft ze die echter redelijk onder controle. In oktober bekroonde ze haar terugkeer met het behalen van het clubkampioenschap bij de vrouwen senioren.
Bescheiden als ze is, reageerde ze op mijn felicitatie met de volgende woorden: “Dat zou natuurlijk nooit gelukt zijn wanneer Robin, Omayra, Brenda en Esther mee zouden doen.” Dat mag misschien zo zijn, maar ze hield wel aanstormend talent, onder wie Jenny Baar in haar eigen klasse en Anna Goede en Rosa de Jong bij de junioren meisjes A, achter zich. Kortom, Lindy Egberts is een waardig clubkampioen. (Over vijf onderdelen behaalden Lindy, Jenny, Anna en Rosa respectievelijk 3050, 2703, 2753 en 2741 punten.)
Ongeveer op haar elfde – begin jaren '90 – begon Lindy als 2e jaars A-pupil met atletiek. Ze vond gym en scouting niet zo leuk meer, maar ze was wel redelijk snel. Toen werd in het gezin besloten: 'Lindy gaat op atletiek'. Dat vond ze “eigenlijk wel leuk”. Vooral de meerkamp vond ze “heel erg leuk”, terwijl ze “redelijk” (middel)lange afstanden kon lopen.
Bij GAC in haar woonplaats Hilversum moest ze van Els van Noorduyn, die toen daar nog trainer was, kiezen. “Je kunt niet sprinten en de volgende dag lange afstanden lopen.” Dat laatste kan later altijd nog. Het gevarieerde van atletiek spreekt haar aan.
“Vanaf mijn 16e zat ik in de groep bij Els. Toen ik tweedejaars student in Delft was, stapte Els over van GAC naar AV '23. In Delft zat ik zonder goede trainer. Ik trainde daar door de week op schema's van Els. Mijn vriendje, met wie ik in september 2008 getrouwd ben, woonde toen in Amsterdam. Daarom ging ik in de weekenden in Amsterdam meetrainen. In die tijd is een heel grote groep vanuit Hilversum met Els meegegaan naar AV '23. Tot hen behoren Annemiek Bolt en Rob de Weger en verder Niels de Ruyter.”
“Vlak voor de overstap naar Amsterdam kreeg ik last van een rugblessure. Daar heb ik heel lang mee gekwakkeld, zo'n tien jaar. Ik moest alles rustig aan doen en kon en mocht geen hoog, geen ver en geen horden doen. En dat, terwijl ik bij de atletiek juist zo van afwisseling houd. De fysiotherapeut die ik om een second opinion had gevraagd, adviseerde me zelfs om maar te stoppen met sporten. 'Dat is ook zo wat', dacht ik. 'En het loste niets op'.”
“Sinds twee jaar doet de rug weer ongeveer wat die moet doen. Maar ik mis nog veel snelheid en ik mis nog kracht. De snelste manier voor mij om dit te trainen, is meedoen aan wedstrijden. Ik denk niet dat ik mijn oude niveau nog kan halen. Op ver zit ik 50 cm onder m'n PR en op hoog zo'n 10 cm. Maar ik vind atletieken nog steeds heel erg leuk.”
“Als ik niet zou sporten, word ik dik. Op de bank zitten en chips eten. Dat moeten we niet hebben. In 2010 word ik 30. Soms vraag ik me af hoe lang ik nog doorga met atletiek. In het weekend zijn er ook andere, misschien wel leukere dingen te doen, zoals vrienden bezoeken die ver weg wonen. Ik heb een full time baan. Dan is 3x in de week sporten en wedstrijden doen in de weekenden of 's avonds wel eens zwaar. Je moet telkens keuzes maken.”
“Schaatsen vind ik ook heel erg leuk. Dat heb ik vorig jaar, toen er natuurijs lag, veel gedaan. Vanuit Hilversum, waar ik nog steeds of alweer woon, ben je in tien minuten met de fiets op de Loosdrechtse Plassen. Maar atletiek is gevarieerder. Als je een dag geen zin hebt in hoog, ga je sprinten, of geen zin in het korte werk, dan doe je het iets langer. Na afloop van het baanseizoen ga je 's winters wat meer duurtraining in het bos doen. En in maart begin je weer met korter werk op de baan.”
“Ik doe mee aan alle competitiewedstrijden. Ik heb een meerkampachtergrond. Op die onderdelen ben ik het beste inzetbaar; afgelopen jaar kwamen vooral 100 m horden en 400 m horden het best uit voor de ploegopstelling. Verder heb ik meegedaan aan instuifwedstrijden op vrijdagavond in Utrecht en op zaterdag in Veenendaal. Ongeveer een wedstrijd per maand.”
“Het leuke aan atletiek? Variatie, afwisseling. Er is altijd wel iets waar je die dag zin in hebt. Bewegen is lekker. Bovendien heb ik zittend werk. En als je moe bent, kun je je aan de groep optrekken. Ik heb de groep van Els overigens wel zien veranderen. Nu zijn er weer nieuwe 'guppies' bijgekomen. Dan voel je je echt een beetje oud worden.”
Lindy van der Heijden-Egberts studeerde vijf jaar geleden af in Delft (Bouwkunde en bouwmanagement). “Sinds juli ben ik assistent projectmanager bij de Gemeente Amsterdam in Stadsdeel Bos en Lommer. Daarvoor werkte ik bij een woningbouwontwikkelaar en was ik directieassistente van de directeur van een ontwikkeling- en bouwbedrijf.”
“Als eigenaar van de grond ontwikkelt de gemeente projecten, al dan niet in samenwerking met ontwikkelaars. Ik ben samen met de projectmanager het centrale aanspreekpunt voor de projecten in dit stadsdeel. Wij zijn een beetje de smeerolie opdat zulke projecten tot stand komen. Het gaat zowel om nieuwbouw als renovatie. Een van de grote projecten is de herontwikkeling van het GAK-gebouw aan de A10 West. Verder zijn we bezig met de laatste fasen van het Bos en Lommerpleinproject: het Bos en Lommerplantsoen en nieuwbouw aan het Jan van Schaffelaarplantsoen. Ik heb heel leuk werk.”