“Ik had nooit de tijden verwacht die ik nu loop”
door Dirk VisserZeljko Obrenovic (32) verbaast met zijn tijden op de 10 km niet alleen zijn trainer Jan Mens en de andere lopers uit zijn groep, maar vooral zichzelf. “Dit jaar heb ik elke keer de 10 km onder de 36 minuten gelopen; mijn beste tijd is 35 minuten en 28 seconden. Dat is 2,5 tot 3 minuten sneller dan vorig jaar. Ik maak nog steeds progressie.”
Dat bleek dit voorjaar ook tijdens de Nescioloop. Zeljko deed vorig jaar 1.02.14 over de 15 km. Toen was het weliswaar de warmste aprildag sinds vele jaren. Dit jaar, onder bijna ideale omstandigheden, liep hij 6 minuten en 41 seconden sneller. “Dat was heel mooi.”
Toch staat Zeljko bekend om zijn bescheidenheid. Het verhaal gaat – maar pas op, het wordt door Jan Mens verspreid – dat hij tijdens een cross in Spaarndam vóór Kees Elsinga kon eindigen maar zich vlak voor de streep inhield. Zeljko wilde niet riskeren dat Kees hem niet mee terug naar Amsterdam wilde nemen. “Dat is een mythe”, zegt hijzelf. “Het was niet eens de laatste keer dat Kees voor mij eindigde. Bij de Beeckesteijn Cross was hij zo'n 30 seconden sneller! Kees, van wie ik veel leer, is nog steeds heel goed aan het lopen, hoor.”
Zeljko, die vanaf 1 januari 2006 in Nederland woont, liep daarvoor hooguit een jaar in zijn woonplaats Belgrado. “Ik was altijd al actief: dansen, fietsen, maar nooit te serieus. Ik heb één keer meegedaan aan een halve marathon in Belgrado. Dat werd iets binnen de 2 uur. Ik weet het niet meer precies. Dat was mijn motivatie om met trainingen te beginnen. Sindsdien loop ik meestal kortere afstanden.
Ik vond lopen leuk. Daarom wilde ik in een stad met een atletiekclub wonen, toen ik begin 2006 in Nederland een baan kreeg. Via internet heb ik AV '23 gevonden. Dat kwam wel goed uit. Ik woonde toen in Diemen en m'n werk was bij het Centrum voor Wiskunde en Informatica (CWI) aan de Kruislaan. Vanaf de baan was ik in vijf minuten op m'n werk en in vijf minuten in Diemen.
Een week na aankomst in Nederland ben ik met trainen begonnen. Jan Mens zocht mensen met Olympische kwaliteiten, hoorde ik. Dus ik ging eerst naar een recreantengroep. Daar was ik te snel voor. Toen ben ik naar de groep van Jan Mens overgestapt.
Bijna elke maand voel ik dat ik nog steeds progressie maak. Ik ben ook stabieler geworden. Vorig jaar schommelden m'n 10 km-tijden nog veel. Dat is nu voorbij. Nu blijf ik altijd onder de 36 minuten. Ik train vier keer per week; twee keer bij AV '23 en twee keer alleen of met Jacobine, waarbij ik in het weekeinde een lange duurloop doe.
Sinds maart woon ik in Park de Meer, de nieuwe wijk tussen de Middenweg en onze atletiekbaan. Dat is helemaal ideaal. Bovendien trouw ik deze zomer met Jacobine, een Nederlandse. We hebben elkaar in de dansschool leren kennen. Zaterdags lopen we samen; ze is een goede loper.
Ik ben niet zo ambitieus dat ik kampioen wil worden, maar ik wil wel het maximale eruit halen en records breken. Overigens is voor mij het sociale aspect bij AV '23 voor mij ministens zo belangrijk als de training. Ik kende niemand in Amsterdam, ik wilde mensen ontmoeten en Nederlands leren. Op mijn werk praat ik alleen maar Engels.
In Belgrado ben ik al begonnen met het leren van Nederlands. Vanaf de eerste dag dat ik Jacobine ken, praat ik Nederlands met haar. De boeken over Jip en Janneke zijn mijn favoriete Nederlandse literatuur. En uiteraard Pluk van de Petteflet. Ik heb bijna alles van Annie M.G. Schmidt en veel van Thea Beckmann gelezen. Ik lees en praat veel in het Nederlands, maar ik schrijf het nog niet goed.
Mijn achtergrond bestaat uit drie landen: Kroatië, Bosnië en Servië. Kortom, ik ben wat vroeger een Joegoslaaf werd genoemd. We hebben lang in Kroatië gewoond, maar zijn in 1995 naar Servië verhuisd. Nu heb ik de Servische nationaliteit. Kroaten, Bosniërs en Serviërs spreken in de praktijk dezelfde taal. Ik kom uit een dorp. Uit onze familie zijn maar weinig naar de universiteit gegaan.
In Belgrado heb ik informatica gestudeerd en ben ik in 2004 gepromoveerd. Begin 2006 kreeg ik een baan bij het CWI, een onafhankelijk instituut dat nauw met UvA en VU samenwerkt. Daar deed ik onderzoek naar de interactie tussen mensen en computers, maar ik ben ook gastdocent aan de VU. Vanaf augustus heb ik een nieuwe baan als universitair docent aan de Technische Universiteit Eindhoven. (Ter geruststelling: ik blijf wel in Amsterdam wonen.)
In Eindhoven zal ik verder onderzoek doen naar alternatieve manieren van interactie tussen mensen en computers. Daar zal ik ook onderwijs geven. Een groot deel van de studenten in ons vak komt uit het buitenland. Om die reden zal ik in het Engels college geven, zoals ik ook aan de VU doe. Engels is heel belangrijk in de wetenschap, bij Informatica zelfs dominant.
Mijn hobbies: naast atletiek zijn dat dansen en tekenen, wat ik ook in Belgrado al deed. In Belgrado kun je ook goed uitgaan. Het is een heel leuke stad. Op cultuurgebied is er veel te beleven, maar activiteiten zoals atletiek zijn minder populair dan hier. De laatste jaren wordt Belgrado meer een open stad. De wereld komt zogezegd naar Belgrado.
Of ik heimwee naar die stad heb? In principe ben ik gefocused op de plaats waar ik ben. Het probleem voor mij was dat ik me in Servië niet verder kon ontwikkelen. Ik kon er wel hoogleraar worden, maar er is weinig geld voor onderzoek. Dan stopt de ontwikkeling. Het CWI gaf me de kans om verder te gaan. Internationale contacten zijn heel belangrijk. Je moet daar zijn waar het gebeurt.
Meer over Zeljko's wetenschappelijke activiteiten op zijn homepage bij het CWI.
reacties (0)

reageer


