AV 1923

De winter is lang ... ... ...



De koptekst van dit artikel verwijst naar een lange periode van kou, maar ook naar een liedje van vroeger, gezongen door Willeke Alberti. Alleen dat soort muziek trekt mij niet erg aan. Toentertijd hebben we het nummer vaak op de radio gehoord en daarom zit het nog opgeslagen op mijn harde schijf. Nooit heb ik het gewist, maar eigenlijk ben ik de melodie liever kwijt dan rijk. Sha-la-li! Enfin, terug naar de winter. Na een paar dagen van lichte dooi is de vorst weer helemaal terug in ons land. Op dit moment worden er zelfs marathonwedstrijden op natuurijs geschaatst. Maar wel in het noorden van ons land.

Omdat de ondergrond goed beloopbaar is heb ik een afspraak met mijn clubgenoot Jan de Jonge gemaakt. Vaak gaan we samen op pad. We hebben tegenwoordig hetzelfde tempo, tenminste als ik alle zeilen bijzet. Ook zijn onze ideeën omtrent de natuur identiek. Mijn clubgenoot kan alles vertellen omtrent de flora of beter gezegd wat er allemaal groeit en bloeit in ons land. Maar ja, dat was dan ook een deel van zijn vak. Daarnaast vinden wij fotograferen een boeiend onderwerp. Nu kan dat allemaal. We zijn beiden gepensioneerd en beschikken over een redelijke conditie.

Vandaag gaan we een deel van de Stelling van Amsterdam, een voormalig verdedigingslinie om de agressor buiten het gebied te houden, lopen. Dit is een rondwandeling om de hoofdstad, die begint bij het Fort van Edam en eindigt op het eiland Pampus. We hebben de Kustbatterij bij Diemerdam, het Muizenfort en de Westbatterij van Muiden alsmede het Fort aan de Ossenmarkt van Weesp op het programma staan. De totale route bedraagt 135 km en er zijn 45 forten te bezichtigen. Sommige daarvan zijn in gebruik door handelsfirma’s. Zo kan men er een wijnkelder, een museum, een opslagruimte voor geld en edelmetaal en diverse andere bestemmingen aantreffen. Ook zijn er forten die in een abominabele staat verkeren. Als men hier op korte termijn niets aandoet dan is de strijd op behoud gauw verloren. In de lengte van de route is de doorsteek langs de IJsselmeerkust niet meegeteld.

Nadat de machinist de stoptrein langs het perron van station Diemen heeft stilgezet, komt mijn vriend met een ijsmuts op het hoofd, een rugzak over de schouders en wollen handschoenen aan, aangelopen. Na een korte begroeting gaan we op pad. We verlaten Diemen in noordoostelijke richting. Bij het Amsterdam-Rijnkanaal aangekomen nemen we de oprit van de Nesciobrug. De trappen laten we links liggen. Aan de overzijde van het kanaal wandelen we over de Diemerzeedijk. Dit deel heb ik afgelopen zaterdag met mijn collega’s van de ABN-AMRO ook gedaan. Maar nu is er geen mist. We hebben een helder uitzicht op stadsdeel IJburg. En het tempo is hoger. Op de dijk slingeren we over diverse paden, daarbij passeren we het smalle strandje IJburg en de heuvel. Hier hangen hoogspanningsdraden hoog boven ons. Alles ligt er verlaten bij. Het zonnetje doet verwoede pogingen om door het wolkendek te dringen. En … … … jawel het lukt haar.

Aan het eind van de dijk gaat het pad van Amsterdams grondgebied over in dat van Diemen. Hier staat de Kustbatterij van Diemen, op een steenworp afstand van het rustieke haventje. Een vrouw duwt een kruiwagen met hooi voor zich uit. Ze komt zojuist vanaf het verdedigingswerk. Aan de dame vraag ik toestemming om het fort te mogen bekijken en om enkele foto’s te maken. ‘Geen enkel probleem,’ zegt ze en duwt de kruiwagen verder. Een minuut later staan we op de met gras bedekte betonnen muren van het verdedigingswerk. In de bunkers ligt hooi opgeslagen en de muren vertonen veel scheuren. Hier moet iets aan gedaan worden, anders verpaupert de boel heel snel. De fortwachterswoning is fraai en thans in het bezit van Stadsherstel Amsterdam.

Nadat we het gehele terrein geïnspecteerd hebben en de nodige plaatjes hebben geschoten gaan we weer op pad. Onder een viaduct kruisen we de weg naar IJburg en betreden de dijk nabij het PEN-eiland. Hier is tevens een ingang naar de Diemervijfhoek, een beschermd, maar uniek stuk natuurgebied. De paden zijn goed begaanbaar vanwege de vorst in de grond. Toch ligt er hier en daar nog een laagje ijs op het pad. Dan moeten we een beekje over. Dit beekje is ineens ontstaan door het wegstromen van smeltwater. De oversteek gaat Jan een stuk gemakkelijker af dan dat ik het doe. Voorzichtig sta ik met m’n rechterbeen op een aantal takken en probeer dan de overstap te maken naar het droge gebied. Het gaat niet zoals ik het wil. Ik heb helemaal geen zin in natte voeten en zeker niet bij deze lage temperatuur. Oké dan, één, twee, drie in godsnaam en ik spring in de richting van het droge stuk. Een grote tak van een boom hindert enigszins de doorgang. Met droge voeten beland ik aan de andere kant van het beekje. Mooi, het is gelukt. Een pak van m’n hart en we kunnen verder.

Het pad eindigt bij een uitkijkpost. Hier hebben we een prachtig uitzicht op het water met in de verte het eiland Pampus. Het is erg koud en de wind blaast ons fel in het gezicht. Door de wind ontstaat er grondijs en bij een inham naar een schiereiland ligt een brede laag kruiend ijs. IJsschotsen worden omhoog geduwd en schuiven over elkaar. Er ligt een onneembare versperring voor de kust. Een adembenemend panorama. Daarna vervolgen we het natuurpad. Plotseling schiet er een zwarte muis met rode oogjes langs m’n voeten en verdwijnt snel in het struikgewas. Uiteindelijk komt het pad weer bij de dijk van het PEN-eiland. Ter hoogte van het bedrijventerrein MAXIS gaat het asfaltpad onder aan de dijk over in een onvervalst schapenpad over de grasdijk. Dit pad loopt tussen de snelweg A1 en het water van het IJsselmeer. Als de beschutting van de bomen wegvalt snijdt de scherpe wind ons in het gezicht. Het is koud, maar het zonnetje maakt het voor de wandelaar een stuk vriendelijker.

Achter de voormalige kruitfabrieken van Muiden naderen we de stad van wijlen Graaf Floris V. We weten het nog allemaal. 1296 Floris de Vijfde, bijgenaamd der Keerlen God (god van de boeren), door de edelen vermoord. Eerst passeren we de Westbatterij en wandelen over de dijk naar het centrum van de stad. Aan de overzijde van het water staat het kasteel van Floris. Het Muiderslot. Ook bekend van de Muiderkring.

Om de inwendige mens te versterken gaan we bij Restaurant Graaf Floris naar binnen. Het café-restaurant is gezellig ingericht en het is er goed toeven. Zakenlui nuttigen hier hun lunch en dan praat ik niet over de rekening.

Na deze onderbreking gaan we weer verder met onze wandeling, want we bevinden ons amper op de helft van de route. Eerst maken we een rondwandeling door het oude stadje. Het kazernegebouw is ook een markant punt, en een bezoek is beslist de moeite waard. Via de Lange Muiderweg wandelen we naar het volgend stadje aan de Vecht, Weesp. We doen dit over een autoluwe weg langs het kronkelende riviertje. Als we het plaatsnaambord en de fortbrug gepasseerd zijn, staan we voor het Fort aan de Ossenmarkt. Dit bouwwerk is goed onderhouden en bij de ingang staan twee kanonnen die de burger heel wat angst inboezemen. We doorkruisen het Vechtstadje en komen vervolgens uit bij de boogbrug over het Amsterdam-Rijnkanaal.

Aan de andere kant van de vaarweg ligt het dorpje Driemond. Vroeger behoorde de buurtschap tot de gemeente Weesperkarspel, maar thans is het een onderdeel van Amsterdam-Zuidoost. Langs het riviertje de Gaasp keren we terug naar Diemen. Halverwege de Lange Stammerdijk slaan we het Diemerbos in. Over smalle bospaden komen we uiteindelijk op de Muiderstraatweg uit. Nu is het nog een klein eindje naar Diemen. Bij het station van Diemen hebben we de route (33 km) erop zitten. Een deel van het verdedigingswerk is belopen en ik kijk nu al uit naar de volgende etappe.