- Gegevens
-
12 januari 2009
-
door Peter Groen

Een paar jaar geleden ben ik begonnen met lopen. Ik liep gewoon alleen, elke ochtend, een paar kilometer. Dat werd langzaam wat meer en na verloop van tijd deed ik ook aan wat wedstrijden mee. Dit was een paar jaar voordat ik lid werd van AV'23.
Ik zag bij die loopjes altijd veel vrijwilligers in de weer en vond dat ik dan ook maar eens iets terug moest doen.
Zo werd ik parcourswachter bij de Egmond Halve Marathon. Zo’n afstand leek me toch te groot om ooit zelf te kunnen lopen.
Meestal heb ik een post langs het parcours ergens in de duinen. Dit jaar was ik volgens de brief van de organisatie ingedeeld om op de Bloedweg te staan. Ha, leuk, een kans om clubgenoten op wat de organisatie aanduidt als het "vals plat" aan te kunnen moedigen om de laatste krachten er nog even uit te persen.
Maar eenmaal ter plekke bleek dat er geïmproviseerd moest worden en het rayonhoofd had voor mij iets anders in gedachten. "Jouw taak wordt het", zei hij, "om de wilde dieren tegen te houden" en reikte me een verkeersregelaar-hesje uit. Zou ik Amsterdamse automobilisten, wanhopig op zoek naar een parkeerplaats, in toom moeten houden? Of losgeslagen halve marathonlopers, die de finish al ruiken?
Het bleek te gaan om een wildrooster dat ergens op de OIdenborchweg in het parcours zit. Om te zorgen dat de lopers er niet met hun voeten tussen raken moesten we daar platen en matten over leggen. Maar daarmee kregen ook de dieren in het duinreservaat de gelegenheid om de benen te nemen. Even zag ik in gedachten een stroom mollen, egels en vossen aan komen zetten, die ik dan tegen ging houden, een beetje zoals als een handbalgoalie. Ik miste nu de rode vlag, die Kees Elsinga meegeeft in zulke gevallen. Vooral de stevige houten steel, daar kun je zonodig nog wat mee uitrichten.
Maar het ging natuurlijk om de schotse hooglanders. Die waren aanvankelijk in geen velden of wegen te zien. Het was nog koud, ’s ochtends, maar er was een lekker zonnetje. Geen publiek, dat was vermoedelijk schaatsen of schaatsen kijken. Ik stond daar al met al heel genoeglijk.
Daar kwamen de lopers van de 10km, kwartmarathon noemt de organisatie dat, om in stijl te blijven. Nou die zagen er niet goed uit. Erg wit maar roodomrande ogen, snot en kwijl druipend over de kin. De eersten waren natuurlijk snel door, maar daarna zei de een na de ander dat het op het strand wel érg zwaar geweest was. Sommigen hadden, vertelden ze, het hele stuk met hun handen voor hun ogen gelopen. Ik moedigde ze aan met “ziet er nog heel goed uit”, “goed de armen gebruiken” of “nu mag de rem er af” (vrij naar Jan Mens), naar keuze wat het beste paste in de situatie.
Opeens stond daar dan toch zo’n schotse hooglander, maar een paar meter van me af. Van dichtbij zijn die horens nog behoorlijk groot, viel me op. En ze bewegen ook helemaal niet als gewone koeien, niet landerig, zeg maar. Ze lopen snel en gaan recht op hun doel af. Ontsnappen bleek vandaag echter voor hun geen target. Of het nu mijn oranje hesje was, of dat ze gewoon niet konden geloven dat ze zo de wijde wereld in zouden kunnen gaan, ze gingen rustig grazen op nog geen meter van het parcours. 't Blijft verrassen, zo'n vrijwilligersbaantje.
Peter Groen