Daar stonden we dan, op elkaar gepakt, trillend van spanning als een groep gazellen op de savanne, alert en bereid om tot het uiterste te gaan. De oren gespitst, de neusvleugels wijdopen en de hartslag richting tweehonderd.
Maanden van voorbereiding moet zich nu gaan uitbetalen in het uitlopen van de 15 kilometer.
Het voordeel van een massastart is het opeengepakt staan, zodat afkoeling tot een minimum beperkt blijft. Zo ook vandaag. De eerlijkheid gebied mij wel te vertellen dat de temperatuur inmiddels was gestegen tot zo’n 24 graden,. Wellicht hielp dit ook wat mee om de kerntemperatuur op niveau te houden. Een lichte geur van zweet en tijgerbalsem overspoelde het startterrein.
Toch nog onverwacht klinkt het startschot. De kudde zet zich in beweging. Mijn zweterige lijf glijdt makkelijk langs en tussen de andere lijven door. Grommend ellebogend en hielentrappend probeer ik in duizelingwekkende vaart een zo’n goed mogelijke positie te verwerven.
Als één massa duiken we de Tarzanbocht in, nabij ‘onze’ oude baan. Elke keer als ik daar langs kom denk ik nog: ‘wat doen die huisjes daar op ons veld?’ Maar nu geen tijd om daar lang bij stil te staan.
Inmiddels heb ik me op een riante 396ste plek genesteld en redelijk comfortabel passeer ik onder het spoorwegviaduct het eerste kilometerpunt. Ik kon toen nog niet bevroeden dat dit het enige schaduwplekje was van het totale parcours!
In gezwinde pas ging het via de dijk richting DE BRUG. De aanloop naar de brug toe viel reuze mee; nog niet al te veel buiten adem, het tempo lijk ik op dat moment nog goed te volgen en waarempel dit keer geen loslopende bijtende honden.
Vol gespannen verwachting draai ik bij het kanaal de bocht om en ja hoor daar is ie!!
De brug, de Nesciobrug!
De brug waar we het voor doen! Met een gelukzalig gevoel strompel ik de helling op. Gelukkig is deze van dermate lengte , dat ik er lang van kan genieten. De zon doet ondertussen ook haar best om de intensiteit van dit moment extra te accentueren. Voor alle zekerheid stop ik voor de afdaling toch maar de meegebrachte oude kranten onder mijn kleding. Afkoeling zal mij bespaard blijven!
Zwetend, het snot in de ogen en het schuim onder de oksels duiken we onder de brug door naar het pad langs het kanaal. Nu is het slechts een kwestie van doorbikkelen en niet de verkeerde afslag nemen. Reikhalzend kijk ik uit naar het silouet van Sierk. Ik weet dat hij op de 5 kilometer moet staan. Met bijtende ogen van het transpiratievocht probeer ik de tijd op de klok te ontcijferen. Helaas was het toen al zwart voor mijn ogen en mis ik mijn tussentijd. Maar door gaat mijn missie, richting Diemerdam. Voor deze dag had ik nog nooit van de plaats Diemerdam gehoord, maar ik heb er genoten. Na daar enkele liters vocht aangevuld te hebben, spoed ik mij via het dijkje richting IJburg op om van het weidse uitzicht te genieten.
Eindelijk wind mee! Maar dit bracht meteen zo’n overwelmende warmte met zich mee dat ik al zwalkend door het desolate landschaphet tempo van mijn mede-lotgenoten vergeefs probeerde te volgen naar de 10 kilometer.
Vandaar is het nog maar een klein stukje naar de brug. Met een verbetenheid, als was ik in de strijd voor de bolletjestrui, klim ik naar boven en als een ware kamikaze stort ik me in de bobsleebaan naar beneden. De frequentie en snelheid hooghoudend rol ik in een vloek en een zucht naar de finish. De aankomst voelde als een warm bad. Het Nescio- t-shirt houd ik minstens de rest van de week aan!
Nescio; ’ik weet het niet’.
Ik weet het wel! Volgend jaar weer!