trainingen
 

atletiek en hardlopen

AV23 - atletiek en hardlopen in Amsterdam-Oost, IJburg en Diemen

AV'23 - afkorting van "Athletische Vereeniging 1923" - kent een roemrijk verleden en een bloeiend heden. Zo is onze baan vernoemd naar Chris Berger, van 1934 tot 1936 
wereldrecordhouder op de 100 meter sprint met 10,3 seconden. Deze tijd staat nog steeds als clubrecord! Verderop op deze pagina staat een artikel over zijn atletiekloopbaan.

AV23 heeft momenteel ruim 700 leden. Onze club is er voor iedereen die zich in een of meerdere atletiekonderdelen wil trainen en aan wedstrijden mee wil doen. Maar er zijn ook andere redenen denkbaar om lid te zijn van AV23. Sommigen lopen al langere tijd voor zichzelf (alleen of samen met anderen) en willen een systematischer trainingsopbouw gericht op een bepaald evenement, een betere looptechniek of leren hoe blessures te vermijden. Anderen zien de club als stok achter de deur, om het wekelijkse trainingsritme niet te verliezen. Weer anderen willen hun vaardigheid in speer- of discuswerpen, verspringen of hoogspringen onderhouden. De club wil haar leden op elk niveau en op iedere leeftijd aan atletiek laten doen en in aanraking brengen met de wedstrijdsport. Van jong tot oud en van topsporter tot recreant.

Moderne atletiek wordt ingedeeld in drie groepen disciplines:
  • lopen: van 60 meter sprint tot marathon en verder, hordelopen en steeplechase, cross en veldloop en snelwandelen.
  • springen: hoog- en verspringen, polsstokhoog- en hinkstapspringen.
  • werpen: speer- en discuswerpen, kogelstoten en kogelslingeren.

Atletiek is een individuele sport, maar trainen doe je meestal in groepsverband. Bij wedstrijden worden de resultaten individueel genoteerd, alleen bij competitiewedstrijden tellen de teamprestaties. Uitzondering: de estafette! Een van de leukste onderdelen van de atletiek.

Trainen in clubverband betekent dat je ervaringen uitwisselt, samen deelt in de liefde voor sportbeoefening. Dat maakt het lidmaatschap van AV´23 aantrekkelijk en inspirerend. Al telt voor de ene persoon het sportieve resultaat meer dan voor de ander, voor wie de beweging zelf voorop staat: sport mag leuk zijn. Dat moet zelfs, denken wij.

Gediplomeerde trainers brengen je de beginselen bij van de diverse onderdelen van de atletieksport. Zij geven praktische aanwijzingen en voorzien je desgewenst van persoonlijke trainingsschema's. Er zijn jeugdtrainingen (pupillen, junioren), loopgroepen (A-junioren, senioren en masters), technische groepen (idem) en recreatieve loopgroepen (volwassenen). Ook specifieke krachttraining is bij AV´23 mogelijk.
Elk voor- en najaar start er een gevarieerde basis-loopcursus van acht weken: voor de echte beginner, die hier met plezier leert hardlopen - op de baan, op de weg en in het gras.

Jaarlijks zet AV´23 diverse sportieve en ontspannende evenementen op touw, zoals trainingsweekends, open sportdagen, competities, weg- en baanwedstrijden (zoals de Diemer Boscross, de Middenmeerloop en de Nescioloop), feesten en clubkampioenschappen.

Oorspronkelijk had AV´23 haar thuisbasis op de atletiekbaan op het Olympiaplein. In de jaren '60 verhuisde de vereniging naar Oost en had een gravelbaan aan de Kruisweg. Medio jaren '70 moest die echter plaats maken voor de Jaap Eden-ijsbaan. Daarna had de vereniging een aantal jaren een 300 meter gravel baan. Sinds 1999 heeft AV´23 een perfecte 400 meter tartan atletiekbaan gelegen aan de Radioweg in de Watergraafsmeer, vlak naast de plek waar het voormalige Ajaxstadion stond, met een nieuwe kantine en goede kleedruimtes met douches.

Belangstelling? Dan kun je de eerste maand gratis meetrainen. Kijk hier: jeugd t/m 18 jaar - of hier: 19 jaar en ouder - welke trainingsgroep voor jou interessant is en kom eens kennis maken, Besluit je lid te worden? Dan betaal je alleen contributie voor de resterende maanden van het lopende kalenderjaar. Indien gewenst kan de jaarlijkse contributie in termijnen worden betaald, in overleg met de penningmeester.

 

 

Het verenigingsgebouw van AV23

Ons clubgebouw is in 2000 gereedgekomen, gelijk met de nieuwe baan. Het is een ontwerp van architectenbureau Dautzenberg & De Jong. De architect beschrijft het als "...sober, doelmatig en gedetailleerd vormgegeven met een uiterst eenvoudig constructieprincipe. De enige frivoliteit is het detail van de dakrand. De rode kleur van de baksteen is in harmonie met de baan, de groene (?) dakopbouw valt weg bij de achtergrond van de bomen."
Ook de microfonistenruimte, het kleine gebouwtje aan de zijkant van de atletiekbaan, hoort bij het ontwerp. Het is opgebouwd uit het zelfde dakmateriaal als het verenigingsgebouw, nu echter in het rood.
Verder namen de architecten tevens de zg. buiteninrichting voor hun rekening.

Vóórdat in 2000 de nieuwe baan in gebruik genomen kon worden, had AV´23 een 300 meter baan op een andere plek in de Watergraafsmeer. Lees erover op vriendenvanwatergraafsmeer.nl.

 

 

 

De regels van AV 1923

Statuten en Huishoudelijk reglement

 

 

Chris Berger, de snelste man tussen de Olympische Spelen van 1932 en 1936

door Richard Bastiaans

Wat zou Chris Berger hebben gedaan als hij nu twintiger was? Zou hij topvoetballer bij Ajax zijn? Zo’n vleugelspits als Marc Overmars, supersnel in de ruimte, door niemand bij te benen? Maar Berger leefde 70 jaar geleden in een tijd toen er in het voetbal niet zo veel geld omging. Hij begon wel als voetballer, maar stapte uiteindelijk over naar atletiek, waar voor hem meer eer te behalen viel.

Chris Berger was daarin zeker niet uniek. Zijn latere rivaal Tinus Osendarp combineerde ook voetbal met atletiek. Osendarp voetbalde volgens de KNAU veel te lang door. In 1933 werd Osendarp op het Nederlands Kampioenschap derde op de 100m met 10.7 sec. achter de winnaar Berger (10.5 sec.). Toen voetbalde Osendarp nog! Het jaar erna mocht hij samen met Chris Berger naar Turijn naar de Europese Kampioenschappen. Tenminste: alleen als hij zijn voetbal opgaf mocht hij mee van de KNAU. Osendarp stopte toen met voetbal.

Chris Berger was al eerder opgehouden met voetbal. Maar hij is door de voetballerij dichter bij de atletiek gekomen. DWS, waar Berger voetbalde, zette haar leden in de zomer van 1928 aan tot atletiekbeoefening om hun snelheid in het komende seizoen te vergroten. Onder leiding van coach Piet Spaarwater van AAC, die diverse Nederlandse records en kampioenschappen in de springnummers op zijn naam had staan, gingen ze aan de slag. Hij merkte dat één van de DWS-junioren er ettelijke volwassen voetballers royaal uitliep. Spaarwater nam de junior speciaal onder handen, verbeterde zijn looptechniek en bracht hem de kneepjes van de start en finish bij.

Aan het einde van het seizoen kreeg Berger de kans zijn kunnen te tonen bij de jaarlijkse atletiekwedstrijden voor Amsterdamse voetballers. Chris won al direct de eerste prijs op de 100 m, tot grote voldoening van zijn ontdekker Spaarwater en niet minder tot voldoening van Berger zelf: zijn eerzucht werd enorm geprikkeld door dat eerste succesje.

 

De vooruitgang

Het jaar erna, 1929, werd het eerste serieuze atletiekjaar voor Chris, met een heus internationaal debuut. De KNAU koos hem uit om deel uit te maken van de Nederlandse ploeg in de interland tegen Duitsland. Hij bleef met 11.2 sec. op de 100 m achter de Duitser Borchmeijer, die hij vijf jaar later op het Europees Kampioenschap in Turijn weer betwistte. Ook in Nederland was Berger niet de snelste: tijdens de Nederlandse Kampioenschappen werd hij zowel op de 100 m als op de 200 m tweede, achter Rinus van den Berge. Maar de eerzuchtige Berger nam zich wel voor om in de aankomende winter de voetballerij eraan te geven en de wintertraining van Haarlem bij Kraantje Lek te gaan volgen. Als lid van Haarlem werd hij onder leiding van Hil van der Meij opgefokt tot Nederlands beste sprinter.

In 1930 moest blijken of Chris ook vooruitgang had geboekt. Medio juni werd een prestatie van internationaal kaliber neergezet: de achttienjarige Amsterdamse MTS-er liep bij wedstrijden op een Amsterdamse sintelbaan de 200 m in 21.1 seconden! Hij haalde niet minder dan 0,9 sec. af van het nationaal record. Deze tijd was zelfs 0,7 sec. beter dan de 21,8 sec. waarin twee jaar tevoren de Canadees Williams de finale van de Olympische Spelen had gewonnen. Toen Berger met vier meter voorsprong op zijn clubgenoten uit Haarlem, Van den Berge en Benz, door de finish was gestormd, begreep iedere insider dat het heel hard was gegaan. Maar zou Van den Berge’s record van 22 sec. gebroken zijn? De tijdwaarnemers bestudeerden hun chronometers en keken verbaasd. "21.1 sec." zei de een. "Dat kan niet, dat is veel te snel om waar te zijn."
"Maar ik heb ook 21.1 sec.", viel tijdwaarnemer twee hem bij.
"Het is haast niet te geloven", kwam de derde, "maar diezelfde tijd heb ik ook." En ze bestudeerden alle drie nog eens hun chronometers als overtuigend bewijs.
"Hoeveel heb ik gemaakt?" vroeg Berger ons, nog hijgend van de race. "Er zijn er die 21.1 sec. hebben opgenomen", antwoordden we vaag, "maar verheug je niet te gauw, er kan nog best wat bijkomen."
Maar er kwam niets bij, de tijd werd officieel op 21.1 sec. vastgesteld. Zó goed was deze tijd, dat Berger’s record pas 35 jaar later, in 1965, door Rob Heemskerk werd verbeterd naar 20,8 sec. Zelf heeft Berger die prestatie nooit meer kunnen evenaren, alleen Osendarp heeft in 1936 tweemaal dezelfde tijd kunnen maken. En ook Frans Luitjes liep in 1964 twee keer dezelfde tijd.

 

Olympische Spelen in Los Angeles

In 1930 was Berger doorgebroken. Op de Nederlandse Kampioenschappen won hij de dubbel. Tijdens de jaarlijkse wedstrijd om de Prins Hendrik-beker liep hij een nieuw Nederlands record op de 100 m: 10.5 sec. op een grasbaan.

Ook internationaal liet Berger zich dat jaar gelden. Tijdens de wedstrijden van de Amateur Athletic Association won hij de 100 yards in 9,9 sec.: hij was daarmee de eerste Nederlander die op de Engelse kampioenschappen een loopnummer won. (Op de 200 yards eindigde hij achter Engelhard.) Hij bleef dat seizoen ongeslagen op de 100 meter - ook internationaal - en algemeen was men het er over eens dat alleen de Duitser Hellmuth Körnig, die hij niet ontmoet had, gelijkwaardig aan hem mocht heten.

De op 27 april 1911 geboren Chris Berger had een bliksemcarrière doorgemaakt. De jeugdige voetballer die in een tijd van twee jaar de snelste sprinter van het land was geworden! Het is moeilijk voor een atleet om in topvorm te komen, maar het is nog veel moeilijker om in topvorm te blijven. Na het glorieuze jaar 1930 kwamen voor Berger de teleurstellingen. Iedere topsporter kent tegenslagen. 1931 was voor hem een anti-climax. Het jaar 1932 begon hij puik door in het Amsterdamse Olympisch Stadion de Duitse toppers Jonath en Körnig in 10,5 te kloppen. Vol vertrouwen vertrok hij naar de Olympische Spelen in Los Angeles. Maar de Spelen werden een teleurstelling voor de hele Nederlandse afvaardiging. De ploeg kwam niet verder dan twee vierde en een vijfde plaats, terwijl er nog nooit zo’n sterke ploeg atleten was afgevaardigd: drie wereldrecordhouders (waaronder de legendarische Tollien Schuurman) en een Europese recordhouder. Berger werd in beide sprintnummers al voor de halve finale uitgeschakeld.

Waarom presteerden Chris Berger en de rest van de ploeg zo slecht in Los Angeles? De reis begon op 2 juli per boot van Rotterdam naar New York. Deze boottocht duurde tien dagen. Ondanks het feit dat de atleten op het dek van de Statendam trainden, had dit weinig om het lijf. Bijna iedereen had last van zeeziekte. In New York aangekomen moesten ze per trein 4500 kilometer naar Los Angeles reizen. Dit nam een week in beslag! Waarschijnlijk waren deze vermoeienissen en het gebrek aan training een slechte voorbereiding voor de wedstrijden.

Het seizoen van Berger in 1932 was vrijwel verloren door deze trip. Want na een verblijf van een maand (!) in Los Angeles ging de reis terug langs dezelfde vermoeiende route. Alleen verliep deze terugreis met het schip de 'Rotterdam' over zee anders dan verwacht. Een staking brak uit onder de bemanning en de atleten kwamen pas op 4 september terug. Totaal was Berger meer dan twee maanden van huis geweest!

Op de foto links: Berger verslaat de Amerikaan Peacock op de 100m in het Olympisch Stadion en brengt hem de eerste nederlaag in Europa toe. V.r.n.l.: Berger, Sweeney (Eng.), Peacock (Am.), Theunissen (Z.-Afr.), Benz (Ned.)

 

Het wereldrecord

In 1933 verving Berger het shirt van Haarlem door de rode broek en het witte shirt met het driehoeksembleem van AV´23. In dat jaar was hij goed op dreef. Hij werd Engels kampioen op de 220 yards en bij de atletiekwedstrijden in het Olympisch Stadion liet hij de Duitse concurrenten Borchmeyer en Jonath in 10,4 sec. achter zich. Het waren hoopvolle voortekenen voor 1934, maar dat seizoen begon hij slecht door in Londen te verliezen. Maar opnieuw sloeg hij toe op de baan van het Olympiaplein met een wereldrecord: 10,3 sec. op de sintelbaan! Dit record staat (en dat is niet vreemd!) nog steeds als clubrecord bij AV´23. Dat maakte hem favoriet voor de EK van Turijn.

Die favorietenrol maakte hij waar. En hoe! Met gemak kwam hij door de voorronden. In de eindstrijd kwam hij te staan naast Osendarp, de Duitsers Borchmeyer en Hornberger, de Hongaar Sir en de Zwitser Hänni. Sir veroorzaakte tweemaal een valse start. Bij de derde start schoot Berger direct naar voren en veroverde een voorsprong van driekwart meter. Zijn gevaarlijkste concurrent leek Sir, die hem in Londen al had geklopt en in de halve finale onder anderen Borchmeyer achter zich had gelaten. Maar het was Borchmeyer die in de tweede helft zo verwoed kwam opzetten dat Berger’s voorsprong voor driekwart werd ingelopen. Aan de finish had Chris nog een paar decimeter voorsprong en werd hij door iedereen gefeliciteerd. Fotografen liepen op hem toe, maar Berger weerde ze af, omdat hij zekerheid wilde hebben over zijn zege.

De jury liet Berger lang in onzekerheid. Totdat de uitslag kwam: 1. Borchmeyer in 10,6 sec.; 2. Berger in 10,7 sec. Verbazing volgde: gejoel, gefluit, gebrul door het Italiaanse publiek, "Berger, Berger!" Eén man speelde op dat moment een belangrijke rol: Adriaan Paulen.

 

 

"Hij was als assistent-teamleider op de motorfiets naar Turijn gereisd en onopvallend aanwezig - totdat de uitslag van deze finale bekend werd. Paulen pakte het leiders-insigne van chef d’équipe Hil van der Mey, klom over het twee meter hoge, door Carabinieri bewaakte hek, scheurde daarbij zijn broek en stevende luid roepend en gebarend op de finish af om een officieel protest in te dienen. Paulen was niet te stoppen. Hij bleef ageren. De Italiaan was gevoelig voor temperament en theater. Eerst kwam één, daarna twee en vervolgens nog meer Italianen in de ban van de boze Paulen. Het Italiaanse publiek begon te sissen en te fluiten en "Berger, Berger!" te scanderen. Uit filmbeelden bleek het gelijk van Paulen. Berger had hierop wel een etmaal moeten wachten, doordat de film in Milaan moest worden ontwikkeld." (uit: "130 jaar atletiek in Nederland")

Berger had in Turijn een dubbelslag, want hij won ook de 200 meter.

 

Racefiets

Aangezien Berger pas 23 jaar was, waren de verwachtingen voor de Olympische Spelen twee jaar later hooggespannen. Zijn atletiekloopbaan werd echter onderbroken door een kortstondig wieleravontuur: Europa’s snelste sprinter wilde zien of hij op de racefiets hetzelfde zou kunnen bereiken als op de sintelbaan. Enkele maanden na zijn zege in Turijn ging hij in wielertraining. Hij ging er vanuit dat hij - als wielersuccessen uit zouden blijven - altijd weer zou kunnen terugkeren naar de atletiek. Maar na in de winter en het voorjaar van 1935 op de fiets te hebben gezeten, keerde hij in de zomer weer terug op de atletiekbaan. In juni bleek dat de vijf jaar jongere Osendarp hem echter overvleugeld had. En in 1935 was AV’23-lid Wil van Beveren hem ook boven het hoofd gegroeid, zodat Berger in 1936 als Nederlands derde sprinter werd afgevaardigd naar de discutabele Olympische Spelen in Berlijn. Een aantal Nederlandse atleten, waaronder de legendarische sprintster Tollien Schuurman, ging niet vanwege de Nazi-praktijken, terwijl de KNAU uitging van een zekere integriteit van de Duitsers. Chris Berger speelde een bijrol in Berlijn. De finale bereikte hij niet op de individuele nummers. Hij nam deel aan de 4x100m estafette-ploeg die in de finale gediskwalificeerd werd.

In de volgende seizoenen bleef hij nog geregeld aan wedstrijden deelnemen, zonder zijn vroegere vorm te kunnen bereiken. Het is natuurlijk de vraag waarom de in 1936 naar atletiekvereniging AAC overgestapte Berger dat niveau nooit meer heeft kunnen halen. Feit is dat het slechts om tienden van seconden ging. In de bezettingsjaren liep hij nog steeds 10,5 sec. over 100 meter! Maar het was net te weinig voor de aansluiting bij de internationale top. Algemeen wordt aangenomen dat zijn (korte) uitstapje naar het wielrennen hem net die tiende seconde in latere jaren heeft gekost. Niet vergeten moet worden dat Nederland in de dertiger jaren met sprinters als Osendarp, Van Beveren en natuurlijk Berger aan de top stond.

Berger deelde zijn wereldrecord, de 10,3 uit 1934, samen met zes andere sprinters. Het hield stand tot Jesse Owens in 1936 tot 10,2 kwam. Maar het AV’23-clubrecord van Berger, is als Nederlands record een eeuwig leven beschoren. Want vanaf 1977 kwamen voor Nederlandse sprintrecords uitsluitend elektronisch opgenomen tijden in aanmerking. De handgeklokte 10,3 zal daarom nooit meer worden verbeterd.

In 1943 hield Chris Berger het voor gezien en stopte met atletiek. Twee jaar daarna werd hij hoofdopzichter van het Olympisch Stadion. Zijn dochter Ellis introduceerde hij in 1956 als lady speaker van het stadion. Voor Ellis bleek dat het begin van een succesvolle carrière in de Hilversumse radio- en tv-wereld.

 

Bronnen:

  • 1870-2000, 130 jaar atletiek in Nederland, Aad Heere en Bart Klappenburg
  • Op uw plaatsen... Klaar... Af!!, de geschiedenis der Nederlandse athletiek gedurende 70 jaar, M.J. Adriani Engels
  • Driekwart Eeuw Sintels, kroniek van een Amsterdamse Atletiekvereniging, Jan C.T. Ludeker
  • Osendarp, Adriaan Venema

Ogenblik a.u.b. ...