Bram van der Jagt: Er moeten bij AV ’23 meer wedstrijden komen

door Dirk Visser

Ter gelegenheid van het 90-jarig jubileum maakte oud-bestuurslid Dirk Visser, jarenlang journalist bij het ANP, 19+23 interviews van AV ’23-ers: huidige toppers, aanstormend talent, toppers van toen, trainers, (oud-)bestuursleden; een niet geheel willekeurige selectie uit de meer dan 600 leden en oud-leden.

Bram in actie tijdens de junioren-B competitie van 14 april 2013 te Woerden
Bram in actie tijdens de junioren-B competitie van 14 april 2013 te Woerden

Als het aan B1-junior Bram van der Jagt (15) ligt, moet AV ’23 meer wedstrijden organiseren. “Het lijkt me leuk om dat zelf ook te doen, bijvoorbeeld instuif-wedstrijden. Als anderen dan zeggen: ‘Te weinig vrijwilligers…’, dan heb ik dat ik dan zelf mensen ga zoeken. Persoonlijke benadering helpt. Ik denk dat junioren zelf wel willen helpen en hun ouders ook wel. Ik besef dat wedstrijden waar je elektronische tijd voor nodig hebt, moeilijk te organiseren zijn wegens het geld waar ik geen verstand van heb. Misschien moeten we gewoon klein beginnen met een werp- of springwedstrijd; daarvoor heb je namelijk niet veel nodig om het te organiseren.Ik praat er vaak met Sylvester Tanoh en anderen over wat er bij de club beter kan. Wedstrijden zijn toch het leukste wat er is.”

Bram deed in juni in Almelo mee aan de C-interland tegen Westfalen op het onderdeel hinkstapsprong, samen met Iris de Ruiter (discus) en Julian Record (ook hinkstapsprong). “Wij hebben het allebei gehaald om bij de beste drie van Nederland op de hinkstapsprong uit te komen. Daar hebben we best wel veel wedstrijden gedaan. Dat Julian en ik dit hebben gehaald, hebben we onder anderen aan Theo te danken. Maar ook van Sander en Tessa leer ik erg veel.

Ongeveer negen jaar geleden begon ik met atletiek. Ik wilde altijd heel graag polsstokhoog kunnen doen. Dat duurde wel een tijd voordat het zover was. Als C-junior heb ik wel meegedaan aan de B-competitie. Het voelt wel raar als je hoog zit en dan duurt het best wel lang voordat je neerkomt op de mat, maar het is wel een fijn gevoel. Mijn 2,46 m stelt nog niet veel voor, maar het is wel een begin.

Ik wil meerkamp gaan doen. Ik vind het ’t leukst om alles te kunnen. Daar moet ik nog veel voor doen. Ik train zes dagen per week. Dinsdag heb ik vrij. Bij Theo doe ik groepstraining, bij Tessa train ik op de loopnummers, bij Sander doe ik de werpnummers en in het weekend bij René groepstraining, zaterdag in de Ookmeerhal, zondag in het Amsterdamse Bos.

De lange afstanden gaan goed. Bij de meerkamp doe je de 1500 m, bij de competitie deed ik de 800 m al. Vroeger was ik wel iets beter, het gaat minder dan eerst. De concurrenten van toen doen nu meer lange afstanden, terwijl ik àlles doe. De polsstok heb ik nog niet zo veel gedaan. Ver vind ik ook leuk. Mijn zwakke punt: de horden. De afstand tussen de horden is misschien nog iets te ver, maar we zullen wel zien hoe het gaat dit seizoen.

Ik ben redelijk klein en nog niet echt ontwikkeld qua kracht. Met kogelstoten kwam ik dit jaar al 3 meter verder dan vorig jaar en met discus 18. Bij alles heb je best wel veel techniek nodig. Soms is het ook een voordeel dat je kleiner bent. Dat is zeker zo bij de start van de 100 m. Je bent dan sneller op de eerste meters. Ik heb heel veel techniek. Toch wil ik meerkamper worden en me niet specialiseren op polsstokhoog.

Welke doelen ikheb? Ik zou heel graag aan het EK onder 23 meedoen. Dan moet ik wel het clubrecord van Theo verbeteren om de limiet te halen, want die is nog hoger. Maar het duurt nog 7,5 jaar voordat het zover is. Ik heb nog alle tijd. En uiteindelijk droom ik van EK, WK en Olympische Spelen. Maar ik denk dat iedereen dat wel wil.

Voor het komend jaar, als ik net B1 ben, heb ik niet echt een vast doel, wel voor het jaar erna. Dan wil ik het NK meerkamp halen. Ik geloof dat ik dat zou kunnen. Mijn techniek is goed en over een jaar ben ik sterker en groter.

Sander zegt dat ik soms in mijn hoofd niet rustig ben. Als het bij de eerste poging fout gaat, word ik een beetje geïrriteerd. Dan wil ik te graag, maar wordt het nog minder. Sander zegt dan: ‘Rustig blijven’. Ik weet niet of je op het mentale kunt trainen. Hoe ouder je wordt, hoe beter je er mee om kunt gaan.

Ik heb heel sportieve ouders. Mijn moeder deed aan softbal bij AMVJ; mijn vader deed ook softbal, voetbal en eigenlijk van alles. Zelf zat ik bij GeuzenMiddenmeer ook op voetbal, maar dat viel niet meer met atletiek te combineren. Op het Sint Nicolaaslyceum zit ik in de derde klas. Mijn moeder, Magdalien Waardenburg, doet de inschrijving van de jeugdleden bij de club.”

PR’s:

  • polsstok 2,46 m (30/8/2013)
  • discus 32,22 m (30/8/2013)
  • hinkstapsprong 11,41 m (23/8/2013)


Clubrecords:

  • 4×800 m, 2e loper, 9.13.03 (30/9/2012)
  • 4×60 bij de pupillen b
  • 4×40 bij pupillen c
(foto: Ed Turk)