‘Het wachten is alleen nog op Dirk Visser’

door Gerrit van Dokkum

Gerrit van Dokkum, schrijvend voor de Leeuwarder Courant en het Friesch Dagblad, interviewde Dirk Visser, die de afgelopen maanden 19+23 interviews hield met een niet geheel willekeurige selectie uit de meer dan 600 leden en oud-leden van AV’23.

Nescioloop 2008 met v.l.n.r. Ate, Marten, Gerrit en Dirk Visser (foto: Mart Bevelander)
Nescioloop 2008 met v.l.n.r. Ate, Marten, Gerrit en Dirk Visser

“De derde Nescioloop in 2008 was bijna ten einde, toen speaker Reinout Koperdraat rondbaste: ‘Het wachten is alleen nog op Dirk Visser’. Mijn jongste zoon Marten (jeugdloop) en mijn twee oudste zonen Ate en Gerrit (net als ik de 7,5 km) stonden bij de finish en zouden deze woorden nooit meer vergeten.

Overigens werd ik op-twee-na-laatste, maar ik dacht: ‘Volgend jaar ben ik echt de allerlaatste. Geen prestatielopen meer.’ Commentaar van Marten: ‘Dat heet stoppen op je hoogtepunt’.” Aan het woord is Dirk Visser (70), oud-bestuurslid en verantwoordelijk voor de 19 + 23 interviews.

Wanneer ben je met lopen begonnen?
“Dat was in het voorjaar van 1984. Ate had op zijn vierde verjaardag een fietsje van pake Ate gekregen en moest het fietsen nog leren. In het Amsterdamse Bos was hij niet zo’n bedreiging voor de oude dametjes als op het trottoir van het Europaplein. Al spoedig kreeg ik plezier in het lopen en ging ik ook zonder Ate naar het Bos.

Ik ben pas na de eerste Nescioloop in 2006 lid van AV ’23 geworden. De sfeer vond ik geweldig, zowel tijdens de loop als in het clubhuis. Mijn ‘journalistieke tweelingbroer’ en (loop)vriend Hans Willems, lid van Lionitas, had er al jaren op aangedrongen dat ik me bij een atletiekvereniging moest aansluiten. Mijn tijden zouden, net als indertijd de zijne, met sprongen vooruit gaan. Zouden.

Mijn eerste prestatieloop was de 9e Sagittabosloop in 1985. Terwijl ik na 14 km finishte, kwamen vlak achter me de snelle mannen van de 21 km binnen. In de jaren erna heb ik talloze kortere en langere prestatielopen gedaan; de halve op Terschelling, de Dam tot Dam, vele malen de AMC-loop waar ik ooit mijn beste tijd op de halve liep: 1.36.”

En marathons misschien?
“In 1991 liep ik mijn eerste marathon, in New York. Vanuit de bus, die ons naar de start had gebracht, zagen de Fransman naast me en ik Race Director Fred Lebow druk bezig. ‘Wij hebben Fred Lebow gezien. Wij hoeven niet meer te lopen’, zeiden we tegen elkaar. De gevluchte Roemeense jood Fischel Lebowitz, die in Amerika zijn naam had ingekort, was in 1970 de initiatiefnemer van de New York City-marathon. Die werd de eerste vijf jaar geheel in het Central Park gelopen. Zijn (automatische) handtekening en die van David Dinkins, de eerste zwarte burgemeester van New York, sieren mijn marathoncertificaat.

Terwijl ik in m’n eentje door Harlem zwoegde, sprak vanaf haar klapstoel een oude, zwarte vrouw mij moed in: ‘Come on boy, I’m waiting the whole afternoon for you’. Mijn tijd was 4.31.41 (een half jaar later in Hamburg 4.32.06). Daarmee was ik in New York sneller (ahum, minder langzaam) dan een jaar later de twintig jaar jongere Willem Alexander (4.32.21). Waar een mens al niet trots op kan zijn.”

Heb je vaker in het buitenland gelopen?
“Door mijn werk – ik ben ruim een kwart eeuw redacteur geestelijk leven bij het ANP geweest – kwam ik wel in het buitenland en probeerde daar zoveel mogelijk te lopen. Op het Sint Pietersplein; in de bergen van British Columbia waar nog wel es een beer rondstruinde; voordat het vredesakkoord werd gesloten, in een dorp in Noord-Ierland waar een metershoge muur aanslagen op het politiebureau moest voorkomen. Maar de grootste angst doorstond ik bij de Amstel toen een zwaan, die zijn kroost wilde beschermen, al klapwiekend op me afkwam. Toen heb ik ongetwijfeld m’n PR op de 400 meter gevestigd.

Ook heb ik eens in vier dagen op rij in vier landen gelopen. Op zondag in Duitsland, op maandag terug in Nederland, op dinsdag direct na aankomst in Seattle, VS, en op woensdag bij vrienden in de buurt van Vancouver, Canada.”

Heb je wel eens in ‘jouw’ Friesland een marathon gelopen?
“Bij de eerste Slachtemarathon tijdens het Friezenfestival Simmer 2000 ben ik uitgestapt. Omdat mijn voorbereiding ontoereikend was, had ik van tevoren al besloten ongeveer halverwege op te houden. Dom, dom, dom. Later is het er niet meer van gekomen.

Enkele jaren later, onderweg naar Leeuwarden voor de halve resp. de 10 km, vroeg Gabrielle Limonard mij bij het binnenrijden van Friesland: ‘Wat is het Friese woord voor finish?’- Waarom vraag je dat? – ‘Omdat ik niet te ver wil lopen’.

Bij de Slachtemarathon van vorig jaar was ik zogenaamd de mental coach van Gabrielle en Nico Ruiter. Intensieve besprekingen in likeurstokerij Het Nieuw Diep in het Flevopark; codewoord ‘Baskische appelcider’. De start van de lopers (in het Fries: dravers) in Raerd was ’s ochtends om half zeven, omdat daarna zo’n 12.000 wandelaars (kuierders) nog op stap moesten.

Voor de start liep ik met een AV ’23-sweater boven m’n hoofd door de berm van het smalle weggetje op zoek naar mijn ‘pupillen’, al roepend: ‘Nico en Gabrielle, waar zijn jullie?’ Vond ik hen, vroeg ik aan Nico: ‘Heb je er zin in’, antwoordde hij: NEE!!! Maar hij haalde wel zijn doelstelling, onder de 4 uur finishen: 3.59.44! Gabrielle deed het uiteraard nog veel beter. Zij werd met een tijd van 3.49.24 eerste in de categorie V55.

Heb je andere sporten beoefend?
In mijn jeugd in Hurdegaryp heb ik gekaatst bij kaatsvereniging ‘Reitsje Him’ (raak hem, namelijk de bal). Wat betreft het schaatsen. Ik ben tien jaar lid geweest van de Vereniging De Friesche Elf Steden in een periode zonder de tocht. Daarvoor, bij de Elfsteden in 1985, stond ik als ANP-verslaggever op het ijs in Dokkum. Een oud-schoolgenoot, Hedzer van der Kooi, deelde sinaasappelpartjes uit die door sommige rijders met schil en al werden verorberd. ‘Se frette as giraffes’, zei Hedzer.

Van m’n 28e tot m’n 40e heb ik gevoetbald bij Wartburgia waar ik in totaal vier (4) keer heb gescoord. Na mijn eerste doelpunt (van dichtbij) vertelde ik dit aan de keeper. Hij raapte de bal op, keek me aan en zei: ‘Dat werd tijd’.”

Wat heb jij met Rep en Keizer?
“Tijdens een zaalvoetbaltoernooi van sportredacties in Alkmaar heb ik tegen Ajax-speler Johnny Rep gespeeld. Elk team had een profvoetballer; het ANP een speler van Telstar, de Zaanse krant DeTyphoon uiteraard de Zaankanter Rep. ‘Ga jij maar op Rep spelen. Jou komt hij niet voorbij.’

Lang voordat ik journalist werd, heb ik in 1971 Piet Keizer geïnterviewd voor het weekblad Hervormd Nederland. Ajax had net voor het eerst de Europa Cup-1 finale gewonnen; er zouden nog twee op rij volgen. Zit ik bij Keizer thuis op de Prinsengracht, maakt het Journaal bekend dat de volgende EC-1 finale in de Kuip zou worden gespeeld. Zegt Pietje: ‘Dan is het alleen nog niet bekend tegen wie wij spelen’.”

Wat vind jij van AV ’23?
“Voorop dit. Gerard Lijnzaad heeft mij het leven gered, zeg ik wel eens. Onder de douche na een training zag hij op mijn rug een melanoom dat later in het OLVG is weggehaald. In mijn korte periode in het bestuur heb ik meegewerkt aan het einde van het AV ’23-blad De Driehoek dat eenmaal per twee of drie maanden verscheen. Daarvoor in de plaats hebben we nu een prachtige website waar we elke dag nieuws, verslagen, bestuursmededelingen, uitnodigingen, ranglijsten en zelfs 19 + 23 interviews kwijt kunnen. Je kunt je de club niet meer zonder website voorstellen.

Verder schaar ik me achter het voorstel van Walter Ritmeijer om de OLK, onderlinge loopkampioenschappen van atleten uit verschillende segmenten van de vereniging over verschillende afstanden, nieuw leven in te blazen. Dan komen ze wat meer met elkaar in contact. Bij de laatste OLK, een jaar of zes geleden, zei Jan Mens: ‘Dirk, ik ben blij dat je meedoet. Dan hoeven de anderen niet bang te zijn dat ze laatste worden.’

Dankzij en namens AV ’23 ben ik vrijwilliger bij het NK in het Olympisch Stadion en bij de Marathon van Amsterdam. Dan sta je op de eerste rij bij twee fascinerende atletiekevenementen. Ik hoop van harte dat AV ’23-atleten elk jaar meer medailles op het NK weten te behalen. Als AV ’23-er ben ik telkens weer trots als Brenda Baar of Sander Stok op het podium staat.”

Tot slot de snelle Dirk Visser
“Bij Hardloopclub Amsterdam zit een naamgenoot, enkele jaren jonger maar veel en veel sneller (10 km Sloterparkloop 2013 in 41.09). Hem wil ik nog eens interviewen. ‘Dirk Visser interviewt Dirk Visser’. Is nog nooit gebeurd.”

Gerrit van Dokkum schrijft onder meer voor de Leeuwarder Courant en het Friesch Dagblad.

foto: Mart Bevelander