Meerkamper Theo Danes: Ik geniet nog steeds van atletiek, maar ook van dichten, schilderen en optreden

door Dirk Visser

Ter gelegenheid van het 90-jarig jubileum maakte oud-bestuurslid Dirk Visser, jarenlang journalist bij het ANP, 19+23 interviews van AV ’23-ers: huidige toppers, aanstormend talent, toppers van toen, trainers, (oud-)bestuursleden; een niet geheel willekeurige selectie uit de meer dan 600 leden en oud-leden.

1990, start van de 1000m bij de trainingspakkenwedstrijd op de oude baan. Links Theo met naast hem de toen al grote Sander
1990, trainingspakkenwedstrijd op de oude baan, start van de 1000m. Links Theo met naast hem de toen al grote Sander

Tijdens het NK in het Olympisch Stadion afgelopen zomer werd omgeroepen dat Theo Danes ook aanwezig was. “Kijkt u maar op het scherm.” Dat bevatte een tweet van Theo: ‘Terwijl atleten schitteren / Doe ik een potje twitteren’.

Bescheiden als hij is, is Theo een bekend gezicht op de Nederlandse atletiekbanen. Vorig jaar werd hij bij het NK “de alleskunner van AV‘23” genoemd. Hij maakt er geen geheim van: hij geniet nog steeds van atletiek, ook en vooral van de prestaties van de junioren aan wie hij training geeft, maar hij geniet ook van het schrijven van gedichten, het maken van grafische ontwerpen, het schilderen en het optreden.

“Momenteel ben ik in het kantoor van Video Dock bezig met een groot schilderijproject van 4 m 60 bij 3 m 20, ongeveer zo groot als de Nachtwacht. Verder heb ik de laatste tijd andere opdrachten gehad, onder meer ontwerpen van flyers en boekomslagen. Ik treed af en toe op met mijn rijmwerk en geef gedichtenworkshops. In opdracht maak ik ook gedichten, zoals maandelijks voor het tijdschrift van de hockeybond ‘hockey.nl’. En ik geef les voor Sport Service op basis- en middelbare scholen, primair atletiek maar ook met de bedoeling dat de kinderen lid worden van een atletiekvereniging.

Wat mijn eigen atletiek betreft: langzaam verschuift het van zelf atletiek bedrijven naar coach zijn. Ik red het niet meer om tien, elf keer er week te trainen en zou het ook niet meer willen. Ik heb heel veel interesses. Afgelopen seizoen heb ik niet geweldig gepresteerd. Op de NK meerkamp wist ik mijn abonnement op de vierde plaats niet te verlengen en werd ik zesde. Kleine, maar doorzeurende blessures zitten soms in de weg. Dat heeft misschien ook met de leeftijd (30) te maken. Bovendien is eind vorig jaar mijn moeder geheel onverwacht overleden. Zij was nog maar 59 jaar. Zij was mij bijzonder dierbaar en had een groot gevoel voor humor. Ik mis haar, als moeder en als klankbord voor al mijn creatieve uitspattingen.

Ik geniet van de juniorenteams die het heel goed doen. In elke categorie heeft een juniorenteam dit jaar de landelijke finale gehaald. Daar heb ik het krankzinnig druk mee, ook omdat ik bijna alle opstellingen maak. In september zijn binnen een tijdsbestek van enkele weken de finales voor de A jongens, voor de CD, dan de promotiewedstrijd voor de senioren, vervolgens de B-finale, het NK estafette en tenslotte de clubkampioenschappen. Verder maak ik de verslagen voor de website. Dat doe ik liefst zo snel mogelijk omdat het nog vers in het geheugen ligt. Zo worden het geen stereotiepe stukjes. Vroeger vond ik het zelf ook leuk als ik genoemd werd. Dat voelt als een beloning.

AV’23 weet de jeugdleden steeds beter vast te houden; vroeger telden de groepen zo’n tien junioren, nu vaak 20 à 30. Dus zit er ook meer talent bij. De trainers worden steeds beter doordat ze ieder jaar meer leren. Via de ervaren trainers sijpelt de trainingsstof naar jongere jeugdtrainers door. Kortgeleden heb ik eens geteld: van de 35 jeugdtrainers heb ik zelf aan 32 training gegeven.

Je leert heel veel door na te doen. Ik gebruik veel van mijn trainer Els dat ik dan weer vertaal naar de betreffende leeftijd. Je krijgt steeds meer door waar je mee bezig bent. Als trainer begon ik als broekje van 18. Omdat ik veel onderdelen beheers, deed ik veel voor. Maar ik wist nog niet hoe je een jaarplanning maakt of hoe de training een functie kan krijgen in relatie tot de aanstaande wedstrijd. Het is ook belangrijk dat je steeds nieuwe oefenvormen bedenkt zodat de jeugd wordt uitgedaagd. Er vormt zich een catalogus van oefenstof in je hoofd van hoe je de kinderen bij de les kunt houden en beter kunt maken. Training geven wordt leuker naarmate de junioren succesvoller worden.

Toch is mijn vader misschien wel mijn grootste voorbeeld als trainer. Als docent bewegingsonderwijs is hij ongeëvenaard. Hij organiseerde bijvoorbeeld in mijn jonge jaren meerkampkampeerweekenden voor de junioren, oftewel voor mij en m’n vriendjes. Dat doe ik inmiddels ook al tien jaar. Het zijn dit soort kampen die herinneringen en vriendschappen voor het leven opleveren. Als trainer schep je voorwaarden om dit te laten gebeuren. Daarom is het zo waardevol werk.

Ik ben dus tienkamper. Driemaal heb ik meer dan 7.000 punten gehaald. Vorig jaar was ik van plan dit seizoen mijn PR van 7027 te verbeteren. Door het overlijden van mijn moeder heb ik twee maanden bijna niets gedaan. Presteren was ineens helemaal niet belangrijk. Ik hoop deze winter wel goed te kunnen trainen. Als ik weer wat sneller word – van nature ben ik niet de snelste – komt dat alle onderdelen ten goede. Polsstok en de werpnummers zijn nog op niveau of beter dan in mijn tienkamptoptijd, vijf jaar geleden.Op polsstokhoog voer ik komend jaar een mooie strijd met Joran Angevaare wie (als eerste) het clubrecord van 4.30 meter zal verbreken. Dat staat al sinds 1979 op naam van Wiebe Siedsma. Mijn PR staat op 4.10 en ik denk al hoger te kunnen, maar Joran komt met 4.01 eraan.”

Volgens eigen zeggen is Theo momenteel ontwerper, dichter en atleet en is hij zichzelf niet meer als er één zou afvallen.

Tot slot een twittergedicht van Theo.

DOEL

De snelste is Kees
Op de sprint en de horden
Toch loopt hij de race
Steeds om vierde te worden

Ja sorry, zegt Kees
Ik heb podiumvrees.

www.theodanes.nl

Met zijn oom Ivo de Wijs publiceerde hij de sportieve dichtbundels Atletische verzen (2006) en Olympische verzen (2008).