Dolf Jansen: AV23 is mijn cluppie

door Dirk Visser, een interview per email

Ter gelegenheid van het 90-jarig jubileum maakte oud-bestuurslid Dirk Visser, jarenlang journalist bij het ANP, 19+23 interviews van AV ’23-ers: huidige toppers, aanstormend talent, toppers van toen, trainers, (oud-)bestuursleden; een niet geheel willekeurige selectie uit de meer dan 600 leden en oud-leden.

Dolf Jansen tijdens de halve marathon in Marrakech, begin 2005. De twee applaudiseerders rechtsvoor zijn dochters Aike en Cian

Wat betekent AV ’23 voor jou?
Het was en is mijn club, cluppie, gebleven; als jongen van 16 kwam ik er binnen, op de legendarsiche 300 meter gravel baan, ik liep een jaar en was de rondjes Frankendael wel zat, plus ik dacht dat ik als loper nog een hoop te leren (en te lopen) had. Dat klopte.
Ik mocht gelijk meetrainen en werd door Alex Schijffelen, een jongen die ik kende van school, opgepikt en voorgesteld aan wat andere lopers, werpers, springers en zomeer. Ik zei niet veel in die jaren, was blij dat ik mee mocht doen en na afloop ook nog een kop thee van hem kreeg in de kantine. In de maanden en jaren daarna vond ik mijn plek, trainde ik elke dinsdag en donderdag op de baan, ging competitie lopen en andere wedstrijden, and the rest is history..

Wat herinner jij je nog uit de begintijd?
Oke, een anekdote dan. Of twee. Al tijdens mijn eerste training, het was ik denk begin september, kreeg ik van een andere loper het dringende advies een trainingsbroek of tight of beenbedekking anderszins aan te schaffen, want met blote benen, dat was niet goed; ik durfde niet te vertellen dat ik mijn hele eerste winter als loper, door sneeuwstormen en min zeven, alles in korte broek (en met Midalgan of uierzalf op de benen) had gedaan. Voor een uitgebreid verslag over die eerste loopjaren verwijs ik graag naar mijn onverbiddelijke bestseller Altijd verder*.
Nog ’n soort anekdote: nadat ik al ’n paar meisjes best of heel leuk had gevonden, al trainende, en zelfs bij een van hen een poging tot nader contact of contacten had gedaan, vond ik ter baan en trainingsweekend Ellen, die het uiteindelijk een jaar of tien (!) met me zou volhouden.

Zou je zonder de training bij AV’23 ooit zo’n snelle loper zijn geworden?
Dat weet ik niet maar dat denk ik ook niet…. Ik weet zeker dat samen trainen, met zowel 1500 meter lopers als marathonmannen, mij zeer goed heeft gedaan, en weet zeker dat ik van een aantal trainers ook dingen heb geleerd; uiteindelijk, als je zoals ik 35 jaar hardloopt, weet je wel ongeveer wat je moet en doet en kan (maar ook dan blijft ’t slim te luisteren en te kijken en te lezen en ook dingen anders te durven doen dan je altijd deed (zwemmen of yoga of soms een rustdag of wat dan ook).

Waarom is 2.28 voor jou een magisch getal?
Dat is mijn pr op de marathon, 2.28.22 , magische cijfers inderdaad (voor mij dan, in Kenia blijken ze niet erg onder de indruk). Ik liep mijn eerste marathon in mei 1984, Amsterdam, 3.04 In oktober liep ik Dublin, 2.44, in februari Apeldoorn (Midwintermarathon) 2.31 en in oktober in Helmond dus 2.28 Als ik nog een paar van die stappen had gemaakt, had kunnen maken, was ik een echt goede loper geweest, nu deed ik verdomd leuk mee voor een jongen die tot dan toe geen enkel aanwijsbaar talent voor welke sport dan ook had.

Wat is het leuke aan hardlopen?
Het klinkt flauw wellicht, maar in Altijd verder (boek en later ook voorstelling) probeer ik dat te vertellen, in bijna 400 pagina’s dan wel 100 minuten…. Het is niet zomaar even te zeggen, behalve dat het overal kan, dat het lichaam en geest sterker en blijer maakt en dat ik zonder lopen nooit geworden zou zijn wie ik ben. Zoiets.

Heb je wel ‘ns een marathon gelopen waar het helemaal niet ging?
Ja, niet in de zin van (eind)tijd, ik bleek altijd aardig in te kunnen schatten wat ik kon, wel in de zin van twee keer uit moeten stappen: in Stockholm, 1987, waar ik bleek te lopen met een hamstring die gehavend was en na een kilometer of 25 (doorkomst halverwege 1.12) helemaal stopte met hamstringen; en in Amsterdam, 2003 of daaromtrent, waar een andere plek in het bovenbeen al in de voorbereiding had aangegeven dat het eigenlijk niet zou gaan lukken. Na 23 km bleek dat te kloppen… Ik was in beide gevallen meer teleurgesteld voor m’n ouders en andere nauw-betrokkenen dan voor mezelf.

Hoeveel marathons heb je al gelopen en wanneer was de laatste?
Ik loop nu 35 jaar, dat is dus zo’n 140.000 kilometer; ik heb 15 marathons gelopen, de laatste moet nog komen, de meest recente was Eindhoven 2006, 2.35.

Jij en Hans Sibbel hebben elkaar bij AV’23 leren kennen. Hoe ging dat?
Lebbis is een sportvisser die er nog wat bij loopt, ik ben een hardloper die echt geen tijd heeft om te vissen, zoiets… We kennen elkaar inderdaad van AV23, hebben voor het eerst aan materiaal zitten werken tijdens een trainingsweekend, ons eerste optreden was in de kantine op het feest van mijn afstuderen (ik ben jurist/criminoloog, echt waar), en als we ook de opening van de baan hebben begeleid, ga ik er blind van uit dat we daar nog geld voor tegoed hebben… Oh ja, we deden onze dernière van ‘Pas op de hond’ (ons eerste programma) in de kantine, voor vrienden familie bekenden en passanten, we veroorzaakten zo’n explosie (gepland, alleen niet van die omvang) dat de gaten in de houten wanden zaten en velen tot diep in de nacht een piep in de oren hadden. Excuses, nogmaals!

Dolf Jansen (geboren 1963) werd in 1984 onderscheiden met de Piet van ’t Hof-Beker “die jaarlijks wordt uitgereikt aan de Atleet of Atlete welke in dat jaar een prestatie heeft geleverd, welke een belofte voor de toekomst inhoudt” (meest stimulerende prestatie) en in 1985 met de Heren Senioren Prestatie Beker = Jan Blankers-Beker. Hij is een van de vijf actieve leden van AV’23 die het langst lid zijn.

* Altijd verder, uitg. Thomas Rap 2007; herdruk 2009. ISBN 978-90-600-5905-0. Prijs 12,50 euro. Als Ebook slechts 9,99 euro.