Frits van Buuren (72), werptrainer maandagavondgroep Trainer van de maand september 2018

door Monique Admiraal, foto’s uit archief van Frits van Buuren

Krachtpatser Frits van Buuren slingert kogels en sjouwt met boomstammen alsof het niets is. Hij kwam als jongen van veertien bij AV’23, stopte even, maar keerde terug als sterke atleet en materiaalcommissaris. Nu al jaren geliefd trainer bij AV’23 en Almere’81, onvermoeibaar, sterk, grappig, een scherp oog en met het hart op de tong. Een passie voor atletiek waar hij zijn creativiteit in kwijt kan, wat te zien is bij zijn fotoseries op Facebook. Daarom bij dit interview iets meer foto’s dan gebruikelijk.

 

Hoe lang ben je al trainer?

“Ik ben officieel trainer vanaf mijn achtenvijftigste, veertien jaar dus. Vanwege een reorganisatie bij Vroom & Dreesmann verloor ik mijn baan als technisch tekenaar. Ik moest solliciteren van het UWV, maar niemand neemt je aan op die leeftijd. Ik mocht in plaats van een nieuwe baan zoeken, vrijwilligerswerk doen voor veertig uur per week. Dat werd werken voor twee clubs; twintig uur voor AV’23 en twintig uur voor Almere’81. Zo ben ik er ingerold. Rietje Dijkman heeft mij als trainer naar voren geschoven. Ze zei; ‘Volgens mij heeft Frits wel tijd….’ De nieuwe atletiekbaan op de Radioweg was er net en ik kon beginnen als werptrainer op de maandagavond. Ik volgde de benodigde cursussen bij de Atletiekunie en specialiseerde mij op vijf onderdelen; kogelstoten, discuswerpen, speerwerpen, kogelslingeren en gewichtwerpen. Het mooiste vind ik de techniek, de mechanica en de natuurkunde, omdat dat invloed heeft op de afstand en blessures.

De maandagavond is veertien jaar lang zo gebleven, ik geef nog steeds met veel plezier training aan mijn groep, vooral bestaande uit masters. Bij Almere’81 geef ik drie keer per week training. Die club is tien minuten van mijn huis vandaan, dus dan ga je makkelijk even heen en weer. Daar train ik de atleten van junioren C tot en met de masters (‘junioren van tachtig jaar’). Kogelslingeren doe ik alleen op zaterdag, want door de weeks is het veel te gevaarlijk met al die pupillen op de baan.

Ik heb een periode Nederlandse Highlanders getraind. Highlanders hebben heel veel wedstrijden (bijvoorbeeld de Highland Games), onderdelen zijn onder andere steenstoten, hamerslingeren, gewichtwerpen en boomstamwerpen. Toen heb ik mijzelf voor de foto ook een keer in zo’n Schots rokje gehuld.

 

Sportcarrière

“Voordat ik trainer werd, was ik atleet en materiaalcommissaris. Als jongetje van veertien ben ik begonnen op de Jaap Edenbaan wat toen nog in de zomer een atletiekbaan was. Eigenlijk vond ik alleen kogelstoten leuk. Toen de atletiekbaan daar weg moest, ben ik gestopt.

Ik ben in de scheepsbouw gaan werken en samen met een vriend bouwden we halters van oude kraanwielen, zodat we tussen de middag konden trainen. We besloten te gaan boksen, maar het was voor mij niet zo’n succes. Tegenstanders werden boos als ik ze een klap gaf, want ze verwachtten het niet van mij. Daarna ben ik een tijdje gaan voetballen.

Ik heb een dochter die van turnen hield, ik heb weleens meegedaan met een turntraining, maar ben binnen de turnvereniging vooral actief geweest als bestuurslid en was ook daar materiaalcommissaris.

Rond mijn dertigste kreeg ik ernstige bronchitisaanvallen. Ik dacht: ‘ik moet hier echt iets aan gaan doen!’, stopte met roken en ben gaan trimmen, maar verder dan de hoek van de straat kwam ik niet, dan was ik al bijna dood. Ik ben maar weer gaan kijken bij AV’23; trainers Hans Prins en Kees Koppelaar stonden op de baan, ze waren aan het kogelstoten, ik mocht even meedoen en gooide meteen 10 meter, bijna net zo ver als zij. Zo is het begonnen: eerst met kogelstoten, daarna speerwerpen waar ik ook wel aanleg voor had, totdat ik alle onderdelen beheerste.

Het ging geleidelijk steeds beter met de bronchitis, maar het werd vooral beter toen ik van Amsterdam naar Almere verhuisde, schonere lucht. Rond mijn vijfenveertigste kon ik de 10 km in 42 minuten lopen. Door het vele trimmen, viel ik af en dat was ongunstig voor het kogelstoten, waarop ik besloot toch wat minder te gaan hardlopen. Ik heb veel wedstrijden en ook Interlands gedaan en ben meerdere keren Nederlands kampioen geweest bij de veteranen (40+), nu zijn het masters (35+).”

-Je bent al een tijdje gestopt als wedstrijdatleet, zou je niet weer mee willen doen?-

“Nee, ik heb niet meer de behoefte om 10 cm verder te gooien dan een ander. Dat had ik wel! Je krijgt op deze leeftijd toch overal pijntjes. Ik doe rustig aan, wil niet meer zo hard trainen. Vroeger zat ik drie uur per keer in het krachthok met zware gewichten. Nu nog een uurtje per dag en de gewichten zijn geen 80 kg, maar 20 kg.”

 

Frits (rechts) bij Interland Le Touquet 1998

Loopbaan/beroepen

“Ik ben begonnen als scheepsbouwer bij de NDSM-werf op de helling in Amsterdam-Noord. Daarna werd ik bankwerker bij de staalfabriek in Sloterdijk. In die periode heb ik een opleiding gedaan tot technisch tekenaar/constructeur in de staalbouw. Toen ben ik in de tekenkamer gegaan bij de fa. Onderneming Hekwerken. Tot slot ben ik tekenaar/constructeur geworden bij Vroom & Dreesmann in de tijd dat ze nog supermarkten hadden. Ik mocht onder andere winkelmeubels ontwerpen.”

 

Baanbeheer en klussen

“Ik vind het mooi in Almere dat ik ook de baan beheer, ben daar elke dag. Ik overleg met de Gemeente en repareer dingen. De Gemeente in Almere is meewerkend, dat is fijn. We hebben in Almere onlangs een nieuwe kooi voor kogelslingeren mogen ontvangen. Dingen uitvinden is leuk; ik heb veel krachttoestellen zelf gemaakt en ik heb voor de winter een verrijdbaar deksel gebouwd voor onze ring, zodat hij sneeuwvrij blijft. Voor AV’23 deed ik dit soort klussen ook, maar sinds een jaar of zes/zeven niet meer. Ik heb nog veel oude bouwtekeningen van de tijd van de oude Sintelbaan. Posters van wedstrijden en triatlons die we toen deden en vaantjes, medailles, startnummers. Maar die dingen bewaar ik voor het 100-jarig lustrum.”

-Frits ontwierp een modern logo voor het 75-jarig lustrum, een logo wat een aantal jaar de hemdjes van AV’23 sierde.-

 

Links het door Frits ontworpen logo ter gelegenheid van het 75-jarig lustrum

Wat kenmerkt jouw training en wat is je sterkste kant?

“Mijn sterke kant is dat ik technisch gesproken precies zie wat er fout gaat. Met technisch bedoel ik de mechanica/natuurkunde wetten in combinatie met de zwaartekracht die invloed heeft op het materiaal.” -Ik volgde zelf twee maal een training bij Frits. Hij legt precies uit hoe je het materiaal (bij deze trainingen de discus en de speer) moet behandelen. Je leert hoe je het voorwerp vast hoort te houden, hoe je de armbeweging moet maken, in welke stand je lichaam moet staan, etc. en dit gaat in kleine, passende stapjes.-

“Ik let er heel erg op dat mensen geen blessures krijgen. Niet knallen, maar wel technisch werpen. Verder vind ik het leuk om oefeningen te bedenken. Je kan na zoveel jaar bijna niets nieuws meer verzinnen, maar toch, ik probeer het wel. En ik vind het sociale gebeuren van zo’n groep leuk. Het moet allemaal niet te fanatiek zijn, tijd voor een praatje en een grapje. Maar ik ga wel door tot laat als het uitkomt, het goed gaat en het gezellig is.

Twee van mijn atleten, Mariëlla Braam en Helmut Drabben zijn naar de Gaygames in Parijs geweest en hebben beiden zilver gehaald met speerwerpen. Niels Schager is mijn meest trouwe atleet. Hij komt altijd, bij weer en wind.”

 

Eigen beste onderdeel

“Mijn beste onderdeel is kogelslingeren en daarna speerwerpen. Kogelstoten vind ik saaier. De voorwerpen die door de lucht vliegen, zoals discus, speer en de kogel met kabel, dat vind ik het mooiste om te doen.”

-Frits heeft veel clubrecords bij de veteranen (40+ en ouder), zowel bij AV’23 als bij Almere’81. Een overzicht van zijn beste prestaties: Kogelstoten 11,44 meter, discus 39,80 meter, speer 53,11 meter, kogelslingeren 46,50 meter, gewichtwerpen 15,31 meter en werpvijfkamp 55+ een puntenaantal van 3732 punten.

Frits werd bij de veteranen vijf keer Nederlands kampioen kogelslingeren en één keer Nederlands kampioen op de werp vijfkamp. Met speerwerpen pakte hij op het Nederlands kampioenschap één keer brons.

Hij deed als veteraan vier maal mee met Interlands, wedstrijden in het buitenland tegen Duitsland, Frankrijk, België, etc. en kwam daar uit op de onderdelen kogelslingeren en speerwerpen.-

 

Gehaakt verjaardagscadeau van kantinemevrouw van Almere’81

Bijzondere atletiekervaring?

“Ik heb een paar grappige en mooie ervaringen:

Met speerwerpen heb ik een keer een vis gevangen. Waarschijnlijk had een vogel de vis laten vallen, en raakte mijn speer precies die vis. Onvoorstelbaar, maar ik heb een getuige hoor!

Bij atletiekvereniging AAC met kogelslingeren kwam een man op zijn racefiets langs om te komen kijken naar de wedstrijd. Hij legde zijn nieuwe racefiets even neer, maar de kogel ging uit de baan en kwam op de fiets. Hij was helemaal geknakt.

Bij een Interland in Le Touquet aan de kust van Frankrijk zou ik kogelslingeren. Dat was niet op de baan. We moesten met een busje helemaal naar het park en later weer terug, zo had ik wel het dorp gezien, maar niets van de andere onderdelen van de wedstrijd.

Op een gegeven moment ben ik als atleet gaan trainen bij Almere’81 in plaats van bij AV’23. We deden met ons team in 1997 voor het eerst mee met de veteranencompetitie (tweede klasse) en zijn meteen eerste geworden, dat was wel bijzonder.”

 

Leukste atletiekwedstrijd?

“Om aan deel te nemen vroeger de werpvijfkamp en de Interlands. Toen had de Bond daar nog geld voor over. Als coach vind ik het mooi om de atleten te begeleiden op het Nederlands kampioenschap, op alle niveaus van C-junioren tot masters.”

 

Andere hobby’s behalve atletiek?

“Ik mag graag op het Rembrandtplein zitten bij mijn favoriete cafés Tante Roosje en de Rembrandtbar. Ik sport veel, maar ik laat er geen biertje of bitterbal voor staan. Gezelligheid staat bij mij bovenaan.” -Zo leerde Frits ooit Sander Stok kogelslingeren en bier drinken (zie interview met Sander, april 2018)-

“Ik pas graag op mijn kleinkinderen. De jongsten, een tweeling van negen jaar, wonen in Leiden, maar als het nodig is, stap ik direct op de trein om naar ze toe te gaan. Verder heb ik nog een kleinzoon van achttien en een kleindochter van vijftien jaar. De kleindochter van negen is autistisch, daar kan ik goed mee omgaan. Ik heb ervaring opgedaan bij de G-atletiek (gehandicapten atletiek) een speciale tak van sport, behorende bij de club in Almere. Ik heb training gegeven en help graag mee met wedstrijden. Het is heel dankbaar werk.

En natuurlijk Facebook: Ik heb weleens Australiërs getraind, dat komt door Facebook, daar kenden ze mij van. Ik maak veel foto’s, series vooral. Toen ze in Nederland op vakantie waren, wilden ze een keer komen trainen. Mijn profielfoto verander ik regelmatig. Pas geleden ben ik naar het Rembrandtplein gegaan, met mijn speer op de fiets. Ik wilde eigenlijk met de tram, maar ik mocht helaas de tram niet in. Ik ben tussen de beelden van de Nachtwacht gaan staan en mijn vriendin Joke maakte de foto van mij met mijn speer, perfecte profielfoto.”

 

Frits op Rembrandtplein met beelden van de Nachtwacht

Favoriete eten?

“Hollandse stamppot, daar ben ik gek op, maar ik eet ook graag spaghetti, pasta’s en Chinees. Ik maak graag een pan soep, tomatensoep of groentesoep. Spruitjes en lof vind ik niet lekker. Mijn vriendin woont in Amsterdam, maar als ze dat klaarmaakt, heeft ze pech, dan kom ik niet.”

 

Heb je een verbeterpunt of tip voor AV’23?

“Waar ik mij al jaren aan erger is het materialenhok. Het is nu wel beter dan eerst door de kastjes en toestanden, maar de atleten zetten de spullen niet op de juiste plek terug. Trainers zouden meer discipline moeten hebben en hier beter op moeten toezien. De horden staan in de weg, het hok is te klein. In Almere hebben we hier een container voor, maar dat kan bij AV’23 waarschijnlijk niet. Om toch degenen die nu het materialenhok beheren een compliment te geven: het is wel beter dan het was.

Ik erger mij eraan dat de baan bij AV’23 een ‘open’ terrein is, voor iedereen toegankelijk. Ik zou er een hek met een goed slot omheen timmeren, maar dat is het probleem van de Gemeente. Ik heb meerdere keren ruzie gehad met mensen die het veld zomaar oversteken. Voetballers, mensen met honden, fietsers op de baan …. En dan heb je nog de hangjongeren die op verschillende plekken een joint opsteken. Wat kan je er aan doen? Ik ga er gewoon op af, ik ben nergens bang voor.

Ik verwacht niet dat de Gemeente iets doet. Pas als iemand een speer door zijn borst krijgt of een kogel van 7 kg op zijn hoofd, dan gaat er iets gebeuren.”

Over een kleine mol die wil weten wie de kogel op zijn kop slingerde

“Tot slot; wat ik jammer vind, is dat ik leden van mijn werpgroep ben kwijtgeraakt omdat ze vijftig euro vrijwilligersbijdrage moesten betalen. Ze wilden geen vrijwilligerswerk doen, maar vonden de bijdrage die ze daarvoor ter compensatie moesten betalen te hoog. Dat ligt eigenlijk aan de mensen en niet aan de club, maar ik vind het spijtig dat ze niet meer bij mij trainen.”

 

Bram Wassenaar (trainer van de maand oktober)

“Ik ken hem niet zo goed. Soms kom ik hem tegen op de baan en dan praten we over vroeger. Ik vind hem een aardige man.”