Joyce Schumacher (20) Atleet van de maand juli 2021

door Monique Admiraal

Zij is de snelste hordeloper van de dames van AV’23, maar kan ook heel goed verspringen. Gedisciplineerd en gedreven traint zij zes keer per week en weet zij ook nog hoge cijfers te behalen voor haar opleiding mensendieck. Even heeft ze behoefte om niks te hoeven en dingen voor haarzelf te doen. Voor het eerst zal zij deze zomervakantie niet trainen en zal zij bedenken wat zij nu gaat doen qua studie, werk en atletiektrainingen. Een welverdiende rustperiode voor deze getalenteerde atlete die we na de zomer vast vol energie zullen terugzien bij AV’23.

Hoe lang doe je al aan atletiek?

“Sinds mijn veertiende ongeveer. Ik ben in 2014 begonnen bij Flevo Delta, een atletiekvereniging in Dronten. Er werd vanuit school een sportatletiekwedstrijd georganiseerd, waarna Flevo Delta de geïnteresseerden een maand gratis trainen aanbood. Ik deed altijd aan turnen, maar ontdekte dat ik atletiek heel leuk vond om te doen. Lekker buiten zijn, want turnen is altijd maar binnen. Samen met een vriendin ben ik overgestapt en zijn we beiden lid geworden. Zij was meer van de langere afstanden en ik van het explosievere werk.

In 2018 ben ik bij AV’23 lid geworden. Ik ging in Amsterdam studeren, de opleiding mensendieck aan de Hogeschool van Amsterdam en vond het niet meer zo leuk bij de club in Dronten. Het was een combinatie van factoren. Mijn hordentrainster van team SOTRA, Betty Hofmeijer heeft mij geholpen een goede trainer in Amsterdam te vinden en zo kwam ik bij Els van Noorduyn terecht.”

Training

“Ik train in principe zes keer per week, alle dagen behalve zondag. De trainingen bij Betty zijn twee keer per week in Apeldoorn, een keer hordentraining en een keer sprinttraining. Bij Els doe ik algemene sprongtrainingen – en specifieke sprongtrainingen met aanlopen in de bak. Verder doe ik nog krachttraining samen met een andere atlete Tasa Jiya (AV Lycurgus-lid), dat is ook op de club. Ik woon in Dronten, dus ik moet het wel goed organiseren. Meestal ga ik met het OV. Het is een uurtje met de trein, mijn rustmomentje van de dag. Als ik school heb, blijf ik vaak langer, eet ik op school of bij een studiegenoot en ga ik daarna trainen. Als het heel laat wordt, dan komt mijn vader me ophalen van de baan.

De horden- en specifieke aanlooptrainingen vind ik het leukste, het specifiekere werk en het wedstrijd gerelateerde. Maar de algemene trainingen zijn het belangrijkste, daar word je sterker van. De groep vind ik heel belangrijk, ik ben een gezelligheidsmens. Ik vind Els de fijnste trainer die ik heb gehad. Puur omdat zij verder kijkt dan het fysieke gedeelte en de trainingen die je aflegt. Het is niet allemaal volgens het boekje. Ze is ook realistisch. Als je een keer moe bent, is ze zo flexibel om het programma aan te passen. En ze begrijpt hoe mensen mentaal in elkaar zitten. Ik ben niet zo’n prater en daar kan ze goed mee omgaan.

Aankomend seizoen ga ik stoppen bij Betty. Het is te ver reizen, de trein rijdt vaak niet of er is vertraging. De afgelopen tijd liep ik stage en alles bij elkaar was het te vermoeiend. Lol hebben bij de trainingen is voor mij het allerbelangrijkste en dat lukte de laatste tijd niet meer, althans niet zoals daarvoor. Daarom hebben we afgesproken dat ik deze zomervakantie even helemaal niets ga doen. Ik heb de laatste maanden zo hard gewerkt en heb rust nodig. Ben benieuwd hoe dat zal gaan, want ik raak uit mijn ritme als ik niks moet.”

Beste onderdeel: verspringen en horden

-Joyce heeft het clubrecord op de 100m horden (13,89 sec) en de 60m horden indoor (8,50 sec).-

“Ik denk dat ik het beste ben in verspringen, maar horden doet daar niet aan onder. Horden en verspringen is een combinatie die je niet vaak ziet. Eigenlijk best zonde want deze onderdelen sluiten zo goed op elkaar aan en vullen elkaar aan waar nodig is. Vaak zie je dat verspringsters dit combineren met sprintonderdelen, maar daar bak ik dan weer niks van. Op de 60m horden loop ik bijna even hard als op de 60m vlak. Met horden heb je gewoon ritme en met sprinten lukt mij dat niet. Mijn record met verspringen is 6,06 meter, behaald in 2018, dat heb ik daarna niet meer verbroken.

Omdat ik pas op mijn veertiende met atletiek begon, ben ik best snel specifieke trainingen gaan doen. Ik heb als B-junior één keer meegedaan aan een meerkamp, maar dat ging heel slecht. Ik kan niet goed werpen, deze wedstrijd had alleen kogelstoten. Ik dacht dat het wel zou moeten lukken, maar kogel viel tegen en daarna gingen horden en verspringen ook niet goed. Meerkamp was niks voor mij.”

Enkelblessure

“Ik heb last van een blessure aan mijn linkerenkel, daardoor mag ik niet hoogspringen, anders zou ik dat wel willen doen. Ik had een paar jaar geleden al pijn aan mijn enkel. Na onderzoek bleek er vocht tussen de pezen te zitten, waardoor ik rust moest houden. Later heb ik nog een keer mijn spronggewricht gekneusd. Op dit moment gaat het wel met de pijn. Het komt en gaat en zal waarschijnlijk altijd blijven. Als ik op de juiste wijze train en goed mijn wedstrijden doe, dan heb ik het in principe onder controle.”

Waar verwacht je over vijf jaar te staan in je atletiek carrière?

“Ik hou niet zo van vooruit kijken, liever kijk ik per seizoen. Over vijf jaar denk ik dat ik op een leuke manier sport. Lol hebben is de basis, dus met een leuke groep. Tegen die tijd hoop ik dan te sporten in combinatie met een baan. Studie en dat soort dingen gaan bij mij altijd voor. Ik heb niet per se een doel. Ik wil op een prettige manier zo hoog mogelijk komen, het beste uit mijzelf halen. Als dat op nationaal niveau is, of op internationaal niveau, ik vind het allemaal prima.”

Met trainer Els van Noorduyn, NK junioren, Alphen aan Den Rijn, 2019 (foto: de Drontenaar)

Mijn held/idool

“Eigenlijk heb ik geen held of idool, maar in Engeland heb je Jazmin Sawyers, verspringster. Ze is altijd vrolijk, dat vind ik leuk om te zien. Zij is inspirerend voor de wedstrijdsport, iemand die zoveel plezier houdt in wat ze doet.”

Andere beoefende sporten en sport in de familie

“Eigenlijk zijn er geen fanatieke sporters in mijn familie. Mijn ouders doen beiden niet aan sport. Papa heeft lang gevoetbald in een gezelligheidsteam. Inmiddels heeft hij een nieuwe heup. Hij wandelt met de hond en soms gaat mama mee.”

Hobby’s

“Ik heb veel hobby’s! Ik heb een eigen moestuin in de achtertuin in Dronten. Ja, ik heb wel groene vingers en ik ben ook wel handig, ik hou van klussen en slopen. Ik kook graag! Heel rustgevend vind ik het om lekker in mijn eentje te puzzelen (legpuzzels), want ik ben vaak druk in mijn hoofd.

Ik probeer altijd tijd vrij te maken voor mijn vrienden. We gaan volgende weekend met een groep naar Texel en aan het einde van de vakantie ga ik met studievrienden naar Schoorl. Met mijn familie ga ik deze zomer naar Oostenrijk.”

Leukste wedstrijd

“Vorig jaar hebben met een Amsterdams team meegedaan aan de NSK (Nationale Studenten Kampioenschappen). Het was zo leuk om te doen, een hele onbevangen sfeer. Eigenlijk vind ik alle wedstrijden leuk, vooral als het zonnetje schijnt en het droog is. Met je mede-atleten ben je vrienden tot aan de start, dan ben je 8-9 seconden elkaars concurrenten en daarna ben je weer vrienden.

Mijn favoriete wedstrijden zijn de Nederlandse Kampioenschappen en de wedstrijden van het Nationaal Baan Circuit (Ter Specke Bokaal, Gouden Spike en Arena Games). Dan wel buiten de corona tijd hoor; als er een sfeertje is dat mensen elkaar aanmoedigen en je je niet de hele tijd hoeft druk te maken of je het mondkapje wel bij je hebt.”

Bijzondere atletiekervaring

“Dat was in 2018 bij het NK-junioren indoor in Apeldoorn. Ik had die week training gehad in Omnisport, waar ik voorzichtig had gezegd dat ik over de zes meter wilde verspringen. Bij de training had ik een tapeje op de vloer geplakt naast de bak op zes meter. Mijn tante die sportfan is, was ongeneselijk ziek. Ondanks haar ziekte was het haar gelukt om te komen kijken. Bij de wedstrijd zat het tapeje er nog dat ik eerder die week had opgeplakt. De sfeer bij zo’n NK is altijd heel bijzonder en het is ook spannend. Bij deze wedstrijd lukte het mij voor het eerst om over de zes meter te springen en mijn tante heeft het nog kunnen zien. Ik vond het zo mooi dat ze er bij kon zijn, een half jaar later is ze overleden.”

Vrijwilligerswerk

“Ik wist niet eens dat dat moest! Afgelopen jaar, met corona hoefde het niet, maar het jaar daarvoor wel. Ik kreeg een mail dat ik mijn vrijwilligerswerk nog moest doen. Het bleek dat ik nog uit een paar dingen kon kiezen, anders kon ik het vrijwilligerswerk voor een bedrag afkopen. Toen heb geholpen met een duurloopje, ik denk de Middenmeerloop. Voor mij is het gedoe, ik moet uit Dronten komen. Mijn vader heeft mij op die zondag gebracht en ook meegeholpen. Ik vond het niet echt leuk om te doen.”

 Maud de Jong atleet van de maand augustus

“Ja, ik ken dat meisje! Ik heb op facebook gezien dat zij een Nederlands record gelopen heeft bij de D-junioren en dat ze eerste staat op de ranglijst allertijden, heel knap. Ik hoop altijd dat jonge atleten de lol erin houden. Het is belangrijk dat je, vooral als je jong bent, de juiste coach treft die je kan laten inzien dat er meer is dan alleen sport.”