Lucas van Schaffelaar (14) Atleet van de maand maart 2019

door Monique Admiraal

Hij ontving in januari de AV’23 beker voor junior van het jaar 2018, een prijs om trots op te zijn. Als C-junior traint hij bij de broers Nick en Tim van der Heide en verbrak hij in 2018 een aantal clubrecords op afstanden van 60 tot 400 meter (met of zonder hordes). Zijn favoriete onderdeel is hordelopen waar hij heel serieus voor traint, want hij wil later proberen iets te bereiken met atletiek. In combinatie met school, is het belangrijk verstandige keuzes te maken.

Hoe lang ben je al lid en bij wie train je?

“Sinds mijn vijfde jaar, dus negen jaar. Ik denk dat Joost Cosman mijn eerste trainer was, ik vond atletiek van begin af aan echt heel leuk. Toendertijd vond ik crossen ook geweldig, het gaf een speciaal gevoel dat je door de modder mocht rennen en dat je vies mocht worden, maar het spreekt mij niet meer aan. Ik doe liever een indoortraining, dat vind ik nu leuker.

Bij de laatste cross die ik deed was het heel erg koud en nadat ik had gerend, moest ik ook nog twee uur wachten op mijn broertje Mick. Het was vorig jaar in Soest, we stonden als team eerste in het klassement, maar het ging tijdens deze wedstrijd niet, het was te koud en een van onze teamleden was geblesseerd. We hebben de race uitgerend, maar niks gewonnen, dat was heel jammer. Toen dacht ik: voorlopig niet meer, mijn hele groep is nu cross-af. Ook mijn broertje wil niet meer, hij moest tijdens de race stoppen, omdat hij zich had verstapt.

Ik train vier keer per week, mijn hoofdtrainers zijn Nick en Tim van der Heide. Op maandag heb ik een algemene training met een grote groep waarbij we veel loopjes doen. In de loop van het seizoen ga je je steeds meer specialiseren op het onderdeel wat je tijdens de competitie gaat doen. Ik doe mee aan de 100 meter horden, de 100 meter sprint en de 800 middellange afstand. Op woensdag doe ik krachttraining, op donderdag heb ik mijn specialisatie training; meerkamp, ook bij Nick waarbij je iedere training kunt kiezen tussen twee of drie onderdelen. Afgelopen winter werd ik gevraagd om mee te doen aan de indoor regiotraining in de Ookmeerhal op zaterdag. Het is de meest speciale training die ik volg en het gaat puur om mijn specialisatie horden. De training wordt gegeven door Marita van Zwol, zij heeft ook oud-hordeloper Gregory Sedoc getraind (meervoudig Nederlands kampioen van 2002-2015). Als het indoorseizoen afgelopen is, dan ga ik op zaterdag weer outdoor trainen bij Nick en Tim.”

-Hoe word je beter?-

“Ik weet door de training van afgelopen winter veel beter hoe ik over een horde heen moet gaan. Ik heb meer kennis, dus ik kan bij mijzelf terugzien wat er goed of fout gaat en hoe ik mijzelf kan verbeteren.”

-Hordelopen is blessuregevoelig, hoe voorkom je blessures?-

“Ja, ik heb soms wel last van mijn schenen. Wat helpt is voetgym, sowieso veel rekken. Ik heb thuis een koker die ik over mijn been kan rollen, dat werkt ook heel goed.”

Beste onderdeel en andere onderdelen

-Lucas heeft clubrecords bij de junioren C/D op afstanden tussen de 300 en 600 meter outdoor en indoor het clubrecord bij de junioren C op 60 meter horden 8,89 sec. Bij de junioren C rende hij de 300 meter in 39,65 sec, de 300 meter horden in 41,78 sec en de 400 meter in 56,85 sec. Verder heeft hij een aantal records op de estafette.-

“Mijn beste onderdeel is de 300 meter horden en de 400 meter sprint. Ik heb maar 2 secondes verschil als je de 300 meter en de 300 meter horden met elkaar vergelijkt, dat komt omdat ik de 300 meter sprint maar één keer gelopen heb.”

-Is het lastig om goed uit te komen met je passen bij horden?-

“Dat verschilt per horde afstand, bij de 100 meter horden (en later de 110 meter horden) zit er een vast ritme in, drie passen tussen elke horde. Bij de 300 meter horden (hier later de 400 meter horden) moet je zelf steeds kijken met welk been je uitkomt. En je wilt natuurlijk uitkomen met je goede been, maar dat lukt niet altijd. Daarom probeer ik te trainen met mijn andere/minder goede been. Rechts is mijn aanvalsbeen en links is mijn bijtrekbeen. Je bijtrekbeen is het lastigst, want als je die vergeet mee te nemen (zoals je dat zegt), dan kom je met je knie tegen de horde aan en dat werkt verslomend. Je hebt het gevaar uit balans te raken of zelfs te vallen. Dan is het natuurlijk klaar met je race! Op het moment springen wij over 84 cm en dat wordt steeds hoger tot de uiteindelijke hoogte van 1,067 meter bij de 110 meter horden bij de senioren. Het is een heel technisch nummer; Hoe je rent en springt heeft onder andere te maken met je lengte, de lengte van je benen, hoe je afzet, waar je jouw voet neerzet, hoeveel stappen je maakt tussen de hordes, etc. Ik vind het heel erg leuk om te doen.”

-Hoe doe je het op de meerkamp?- “Ik kan alle onderdelen prima doen, maar ik kan minder goed werpen en daarom heb ik daar ook minder plezier in.”

Andere beoefende sporten en sport in de familie

“Nee, ik heb alleen atletiek gedaan en zwemmen natuurlijk (diploma A en B). Ik heb er nooit over nagedacht om een andere sport te gaan doen. Ik zou atletiek niet willen opgeven voor iets anders.

-Sport in de familie?- “Mijn ma deed vroeger aan basketbal, mijn broertje doet ook atletiek en mijn pa voetbalde vroeger. Mijn moeder komt uit Tjechië, ze heeft ons ook Tjechisch geleerd. Wij (mijn moeder, broertje en ik) gaan iedere winter een weekje naar mijn oma in Tjechië om daar te skiën. Dat doe ik voor mijn lol, niet dat ik daar intensief op train. Vorig jaar ben ik gaan snowboarden in plaats van skiën. Als je het goed kan, is het makkelijker dan skiën.”

School/studie/beroep

“Ik zit in de derde klas Gymnasium van het Amsterdams Lyceum Zuid. Het is een leuke school en een heel mooi gebouw. Ik volg de richting E&M= Economie en Maatschappij. Volgend schooljaar ga ik Atheneum doen en laat ik Grieks en Latijn vallen. Het is veel, school in combinatie met zoveel sporten. Met sport wil ik proberen iets te bereiken, dan moet je keuzes maken. Ik hoop ook meer te kunnen gaan trainen en dan is wel prettig om twee vakken minder te hoeven doen.”

-Wat zou je dan willen bereiken met sport?- “In eerste instantie de NK, misschien EK. De Olympische Spelen zou heel erg leuk zijn, maar dat is heel lastig te bereiken. Mijn doel voor dit jaar is te proberen of ik mee kan doen aan een Interland (Nederland-Duitsland-België). Als dat zou lukken, dan zou dat al heel erg top zijn!”

-Toekomstig beroep?- “Ik zou leraar willen worden, bijvoorbeeld leraar Economie of Geschiedenis.”

Bijzondere atletiekervaring

“De NK Estafette in Amstelveen. Toen we D2 junioren waren, deden we mee aan de Zweedse estafette. Ik deed de 400 meter, Jona Wung Chong rende de 300 meter, Anders Haringsma de 200 meter en Boris Aerts de 100 meter. Wij liepen in de tweede serie en zetten een snelle tijd neer (clubrecord 6:56;32 sec). De derde serie volgde en wij waren allemaal vol spanning naar de klok aan het kijken. Ik was de enige die de tijd niet kon zien, maar op een gegeven moment zag ik aan de overkant Jona en Boris juichen en wist ik dat het gelukt was de race te winnen. We waren superblij!”

Lucas tijdens pupillencompetitie 2011 (foto: Ray van Schaffelaar)

Leukste wedstrijd

“De competitie, het teamgevoel, dat je het met z’n allen moet doen en dat iedereen in het team een waardevolle bijdrage levert. Iedereen is belangrijk , je kunt zonder elkaar niet winnen.”

Vrijwilligerswerk: trainer C-pupillen

“Ik geef nu bijna een jaar training aan de C-pupillen, hun hoofdtrainer is Jasper Oskam. Ik vind het leuk om te doen. Het plezier van die kinderen te zien, zoals ik het zelf ook ervaren heb. Ze komen vrolijk aan, ze gaan nog vrolijker weg en ze hebben er altijd zin in! Ik heb voorlopig nog geen ambities om zelf hoofdtrainer te worden. Mijn eigen trainingen gaan voor.”

Favoriete TV programma

“Ik kijk niet zoveel TV eigenlijk, maar ik heb wel ‘Wie is de mol’ gekeken.  Meestal kijk ik Netflix, één van mijn favoriete series is ‘La casa de papel’. Het is een Spaanse serie die gaat over bankovervallers die proberen de bank van Madrid te overvallen, zonder gepakt te worden. Verder kijk ik veel documentaires over de Tweede Wereldoorlog en alles wat daarmee te maken heeft, dat vind ik heel erg interessant.”

Andere hobby’s behalve atletiek

“Afspreken met mijn vrienden, hangen en chillen, dan gaan we meestal naar het Diemerplein (ik woon in Diemen). Beetje kletsen en kloten, gewoon even rust, ontspannen en niet meer aan school denken.”

Mischa Pier, atleet van de maand april

“Ik ken haar wel, maar ik weet niet zoveel over haar. Ze is B-junior en traint bij Rosa de Jong, ze doet ook looptraining bij Tessa Strijp. Volgens mij kan ze goed langere afstand lopen (800-1500 meter). Ik denk dat ze zo’n persoon is die niet heel duidelijk aanwezig is, maar als ze gaat lopen, dan valt ze op, omdat ze heel goed is.”