Janke Strijp (21) Atleet van de maand februari 2019

door Monique Admiraal

Zij behoort tot de snelste vrouwen van AV’23 en verbrak in 2018 de clubrecords op de 100 meter sprint en de 100 meter horden bij de senioren. Helaas kampt ze nu met een hardnekkige blessure, waardoor de trainingen op een lager pitje zijn komen te staan. Maar niet getreurd, Janke heeft een positieve instelling en uitstraling; ze stort zich vol overgave op haar nieuwe studie Geneeskunde. Daarnaast is ze heel actief bij de club als trainer en organiseert ze al jaren met haar zus Tessa het populaire kerstgala en was het mede dankzij hen dat het ouder-kind toernooi afgelopen zomer wederom een groot succes was.

Hoe lang ben je al lid en bij wie train je?

“Sinds ik C-pupil was, dat is dus veertien jaar geleden. Best heel lang als ik erover nadenk, je staat er niet bij stil. Nu train ik bij Theo Danes en bij Tessa, mijn zus. In de winter trainen we op zondag met een groepje van AV’23 bij Tim Verlaan van AKU, looptraining in het bos in het Wed (bij Bloemendaal). Mijn hoofdtrainer is Theo, bij hem volg ik de algemene training en specifieke hordentraining, hij maakt mijn krachttrainingsschema’s. Onze groep traint op maandag, woensdag en zaterdag, het is een grote groep, maar wel heel leuk, veel verschillende soorten mensen. Als iedereen komt, zouden we met minstens vijfentwintig atleten zijn. Daarnaast doe ik twee keer per week krachttraining.

Het leukste zijn de echte technische horden trainingen. In de winter in de hal, in de zomer buiten op de baan. De trainingen in het bos staan op nummer twee. Ik hou niet van lang achter elkaar rennen, maar we trainen in een supermooi natuurgebied. Als ik het gedaan heb, voel ik mij daarna altijd heel goed. De krachttraining vind ik niet zo leuk, een beetje saai. Als je samen met anderen traint, liefst met harde muziek, is het beter te doen en het is natuurlijk fijn als je merkt dat je sterker wordt. Het is een effectieve manier van trainen, je hebt het nodig om beter te worden.”

 Blessure

“Op mijn hoogtepunt trainde ik zeven keer per week, maar dat gaat nu niet. Ik heb al sinds ik D-junior was, last van mijn schenen; shinsplints, een hele hardnekkige scheenbeenvliesontsteking. Eerst liep ik er gewoon doorheen, maar ik kreeg steeds meer klachten, ik wist niet dat het zoveel kwaad kon doen en dat ik risico had op stressfracturen. Ik moest afgelopen winter mijn trainingsschema aanpassen en nu train ik op geleide van pijn. In mijn schema zitten meer rustdagen, waarvan ik echt inzie hoe belangrijk dit is. Als ik weer ga hordelopen weet ik dat ik er meteen weer last van krijg. Daarom doe ik op dit moment vooral oefeningen en krachttrainingen om mijn kuit- en been- en voetspieren te versterken. Daarnaast veel rekken en mijn kuiten losmaken met bijvoorbeeld balletjes. Elke fysiotherapeut heeft weer een andere methode, het is heel lastig om van shinsplints af te komen, maar je moet vertrouwen hebben in je eigen fysiotherapeut. Ik vind het vervelend dat ik niet kan hordelopen, want ik wil trainen en mezelf verbeteren. Tegelijkertijd merk ik hoeveel tijd ik nu over houd voor andere dingen en dat is ook leuk.”

Beste onderdeel en andere onderdelen

-Janke heeft veel clubrecords vanaf de meisjes junioren C; records op sprint, horde en estafette.-

“Het meest trots ben ik op mijn records die ik afgelopen jaar haalde bij de dames senioren op de 100 meter sprint (12,18 sec) en de 100 meter horden (14,26 sec). Daarbij de kanttekening dat ik vind dat het nog sneller zou moeten, want ik vind dat een clubrecord op een club een scherpere tijd zou moeten zijn dan wat ik heb gehaald.

Ik zit nu bij de senioren, dat is toch moeilijker dan bij de junioren. Er zijn zoveel dames die snel kunnen sprinten, bij de horden is er minder concurrentie. Op het moment verbeter ik mezelf wel bij de sprint, maar niet op horden. Als je sneller wordt, dan moet je jouw techniek voor horden aanpassen, want je moet nog steeds goed uitkomen met je passen. Theo en ik probeerden samen te kijken hoe we mijn techniek op horden konden aanpassen, dat was heel leuk, met filmpjes terugkijken en samen puzzelen hoe het anders zou kunnen. Maar goed, het doel op dit moment is vooral om pijnvrij te lopen. Dat betekent ook dat ik moet proberen meer op mijn voorvoeten te lopen en afzetten.”

Andere beoefende sporten en sport in de familie

“Ik heb voordat ik op atletiek ging één jaar gehockeyd bij Athena, dat was best leuk. Maar Tessa zat op atletiek en zij is mijn grote zus, ze was een soort van Godin voor mij. Ik wilde alles doen wat zij deed en zo ben ik ook bij AV’23 gekomen. Ik ben heel slecht in balsporten, voetbal bijvoorbeeld, ik zie het gewoon niet, dan zit ik hier beter op mijn plek.

Mijn broer Martijn (tussen mij en Tessa in) is honderd procent voetbalgek. Hij heeft helemaal niets met atletiek. Als Tessa en ik ’s avonds aan tafel het alleen maar over atletiek hadden met bijbehorende cijfertjes, was dat niet altijd leuk voor hem. Heel sporadisch komt hij een keer kijken en hij heeft ook een keer meegedaan met het ouder-kind toernooi waarbij hij mij op alle onderdelen heeft gepakt. Mijn moeder heeft twintig jaar lang gevolleybald. Mijn vader heeft gevoetbald en een tijdje hardgelopen, maar ook hij kreeg last van scheenbeenklachten en is daarom gestopt met hardlopen. Hij is nog wel heel sportief hoor, hij wandelt en hij fietst.”

School/studie/beroep

“De middelbare school deed ik op het Vossius Gymnasium. Ik had een klas overgeslagen waardoor ik al op mijn zeventiende kon gaan studeren. Ik was te laat met inschrijven voor de numerus fixus studies, toen ben ik maar Rechten gaan studeren. Het ging heel makkelijk, maar ik had nooit het gevoel dat ik er echt iets mee wilde doen. Tijdens mijn Rechtenstudie ben ik Taal & Communicatie erbij gaan doen, maar dat was het ook niet; ik heb er veel van geleerd, maar ik heb het niet afgemaakt. Tijdens het laatste jaar Rechten, waarna ik mijn bachelor haalde, had ik een bijbaantje op kantoor. Dit kantoor houdt zich bezig met onder andere zaken in ondernemings- en insolventierecht. Het was een prima baantje maar ik kwam er wel achter dat ik niet in dat wereldje wilde blijven.

Ik deed de toets voor toelating voor de studie Geneeskunde aan de UvA. En vorig jaar (ik weet het nog heel goed, ik stond in het krachthonk bij AV’23 toen ik het mailtje opende) las ik dat ik één keer toegelaten was tot de studie. Ik realiseerde me dat mijn leven nu een totaal andere wending zou krijgen. Heel spannend, maar ik ben er zo blij mee! Mijn opleiding is in het AMC en ik ben supergemotiveerd. Ik ga met plezier naar mijn studie, vind het leuk om mijn werkgroepen voor te bereiden en mee te doen met alles. Zo anders dan bij Rechten, waarbij ik altijd passief in de klas zat en nooit voorbereid was. Desalniettemin is al die kennis die ik heb opgedaan van het rechtssysteem wel heel handig, het komt nu ook van pas bij mijn studie, we hadden het kortgeleden nog over de geheimhoudingsplicht. Ik weet heel zeker dat ik nu de juiste keuze heb gemaakt, alles wat ik dit jaar heb geleerd vind ik interessant, maar ik heb nog geen idee welke kant ik op wil binnen het grote vakgebied van de geneeskunde.

Ik heb een bijbaantje bij Emile Thuiszorg, het is een organisatie volledig gerund door studenten. De functie is ‘wijkverpleeghulp’. Ik zit in het wijkteam Oud Oost en daar heb ik twee cliënten waar ik een hele leuke band mee opbouw. Het werk is afwisselend, je komt bij verschillende mensen thuis, daar leer je veel van. En je ontmoet mensen met wie je anders niet zo snel in contact zou komen. Het werk zelf varieert van persoonlijke verzorging, tot schoonmaken, samen wandelen, et cetera, het kan van alles zijn.”

Janke bij pupillencompetitie ongeveer 2006

Bijzondere atletiekervaring

“Bij de pupillen was ik best wel slecht, ik was vooral aan het lol maken. Toen kwam er een wedstrijd bij de competitie van de D-junioren waarbij ik moest hordelopen en ..… ik won! Dat was een soort van kantelpunt, dat ik inzag dat ik toch iets kon. Daarna ben ik serieuzer gaan trainen en werd ik steeds beter op de horden en de sprint.

Vorig jaar stond ik voor de eerste keer in een NK-senioren finale op de 100 meter horden, dat was ook een hele mooie ervaring. Ik ben zesde geworden, Eefje Boons was eerste. NK-medailles winnen is natuurlijk hartstikke leuk, maar dat is mij bij de senioren nog niet gelukt.”

Leukste wedstrijd

“Ik vind NK’s de leukste wedstrijden en de Kermismeerkamp in Best. Afgelopen seizoen zijn we hier met z’n allen naar toe gegaan. We hebben een leuke vriendengroep in de leeftijd van 18-25 jaar. De mannen doen een tienkamp, de vrouwen een zevenkamp. Je doet onderdelen die je normaal niet doet. Sprinters moesten bijvoorbeeld 1500 meter rennen, heel grappig. Ik moest speerwerpen, dat was erg lachen voor iedereen. De reden dat ik atletiek zo leuk vind is ook deze fijne vriendengroep. Met kerst hadden we een huisje gehuurd met 27 mensen, we gingen dansen en spelletjes doen. We gaan vaak uit met elkaar. Vanavond hebben we een surpriseparty voor Rutger Bien, hij wordt 25 jaar. We zijn heel hecht, het maakt niet uit in welke groep je traint of bij wie.”

Vrijwilligerswerk: Kerstgala, ouder-kindtoernooi en trainer

“Met de organisatie van het kerstgala zijn we zes jaar geleden begonnen, Ynze Strikwerda, Tessa en ik. In 2018 organiseerden Tessa, Ynze en ik het feest met Iris de Ruiter en Tim van der Heide. Elk jaar is het weer een succes en zegt iedereen ‘Dit jaar was echt het allerleukste’. Alle leden zijn welkom vanaf D-junior tot master. Ik weet alleen niet of het ooit zal lukken om meer masters naar het gala te laten komen. Afgelopen jaar hebben we ook met een groepje het ouder-kindtoernooi georganiseerd, het was hartstikke leuk om te doen. De organisatie denkt er zeker over na zo’n evenement jaarlijks terug te laten komen, dus waarschijnlijk in 2019 opnieuw!

Ik ben trainer van de A2-pupillen (zaterdagochtend) en trainer van de specialisatiegroep ‘sprint en horden’ (donderdagavond). De specialisatiegroep is bedoeld voor de C/D junioren en er doen ook een paar B junioren mee. De specialisatietraining vind ik het leukste om te doen, want het is wat ik zelf het beste kan en daarom kan ik dit ook goed kan overbrengen aan de jonge atleten. In die groep heb je hele gemotiveerde kinderen, wat natuurlijk heel fijn is om mee te werken als trainer.”

Favoriete TV programma

“Vroeger keek ik altijd met mijn moeder ‘Goede tijden, slechte tijden’. Ik ben er zelf wel overheen gegroeid maar mijn moeder niet. Ik kijk niet echt veel TV, wel Netflix, in series kan ik helemaal opgaan. Mijn lievelingsseries zijn Prison break en Gossip Girl. Pas geleden ben ik begonnen met DVD boxen van Greys anatomy, maar ik ben pas bij de zesde aflevering.”

Andere hobby’s behalve atletiek

“Atletiek neemt wel een heel groot deel van de tijd in beslag, naast studie. Het klinkt misschien wel afgezaagd, maar ik vind het heel fijn om bij mijn familie te zijn, met vrienden af te spreken en samen dingen te doen en natuurlijk tijd door te brengen met mijn vriend Julian Record. Ik hou ook heel erg van reizen, lekker op vakantie gaan. Afgelopen jaar ben ik met Tessa naar Kroatië gegaan, met Julian naar Kos en Ierland, met Tara Yoro en Giel Ritmeijer naar Nice en met mijn ouders ben ik nog op vakantie geweest. Daarna was al mijn geld ook weg, maar ik had er wel hard voor gewerkt.”

Lucas van Schaffelaar, atleet van de maand maart

“Hij is C-junior en traint bij Tim en Nick van der Heide en bij de meerkampgroep specialisatie. Toen ik begon met training geven, zat hij in mijn eerste groep. Ik weet dat hij dit jaar was uitgenodigd om mee te doen met Regio trainingen. Hij is heel goed vooruit gegaan, zijn groep traint serieus en ze hebben het leuk met elkaar. Volgens mij is erg snel op de 300 meter horden.”