Kramp, pijn en lopen

Het lopen van de Amsterdam Marathon

Door: Ivo Pothaar

Tijdens d Amsterdam Marathon van 2018 kreeg ik een paar 100 meter na de verzorgingspost van AV23 kramp in beide hamstrings. Geen stap kon ik meer verzetten. Liggen op de grond was te gevaarlijk tussen al die lopers. Het duurde best een tijdje voor het publiek begreep dat ik geholpen moest worden om uit te stappen. Geen mooi einde van mijn marathon carrière. Dus in 2019 besloot ik mijn laatste te lopen die ik op wilskracht volbracht.

Toch stak voor 2025 weer de verleiding op. De 50ste editie, tijdens 750 jaar Amsterdam, en mogelijk door het centrum van de stad. Zou ik het nog kunnen? “Schrijf je nu maar in, op jouw leeftijd weet je het toch nooit”, zei mijn vrouw.

Meer lopers dan ooit doen dit jaar mee. Om de drukte bij het ophalen van het startbewijs te vermijden, ga ik daar zo vroeg mogelijk heen.

Mijn startnummer staat nergens vermeld op de borden boven de lange afhaalbalie. Bij het laatste loket toon ik mijn startnummer. ”Zo’n hoog nummer hebben wij niet, meneer. Gaat u maar naar de Helpdesk”, zegt de vrijwilliger.

Naast de Helpdesk is het loket voor startbewijzen van het Nederlands kampioenschap. “Wat goed dat u dit nog doet”, zegt de vrijwilliger die mij de envelop met nummer M75000 overhandigt. Daarna krijg ik het loopshirt met de gouden opdruk van het marathonlogo.

Op de marathonbeurs is van alles voor binnen en buiten het lichaam te verkrijgen. Ik koop een paar compressie sokken. De verkoopsters wensen mij veel succes voor zaterdag.

“De marathon is toch op zondag!”

“Ja, maar de 7,5 km is op zaterdag”

De hoeveelste marathon deze voor mij is, vertel ik ze maar niet. Een vriendin had het mij gevraagd. “Nu de 13de? Dat meen je???””

Tevergeefs zoek ik op de beurs naar mijn laatste strohalm voor de wedstrijd. Een wondermiddel dat (opkomende) kramp doet verdwijnen. Onmiddellijk, als je de vloeistof door je mond  spoelt. Thuis ontvang ik een mailtje van de leverancier waar het wondermiddel op de beurs te koop is. Een clubgenoot zal het voor mij aanschaffen.

Zaterdagochtend bezorgt de overbuurvrouw mij een artikel uit Het Parool over de oudste en jongste deelnemer. Hij is 80 jaar en het wordt zijn laatste. Dat biedt perspectief.

In de voorbereiding heb ik lange duurlopen met een groep gedaan. Praten over welke marathon je gaat doen, welke eindtijd je in gedachten hebt, hoeveel marathons je al hebt gelopen, maken dat de looptijd relatief snel verstrijkt. Ik trainde op een tempo van 6min/km.

In het Olympisch Stadion staat een lange rij voor de twee dixies en twee urinoirs. Een loper heeft aan mijn startnummer gezien hoe oud ik ongeveer ben. Hij vertelt dat zijn vader 80 jaar is en vandaag zijn laatste marathon loopt. Hij is de zoon van de loper uit Het Parool.

Tijdens de eerste 10km wordt er dicht op elkaar gelopen. Een enkele keer trapt iemand op mijn hiel. Vaak passeert een loper duwend binnendoor. Op veel plaatsen staat het publiek rijendik langs de kant van de weg. Luidkeels en met tekst op borden wordt aangemoedigd. Geweldig. Het lukt mij het voorgenomen tempo aan te houden. Tot het 28km punt. Ik voel dat de spieren in mijn liezen verkrampen en dat kramp in de hamstrings dreigt. Een EHBO’er op de fiets vraagt of het gaat. “Over 2km is er een verzorgingspost” (van AV23). Het effect van het ingenomen wondermiddel blijft uit.

Bij de verzorgingspost wordt ik door mijn vrouw en clubgenoten opgewacht. In hun ogen zie ik medeleven, als ik ze vertel dat ik het niet ga redden.

“Laat je masseren”, zegt de coördinator van de verzorgingspost, “We hebben hier professionele masseurs”. Beide massagetafels zijn bezet. Ik moet wachten. Een dilemma; wachten duurt lang en verder lopen is geen lang leven beschoren.

Na het masseren van mijn hamstrings vervolg ik onder luide aanmoedigingen en bezorgde blikken mijn loop. Na enkele tientallen meters kom ik tot stilstand. Vlak voor onze trouwe 88 jarige vrijwilliger bij de bananen. “Ik denk dat het niet gaat lukken, Maarten”. Hij geeft mij een hand en wenst mij succes.

Ik wandel en paar honderd meter. Dan lukt het te joggen. Dit keer niet de laatste 10 kilometer op techniek uitlopen, maar met beleid. Zodra de weg bij elke brug en de onderdoorgang bij de Wibautstraat omhoog gaat, wandel ik. Zo min mogelijk span ik de hamstrings aan.

Aangekomen bij het Vondelpark weet ik dat ik het ga halen. Denk ik. Bij het Haarlemmermeerstation schiet een heftige kramp in de hamstring. Het laatste sachet wondermiddel heb ik inmiddels verbruikt. Hangend aan het dranghek houd ik mij staande. Met aan de andere kant aanmoedigend publiek. “Pothaar, je kunt het. Nog een klein stukkie”.

“Maar niet met deze benen”.

“Kom op, ga door”.

Dus ik begin weer te lopen. Na 5 meter is het gedaan.

Een jonge man reikt mij een flesje mineraal water aan. “Ik wachtte op iemand, maar die is al voorbij”.

Met krampaanvallen tijdens het wandelen, probeer ik het stadion te bereiken. Mijn mantra “Ik haal het.., ik loop met.. ik finish met soepele spieren. En dat ga ik vieren”, heb ik allang naar het rijk der fabelen verwezen. Zelfs joggend de finishlijn passeren blijkt een ijdele hoop. Heb ik de marathon gehaald nu ik wandelend over de finish kom? De tijd van 5 uur en 3 minuten (precies 1 uur langzamer dan mijn eerste marathon) is goed voor een tweede plaats in de categorie M75+. Terecht geen zilveren medaille, want de tijdslimiet is ver overschreden. Een loopvriendin feliciteert mij en laat weten dat er 14 lopers boven de 75 jaar onder de 30.000 deelnemers meeliepen.

Na de finish van een marathon denken veel lopers “nooit meer”. Een gedachte die met de tijd verdampt. Maar echt. Dit was mijn allerlaatste, die ik voor geen goud heb willen missen.

 

Amsterdam, 21 oktober 2025